Recensie

Recensie Beeldende kunst

Je voelt, ziet en hoort het Parijs van Proust

Marcel Proust Een expositie in het Musée Carnavalet neemt de bezoeker mee naar het Parijs van schrijver Marcel Proust (1871-1922), in november 100 jaar geleden gestorven . Wie op de tentoonstelling rondloopt, voelt zich als vanzelf een personage in zijn literaire universum.

Jean Béraud (1849-1936). 'Sortie du lycée Condorcet'. Olie op doek.
Jean Béraud (1849-1936). 'Sortie du lycée Condorcet'. Olie op doek. Musée Carnavalet, Parijs

Meteen bij binnenkomst hoor je de koetsen ratelen, de paarden hinniken. Het licht is gedimd, je betreedt een chic Parijs hôtel, geeft je hoge hoed af, en je smetteloze witte handschoenen. In de verte hoor je het geroezemoes van stemmen, een strijkje, dames in avondtoilet kijken speurend over hun uitgevouwen waaiers heen.

Zo stap je op de expositie Marcel Proust. Un roman parisien meteen de Parijse aristocratie van een eeuw geleden binnen. Parijs is hier, in het prachtig gerenoveerde Musée Carnavalet, een roman getiteld Op zoek naar de verloren tijd. Je voelt het, je ziet het en je hoort het. Als je de tentoonstelling bezoekt word je als vanzelf een personage in Prousts literaire universum.

Iets meer dan honderdvijftig jaar geleden werd de wereldberoemde Franse schrijver geboren, in de rue de La Fontaine, in het 16de arrondissement. Als kind speelde hij in het Parc Monceau en in de tuinen van de Champs-Elysées. Hij ging naar school op het lycée Condorcet, studeerde aan de Science Po en de Sorbonne. Later organiseerde hij in het huis van zijn ouders, in de rue de Courcelles, diners voor de Parijse beau-monde en werd hij een graaggeziene gast in de salons van de gegoede bourgeoisie en de aristocratie. Hij bezocht ateliers van bevriende kunstenaars, ‘maisons closes’ en de beroemde cafés van zijn tijd. Al die werelden vind je terug op de tentoonstelling.

Plattegrond

Twee grote portretten aan het begin: een van zijn moeder, Jeanne Weil, afkomstig uit een Joodse handelsfamilie die zich tijdens het Premier Empire, de tijd van Napoleon Bonaparte, installeerde in de Marais en via wie Marcel behoorde tot de Parijse bourgeoisie.

Anaïs Beauvais, Madame Adrien Proust, 1880 Musée Carnavalet, Parijs.

Daarnaast een schilderij van zijn vader, de arts Adrien Proust, telg uit een kruideniersfamilie in Illiers (tegenwoordig Illiers-Combray). Een metershoge getekende plattegrond geeft precies aan waar Proust tijdens zijn leven woonde (op zeven verschillende adressen), waar hij naar school ging, waar zijn uitgevers zaten. Ook is aangegeven waar zijn hoofdpersonen huisden: het hôtel particulier van Charles en Odette Swann, personages uit Op zoek naar de verloren tijd, bevond zich op de Place de l’Étoile, dat van de graaf en gravin de Guermantes in de rue due Faubourg Saint-Honoré. Ook kun je zien waar Proust zijn bloemen kocht, welke juwelier hij bezocht, bij welke restaurants hij at en bij welke apotheek hij zijn medicijnen haalde. In één oogopslag zie je dat zijn leven zich vooral afspeelde in de noordwesthoek van de rechter Seine-oever, in de 8ste, 9de, 16de en 17de arrondissementen, ook nu nog de duurste en chicste wijken van Parijs.

Aan de hand van zo’n driehonderd kunstwerken volg je Prousts parcours dat tot leven komt in schilderijen, tekeningen, affiches, foto’s, audio- en videofragmenten (verfilmingen door onder andere Völker Schlöndorff) en gebruiksvoorwerpen (zoals een théâtrofoon, in zekere zin de voorloper van de livestream). Schilderijen van het Louvre, dat hij al jong intensief bezocht, werpen je terug in een tijd voor de piramide, een prachtig uitgelichte balkonscène in de Opera, van de hand van René-Xavier Prinet laat je de pracht en praal van de aristocratie zien, de besneeuwde daken van Gustave Caillebotte laten je terugverlangen naar de strenge winters van toen.

Marcel Proust en zijn tennisvrienden (1892) Onbekende fotograaf, Bibliothèque Nationale de France

Opgedoft Parijs

Het zijn evenzovele beelden verbonden met Op zoek naar de verloren tijd. Vooral van Jean Béraud tref je schilderijen aan, bijvoorbeeld van de Boulevard des Capucines, waar de verteller op zoek gaat naar Odette, op wie hij verliefd is; door je oogharen zie je de verteller de dames en heren observeren op de soirées waar tout Paris flink opgedoft naar toe gaat. Henri Gervex neemt je op zijn schilderij mee naar de Le Bal de l’Opera, waar hooggehoede mannen rond een gemaskerde, in het wit geklede dame drommen. Een portret van John Ruskin herinnert eraan hoezeer de Engelse kunsthistoricus de kunstzinnige blik van Proust beïnvloedde.

Proust, zo vertelt dichter en schrijver Jean Cocteau in een video (Portrait Souvenir, uit 1962), leefde ‘in een labyrint van beleefdheden’, hij was extreem gevoelig en alles wat hij meemaakte vergrootte hij in zijn werk magistraal uit. Schrijver-diplomaat Paul Morand getuigt dat spreken met Proust was ‘zoals een berg beklimmen zonder ooit de top te bereiken’. Zijn zinnen regen zich aan elkaar, zaten vol krullen, zijpaden en afsplitsingen. Hij sprak, kortom, zoals hij schreef. Prousts trouwe huishoudster, Celeste Albaret, herinnert zich de dag waarop de schrijver haar met kinderlijk enthousiasme ontving: hij had groot nieuws, hij had het woord ‘Fin’ opgeschreven. Nu kon hij rustig sterven. Wat honderd jaar geleden, op 18 november 1922, gebeurde.

In een van de ruimtes in het hart van de route staat het beroemde koperen bed waarin Proust het leeuwendeel van zijn werk schreef en dat hij naar verluid regelmatig bestrooide met anti-astmapoeder. Op zich maakt dat bed geen verpletterende indruk. Wel spreekt het kleine langwerpige stukje kurk aan de muur tot de verbeelding; het is een deeltje van de plakken kurk waarmee de schrijver zijn hele kamer liet betimmeren, zodat hij niet werd gestoord door lawaai van buiten, of van de buren. In een video vertelt Jean Cocteau dat Prousts bovenburen zich bij hun werklui beklaagden over de trage voortgang van de werkzaamheden in hun appartement waartoe zij opdracht hadden gegeven. Geen wonder – Proust had hen betaald om zo weinig mogelijk te doen.