Hup, de sloopkogel erin, zegt Amsterdam

Sloopwoede De gemeente Amsterdam faciliteert de sloop van fraaie architectuur. Er wordt meer neergehaald dan ooit, blijkt uit een recent boek.

Woonblok Lootsstraat, gebouwd in 1910 en gesloopt voor nieuwbouw in 2017.
Woonblok Lootsstraat, gebouwd in 1910 en gesloopt voor nieuwbouw in 2017. Foto's Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

Er waart een spook door Amsterdam – een spook met een sloophamer. Wie denkt dat het afbreken van huizenblokken en monumentale panden in de hoofdstad een verschijnsel is uit de jaren zestig, zeventig en tachtig, heeft het mis: ook in de eenentwintigste eeuw wordt in Amsterdam grootschalig gesloopt – en meer dan ooit.

Twee (architectuur)historici van de Universiteit van Amsterdam, Wouter van Elburg en Hanneke Ronnes, slaan alarm. Ze maakten een website en een boek, Amsterdam sloopt, dat eind vorig jaar is verschenen. Het overzicht van verdwenen panden dat zij daarin geven, doet de lezer de tranen in de ogen springen. Hoe is het mogelijk dat er in Amsterdam nog altijd zoveel moois tegen de vlakte gaat?

De drie grootste bedreigers van het stadsgezicht anno nu, schrijven Van Elbug en Ronnes, zijn projectontwikkelaars, vermogende particulieren en woningcorporaties. Die eerste twee willen vooral profiteren van de torenhoge vastgoedprijzen in Amsterdam: nieuwe luxe-appartementen brengen meer geld in het laatje dan zorgvuldig gerestaureerde oudbouw. Voor de corporaties, die ongeveer de helft van de Amsterdamse woningmarkt in handen hebben, geldt dat sloop en nieuwbouw makkelijker en goedkoper is dan renoveren.

Hoe is het mogelijk dat er in Amsterdam nog altijd zoveel moois tegen de vlakte gaat?

Je zou zeggen dat de gemeente, in de eerste decennia na de oorlog de motor achter grootschalige sloop, inmiddels haar lesje heeft geleerd: je zult weinig Amsterdammers vinden die nog in hun nopjes zijn met – om maar wat te noemen – de Wibautstraat, de Stopera of winkelcentrum De Kolk. Of het betreuren dat de Jordaan nooit is afgebroken en het Olympisch Stadion nog steeds overeind staat.

Toch is het de gemeente die het grootschalig neerhalen van fraaie architectuur faciliteert, of in ieder geval nauwelijks verhindert, zo laten Van Elburg en Ronnes zien in hun boek. Wie in Amsterdam wil slopen, heeft daar geen vergunning voor nodig: een simpele melding bij de gemeente volstaat. Tenzij het een monument betreft, of een pand dat onderdeel uitmaakt van beschermd stadsgezicht. Maar dat geldt slechts voor een fractie van de Amsterdamse gebouwen, zeker buiten het stadscentrum.

Zo kon het gebeuren dat de schitterende Valeriuskliniek in Oud-Zuid in 2017 plaats moest maken voor een complex met appartementen vanaf 3 miljoen euro (‘a new perspective on luxury living’). De monumentenstatus ontbrak, het beschermde stadsgezicht van Plan Berlage eindigt een paar honderd meter zuidelijker bij de Apollolaan: hup, de sloopkogel erin. Om dezelfde reden sneuvelden vorig jaar – ondanks een rechtszaak en luid protest – drie historische stadsvilla’s aan het Vondelpark, in de Van Eeghenstraat.

Stadsvilla’s in de Van Eeghenstraat aan het Vondelpark worden gesloopt. Foto Camiel Mudde

Woningcorporaties gooiden al vanaf de jaren zeventig talloze huizenblokken plat. Destijds gebeurde dat in het kader van stadsvernieuwing, maar ook in de eenentwintigste eeuw gaan zij vrolijk verder. In negentiende-eeuwse wijken heeft onderhand een complete kaalslag plaatsgevonden: in de Van Lennepbuurt is 31 procent van de sociale woningbouw neergehaald en vervangen door nieuwbouw, in de Dapperbuurt 39 procent en in de Indische buurt zelfs de helft.

Voor de sloop van hun panden gebruiken de corporaties een „grabbelton van schijnargumenten”, zo schrijven Van Elburg en Ronnes. Zo zouden de woningen te klein zijn en de bewoners zelf graag sloop wensen. Het brutaalste argument: de panden zijn vervallen. Maar, eh, wie was ook alweer verantwoordelijk voor het onderhoud?

Corporaties stemmen ook nauwelijks met elkaar af wie waar gaat slopen, zegt Hanneke Ronnes. Dit gebrek aan regie wreekt zich vooral in Amsterdam-Oost, waar tussen 2018 en 2020 ongeveer vijfhonderd corporatiewoningen zijn afgebroken – huizenblokken die zich vaak op een steenworp afstand van elkaar bevinden. Ronnes: „Volgens mij komen ze elkaar gewoon tegen met de sloopkogel. Zo van: oh, jij ook aan het afbreken?”

Heel soms lukt het om de sloop van een pand te voorkomen, zoals twee jaar geleden bij het voormalige woonhuis van dagboekschrijfster Etty Hillesum. Maar daar waren wel alerte buurtbewoners, zware publicitaire druk en een hele stoet prominenten voor nodig.

„Op sloop volgt vaak spijt”, schrijven Van Elburg en Ronnes in hun boek. „Ook bij diegenen die in eerste instantie voorstander waren van sloop.” Daar zou je nog aan kunnen toevoegen: wat er voor al die verdwenen Amsterdamse gebouwen in de plaats komt, is op z’n best middelmatig en op z’n slechtst foeilelijk.

NRC vroeg Van Elburg en Ronnes om de vijf pijnlijkste gevallen te selecteren uit Amsterdam sloopt, plus één voorbeeld waarin sloop met succes werd afgewend.

Wouter van Elburg en Hanneke Ronnes: Amsterdam sloopt, uitgeverij Panchaud, 126 blz., prijs € 18,90.

Valeriuskliniek
Gebouwd 1910
Gesloopt 2017

Foto Stadsarchief Amsterdam
Foto Walter Herfst
Valeriusplein.
Foto’s Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

De Valeriuskliniek, een psychiatrische inrichting voor ‘krankzinningen en zenuwlijders’, was een ontwerp van architect Huibertus Bonda, een leerling van Berlage. Later werd het gebouw voorzien van een in het oog springend glas-in-loodraam. Nadat de kliniek in 2012 verhuisde naar nieuwbouw in Buitenveldert, sloopten de nieuwe eigenaren het gebouw. Er staan nu hyperluxueuze appartementen voor 55-plussers. Het besluit tot sloop, schrijven Van Elburg en Ronnes, werd „in vliegende vaart” genomen, „ogenschijnlijk zonder mogelijkheid protest aan te tekenen”.

Hanneke Ronnes: „Hier viel alles de verkeerde kant op: de kliniek was geen monument, de Vondelparkbuurt geen beschermd stadsgezicht. Het stadsdeel vond het kennelijk prima dat hier luxeappartementen kwamen, terwijl je zou verwachten dat ze trots zijn op de historische waarde van het Valeriusplein. Welk plein in Amsterdam was zó mooi? Aan de ene kant heb je het Amsterdamsch Lyceum, met die mooie onderdoorgang, aan de overzijde nog gave herenhuizen. Daar is nu een deel uitgehaald. Je moet er voortaan langsfietsen met een oogklep op.”

Post CS
Gebouwd 1968
Gesloopt 2009

Foto Stadsarchief Amsterdam
Foto Walter Herfst
Oosterdokskade (Oosterdokseiland).
Foto’s Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

Op de plek waar nu het glanzende hoofdkantoor van Booking.com verrijst, stond tot 2009 het Stationspostgebouw van architect Piet Elling. In de jaren zeventig en tachtig werd hier op het Oosterdokseiland ruim een derde van alle post in Nederland gesorteerd. Nadat de laatste posttrein in 1997 was vertrokken, vond het gebouw een nieuwe bestemming als tijdelijke tentoonstellingsruimte van het Stedelijk Museum: Post CS.

„In de eerste plannen voor het Oosterdokseiland zou Post CS blijven staan”, zegt Wouter van Elburg. „Om onduidelijke redenen is het toch afgebroken. Het gebied heeft daardoor helemaal geen gelaagdheid meer: er staat alleen maar architectuur uit dezelfde tijd.”

Post CS staat voor Van Elburg symbool voor de Amsterdamse architectuur van na 1965. „Daar is inmiddels herwaardering voor: er wordt geïnventariseerd welke gebouwen een monument moeten worden. Als Post CS er nu nog zou staan, was het nooit meer gesloopt.”

Woonblok Lootsstraat
Gebouwd 1910
Gesloopt 2017

Foto Stadsarchief Amsterdam
Foto Walter Herfst
Hoek Lootsstraat / Borgerstraat.
Foto’s Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

Ook in Amsterdam-West hanteren woningcorporaties genadeloos de sloophamer. Dit woonblok in de Kinkerbuurt, op de hoek van Lootsstraat en de Borgerstraat, werd aanvankelijk gebouwd door particuliere ondernemers en kwam uiteindelijk in handen De Alliantie.

Die corporatie gaf de voorkeur aan nieuwbouw: in 2017 gingen de panden eraan.

Wouter van Elburg: „Dit was een gave hoek in een buurt waar in de jaren negentig al stevig is huisgehouden. Door de sloop van zo’n heel blok verwoest je de samenhang in de straat. Constructief was dit blok helemaal in orde, het had alleen een cosmetische facelift nodig na een onfortuinlijke renovatie in de jaren negentig met kunststof kozijnen en voordeuren die uit platen bestaan.”

Koloniaal Etablissement
Gebouwd 1913
Gesloopt 2009

Foto Stadsarchief Amsterdam
Foto Walter Herfst
Westerdoksdijk.
Foto’s Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

In dit grote gebouw aan het begin van de Westerdoksdijk was de Keuringsdienst van Koloniale Waren gevestigd, waar goederen uit Nederlands-Indië werden opgeslagen en gekeurd. Na de onafhankelijkheid van Indonesië kende het gebouw verschillende bestemmingen, laatstelijk als uitvalsbasis van de Rijkspolitie te Water.

Het gebouw werd gesloopt om plaats te maken voor de jachthaven van IJdock, het reusachtige complex in het IJ met onder meer een luxe hotel en het Paleis van Justitie.

Wouter van Elburg: „Het Etablissment was een mooi, groot gebouw. Nu het weg is, is er aan de Westerdoksdijk geen variatie meer – best gek voor deze plek. Bovendien is er een stuk geschiedenis uitgewist. De handel in koloniale waren droeg voor een belangrijk deel bij aan de welvaart van Amsterdam in de tweede helft van de 19de eeuw. Dit was bij uitstek een plek geweest om het toekomstige Slavernijmuseum te huisvesten.”

Gabriël Metsustraat 2-6
Gebouwd 1900
Gered

Foto Stadsarchief Amsterdam
Foto Walter Herfst
Gabriël Metsustraat (Museumplein).
Foto’s Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

In dit woonhuis aan het Museumplein schreef de Joodse Etty Hillesum (1914-1943) haar beroemde oorlogsdagboeken. Toen vastgoedmagnaat Ronald Egger het pand twee jaar geleden wilde slopen om plaats te laten maken voor luxe-appartementen met een ondergrondse parkeergarage, kwamen buurtbewoners in actie. Na een publicitaire storm ging het stadsbestuur overstag: het pand kreeg de gemeentelijke monumentenstatus, de sloopplannen konden de la in.

Wouter van Elburg: „De eigenaar bleek weinig te weten van de historische waarde van het pand, en hoeveel heftige gevoelens sloop zouden oproepen. Inmiddels heeft hij een plan om het terug te brengen in de oorspronkelijke staat.”

Hanneke Ronnes: „De panden zijn gered, maar nog steeds kostte het veel moeite: er moesten petities en protest van het NIOD en mensen als Arnon Grunberg en Paul Witteman aan te pas komen. Het voorkomen van sloop in Amsterdam lijkt alleen te lukken met hulp van de media en culturele zwaargewichten.”

Woonblok Sumatrastraat
Gebouwd 1912
Gesloopt 2020

Foto Stadsarchief Amsterdam
Foto Walter Herfst
Sumatrastraat / Madurastraat / Borneostraat.
Foto’s Stadsarchief Amsterdam en Walter Herfst

Dit driehoekige woonblok aan de Sumatrastraat, Madurastraat en Borneostraat in Amsterdam-Oost werd gebouwd door de oudste woningbouwvereniging van Amsterdam: de Vereeniging Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen.

Een gevelsteen herinnerde aan het historisch belang van het pand.

Twee jaar geleden gooide de huidige eigenaar, woningcorporatie De Alliantie, het tegen de vlakte.

Hanneke Ronnes: „Samen met Studio K aan de overkant vormde dit gebouw een mooi ensemble. Dat is nu weg, terwijl ze het ook hadden kunnen opknappen. Wat er straks voor in de plaats komt, voegt niet heel veel toe. Het is waar dat de woningcorporaties het pittig hebben gehad in de afgelopen jaren, door de verhuurderheffing en het wegvallen van subsidies. Maar ze hoeven aan niemand echt verantwoording af te leggen voor wat ze slopen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.