Opinie

Het virus ‘laten uitrazen’ is een slecht idee

Corona De pandemie is nog niet voorbij. ‘Leren leven met het virus’ betekent niet nog meer lockdowns, maar preventie eindelijk serieus nemen. Dat vraagt vooral in Nederland om een cultuuromslag, waarschuwt .
Illustraties Mikko

Eindelijk heerst er optimisme. De vaccins en de ‘mildere’ Omikronvariant lijken het tij te keren. Sommige experts denken zelfs dat dit het begin van het einde is van de pandemie. Omikron zou een ‘natuurlijk vaccin’ kunnen zijn, de manier waarop de natuur zich aanpast, zodat wij met het virus samen kunnen leven.

Helaas lijkt dat meer gebaseerd op hoop dan op harde wetenschap. En mocht Omikron daadwerkelijk milder zijn, dan zou het ook een toevallig kopieerfoutje in ons voordeel kunnen zijn. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het zeer onwaarschijnlijk dat de pandemie snel ten einde zal zijn. Maar de waarschuwingen zijn aan dovemansoren gericht; we grijpen ieder positief nieuws aan om aan de pandemie te ontsnappen.

Een virus is niet waarneembaar met het blote oog en hoeveel schade het ook aanricht, de meeste mensen worden niet direct geconfronteerd met de afschuwelijke gezondheidsgevolgen. Omdat in Nederland epidemieën van deze omvang al lang niet meer voorkomen, is er geen vergelijkingsmateriaal. Behalve de griep. Daar vallen we dan ook steeds weer op terug – en dat zet ons op achterstand.

Ieder land heeft eigen culturele opvattingen over ziekte. Nederlanders gaan niet ‘om het minste geringste’ naar de dokter. In vergelijking met andere landen zijn onze medici terughoudend met behandelen. Expats merken op dat Nederlanders alles denken te kunnen oplossen met een ‘paracetamolletje’. We ‘kijken het even aan’, ‘zieken uit’, ‘leren ermee leven’ of ‘bouwen weerstand op’. We gaan pas naar de dokter als we écht ziek zijn; in preventie investeren we nauwelijks.

Gezondheid beschouwen we vooral als een gevoel. Voel je je gezond, dan bén je gezond. Doorlopen met klachten is in dit licht altijd een deugd geweest. We vonden thuisblijven niet zo snel nodig. Infectieziekten zoals de griep vormen in het dagelijks leven een min of meer individueel gezondheidsprobleem. We zijn er niet aan gewend dat een virus het dagelijks samenleven kan verstoren.

Het ziektebeeld van Covid-19 lijkt voor veel mensen op een verkoudheid of een griepje – en dat laten we ook nooit vaststellen met een test. We dragen bij griep geen mondneusmasker en gaan gewoon op de koffie, ook al kan griep onder ‘kwetsbaren’ tot complicaties leiden. Zo bezien voelen de huidige coronamaatregelen al snel ‘overdreven’. Niet alleen voor ons, maar ook voor onze wetenschappers en onze beleidsmakers.

Neem het mondkapje. Bijna de hele wereld droeg het, wij peinsden er niet eens over. En toen het eenmaal toch ingevoerd was, grepen we de eerste kans aan om het weer af te schaffen. In de meeste landen bleef het een goede gewoonte om de mondkapjes overal te dragen, ongeacht of het een gedragsmaatregel is of besmetting tegenhoudt. Bij ons niet. Nu ze ook bij ons op meer plekken op moeten, beginnen we de discussie van voren af aan.

Geloof in het onvermijdelijke

Misschien is het dan ook wel begrijpelijk dat hier steeds vaker de roep klinkt te accepteren dat mensen ‘ergens aan dood moeten gaan’. Dat doen we met de griep immers ook. Toch is het ook alsof we eeuwen worden teruggeworpen in de tijd, toen men nog dacht dat ziekten een straf van God waren en mensen hun lot gelaten aanvaardden. Of nóg verder terug in de tijd, toen men geloofde in het onvermijdelijke en de weerloosheid tegen de natuur.

Maar de geschiedenis laat zien dat de mens de macht heeft om het verloop van een pandemie te beïnvloeden. Als men nooit tegen infectieziekten gestreden had, waren er nooit vaccins ontwikkeld, waren er geen hygiënische middelen geweest en hadden we wellicht ook geen riolering gehad. Als ‘het lot’ het in vroeger tijden ook van de wil om te overleven had gewonnen, was de sterfte hier nog altijd immens hoog geweest, de levensverwachting laag en waren er nog veel infectieziekten in omloop geweest.

Strijd en inventiviteit zijn nodig. We kunnen niet jarenlang met al te veel beperkende maatregelen leven, maar ook niet met massale ziekte en sterfte. Corona rond laten gaan klinkt in theorie beter dan het in de praktijk uitpakt. Gaat er veel virus rond, dan zullen veel mensen tegelijk ziek worden of sterven. Dan komt er een moment dat de samenleving stagneert door het virus zelf, niet door maatregelen.

Langdurig corona in de wereld betekent: veiligheidsrisico’s als hele politiekorpsen ziek thuiszitten, noodsituaties in ziekenhuizen als veel besmette zorgmedewerkers zich tegelijkertijd moeten isoleren, nieuwe varianten, veel langdurig zieken, wereldwijde economische problemen als productieprocessen stil komen te liggen en voedselproblemen als de distributie van levensmiddelen stagneert of oogsten niet verwerkt kunnen worden. Als corona vrij mag circuleren, leidt dat tot chaos.

Na bijna twee jaar pandemie zouden we geleerd moeten hebben dat het ziektebeeld voor sommigen misschien lijkt op de griep, maar dat de impact ervan in geen enkel opzicht gelijk te stellen is.

Het kabinet lijkt die les helaas niet te hebben geleerd. De langetermijnvisie waar het aan werkt heet, hoe Nederlands, het ‘griep plus pakket’. Samen met ‘creatieve geesten’ zetten topambtenaren de lijnen van het samenleven voor ons uit, meldde De Telegraaf onlangs. Het belangrijkste uitgangspunt: corona wordt iets van de herfst en de winter. In de zomer kan er veel meer, zo is de gedachte. De grote schoolvakantie kan naar de winter, veel activiteiten en evenementen kunnen naar de zomer. Ziekenhuizen en scholen moeten zich aanpassen, evenals ondernemers die hun bedrijfsplannen moeten aanpassen, zodat ze in de zomer volop kunnen draaien om in de winter tegenvallers op te kunnen vangen en creatieve oplossingen te bedenken.

Bij de opening van de Olympische Spelen van 2021 (Tokio) zei Tedros Adhanom Ghebreyesus, de directeur-generaal van de WHO: wie denkt dat de pandemie voorbij is omdat het binnen de eigen grenzen beter gaat, leeft in een „dwazenparadijs”. Afgelopen Nieuwjaarsdag herhaalde hij: „Geen enkel land is uit de problemen. Bekrompen nationalisme en het hamsteren van vaccins hebben de perfecte omstandigheden gecreëerd voor het ontstaan van varianten die we kunnen voorkomen noch voorspellen. Het toedienen van booster, na booster, na booster aan mensen in rijke landen, zal de pandemie niet beëindigen.”

Hedonistische zomers

Kijken we naar de plannen van het Nederlandse kabinet, dan zien we dat beeld van een dwazenparadijs op akelige manier tot leven komen. Het moeten hedonistische zomers worden, waarin we ons van school en werk naar kroeg, restaurant, theatervoorstellingen, bioscoop, familiereünies, carnaval, kermis en massa-evenementen torsen. Het coronavirus mag overal mee naartoe, omdat men bedacht heeft dat het ons alleen nog in de winter problemen gaat geven. Is dat werkelijk een realistisch scenario?

Een ‘seizoenspakket’ is onhaalbaar. Niet alleen vanwege het virus; niemand weet immers of corona daadwerkelijk een seizoensvirus zal worden, maar vooral omdat we niet alleen in de zomer kunnen voldoen aan onze sociale behoeften. Sociale behoeften hebben we altijd.

Hoe langer de pandemie duurt, hoe laconieker we zullen worden. We zullen manieren vinden om samen te komen; ouderen die hun einde zien naderen bijvoorbeeld, zullen meer risico’s nemen en geen tijd met dierbaren meer willen missen. Sociale isolatie zal voor iedereen zwaarder gaan wegen. Mensen die zich al sinds het begin van de pandemie isoleren zullen het niet meer volhouden. All work, no play maakt de jeugd opstandig. We verzorgen de zieken, nemen afscheid van de stervenden, begraven de doden. We trouwen, vieren, zoeken elkaars nabijheid. We vinden manieren om in ons levensonderhoud te voorzien, ook al lopen we daarmee een besmettingsrisico. Mensen zullen steeds meer ruimte voor zichzelf opeisen. Het is onderdeel van onze menselijkheid. Als we dat menselijk gedrag afzetten tegen het ‘griep plus’-scenario van het kabinet, worden het hele korte zomers en lange, lange winters.

Bijna de hele wereld droeg het mondkapje, wij peinsden er niet eens over

Dat corona voorlopig niet weggaat, betekent niet dat het altijd in deze mate aanwezig blijft en altijd deze schade blijft toebrengen. Óf het virus verandert en richt minder schade aan, óf we zorgen ervoor dat het niet zoveel schade meer kan aanrichten. We hebben alle middelen al in handen – behalve een vaccin dat ook de verspreiding stopt.

Maar dat laatste kunnen we ook zonder vaccin. De vraag die ons voorligt: willen we leven in een dwazenparadijs, blijven we wachten op wat het virus voor ons in petto heeft, of binden we toch de strijd aan?

We kunnen niet alleen in de zomer sociaal zijn. We kunnen niet nog jarenlang met massale ziekte en sterfte leven, maar ook niet met lockdowns. Steun aan ondernemers kan niet eeuwig door blijven gaan, op den duur schaadt dat de economie. Het wordt dan ook steeds moeilijker sectoren op slot te gooien.

Lees ook: Deze lockdowns zijn niet meer te rechtvaardigen

Vliegen zonder vangnet

Dit jaar wordt het vliegen zonder vangnet. Het jaar waarin de klappen gaan vallen en we de echte pijn van de pandemie zullen gaan voelen. We kunnen niet meer ondoordacht met het virus omgaan. Het heeft harde en serieuze consequenties. Een ondernemer heeft niets aan een open samenleving, als niemand naar zijn restaurant komt vanwege ziekte of uit angst om besmet te raken. Zolang het virus rondgaat veroorzaakt het problemen. Bovendien ontstaan er nieuwe varianten. Zo blijven we bezig.

Wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen brachten naast vaccins ook andere middelen voort zoals FFP2-maskers, ventilatiesystemen, testtechnologie en digitale middelen die we niet alleen kunnen inzetten voor opsporing van besmettelijke personen en hun ondersteuning tijdens quarantaine, maar ook voor scholing en thuiswerken. Voorkomen dat er nieuwe varianten komen, vraagt om wereldwijde solidariteit. Niet alleen door vaccins eerlijk te verdelen, maar door ervoor te zorgen dat al die andere middelen ook overal ter wereld ingezet kunnen worden.

Om de pandemie leefbaar te maken, zal ieder land oplossingen moeten vinden die passen bij de eigen aard. Welke maatregelen grijpen niet zo hard in het leven in, maar hebben wel veel impact op de verspreiding? Mondneusmaskers en goede ventilatie zijn veel minder ingrijpend dan sluiting van sectoren, bijvoorbeeld.

En het maakt veel verschil als mensen weten dat ze besmettelijk zijn. Na een positieve testuitslag begeeft meer dan 90 procent van de Nederlanders zich niet meer onder de mensen. Met gratis zelftesten, testlocaties op steenworp afstand, sabbeltesten en een razendsnelle PCR-uitslag, zouden meer mensen zich laten testen. Mensen die niet thuis kunnen blijven omdat ze anders inkomen mislopen, zouden ondersteund kunnen worden. Arbodiensten, werkgevers en schoolleiders zouden een veel actievere rol kunnen spelen om ervoor te zorgen dat zij hun locaties zoveel mogelijk vrijhouden van corona. Winkelcentra kunnen meer inzetten op het reguleren van drukte door het instellen van een maximum aantal bezoekers en een digitale druktemeter.

De creatieve Nederlandse handelsgeest zal ongetwijfeld veel meer of vele betere oplossingen kunnen voortbrengen, waarbij we de besmettelijkheid zoveel mogelijk uit de samenleving houden. De pandemie eindigt als we elkaar niet meer ziek maken, het is geen raketwetenschap. Het vraagt van ons vooral een radicaal andere mentaliteit.

Corona gaat niet om ons eigen gezondheidsrisico, maar om het verlammende effect ervan op de hele wereld. We zijn niet slechts een onbetekenend onderdeel van de pandemie. Als we besmettelijk onder de mensen gaan, brengen we een hele nieuwe keten op gang. Die snotneus laten testen en een mondneusmasker dragen is niet overdreven. Het voorkomt verspreiding. En verspreiding is ons grootste probleem. Als we dat inzien, zijn we dichterbij een samenleving zonder al te veel corona én zonder al te veel beperkende maatregelen dan we denken. Maar dan moeten we allemaal de consequenties van het doorgeven van een besmettelijke ziekte nu eindelijk serieus gaan nemen.