Reportage

Voor oudste gebouw Almere dreigt sloop: „Flevoland is niet geïnteresseerd in het verleden.”

Cultureel erfgoed Flevoland Houten kantine annex bezoekerscentrum ‘De Trekvogel’ (1964) is het oudste gebouw van Almere. Plan van eigenaar Flevo-landschap is sloop, een lot dat meer erfgoed in de polder trof. „Men doet maar wat.”

‘De Trekvogel' (1964), oudste gebouw van Almere, dreigt te verdwijnen.
‘De Trekvogel' (1964), oudste gebouw van Almere, dreigt te verdwijnen. Jennifer Knuchel

In een baaierd van puin en achter hoge hekken wacht gebouw De Beurs aan de Wisselweg in Almere op haar definitieve einde. Grote grijpers verplaatsen brokstukken, de benedenverdieping is op de staanders na al verdwenen, mistflarden omlijsten het verdriet. De Beurs is een mooi voorbeeld van het brutalisme, een architectonische stroming die in de jaren vijftig begon met Le Corbusier. En het is het oudste kantoorgebouw van Almere-Stad, uit 1980.

Achter de confrontatie tussen het kansloze bouwwerk en de slopers schuilt een groter conflict: tussen degenen die het erfgoed van de Flevopolders willen beschermen en de krachten die overal gelikte nieuwbouw willen zien. Christian Pfeiffer van het hoofbureau van Erfgoedvereniging Heemschut zegt dat ze nu nergens in Nederland zoveel te redden hebben als in Almere.

De Beurs werd in 2017 gekocht door projectontwikkelaar Van der Valk Investments. Daarop zei wethouder Tjeerd Herrema mee te willen werken aan ombouw naar woningen als de karakteristieke uitstraling van het gebouw bewaard bleef. Sloop was geen optie. Maar er kwam een ander college en Van der Valk voerde de druk op.

De Commissie Welstand en Erfgoed schreef in april 2021: „Herbestemming van het Beursgebouw zou aan de transformatie van het stationsgebied een historische gelaagdheid meegeven die elke volwassen stad kenmerkt. Het houdt bovendien de lange lijn van pioniersstad, en plaats waar het architectonisch experiment de ruimte krijgt, zichtbaar.”

De gemeente liet een cultuurhistorische waardestelling uitvoeren, honderden burgers tekenden een petitie, er kwamen herdenkings T-shirts, Heemschut vroeg om er een gemeentelijk monument van te maken. En uiteindelijk besliste Van der Valk. Het was volgens hen een ‘incourant’ gebouw. In juni dreigde Bas van den Nieuwenhuizen van Van der Valk mede namens andere projectontwikkelaars „dat als de gemeenteraad de sloop van De Beurs verbiedt ook alle andere ontwikkelplannen de prullenbak in gaan”, schreef Omroep Flevoland. De VVD wou „niet verzanden in een sentimentele discussie over erfgoed”. D66 wilde „voorkomen dat de ontwikkelaar wegloopt”.

Volgens Ben te Raa van Heemschut Flevoland „is het college gezwicht voor de projectontwikkelaar”.

Eerste gebouw van Almere

Nu richt de strijd om het behoud van oud Almere zich op het allereerste gebouw, op het werkeiland waarmee Zuidelijk Flevoland begon, geopend op 22 april 1964 als kantine voor arbeiders annex een pension voor ambtenaren en een beheerderswoning. Het is T-vormig, van hout, één verdieping laag, 650 vierkante meter groot en het is in bedroevende staat. Verf bladdert her en der, kozijndelen zijn verrot, hier en daar komt isolatiemateriaal naar buiten. Sinds dertig jaar is het eigendom van Flevo-landschap, half als werkruimte, half als bezoekerscentrum, en heet het De Trekvogel.

Ben te Raa van Heemschut Flevoland.

Foto Jennifer Knuchel

„Ik kom hier al decennia langs”, zegt Te Raa terwijl we een ronde maken langs de schilferende buitenwand, „maar ik heb nooit gezien dat er iets werd gedaan aan onderhoud. Van iemand die dicht bij de organisatie zit weet ik dat verwaarlozing bewust beleid is geweest om makkelijker een sloopvergunning te krijgen. Dit soort gedrag verwacht je van een projectontwikkelaar, niet van Flevo-landschap dat op zou moeten komen voor het zwakke in natuur en erfgoed.”

Op 20 mei kwam Flevo-landschap directeur Ben Huisman met een aankondiging en zei onder meer: „De afgelopen jaren hebben we intensief nagedacht over de toekomst van De Trekvogel”. Resultaat van het denkproces: sloop. Op 21 juni vroeg Heemschut monumentstatus aan en schreef aan B&W: „Flevo-landschap heeft nooit iets gedaan aan het onderhoud van het gebouw, om zo een fait accompli te creëren.” En op 21 oktober schreef B&W aan Heemschut de monumentstatus te weigeren. De Monumentencommissie kijkt er nog naar, maar Heemschut verwacht daar weinig van.

Lichtpunt: de gemeente overweegt wel om van het hele werkeiland van acht hectare een ‘beschermd stadsgezicht’ te maken, inclusief een gemaal, een sluis, de eerste bomen in de polder, atoomvrije kelders en 14 dienstwoningen die in 1992 op hun oude fundamenten werden herbouwd. Flevo-landschap, Heemschut en andere betrokkenen moeten nu samen die optie onderzoeken. Maar beschermd stadgezicht betekent niet dat De Trekvogel blijft staan.

Een verzoek om ook binnen te kijken wilde Flevo-landschap „niet faciliteren”; ze wilden de procedure rond de status “graag zuiver” houden. Later mailden ze dat het had gekund als ik alleen was gekomen. Twee verzoeken om toelichting te geven leidden tot een schriftelijke verklaring waarin onder meer staat dat „De Trekvogel verbouwen onmogelijk is vanwege de bouwkundige en technische staat. Alle fundamenteel noodzakelijke ingrepen komen neer op sloop.”

Is dat echt zo? Roelof Balk, als adviseur betrokken bij veel ruimtelijke projecten, ook in Almere, schreef op LinkedIn: „Ja, er zit misschien asbest in, want dat gebruikten ze nou eenmaal in die tijd. Dus inderdaad: dat vergt een speciale behandeling en bepaalde materialen zul je moeten vervangen. En ja, het is verouderd, maar wat dacht je dan! Dat het zich vanzelf zou vernieuwen? Dit is alsof je De Stelling van Amsterdam gaat afbreken omdat het nauwelijks meer te verwarmen is en zijn militaire functie heeft verloren. Zoiets doe je niet.”

Isabel van Lent, cultuurhistoricus en auteur van een waardestelling van De Trekvogel (en van De Beurs) loopt ook mee en wijst: „Kijk, daar zie je nog de oorspronkelijke verticale latten, zo was vroeger de hele buitenkant.” Elders zijn daar in de jaren tachtig hardboard platen op geschroefd. Van Lent: „De cultuurhistorische betekenis is hier het meest relevant. De verhalen. De gebruiksgeschiedenis. De rol die het gebouw heeft gehad op het werkeiland.”

Cultuurhistoricus Isabel van Lent Foto Jennifer Knuchel

Nieuw bezoekerscentrum

Een meevaller is het interieur. In haar waardestelling schreef van Lent: „Van binnen maakt het gebouw een totaal andere indruk dan buiten. De betimmerde

wandbekleding is nog grotendeels intact en staat goed in de verf. Hier is het gebouw ook overduidelijk in een verzorgde staat gehouden.”

Technisch is herstel geen probleem. Het zal wat kosten maar dat geldt ook voor de „modulaire nieuwbouw met natuurlijke uitstraling” die Flevo-landschap wil voor een nieuw bezoekerscentrum op dezelfde plek. Balk: „Met de renovatietechnieken van nu zijn de karakteristieken van dit pandje te behouden en in volle glorie terug te brengen. Verbind er een ontwerpwedstrijd aan voor creatieve jonge architecten.”

Te Raa en Van Lent zijn het eens dat het geen architectonisch wonder is. De kracht ligt in het ontbreken van pretentie, de eenvoud, de functionaliteit, het tijdsbeeld. Van Lent: „Het was prefab, het werd over water aangevoerd en hier in elkaar geschroefd. Nu is het een tijdcapsule.” Te Raa: „Het is onontdekte historie, Almere is hier begonnen. De Trekvogel biedt een wereld aan onbenutte mogelijkheden voor een bezoekerscentrum.” Van Lent: „Dit was het sociale ontmoetingspunt voor de dijkwerkers. De enige telefoon van het eiland was hier. En er waren optredens van acteurs die met een bootje kwamen, het podium zit er nog. Flevo-landschap heeft de mogelijkheid om juist in De Trekvogel het verhaal over de polder te vertellen, niet alleen over de natuur.”

In Flevopolder is slopen de trend

We lopen langs de kamers van het ambtenarenpension. De gordijnen zijn dicht maar Van Lent weet dat er haast niets is veranderd. Het Gispen meubilair staat er nog, inclusief de buro’s waaraan ingenieurs van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders werkten.

Uitzoomend naar erfgoedbehoud in de Flevopolders signaleert Te Raa een bizarre trend: slopen, vervolgens spijt krijgen en dan een replica bouwen. Het overkwam de kantine uit 1950 op het werkeiland bij Lelystad, gesloopt in 2010. De pioniersbarak waarmee Dronten in 1960 begon sneuvelde in 2012 en wordt binnenkort exact nagebouwd. Er komt zelfs een gedeeltelijke replica van De Beurs.

Volgens Pfeiffer van Heemschut komt het door een langzaam dagend historisch bewustzijn dat wezensvreemd was bij bewoners van nieuw land waar lange tijd alleen de toekomst telde. „Almere heeft sinds kort – en dat was een heel ding – één gemeentelijk monument: het eerste politiebureau, van Rem Koolhaas.”

Te Raa: „In heel Flevoland is het probleem: er komt iets nieuws en men is niet geïnteresseerd in het verleden, in de redenen waarom ergens iets staat. Men doet maar wat. Dat zou ook met De Trekvogel kunnen gebeuren.”