Reportage

Project Villa van Waning: van ruïne tot restaurant. ‘Ik werd verliefd op dit pand’

Villa van Waning Dit voorjaar hoopt ondernemer Vincent Taapken zijn restaurant te openen in het oude, karakteristieke kantoor van cementsteenfabriek Van Waning. „Hier is geschiedenis geschreven. Deze plek moeten we koesteren.”

Het oude hoofdkantoor van de Koninklijke Rotterdamsche betonijzermaatschappij Van Waning & Co wacht als sinds 1989 op een nieuwe bestemming.
Het oude hoofdkantoor van de Koninklijke Rotterdamsche betonijzermaatschappij Van Waning & Co wacht als sinds 1989 op een nieuwe bestemming. Foto Walter Herfst

Aan de rand van een uitgestorven park op voormalig eiland Feijenoord, staat een hoge alleenstaande villa. Nog koud en leeg, maar transparant, met veel licht en een karakteristieke charme. Villa van Waning is een laat negentiende-eeuws kantoorpand van de Koninklijke Rotterdamsche betonijzermaatschappij Van Waning & Co. Ruim dertig jaar, sinds 1989, heeft dit rijksmonument leeggestaan. Zonder onderhoud raakte het pand vervallen – de regen stroomde naar binnen. Vincent Taapken (47), een geboren en getogen Rotterdamse projectontwikkelaar, brengt daar nu verandering in met zijn bedrijf New Industry: hij bouwt het om tot een horecagelegenheid.

Jaren terug fietste hij er bijna elke dag langs, tot hij in 2009 een rondleiding kreeg van een kunstenaar die er anti-kraak woonde. „Toen ben ik verliefd geworden op dit pand.” Taapken laat foto’s zien zoals hij het eind 2019 bij levering aantrof – een bouwval. „De aannemer noemde het een ruïne.”

De voorgevel is sinds de bouw ongemoeid gelaten. Foto Walter Herfst

De villa is inmiddels waterdicht en gerestaureerd, de opening laat nog even op zich wachten. Al heeft de restauratie door de rijke geschiedenis al de nodige publiciteit gekregen. Het project is ambitieus en erg prijzig. De gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland hebben gezamenlijk een kwart miljoen aan subsidies vrijgemaakt.

Taapken zette al sinds de rondleiding in 2009 zijn zinnen op het oude hoofdkantoor van de cementsteenfabriek, met de ambitie het voor de stad „duurzaam” te ontwikkelen. „Mijn drive is mensen hier naartoe te trekken, om te wonen of gewoon hier te verblijven”, vertelt hij in het pand aan de Nijverheidstraat.

Oude elementen

De voorgevel is sinds de bouw ongemoeid gelaten, een deel van het kantoor is door de gemeente (die het terrein eerder in beheer had) gesloopt. „Typisch Rotterdams, we halen alles weg en beginnen helemaal opnieuw, dat is een beetje de cultuur van deze stad. Het heeft voor veel schade gezorgd aan het pand.”

Vincent Taapken wil juist de oude elementen van het pand benadrukken. Hij vond een aannemer die helpt bij de karakteristieke restauratie. „Ik wil het gevoel creëren dat het altijd zo is geweest. Dat het tijdloos is. Dat je een tijdreis maakt naar vroeger en je weer in die oude cementsteenfabriek rondloopt.”

Zo maakte hij een tijdlijn met foto’s. En er hangt een portret van Jacob Isaac van Waning (1840-1917), de grondlegger van de fabriek. Die historie van de villa is overal zichtbaar. Het hek rondom het gebouw en de tuin is gemaakt van betonijzer. De loopplaten van cementsteen. De gevel en muurschildering zijn in ere hersteld. De overige buitenmuren zijn deels gestuukt, zodat je nog precies kan zien hoe de overige fabrieksgebouwen waren verbonden met het kantoorpand.

De Rotterdamse projectontwikkelaar Vincent Taapken bij het voormalige hoofdkantoor van Van Waning, dat wordt gerestaureerd. „De aannemer noemde het een ruïne.” Foto Walter Herfst

Garrelt van Waning, achterkleinzoon van Jacob Isaac van Waning, is trots op het rijksmonument, ook nu het niet meer in familiebezit is. „Het is een beeldschoon pandje uit 1898. Mijn overgrootvader was onder andere architect. Hij heeft het pand zelf ontworpen.”

Vincent Taapken, nu eigenaar van het gebouw, betrekt hem bij alle plannen, vertelt Garrelt van Waning. „Waar ik mijn hulp en steun kan geven, doe ik dat.”

Taapken is met terugwerkende kracht onder de indruk van de innovatie en het ondernemerschap van Jacob Isaac van Waning. „Op deze plek is geschiedenis geschreven. Dit moeten we koesteren. Zonder beton hadden wij nooit zoveel hoogbouw gehad in Rotterdam. Beton is echt een bouwmateriaal uit de industriële revolutie van kort daarvoor.”

De fabriek is daarmee „heel belangrijk geweest” voor de ontwikkeling van de stad – waar architectuur, ontwerp en innovatie centrale thema’s zijn. Taapken: „Dat kom je allemaal tegen in dit gebouw.”

Volgens Taapken wordt stadsontwikkeling vaak op grote schaal en in abstractie bedreven. Aan sociale ontmoetingsplaatsen wordt onvoldoende gedacht, vindt hij. Hij hoopt dat Villa van Waning uitgroeit tot een centrale ontmoetingsplek: vergelijkbaar met de rol die Hotel New York eind vorige eeuw had voor de ontwikkeling van de Kop van Zuid.

Op dit moment is er nog weinig levendigheid in dit deel van de wijk Feijenoord, ook omdat er nauwelijks horeca en andere voorzieningen zijn. „Dat leidt niet alleen tot meer eenzaamheid, ook de sociale veiligheid verslechtert hierdoor”, zegt Taapken. „Met een bruisend restaurant krijg je hier meer mensen en bedrijvigheid, dat geeft sociale controle voor de straat. Die functie heeft een horecagelegenheid óók.”

De paar Rotterdamse buurtbewoners die zich op deze druilerige maandag buiten wagen, knikken instemmend. ’s Avonds loopt er bijna niemand rond, zegt Abdelkader Kantouj. „Als er een restaurant opent, dan zul je hier mensen zien wandelen, komt er meer leven. In dit park heb je dat nu niet. Alleen hier op de hoek heb je een buurthuis met activiteiten.”

Monique Pastoor, die haar hond uitlaat in het park, kijkt uit naar de opening. „Ik zal een van de eersten zijn die langs gaat.” Nu kun je nergens heen in de buurt, zegt ze, behalve restaurant Maas even verderop, op de hoek van de Feijenoordkade.

Negatief in het nieuws

Wel klinkt er kritiek dat een horecagelegenheid met een prijskaartje niet past in een wijk gedomineerd door sociale woningbouw. De wijk Feijenoord komt vaak negatief in het nieuws, met name door sociale problemen en criminaliteit. Afgelopen zomer waren er diverse schietpartijen.

Gentrificatie speelt nadrukkelijk in deze wijk – ofwel de opwaardering van zwakke buurten door het rijker worden van de stedelijke bevolking. Hoe ziet Taapken die ontwikkeling? „Gentrificatie heeft een negatieve connotatie gekregen in de afgelopen jaren. Dit terwijl mensen zich juist aan elkaar kunnen optrekken als er ook hogere inkomens zijn. Natuurlijk kost een cappuccino bij ons straks drie euro vijftig, maar dat kan niet anders. Ik heb het moeten opknappen en er zit ook een bepaald economisch verdienmodel achter.”

Volgens Taapken moeten mensen met verschillende inkomens juist „dwars door elkaar heen” leven om een gebalanceerde wijk te creëren, zonder dat er groepen worden weggedrukt.

Maar, zegt hij: „Je kunt ook eens een kop koffie weggeven, of een buurtbarbecue houden. Zo kunnen mensen die het niet iedere dag kunnen betalen een plek krijgen.”

En niet álles kan voor iedereen zijn, vindt hij. „Net zo goed als dat een koffiehuis of theehuis niet voor iedereen is, ondanks dat je gewoon naar binnen mag. Villa van Waning wordt ook niet gerenoveerd voor de mensen in de buurt. Het wordt gemaakt voor de hele stad. Dit moet een onderscheidende plek worden, door vernieuwend, groen, intiem en rustig te zijn.”

Oefening in geduld

Duurzaam, tijdloos, lange termijn. Een ‘stukje educatie’. Dat is waar Taapken naar zoekt: een sociale, maatschappelijke en duurzame horeca-onderneming. „Rotterdam zit al vol met concepten, gericht op veel, snel en goedkoop. Ik wil echt iets anders opbouwen.”

Het is een oefening in geduld om deze visie ook in de praktijk te brengen – het duurt langer dan hij zou willen. Dat komt deels door een opeenstapeling aan crises. De tekorten in de bouwsector en lange levertijden hebben voor veel vertraging gezorgd.

Het park rondom het pand is nu nog vaak verlaten. Foto Walter Herfst

Terwijl de keuken nog gebouwd moet worden, kan Taapken zich al druk maken over de kleur van de bouten. Het vinden van een goede chef-kok en een exploitant voor de horeca is intussen een uitdaging. Hij zoekt specifiek iemand die past bij de ‘beleving’ die hij wil neerzetten, dat vraagt een verfijnde cuisinier. Die is in Rotterdam niet zomaar gevonden.

De coronacrisis helpt ook niet bij het opstarten van de zaak. „Mensen begrijpen dat we niet open kunnen, maar er zijn ondertussen wel verwachtingen.” Hij wil „hoge kwaliteit” combineren met „originaliteit”.

Taapken hoopt dit voorjaar of komende zomer te kunnen openen. Hij droomt van een soort clubhuis. „Het moet een plek worden waar je komt eten met zakenrelaties, met vrienden, met je familie. Een plek die je moet ontdekken, zonder dat het de wereld kost.”