Zo ziet België de toekomst van zijn vervallen gevangenissen

Zinvolle detentie Al jaren wordt België op de vingers getikt vanwege zijn gevangenissen. Nu ligt er een uitgebreid plan voor verbeteringen. Wie minder dan drie jaar cel krijgt, belandt straks in een ‘detentiehuis’.

De melk van de koeien die de gedetineerden in het Penitentiair Landbouwcentrum in het West-Vlaamse Ruiselede verzorgen, gaat naar Campina.
De melk van de koeien die de gedetineerden in het Penitentiair Landbouwcentrum in het West-Vlaamse Ruiselede verzorgen, gaat naar Campina. Foto Nick Somers

Een stal met koeien, gezamenlijke tv-kamers, een fitnessruimte met een dartbord, én de beschikking over een bos sleutels. Het is niet direct hoe de meeste mensen zich een gevangenis zullen voorstellen – en al zeker niet in België. Toch is het Penitentiair Landbouwcentrum (PLC) in Ruiselede er wel degelijk een.

58 gedetineerden telt de instelling op het West-Vlaamse platteland. „Zware mannen”, noemt directeur Petra Colpaert ze tijdens een rondleiding op een mistige zaterdagochtend, „die de meeste hulp nodig hebben”: mannen veroordeeld voor zedenfeiten, mannen die al zo lang hebben vastgezeten dat ze de voeling met de samenleving kwijt zijn, en ‘draaideurcriminelen’ met verslavingsproblematiek. De gemene deler: over maximaal twee jaar moeten ze vrijkomen.

Ondanks het profiel van de gedetineerden zijn er in het PLC nauwelijks hekken, en waar ze wel zijn, staan ze regelmatig open. De nadruk ligt op de eigen verantwoordelijkheid. Op „zinvolle detentie”, aldus Colpaert: persoonlijke begeleiding, therapie en een concrete voorbereiding op het leven na de gevangenis.

Het centrum bestaat sinds 1991 in zijn huidige vorm. Al die tijd had Ruiselede het enige detentiecentrum met dit model in België. Maar binnenkort moet de toekomst van het veel bekritiseerde Belgische gevangenissysteem hierop gaan lijken.

Overvolle gevangenissen

Lees ook: Belgische cellen: ongedierte, lekkende wc’s en slapen op een matje

De gevangenissen in België kennen al jaren grote problemen. Ze zitten overvol en zijn vervallen. Het resultaat: te veel gevangenen in te krappe cellen, schimmel op de muren, en zelfs ratten in de cel. Psychologische hulp is lang niet altijd beschikbaar. Ook niet voor gedetineerden met een geestesstoornis, die, eveneens door plaatsgebrek, regelmatig in een gewone gevangenis belanden. Tot overmaat van ramp staken de cipiers vaak, vanwege structurele personeelstekorten. Het zorgde er al voor dat gevangenen dagenlang niet konden douchen en in een bloedhete cel met open toilet zaten.

„Onmenselijk” en „vernederend”, oordeelde antifoltercomité CPT van de Raad van Europa in een rapport. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tikte België meermaals op de vingers. Nederland weigerde enige tijd gedetineerden naar België over te brengen.

Al jaren verandert er weinig. Voor twaalfhonderd gedetineerden in de Belgische gevangenissen is nog altijd eigenlijk geen plaats, en deze maand staakten cipiers opnieuw. In de gevangenis van Vorst zouden zeventig gedetineerden gebruikmaken van één toilet omdat alle leidingen verstopt zijn. In Sint-Gillis zit een hele vleugel volgens getuigenissen in Belgische media zonder douches.

Ik heb meer bereikt in anderhalf jaar hier, dan in alle jaren erbuiten

Bjorn Gedetineerde in Ruiselede

2022 zal niet het jaar worden waarin al die problemen worden opgelost. Maar decennia nadat de eerste klachten in de jaren tachtig opdoken, lijkt er wel verandering in aantocht. Het uitgetrokken budget is dit jaar bijna 36 miljoen euro hoger dan het vorige, en het ministerie van Justitie heeft een serie vernieuwingen aangekondigd. Een van de belangrijkste bouwstenen: kleinschalige detentie- en transitiehuizen, deels geïnspireerd op de ‘boerderijgevangenis’ in Ruiselede en op voorbeelden in Scandinavië. Onlangs werd bekend dat de eerste deze zomer in het West-Vlaamse Kortrijk opent.

België hoopt straks niet langer het slechtste jongetje van de klas te zijn, maar een voortrekkersrol binnen Europa te kunnen vervullen. Tegen 2050 wil het land bijna al zijn veroordeelden in kleinschalige detentie onderbrengen: 80 procent.

Een nummertje

Bjorn, gedetineerde van het PLC in Ruiselede.

Foto Nick Somers

In de ‘gewone’ gevangenis sta je stil, vertellen gedetineerden Bjorn en Chauncey in het PLC in Ruiselede. Bjorn zit al een paar jaar vast voor onder meer doorrijden na een ongeval. Chauncey voor onder meer diefstal met geweld. Bij beiden lag er een verslaving ten grondslag aan hun daden, zeggen ze. „In de gevangenis kon ik blijven gebruiken”, vertelt Bjorn. Chauncey herkent het probleem: „Ik was een nummertje, begeleiding was er niet. Elke keer dat ik na eerdere arrestaties buitenkwam, begon ik weer waar ik gebleven was.”

In het PLC gaat het anders, zegt directeur Colpaert. „We zetten in op buiten en actief bezig zijn, contact met de dieren en met mensen.” Gedetineerden solliciteren zelf voor een plek. Sporten is onderdeel van het programma, geen privilege. Ze kunnen een opleiding volgen, moeten hele werkdagen maken – op de boerderij, in de keuken, of aan een ander werkproject op het terrein – en worden begeleid in het vinden van een werk- en woonplek na hun detentie. De buitenwereld en het centrum zijn niet volledig gescheiden. Zo wordt regelmatig een lezing georganiseerd, waar alle geïnteresseerden welkom zijn.

De gedetineerden melken de koeien (de melk gaat naar Campina ) en als er ’s nachts een kalfje geboren moet worden, is ook dat hun verantwoordelijkheid (een kalfje werd vernoemd naar de minister van Justitie). Regelmatig worden er feestjes georganiseerd (zonder alcohol). Colpaert wijst naar een kleine speeltuin op het terrein: „Het is belangrijk dat kinderen hun papa anders leren kennen dan achter een tafel, zodat ze later ook positieve herinneringen hebben.”

De 58 „zware mannen” die in Ruiselede gedetineerd zijn, moeten er hele werkdagen maken. De nadruk in de instelling ligt op „zinvolle detentie”.

Foto Nick Somers

Vijftien detentiehuizen

België wil de komende jaren vijftien detentiehuizen bouwen, die qua opzet en grootte op het PLC moeten gaan lijken: geen tralies, geen hoge muren, maar persoonlijke begeleiding en binding met de omgeving. Bedrijven uit de buurt die hun vacatures niet ingevuld krijgen, kunnen bijvoorbeeld in contact worden gebracht met gevangenen. Ook openen zeven transitiehuizen met vergelijkbare opzet, die mensen in de laatste zes maanden van hun straf voorbereiden op het leven daarna.

Lees ook dit interview met de Belgische minister van Justitie Vincent Van Quickenborne: ‘Er worden veel te veel celstraffen opgelegd’

Niet geheel toevallig: directeur van het PLC Petra Colpaert zal het eerste detentiehuis, in een voormalig woonzorgcentrum in Kortrijk, leiden. Al zijn er ook belangrijke verschillen met het landbouwcentrum, benadrukt ze: de detentiehuizen zullen eerder in stedelijk dan in landelijk gebied liggen en voorlopig zullen alleen veroordeelden met een straf van minder dan drie jaar in detentiehuizen worden ondergebracht. Momenteel hoef je dan in België bijna nooit de gevangenis in, en krijg je een enkelband.

De overbevolking wordt met de detentiehuizen dus niet direct aangepakt. Hans Claus, directeur van een gevangenis in Oudenaarde, ijvert met zijn project De Huizen al jaren voor kleinschalige detentie. Over de plannen van het ministerie zegt hij aan de telefoon: „Wij pleiten er juist voor dat er mínder gestraft moet worden, terwijl de detentiehuizen nu gebruikt worden om méér mensen vast te zetten.” Dat gedetineerden met allerlei achtergronden, straffen en misdaden samengezet worden is ook minder effectief, vreest hij. Toch is hij „voorzichtig positief”: „Ik sta met twee voeten op de grond. Een omslag krijg je niet zomaar, daar moet de maatschappij vertrouwd mee raken en vertrouwen in krijgen.”

De hekken van het Penitentiair Landbouwcentrum in Ruiselede staan regelmatig open. Soms vlucht er iemand. „Maar waarom zou ik dat doen? Dan kan ik van voor af aan beginnen”, zegt gedetineerde Chauncy.

Foto Nick Somers

49 procent recidive

Dat vertrouwen niet voor de hand ligt, bleek al in Kortrijk. Daar was een intensief buurtoverleg nodig, vertelt Colpaert: niet iedereen wil een detentiehuis in zijn achtertuin. De directeur stelt cijfers tegenover eventuele kritiek: „Slechts 49 procent van de mannen uit ons afkickprogramma keert terug naar de gevangenis.” Dat lijkt misschien veel, maar bij vergelijkbare groepen draaideurcriminelen buiten het PLC ligt dat cijfer op 79 procent.

Chauncey, gedetineerde van het PLC in Ruiselede.

Foto Nick Somers

Bjorn en Chauncey, sinds anderhalf jaar in Ruiselede, zijn in elk geval overtuigd. Beide haalden ze hun heftruckbewijs in het PLC – heftruckchauffeurs zijn momenteel schaars in België. Ook deden ze met succes mee aan het ‘Believe’-afkickprogramma, eindigend met een halve marathon. Bjorn: „Toen ik hier binnenkwam had ik haantjesgedrag om mijn gevoelens weg te steken. Hier ben ik veel opener geworden. Ik heb een dagelijkse structuur, ik verdien geld. Ik heb meer bereikt in anderhalf jaar hier, dan in alle jaren erbuiten.”

Als je wil, kan je vluchten, zegt Chauncey. Dat gebeurt ook weleens. „Maar waarom zou ik dat doen? Dan kan ik van voor af aan beginnen. Ik moet tonen dat ik te vertrouwen ben, en zij tonen dat andersom ook. Hier voel ik me een mens, omdat ik ook zo word behandeld.”