Veel planten kunnen opschuiven van klimaatzones niet bijbenen

Biologie Vaak laten planten hun zaden door dieren verspreiden. Als die dieren verdwijnen, lukt de zaadverspreiding niet – terwijl dat juist nu nodig is.

„Plantenzaad kan via een vogel wel een paar kilometer verderop belanden.”
„Plantenzaad kan via een vogel wel een paar kilometer verderop belanden.” Foto Getty Images

Door de afname van zoogdieren en vogels is het voor veel planten lastiger geworden zich aan te passen aan klimaatverandering. Het gaat dan om planten die voor de verspreiding van hun zaden afhankelijk zijn van dieren. Dat concluderen ecologen in een artikel dat donderdag is gepubliceerd in Science.

Door de opwarming van de aarde verschuiven klimaatzones. Zo heeft Nederland naar verwachting over dertig jaar het klimaat van het Zuid-Franse Bordeaux. Planten die gebonden zijn aan een bepaalde klimaatzone moeten mee schuiven. Dat doen ze via de verspreiding van hun zaden. Hoe snel klimaatzones opschuiven, varieert per plek. „Het kan een paar meter per jaar zijn, maar het kan ook oplopen tot een kilometer per jaar” of veel meer, zegt Jens-Christian Svenning, hoogleraar ecologie aan de universiteit van Aarhus, en een van de auteurs van de publicatie.

De helft van alle plantensoorten laat zijn zaden verspreiden door dieren. De afname van veel diersoorten in de laatste duizenden jaren, en hun uiteindelijke uitsterven, heeft het vermogen van veel planten om zich te verspreiden aangetast. In het nu gepubliceerde artikel hebben de onderzoekers dat effect wereldwijd proberen te kwantificeren. „Op een heel knappe manier”, reageert Patrick Jansen, universitair hoofddocent ecologie aan de Wageningen Universiteit, en niet betrokken bij de studie.

Computermodel

De onderzoekers combineerden eerst een aantal databanken met gegevens over de interactie tussen zaadverspreidende diersoorten en de planten waarvan ze het zaad verspreiden. Op basis daarvan bouwden ze (via machine learning) een computermodel dat voorspelt welke interacties tussen een zaadverspreidende diersoort en de bijbehorende plant optreden, en wat dat betekent voor de zaadverspreiding.

Vervolgens berekenden ze hoeveel de capaciteit van planten om hun zaad te verspreiden de laatste vijftigduizend jaar al is aangetast door de afname en het uitsterven van soorten zoogdieren en vogels. Ze concluderen dat die capaciteit (een index voor de hoeveelheid zaad die wordt verspreid en ook kiemt, en de afstand waarover zaad wordt verspreid) wereldwijd al met 60 procent is afgenomen. Als soorten zoogdieren en vogels die nu kwetsbaar zijn verder afnemen en uitsterven, zal die capaciteit nog eens met 15 procentpunt toenemen.

Grote zoogdieren

De onderzoekers schrijven dat in bijvoorbeeld Europa en het oosten van Noord-Amerika klimaatzones snel verschuiven. De capaciteit van planten om dat bij te houden is juist laag, doordat in het verleden met name veel grote zoogdieren zijn verdwenen.

Volgens Jansen vestigt de studie de aandacht op „een zwaar onderschat probleem”. Daarbij hebben de onderzoekers andere barrières niet eens meegenomen, zoals de versnippering van natuur. „Plantenzaad kan via een vogel wel een paar kilometer verderop belanden, maar als het zaad op een straat of een akker belandt, heeft de plant er nog niks aan.” Daarnaast zijn natuurgebieden vaak omheind. Grotere, zaadverspreidende zoogdieren, zoals herten, kunnen zaad dan niet buiten dat gebied verspreiden.