Foto Andreas Terlaak

Interview

Sopraan Elenora Hu wil zingen zonder zich af te hoeven vragen: ‘is het politiek correct?’

Rijzende ster: klassiek Sopraan Elenora Hu (26) werd eind vorig jaar in één klap bekend bij het grote publiek als winnares van ARIA, een nieuwe operatalentenjacht op televisie.

De eerste hint dat hun dochter wel eens muzikaal kon zijn, kregen Elenora’s ouders van een onbekende vrouw in de Ikea. Ze had de dreumes zien wiegen en klappen op de maat van de muziek, was naar de kinderwagen gestapt en had gezegd: „Die moet op muziekles.” Ja ja, dachten haar ouders.

Maar de vrouw kreeg gelijk. Elenora Hu (26): „Zangeres ben ik altijd geweest. Vanaf dat ik kon computeren heb ik liedteksten opgezocht. Van Andrea Bocelli tot Wham!, ik printte alles uit om mee te blèren.”

Haar eerste opera zag Hu toen ze een jaar of 7 was. Na een Frank Groothof-kleuterversie van Mozarts Toverfluit wilde ze ook wel eens een échte opera zien. Het werd Lucia di Lammermoor van Donizetti. „Iemand daar vroeg: ‘Ben jij niet wat jong voor opera?’ en ik weet nog dat ik antwoordde: ‘Nee hoor, want ik zing altíjd opera.’ Na die avond heb ik nachten bij mijn ouders in bed geslapen en heel lang géén opera meer gezongen. Die muziek, al dat bloed op het toneel, ik had de hele voorstelling mijn ogen en oren dichtgedrukt.”

Pas op de middelbare school suggereerde mensen opnieuw een serieuze muziekopleiding. Hu besloot iets veiligers te kiezen: Engels. Maar ook daar kroop het bloed waar het niet gaan kon. Haar bachelorscriptie ging niet over een belangrijke Engelse schrijver of een literaire stroming, maar over de zangeigenschappen van de æ-klank; de èèèh als in het Engelse cat. Meteen erna ging ze zang studeren aan het conservatorium van Utrecht.

Zingen is zo fijn dat je vanaf de eerste noot alle narigheid vergeet die eraan vooraf ging

Elenora Hu

Studeren in coronatijd was moeilijk: „Het kon alleen online, op mijn hete zolderkamer. Op een middag liep de emmer over. Ik zat daar, voor mijn beeldscherm, zonder contact met anderen, niemand om muziek mee te maken, geen concreet doel. Ik wilde niet meer zingen. Dat was een heel verdrietige periode. Masterclasses van het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch eind 2020 hebben me gered. Ik mocht weer ergens heen! Twee weken heb ik heel mijn repertoire van voor naar achter uitgezongen tot ik er schor van werd. Want zingen is zo fijn dat je vanaf de eerste noot alle narigheid vergeet die eraan vooraf ging.

„Opera is nu op een heel zoekend punt gekomen, vol morele en ethische dillema’s over repertoire geschreven in een andere tijd. Soms vind ik inhoudelijke veranderingen te politiek correct worden. Ik wil kunst maken zonder belemmerd te worden door angst over wat een ander ervan vindt. En ja, dat is best eng in een tijd dat je digitaal gestenigd kunt worden. Het systeem mag wel inclusiever. ‘Wat zing je prachtig! Nu nog een beetje afvallen’, hoor ik nog veel. Of, liefdevol: ‘Je bent toch gewoon Europees? Ik zou je achternaam veranderen, anders denken ze dat je zo’n Koreaan bent’.”

Elenora Hu zal te horen en zien zijn in kleine rollen in DNO-producties, al is het door corona nog onzeker welke. In maart staat een recital gepland in Vlissingen, en in maart en april zingt ze mee in een Johannes- en een Mattheüspassie in Brabant.