Vogelgriep waart altijd rond. Waarom houden virologen nu dan hun hart vast?

Infectieziekte Overal ter wereld zijn uitbraken van vogelgriep. Wat is het risico? „Virologen houden hun hart vast.”

Dode kraanvogels worden geruimd in Israël.
Dode kraanvogels worden geruimd in Israël. Foto Abir Sultan/EPA

Het wervelt rond in Azië, Europa en Afrika, het smeult en verspreidt zich stiekem, het snijdt bochten af, maakt grote sprongen en laait soms torenhoog op. Als een vuur, maar meer nog als de koude adem van een veelkoppig monster: vogelgriep. Het virus is er altijd, en ook altijd geweest, in ongevaarlijke varianten in wilde vogels en pluimvee. Maar soms ontstaat er in dicht opeen gehouden pluimvee een gevaarlijke variant. Van oudsher is die zo dodelijk voor vogels dat trekvogels er niet ver mee komen. Maar sinds twee decennia gaan er gevaarlijke varianten de wereld over, meeliftend met trekvogels, neerdalend in pluimvee, altijd in staat om door te smeulen, verder te veranderen – en voor mensen een risico te vormen.

Alleen al in de afgelopen vier maanden waren wereldwijd honderden uitbraken, op bedrijven en in de natuur. In Friesland en Overijssel werden in de afgelopen tien dagen honderdduizenden kippen geruimd na vastgestelde besmettingen. In december stierven honderden kanoetstrandlopers op Schiermonnikoog, duizenden brandganzen in Schotland en ruim achtduizend kraanvogels in Israël. En: wereldwijd loopt het aantal menselijke besmettingen op, vooral in Azië. Officieel staat de teller op rond de duizend gevallen, voor alle varianten samen, maar de kans is groot dat veel besmettingen onopgemerkt blijven.

„Tot nu toe zijn er nog geen varianten ontstaan die gemakkelijk van mens op mens overdraagbaar zijn”, zegt Ron Fouchier, hoogleraar moleculaire virologie aan het Erasmus MC en wereldautoriteit op het gebied van vogelgriep. „Maar we weten dat daar maar vijf mutaties voor nodig zijn. Sommige daarvan zien we nu al bij zoogdieren die zijn besmet.”

Het risico op het ontstaan van een pandemisch virus is er altijd. Het is nu niet groter dan tien, twintig jaar geleden, stelt Fouchier. „Maar nu, sinds corona, zijn we ons veel meer bewust van de gevaren van virusziekten die we delen met dieren. En terecht.”

Patroon van besmettingen

Theoretisch mag het risico dan nu net zo groot zijn als in vorige decennia – feit is dat het patroon van menselijke besmettingen verandert. De problemen begonnen in 1997 in Azië met de eerste menselijke besmettingen met een variant met de aanduiding H5N1. Sindsdien werden daarmee 883 mensen besmet, vooral in Egypte, Indonesië, Vietnam, Cambodja en China. Van hen overleden er 473. Maar terwijl de aantallen tot 2019 vrij constant waren, daalde het aantal besmettingen in de afgelopen twee jaar vrijwel tot nul.

„Dat is onder meer dankzij pluimveevaccinatie in Afrika en Azië”, zegt Fouchier. „Maar sinds een paar jaar zien we een toename van andere varianten, zoals H5N8 en H5N6. Die eerste heeft nog maar weinig mensen besmet, maar H5N6 is nu een reden tot zorg.” Sinds 2014 raakten in Azië 58 mensen besmet met een H5N6-variant, vooral in China. De helft overleed. Meer dan de helft van al die besmettingen was in het afgelopen jaar.

„Waarom opeens die versnelling plaatsvindt, is nog niet duidelijk”, zegt Fouchier. „Wel weten we dat het steeds gaat om nieuwe besmettingen vanuit pluimvee – niet om besmettingen van mens op mens.”

Vogelgriepvirussen vermenigvuldigen zich bij vogels vooral in de darm. Daar dringen ze darmcellen binnen via een receptor: een onderdeel van de celmembraan. Vervolgens produceren de darmcellen nieuwe virusdeeltjes, die zich verspreiden via de uitwerpselen. „Maar die receptor in de vogeldarmcellen lijkt erg op een receptor in menselijke longcellen”, vertelt Fouchier. „Het virus kan daardoor relatief gemakkelijk menselijke longcellen besmetten en zo ernstige longontsteking veroorzaken. Dat is over het algemeen waar menselijke slachtoffers aan overlijden.”

In een vogeldarm

Om vervolgens naar andere mensen te kunnen overspringen, zijn drie veranderingen nodig, vervolgt de hoogleraar. Het virus moet zich in hoge concentraties kunnen vermenigvuldigen in onze bovenste luchtwegen, en bij veel lagere temperaturen dan de 42 graden in een vogeldarm. Het virus moet stabiel blijven in aerosolen: minuscule druppeltjes die vrijkomen bij hoesten, niezen, praten. En bij de volgende persoon moet het virus gemakkelijk aanslaan in de bovenste luchtwegen.

„Er zijn maar vijf genetische veranderingen nodig om die eigenschappen te verkrijgen”, zegt Fouchier. In 2012 haalde hij er het wereldnieuws mee. „Sindsdien is dit principe waar gebleken bij alle pandemieën in het verleden die hun oorsprong hadden in vogels.” Bijvoorbeeld de Aziatische Griep van 1957, die wereldwijd 1 tot 4 miljoen mensen het leven kostte, en de Hongkonggriep van 1968 met een vergelijkbaar aantal doden. „Deze virussen waren niet dodelijker dan Covid-19”, merkt Fouchier terloops op, „en ze waren niet gevaarlijk voor pluimvee. Maar ze waren voor ons wél heel gevaarlijk, en zeer besmettelijk.”

In het Israëlische natuurgebied Hula Valley worden dode kraanvogels geruimd. Het gebied is afgesloten om verspreiding van vogelgriep te voorkomen.

Foto Ronen Zvulun/Reuters

Dat kwam doordat het mengvormen waren tussen vogel- en mensengriepstammen. „We vermoeden sterk dat dat ook geldt voor de Spaanse griep van 1918”, zegt Fouchier. „Maar dat kunnen we niet onomstotelijk vaststellen.” Er is virus geïsoleerd uit lichamen van mensen die in 1918 zijn overleden, en dat vertoont grote overeenkomsten met vogelgriepvirussen. „Maar de oorsprong met zekerheid vaststellen kan pas als je het virus verder terug kunt traceren. Dan moet je beschikken over oudere virusmonsters – en die zijn er niet.”

In 2014 was er een uitbraak van een virus onder zeehonden in de Waddenzee, waaraan duizenden dieren stierven. „Dat ging om een vogelgriep”, zegt Fouchier, „met vier van de vijf veranderingen die het virus nodig heeft om door de lucht overdraagbaar te worden tussen zoogdieren. Bij vogelgriep bij vossen is één ervan aangetroffen. En we zien soms één zo’n verandering bij besmette mensen in China.”

Mengvormen in varkens

Hoe groot het risico is dat een virusstam alle vijf de veranderingen ondergaat, en zo pandemisch kan worden, durft Fouchier niet te zeggen. „Maar bij iedere zoogdierinfectie kunnen door natuurlijke selectie veranderingen ontstaan.” In varkens ontstaan soms nog weer nieuwe mengvormen. Dat was waarschijnlijk het geval met de Mexicaanse griep van 2009: die bevatte elementen van vogel-, varkens- en mensengriep.

Een tussen mensen overdraagbare variant hoeft overigens niet per se gevaarlijk te zijn. Fouchier: „Maar in de praktijk zien we toch dat dit wel vaak zo is – deels omdat we er nog geen immuniteit tegen hebben.” En hij herhaalt dat er – met name in Azië – weinig zicht is op de schaal van het probleem. „In China is dat weleens onderzocht”, zegt hij. „Dan blijkt uit bloedtests dat het aantal mensen met vogelgriep vele malen hoger ligt dan het aantal officiële meldingen. De vraag is alleen: hoeveel hoger? De schattingen van de onderrapportage lopen een factor dertig uiteen.”

En ook bij ons zou zomaar een nieuwe variant kunnen ontstaan. Dat gebeurde in 2003, bij de uitbraak waarbij een Nederlandse dierenarts overleed. De kans daarop is relatief groot, omdat wij de grootste pluimveedichtheden ter wereld hebben. „Dat is iets waar we dus heel kritisch naar moeten kijken”, zegt Fouchier. „En naar het vaccineren van dat pluimvee. Dat doen we in Europa nu niet, vanwege exportafspraken. Maar virologen houden hun hart vast. Als het virus terechtkomt in pluimvee in de Gelderse Vallei, of rond Venlo, dan is het moeilijk te stoppen.”