Wereldwijd plantaardig dieet geeft dubbele klimaatwinst

Consumptie Als in de rijke landen iedereen overstapt op een plantaardig dieet is er minder uitstoot. Natuurlijke vegetatie terugbrengen levert nog meer CO2-winst op.

Soja wordt nu vooral als veevoer verbouwd. Voor menselijke consumptie is een kleiner areaal nodig.
Soja wordt nu vooral als veevoer verbouwd. Voor menselijke consumptie is een kleiner areaal nodig. Foto Getty Images

Wanneer de inwoners van de 54 rijkste landen overgaan op een voornamelijk plantaardig dieet, wordt voor hun voedselproductie jaarlijks ruim 60 procent minder CO2 uitgestoten dan nu het geval is. En het mes snijdt aan twee kanten: een dieetomslag biedt ook de potentie om tussen nu en het einde van de eeuw zo’n 100 gigaton CO2 extra vast te leggen, door op het land dat niet meer gebruikt wordt voor vleesproductie de oorspronkelijke vegetatie terug te brengen. Dat becijferen onderzoekers van de Universiteit Leiden deze week in Nature Food.

De vleesconsumptie van rijke landen draagt substantieel bij aan de CO2-uitstoot. In zijn totaliteit komt bij de productie van voedsel wereldwijd zo’n 13,7 gigaton CO2 per jaar vrij, 26 procent van de totale uitstoot. In rijke landen komt 70 procent van de voedselgerelateerde uitstoot op het conto van dierlijke producten, in arme landen 22 procent. De consumptie is nog schever verdeeld, in rijke landen wordt 6 keer meer vlees gegeten dan in arme landen.

Tien miljard mensen

In hoeverre de CO2-uitstoot vermindert als grote vleesconsumenten overgaan op plantaardige voeding is al vaker berekend. De Leidse onderzoekers richtten zich specifiek op de ‘dubbele winst’ die te behalen valt als de oorspronkelijke vegetatie wordt teruggebracht op het vrijgekomen land. Als uitgangspunt voor de veranderde vleesconsumptie namen ze het EAT-Lancetdieet. Dat is een voedingsadvies dat begin 2019 door een commissie van wetenschappers in het tijdschrift The Lancet werd gepubliceerd, waarvan het idee is dat tien miljard mensen gezond zouden kunnen eten, op een manier die de planeet ook goed aankan. Het is een voornamelijk plantaardig dieet, maar er is ook plek voor zuivel (250 ml per dag) en kleine beetjes vis en (wit) vlees (zo’n 200 gram per week).

Niet overal waar geen vleesproductie meer plaatsvindt kan zomaar een boom worden geplant. „Op een hoge Alpenweide zal natuurlijk niet veel meer dan gras groeien. Maar op andere plekken stond wel ooit bos dat je terug kan brengen”, zegt Arnold Tukker, hoogleraar industriële ecologie aan de Universiteit Leiden en betrokken bij het onderzoek. „We hebben voor alle plekken waar nu landbouw voor de vleesproductie en veeteelt plaatsvindt heel specifiek gekeken naar wat de natuurlijke vegetatie was en berekend hoeveel koolstof er boven de grond in de plant of boom zelf en onder de grond in de wortels kan worden vastgelegd en wat er gebeurt als die vegetatie afsterft en wordt opgenomen in de ondergrond.”

Volgens een conservatieve berekening is tegen de tijd dat de vegetatie volgroeid is 56 gigaton CO2 vastgelegd, in een gunstige berekening 144 gigaton, gemiddeld komen de onderzoekers op 98 gigaton. Meer dan de helft van de vastlegging zou plaatsvinden in vier grote landen met veel oppervlak aan voedergewassen en grasland: de Verenigde Staten (26,3 procent, 26 gigaton), Australië (13,5procent, 13, gigaton), Duitsland (7,7 procent, 7 gigaton) en Frankrijk (7,6 procent, 7 gigaton). Er is gecompenseerd voor toegenomen consumptie van eiwitrijke plantaardige producten zoals soja, maar veranderingen in uitstoot bij onder meer transport en verpakken zijn niet meegenomen.

Er zijn meer voordelen. Oorspronkelijke vegetatie is diverser dan wat er nu op het land gebeurt, waardoor de biodiversiteit kan verbeteren. En er is gezondheidswinst: minder obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten doordat er minder vlees en suiker gegeten wordt.

Op de boerensector heeft dit enorme impact

Arnold Tukker hoogleraar ecologie

Maar het terugbrengen van natuurlijke vegetatie heeft wellicht niet de hoogste prioriteit als er land vrijkomt. Er is ook land nodig voor de productie van gewassen voor de biobrandstof en de opwek van duurzame energie. „En op de boerensector heeft zo’n massale verschuiving van dieet natuurlijk ook enorme impact, dit zal in veel landen niet zonder slag of stoot gaan”, zegt Tukker.

Dan is er nog het menselijke aspect. „Anders gaan eten is op zich een klimaatmaatregel die iedereen van de ene op de andere dag kan invoeren, anders dan je huis aardgasvrij maken of je woon-werkverkeer aanpassen, de andere twee belangrijke bronnen van uitstoot door consumenten. Maar we leven in een gepolariseerde samenleving, als je dit mensen gaat opleggen kun je zomaar het beeld krijgen dat Henk en Ingrid hun biefstuk wordt afgenomen. En veel mensen hebben het idee dat dit dieet minder lekker is, ook al laten veel koks al lang zien dat dat echt niet zo is. Mijn hoop is gevestigd op de Albert Heijns en de Jumbo’s van deze wereld, dat die laten zien dat plantaardig eten ook makkelijk en lekker kan zijn.”