Recensie

Recensie

Hebben we te weinig oog voor genetica?

Genetica In haar boek schrijft Kathryn Paige Harden dat we ondanks onze weerzin jegens eugenetica en biologisch racisme over genen en erfelijkheid moeten blijven discussiëren.

Onderzoek naar levensloop van eeneiige tweelingen is een manier om invloed van omgeving te scheiden van die van erfelijke factoren.
Onderzoek naar levensloop van eeneiige tweelingen is een manier om invloed van omgeving te scheiden van die van erfelijke factoren. Foto Viktorcvetkovic/Getty Images

In 1994 verscheen The Bell Curve. Intelligence and Class Structure in American Life, geschreven door de psycholoog Richard J. Herrnstein en de politicoloog Charles Murray. Het boek veroorzaakte een schandaal; in een nieuw nawoord uit 1995 stelde Murray – Herrnstein was inmiddels overleden – dat er nog nooit zoveel over een sociaalwetenschappelijk boek was geschreven en gesproken als The Bell Curve. Hij had geen ongelijk.

J.L. Heldring wijdde op 1 november 1994 in NRC Handelsblad zijn column aan het boek, en schreef, nadat hij in de eerste alinea had opgemerkt dat hij het niet had gelezen, dat The Bell Curve ‘dierbare taboes van links’ aantast.

Wat hadden Herrnstein en Murray nu precies beweerd? Pakweg dat intelligentie, lees IQ, bepalend is voor de plek waar je belandt op de maatschappelijke ladder, daarmee ook voor je inkomen, dat intelligentie erfelijk is en dat het intelligentie-niveau tussen bepaalde bevolkingsgroepen, met name tussen witte en zwarte Amerikanen, aanzienlijk verschilt, waarbij omgevingsfactoren nauwelijks werden meegewogen. Hun conclusie leek politiek geïnspireerd, namelijk dat de ongelijke verdeling van intelligentie moeilijk rechtvaardig kon worden genoemd, maar dat pogingen van de overheid die ongelijkheid te verkleinen geen resultaat hadden opgeleverd of zelfs desastreus waren geweest – ze bevonden zich allebei aan de conservatieve kant van het politieke spectrum. Daarnaast waren ze van mening dat economie (geld) niet de oplossing is om burgers met minder cognitieve vaardigheden een waardig leven te geven. Merkwaardig genoeg was iets van die redenering jaren later ook in het werk van de progressieve filosoof Michael J. Sandel te vinden en net als Sandel waren ook zij al sceptisch over credentialism, ruwweg het geloof in diploma’s.

Lees ook de bespreking van Michael Sandels boek De tirannie van verdienste : Geminacht door de hoger opgeleiden, de culturele elite en de veelverdieners

In de beste christelijke traditie dat God van je houdt en Jezus voor jou is gestorven eindigde het boek echter met de opmerking dat iedereen, dom of slim, een ‘gewaardeerde medeburger’ is.

Vooruitstrevende medemens

Nu heeft de klinisch psycholoog Kathryn Paige Harden een boek geschreven, The Genetic Lottery. Why DNA Matters for Social Equality, dat een tikkeltje oneerbiedig kan worden omschreven als The Bell Curve voor de vooruitstrevende medemens.

Harden is ervan overtuigd dat terechte weerzin jegens eugenetica en biologisch racisme ons er niet van mag weerhouden over genen en erfelijkheid te spreken. Feitelijk stelt ze dat met name progressieve politici en burgers in hun poging de wereld minder ongelijk te maken te veel aandacht hebben besteed aan omgevingsfactoren (nurture) en te weinig aan genen (nature). Daarbij maakt ze nadrukkelijk het voorbehoud dat ze spreekt over individuen en niet over groepen – het meeste genetisch onderzoek is gedaan onder mensen die van Europese afkomst zijn –, dat genetische verschillen niet betekenen dat de consequenties van die verschillen onvermijdelijk zouden zijn. Ook zouden we nog lang niet in staat zijn, voor zover we daartoe ooit in staat zúllen zijn, om op basis van dna adequate voorspellingen te doen over iemands levensloop. Waarschijnlijkheid en ‘een verhoogde kans op’ zijn immers iets anders dan zekerheid.

Casino

De metafoor van het casino is behulpzaam. Gemiddeld houdt het casino ongeveer 15 à 25 procent van de inzet van de gokker zelf, maar dat betekent niet dat de gokker erop kan vertrouwen dat hij driekwart van zijn inzet zal overhouden. Veel gokkers verliezen hun volledige inzet, een enkele, zeer zeldzame gokker gaat, met laten we zeggen, duizend procent winst naar huis.

Het kansspel (genetisch materiaal plus omgevingsfactoren) is een feit, zegt Harden, we moeten dat kansspel niet rechtvaardig of onrechtvaardig noemen, dat zou absurd zijn, maar hoe wij omgaan met de consequenties ervan is fundamenteel voor onze manier van samenleven.

Ze schrijft dat twintig procent van de daklozen psychische aandoeningen heeft en circa zestien procent van hen ernstige verslavingen; zowel de verslaving als de aandoening – ze noemt bipolaire stoornissen en schizofrenie – zijn te wijten aan een combinatie van omgevingsfactoren en erfelijkheid.

Onderzoek naar de levensloop van eeneiige tweelingen is nog altijd een uitstekende manier om de invloed van omgeving enigszins te scheiden van die van erfelijke factoren. En aan de hand van haar eigen kinderen – een heeft een ernstig spraakgebrek, de ander niet – benadrukt ze wellicht ten overvloede dat de loterij geen enkele garantie biedt; zelfs bij dezelfde ouders zijn er volstrekt verschillende uitkomsten.

‘Niemand verdient zijn of haar genetisch materiaal,’ schrijft ze. Onze successen en mislukkingen zijn minder van ons dan we geneigd zijn te denken en dat is met name voor de mensen die trots zijn op hun successen een harde noot om te kraken.

Daarvoor had ze al genoteerd: ‘Mensen deinzen terug voor het aanvaarden van de rol die geluk speelt in hun leven.’

Uit onderzoek blijkt volgens haar dat mensen eerder geneigd zijn ongelijke uitkomsten te willen compenseren door middel van herverdeling als die uitkomsten het resultaat zijn van pech en niet van, laten we zeggen, luiheid of morele verwerpelijkheid. Toch is de onuitgesproken boodschap van het schoolsysteem en daarmee van onze maatschappij dat mensen die minder presteren, die de vaardigheden die in onze samenlevingen worden gewaardeerd niet echt onder de knie hebben, per definitie minder deugdelijk zijn, misschien zelfs slecht.

Fysieke kracht

Harden benadrukt dat die vaardigheden geen intrinsieke waarden zijn. Zo kun je op puur fysieke kracht tegenwoordig nauwelijks een carrière beginnen, terwijl die kracht, denk aan de krijger, ooit hogelijk werd gewaardeerd. En wie zou willen beweren dat schoonheid – geen vaardigheid maar wel het resultaat van de genetische loterij – altijd en overal beloning verdient? Toch is ons uiterlijk een factor van belang. Soms expliciet (mode, filmindustrie), dikwijls onderhuids. Langere mensen schijnen net iets meer te verdienen, 1 inch, ongeveer 2,5 centimeter erbij, betekent gemiddeld 800 dollar meer inkomen per jaar, schrijft Harden. Ongetwijfeld zullen ook mooiere mensen beter verdienen, maar schoonheid laat zich moeilijker meten dan lengte.

Niet alleen geluk, ook pech kan een belangrijke bouwsteen van identiteit worden. In een paar opmerkelijke alinea’s over de Doven-gemeenschap (waarbij Doven met een hoofdletter wordt geschreven) schrijft Harden dat sommige doven hun genetische uitzonderlijkheid – een op de duizend kinderen wordt doof geboren – als een vorm van geluk zijn gaan beschouwen. Een jaar of twintig geleden trokken Candace McCullough en Sharon Duchesneau, allebei doof, internationaal de aandacht omdat ze zelfs een spermadonor selecteerden in de hoop een doof kind te krijgen – het kan zijn dat dove ouders toch een horend kind krijgen. In ongeveer drie procent van de Amerikaanse klinieken waar ivf wordt gecombineerd met een pre-implantatie genetische test maken ouders wel eens gebruik van de mogelijkheid om op ziektes en handicaps te selecteren. Opmerkelijk, en het maakt eens te meer duidelijk dat de discussie waar identiteit ophoudt en verminking begint, misschien nog op gang moet komen.

Mensen hebben vermoedelijk, ook in het geval van ‘pech’, de onbedwingbare en al te begrijpelijke neiging samen te willen vallen met de resultaten van de loterij waarin hun ouders hebben meegespeeld, met zichzelf dus. Soms willen ze daarom ook dat hun nageslacht samenvalt met die toevalligheid. Het hele idee van etnische zuiverheid is feitelijk een poging resultaten van de loterij uit het verleden te blijven herhalen.

Strafrecht

Hoewel Harden nauwelijks ingaat op het gevangeniswezen stelt haar boek indirect ook wezenlijke vragen over het strafrecht, dat voor een aanzienlijk deel bestaat uit het straffen van mensen die al pech hadden en vervolgens nog eens de pech hadden andere mensen te schaden of de overheid te benadelen. Harden pleit allerminst voor designerbaby’s, toch lijkt ze wantrouwen te koesteren jegens de grote progressieve reflex die soms ook bij conservatieven is aan te treffen: we gooien er wat geld tegenaan en voeren beleid x uit in de hoop op y als resultaat. Dat is vaak niet het geval, juist vanwege genetische verschillen, die meer naar voren komen naarmate de omstandigheden idealer, oftewel gelijkwaardiger zijn.

Ook ik betwijfel of de overheid de negatieve uitkomsten van de loterij altijd kan compenseren – ik vrees eigenlijk voor elke overheid die denkt de samenleving naar haar hand te kunnen zetten – en ik ben het met Harden eens dat mensen niet het probleem zijn, maar de samenleving, waarin die mensen geen plaats kunnen of mogen hebben.

Rechtvaardigheid is inderdaad niet alleen een kwestie van herverdeling van geld, geld alleen zal nooit genoeg zijn, geen werkelijke rechtvaardigheid zonder het besef van de fortuinlijke spelers dat ze niet samenvallen met hun fortuin.

Vrije wil

Verreweg de belangrijkste zin uit Hardens boek blijft: niemand krijgt de genen die hij verdient. Waaraan kan worden toegevoegd: niemand krijgt de omgevingsfactoren die hij verdient.

De illusie van de vrije wil blijft een fundamentele, zonder vrijheid geen moraliteit, en niettemin maant Harden ons wat mij betreft, hoezeer ze er ook op blijft hameren dat we ons niet mogen neerleggen bij de status quo, om de pech en het geluk te aanvaarden en daarmee de onmaakbaarheid van mens en dus samenleving.

Ondanks technologische sprongen voorwaarts blijven onze correcties veelal correcties in de marge. Wie het grote geluk voor iedereen nastreeft, zal de genetische loterij moeten sluiten.