‘Ik ben altijd een slechte slaper geweest, maar nu slaap ik pas echt slecht’

Het januarigevoel De lockdown heeft voor velen in de kunstsector grote gevolgen. Hoe vergaat het ze? Aflevering 20: Paul Nederveen, beter bekend als DJ St. Paul.

DJ St. Paul
DJ St. Paul Foto Maan Limburg

Deze lockdown is de zwaarste voor DJ St. Paul (Paul Nederveen, 46). Het gebrek aan werk tast zijn identiteit aan. Tegelijk merkt hij dat hij zelfs met gehalveerde inkomsten en een lege agenda nog altijd kiest voor zijn grote liefde: de muziek.

Hoe gaat het met je?

„Ik kan niet ontkennen dat dit de zwaarste periode tot nu toe is. Ik heb ooit psychologie gestudeerd, wat ik niet afmaakte omdat ik ging dj’en, en toen leerde ik over aangeleerde hulpeloosheid. Dat zie ik nu gebeuren: het is ons afgeleerd om hoop te hebben en aangeleerd om hulpeloos af te wachten. Even was er de hoop dat we verder konden en die is weer weggenomen, zonder perspectief. Dat is de zwaarste klap die je kunt krijgen. Zelfs voor de aankomende festivalzomer houdt iedereen het bange hart vast.”

Welke problemen ervaar je?

„De sector zelf is de energie om te blijven plannen kwijt. Podia, clubs, festivals, ze zijn het zat om weer te vervroegen, je naar nieuwe maatregelen te voegen, online te gaan. Veel plekken zeggen: we wachten even. Dat is heel logisch, maar voor mij als maker is dat killing. Ik probeer de motivatie nu helemaal uit mezelf te halen.”

Wat zijn de lichtpuntjes?

„Met TivoliVredenburg heb ik online popquizzen gedaan waar honderden teams aan meededen. Dat sloten we in september groots af, als afscheid van de lockdowns. Dat allemaal weer opstarten, daar is geen fut meer voor. Ik heb het geluk dat ik altijd intensief heb samengewerkt met TivoliVredenburg, ook in deze tijd een trouwe opdrachtgever. We ontwikkelen nu een idee voor popcolleges, iets waar ik altijd al over fantaseerde. De popgeschiedenis wordt vaak zo levenloos verteld, ik wil daar een eigen invulling aan geven.”

Wat is nu je grootste zorg?

„Nou, ik kom net terug van Eef, mijn therapeute. Mijn werk is ook deels mijn identiteit en ik worstel ermee dat het weg is. Sinds mijn achttiende heb ik nooit iets anders gedaan. Het is wat ik goed kan, de taal die ik spreek, de mensen die ik ontmoet. Ik ben altijd een slechte slaper geweest en iedereen zei dan altijd ‘ja, logisch met zo’n slecht ritme’. Van donderdag tot en met zaterdag leefde ik in de nacht op een manische high, en de rest van de week herstelde ik. Maar het wás tenminste een ritme. Nu slaap ik pas echt slecht. Tegelijk is het een mooie bevestiging om te merken hoeveel ik van muziek en dj’en hou. Ondanks dat ik de helft verdien en constant moet improviseren, kies ik toch voor dit werk.”

Wat heb je nodig om van 2022 een beter jaar te maken dan 2021?

„Kijk, daar zie je de aangeleerde hulpeloosheid. Dat weet ik niet direct. Ja, iemand die garandeert dat de festivalzomer doorgaat. Of een regering met empathie voor de cultuursector. We hadden eigenlijk een mooi sociaal contract: mensen werkten om geld te hebben zodat ze in hun vrije tijd mooie dingen konden meemaken op festivals, in musea, theaters, clubs. En wij maakten dat. Maar de cultuursector wordt in de politiek nog steeds als luxedingetje gezien dat als eerste weg kan.”