Opinie

Het houzee van de VVD

Marcel van Roosmalen

VVD-Kamerlid Daniel Koerhuis kennen we vooral van de kreet ‘bouwen bouwen bouwen’, de VVD-oplossing voor de wooncrisis. Over die kreet is vergaderd, want van het ene op het andere moment zag je overal VVD’ers en VVD-sympathisanten ‘bouwen bouwen bouwen’ roepen, vaak ondersteund met een draaiend armgebaar waarmee ze, maar dat is een aanname, een cementmolen nadoen. Dilan Yesilgöz-Zegerius had soms ook een hele mooie ‘bouwen bouwen bouwen’ in huis, lekker snerpend. Ten tijde van het urgente televisieprogramma De Vooravond heb ik daar een collega-NRC-columnist met haar arm nog eens een prachtige cementmolen zien doen. Eentje met heel veel cement erin, wat natuurlijk goed is als je wilt ‘bouwen bouwen bouwen’. Maar, ere wie ere toekomt, het is klein bier vergeleken met Daniel Koerhuis. Hij heeft er met zijn onbeholpen enthousiasme voor gezorgd dat ‘bouwen bouwen bouwen’ het ‘Hou-Zee’ van de VVD werd.

Ondertussen werd er met de VVD in de regering nog steeds te weinig gebouwd.

Nieuw kabinet, nieuwe kansen.

Stiekem hoop je dan dat ze zo’n Daniel Koerhuis belonen met een ‘staatssecretariaat van vaccinaties en lockdowns’, zodat we als land nog wat aan zijn holle retoriek hebben. Ik had hem graag in alle talkshows ‘prikken prikken prikken’ of ‘open open open’ horen roepen.

Gemiste kans, het mocht niet zo zijn.

Daniel Koerhuis op Twitter: „De afgelopen vier jaar heb ik mij mogen inzetten om woningen te bouwen. De komende jaren mag ik mij inzetten voor alles wat rijdt, vliegt en vaart.” Ja dan heeft het geen zin meer om de hele dag ‘bouwen bouwen bouwen’ te roepen. Hij nam afscheid van ‘bouwen en wonen’ met een stukje maatschappelijke betrokkenheid. Hij twitterde: „Wat erg. Syriërs veroorzaken al twee jaar woonoverlast in corporatieflat in Alkmaar.

Jarenlang iedere aanzet tot een discussie doodslaan met ‘bouwen bouwen bouwen’ en dan in je laatste week vanuit de gulp met je kanon op een vlieg schieten.

De eerste foto’s van hem naast een snelweg zijn al gelekt, de nieuwe leus is: ‘rijden rijden rijden’. Waarom poseert hij met opgestoken duim naast een snelweg, het gaat toch kut? O nee, hij steekt zijn duim omhoog omdat het even doorrijdt.

Er is inmiddels bewegend beeld. Als hij ‘rijden rijden rijden’ zegt maakt hij hetzelfde stevig bedoelde gebaar met zijn arm als bij ‘bouwen bouwen bouwen’. Vraag die opkomt: zou hij ook ‘rijden rijden rijden’ tegen boten en vliegtuigen zeggen?

De herhaling van woorden en gebaartjes reizen met hem mee van functie naar functie, trots toont hij ons zijn veren. Daniel Koerhuis is in een woord samen te vatten. Met alle plezier roep ik het drie keer in zijn gezicht, het armgebaar kan blijven.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.