Demonstranten van de Deense anti-vaccinatiebeweging ‘Men in Black’ verzamelen zich op Radhuspladsen in Kopenhagen.

Foto Thibault Savary / AFP

Interview

‘Je moet met elke vaccinweigeraar in gesprek’

Michael Bang Petersen | politicoloog Door pandemiemoeheid neemt het vertrouwen in overheden af. Is dit te herwinnen? Ja, denkt een Deense wetenschapper.

„Zei u negentien?” Michael Bang Petersen twijfelt even of hij het goed heeft verstaan. Ja, de Tweede Kamer telt negentien fracties. Lachend: „Dat is krankzinnig.”

De Deense politicoloog bepleit „zo breed mogelijke samenwerking” van politieke partijen in de strijd tegen corona. Met zijn negentienen „wordt dat wel wat moeilijker”.

Toch is het hard nodig, zegt hij in een online gesprek. Hoe langer de pandemie duurt, hoe groter de kans op onvrede en verzet tegen ‘het systeem’. Dat betekent niet dat drang of dwang per se onverstandig zijn, wel dat regeringen zich rekenschap moeten geven van de negatieve effecten ervan – en die moeten verzachten.

Petersen (1980) is hoogleraar politicologie aan de universiteit van Aarhus. Hij maakt deel uit van de corona-adviesgroep van de Deense overheid. Recent onderzoek van zijn vakgroep in acht westerse landen (onder meer Duitsland, Frankrijk en de VS maar niet Nederland) toont aan dat er een verband is tussen ‘pandemiemoeheid’ en afnemend vertrouwen in de overheid.

Intussen zijn er aanwijzingen dat Omikron minder schadelijk is dan eerdere varianten. Goed nieuws?

„Laten we optimistisch zijn, misschien is het straks voorbij. Wat dan? Er zijn redenen om je zorgen te maken. In alle democratische landen die we hebben onderzocht is sinds het begin van de pandemie het vertrouwen in het politieke systeem afgenomen. Dat effect zal niet zomaar verdwijnen. Een ‘anti-systeem’-houding is al langer een trend.”

Het hangt ook af van je aannames, zegt Petersen. Een beeldspraak kan helpen. „Steun voor het politieke systeem lijkt misschien op een spons, die onder druk platter wordt maar daarna meteen weer opzwelt. Maar onze data suggereren iets anders. Eerder dat het een soort steekschuim is: dat houdt de vorm die het onder druk kreeg. Dat zou betekenen dat de effecten van de pandemie blijven bestaan, ook als die weg is.”

De Franse president Macron wil ongevaccineerden treiteren, zei hij, om de pandemie te helpen bedwingen.

„Zulke taal zou ik sterk ontraden. Er is solide bewijs dat het vertrouwen in de autoriteiten onder ongevaccineerden dan alleen maar afneemt. Bovendien ondermijnt het de bereidheid om ook andere adviezen en maatregelen op het gebied van gezondheid op te volgen.”

Vaccinweigeraars hebben een significant lager vertrouwen in instituties

Wat werkt dan wel? Je kunt ook denken: mensen veranderen liever hun gedrag dan hun opvattingen. Dat zou pleiten voor verplichten.

„Dat gaat ervan uit dat veel mensen niet écht geloven dat vaccins schadelijk zijn. Er zit wat in, maar ik denk dat er wel degelijk solide bewijs is dat overtuigen werkt. Alleen is dat een heel trage en kostbare methode. Je moet met mensen praten, eigenlijk met iedere weigeraar: wat zijn jouw zorgen? Dat lukt alleen als een huisarts het doet of een andere vertrouwenspersoon. Persconferenties werken niet. Daar komt bij: verplichte tests of vaccins moet je niet vieren, zo van ‘nu krijgen ze eindelijk wat ze verdienen’. Dwang is niet feestelijk, eerder droevig.”

Niet iedereen die twijfelt is een hardcore antivaxer, het gaat om een heel diverse groep twijfelaars.

„Er zijn zeker verschillen in gradatie, maar de grootste gemene deler die wij vonden is toch dat weigeraars een significant lager vertrouwen hebben in de politieke en maatschappelijke instituties. Alleen zullen ze dat vaak niet zeggen, ze hebben het eerder over bijwerkingen et cetera.”

Petersen deed al voor de pandemie begon onderzoek naar wat hij noemt ‘anti-systeem-attitudes’. Zijn conclusie: die ontstaan uit de kloof tussen sociale aspiraties en persoonlijke ervaringen. „Het idee dat je geen respect en erkenning krijgt, maar dat je wordt gemarginaliseerd, over het hoofd gezien. Die frictie is uiteindelijk de motor achter de psychologische behoefte aan chaos, het intense verlangen om de boel dan maar plat te branden. Ik wil daarmee zeker niet zeggen dat marginalisatie ‘in je hoofd zit’. Het zijn reële ervaringen. We zien in westerse samenlevingen de sociale ongelijkheid al langer toenemen. Dat zie je hierin terug.”

Hoe moeten overheden daar tijdens een pandemie mee omgaan?

„In Denemarken zijn ze erg gespitst op het dempen van sociale conflicten en het vermijden van polarisatie. Dat proberen ze door het verschaffen van publieksinformatie en door overeenstemming te zoeken tussen politieke partijen.”

Met strengere beperkingen zoals bij jullie is escalatie ook wel te verwachten

In Nederland is een man aangehouden die met een fakkel voor het huis van een minister stond te zwaaien.

„Hm. Met strengere beperkingen zoals bij jullie is escalatie ook wel te verwachten. In Denemarken hebben we geprobeerd de samenleving zoveel mogelijk open te houden. Dat betekent ook: meer besmettingen accepteren. Daar komt bij dat Nederland, naar ik begrijp, een andere adviesstructuur voor de regering heeft. In Denemarken is de adviesgroep waar ik deel van uitmaak breed opgezet, met economen en sociale wetenschappers. Pandemiemanagement heeft vier aspecten die je bij elke maatregel in samenhang moet bekijken: gezondheid, economie, welzijn en democratische rechten.”

In het Nederlandse OMT ligt de focus vooral op medische factoren.

„In een crisis als deze is dat gevaarlijk. Een pandemie is op zichzelf al een van de ernstigste crises voor een samenleving. Maar bovendien maken we die nu voor het eerst in de wereldgeschiedenis mee in hoogdemocratische, zeer geïndividualiseerde samenlevingen, met mensen die gewend zijn hun leven zelf in te richten. Dan kun je niet-medische aspecten niet negeren.”

Zou een zerocovidbeleid, het uitstampen van het virus, hebben geholpen om pandemiemoeheid en dus meer onvrede te voorkomen?

„Nee. In landen als Denemarken en Nederland, die geen eilanden zijn, zou dat juist een sterke toename hebben veroorzaakt van die moeheid. Want dan had je echt langdurig keiharde controlemaatregelen nodig gehad, zelfs bij een heel laag niveau van besmettingen.”

Maar sommige Aziatische landen dan, zoals Japan, waar veel minder doden vielen? Is daar geen sprake van pandemiemoeheid?

„Daar kan ik alleen maar over speculeren. Mogelijk speelt de meer collectivistische publieke cultuur een rol. Pandemie-moeheid hangt samen met het gevoel van controleverlies over je eigen leven. Dat is typisch voor individualistische samenlevingen zoals de onze, waarin geldt dat ‘ik wil bepalen hoe mijn leven eruit ziet’. In landen met een meer collectivistische cultuur speelt dat mogelijk minder én ligt de waardering hoger voor maatregelen die mikken op het algemeen belang.”

Ik geloof niet dat misinformatie heel veel mensen overtuigt

Spelen complottheorieën en nepnieuws een grote rol?

„Ik geloof niet dat misinformatie heel veel mensen overtuigt, ik denk dat we dat overschatten. Misinformatie is een symptoom, niet de oorzaak van het probleem. Mensen baseren hun overtuigingen veel minder op informatie dan je zou denken. Je zoekt zulke misinformatie op, als je het systeem toch al niet vertrouwt. Dat betekent trouwens ook dat het aanbieden van correcte informatie het probleem nog niet oplost. Op korte termijn heb je daarvoor politieke samenwerking nodig, inclusief het delen van informatie met de oppositie, en een holistische aanpak van de pandemie. Niet alleen gezondheidszorg maar alle relevante factoren meewegen.”

En op langere termijn?

„Sociale mobiliteit bevorderen, investeren in onderwijs. Zodat iedereen die zich gemarginaliseerd voelt kan zien: er is voor mij een uitweg, een kans om op de sociale ladder te stijgen zonder alles kapot te maken.”

Ook zijn eigen vakgebied treft op dat punt blaam, vindt Petersen. De sociale wetenschappen hebben „gefaald” om de polarisatie die zich nu in westerse democratieën voordoet te begrijpen. „We hebben ons zo laten obsederen door de symptomen – Trump, nepnieuws – dat we de onderliggende ziekte niet goed hebben begrepen. Wat drijft dit verschijnsel? Haperende sociale mobiliteit is volgens mij de sleutel om dat te begrijpen.”