Van alle kanten belicht

NRC Journalistiek Jaarverslag 2021

Voorwoord NRC hoofdredacteur

Journalistiek is maatschappelijke betrokkenheid in de vorm van vragen, niet van stelligheid

Leg een dobbelsteen op tafel en kijk er naar met je ogen langs de tafelrand. Van de ene kant zie je vieren. Langs de andere misschien tweeën, of vijven.

Normaal, toch?

Ja, zolang we het met elkaar eens blijven dat er uiteindelijk een dobbelsteen ligt, met verschillende kanten.

Het gaat mis als de ‘vierkanters’ beweren dat er alleen maar vieren zijn, en de ‘vijvers’ alleen nog in vijven geloven. Niet alleen omdat het gesprek dan op ruzie uitloopt. De getallen op de vlakken beperken zo ook het zicht op hoe het echt zit.

Aan die dobbelsteen denk ik wel eens bij sommige debatten over journalistiek.

Zijn we kritisch genoeg over coronavaccins? Weten we genoeg over de bereidheid van het kabinet om vrijheid te organiseren als corona blijft? Vroegen we op tijd of het kabinet ver genoeg vooruit keek? Hoe veel ruimte moeten we laten aan mensen met extreme posities in het genderdebat?

Allemaal goede vragen.

Ik ben onder de indruk van de kennis die spreekt uit bondigheid, oog voor twijfel en gevoel voor contrapunten

Ook op de redactie gaan debatten er vaak stevig aan toe. En gelukkig maar. Als je vragen scherp wil stellen, heb je niets aan al te veel consensus over de kwaliteit van bijvoorbeeld het coronabeleid van de overheid.

Door ons kritiek te laten weten, nemen ook lezers en luisteraars deel aan het debat op de redactie. Vaak verwoorden kritiek en vragen bovendien niet alléén opwinding – hoe begrijpelijk die ook is. Ik ben onder de indruk van de kennis die spreekt uit bondigheid, oog voor twijfel en gevoel voor contrapunten.

Wij willen geen enkel vlak van de dobbelsteen onbelicht laten, dus we zijn gevoelig voor de gedachte dat we iets niet (genoeg) zien. Het is een belangrijke reden om permanent te werken aan een redactie waar mensen zich thuis voelen met verschillende achtergronden, kennis en affiniteiten.

In al die debatten maken we steeds een onderscheid tussen het getal en de dobbelsteen. Hoe sterker de overtuiging leidend is, hoe groter het risico dat het perspectief te beperkt wordt. Dat je andere kanten die ook deel zijn van het verhaal niet meer ziet.

Over een onderwerp als gender hadden we niet alleen opinieartikelen. We maakten ook interviews met experts en ervaringsdeskundigen. We bespraken boeken en theaterstukken. En we maakten een dubbele special, zowel in geschreven vorm als in de podcast Onbehaarde Apen, over de verschillende brillen waarmee de wetenschap nu kijkt naar gender. Daar ging het over wat we weten – niet wat mensen vinden.

Journalistiek is een vorm van maatschappelijke betrokkenheid. Maar dan een vorm die zich vertaalt in vragen, niet in stelligheid. We denken nooit dat wel alles al weten en vragen altijd verder.

Foto Andreas Terlaak

Daarom is verslaggeving ook nooit klaar. Het definitieve artikel, de podcast die alle andere overbodig maakt: ze bestaan niet. Over podcast gesproken: dat is de vorm bij uitstek waarin je als luisteraar wordt meegenomen in de journalistieke zoektocht.

Een mooi voorbeeld dit jaar was de succesvolle serie Het Geheim van Rijswijk. Anna Korterink en Mirjam van Zuidam nemen de luisteraar mee in hun vragen over de onopgeloste moord, waarschijnlijk bij vergissing, op drie bandleden in Rijswijk in 1985. Waarom houdt die nog altijd de gemoederen bezig? En waarom is het onderzoek ooit stilgelegd?

Een journalistieke zoektocht gaat altijd gepaard met twijfel. Stellen we de goede vragen, baseren we ons op correcte kennis? Als ik de podcast Haagse Zaken luister, word ik niet alleen bijgepraat over wat er speelt in de politiek. Ik ben ook weer even terug op de Haagse redactie, waar ik jaren heb gewerkt: als luisteraar ben je deelgenoot van het journalistieke debat.

Daarmee leer je ook hoe journalistiek werkt. We merken aan vele reacties hoe welkom en ook hoe belangrijk dat is in tijden van alomtegenwoordige sociale media. Algoritmes op sociale media filteren niet op kwaliteit, maar op emoties die een aangename omgeving voor advertenties creëren.

Daartegenover groeit het vertrouwen in professionele media. Wij zweren bij kritische distantie, rigoureus feitenonderzoek en pluriform debat. Daarbij baseren we ons op een uitgebreide vakethiek – de openbare NRC Code.

Hoofdredactie NRC 2021

Hoofdredactie NRC: Elske Schouten, René Moerland, Monique Snoeijen, Melle Garschagen en Harrison van der Vliet.

Foto’s Andreas Terlaak

Ook dat werk is nooit af. We publiceren verantwoordingen over onze werkwijze bij onderzoeksartikelen. De ombudsman van de krant kijkt wekelijks kritisch naar onze journalistiek. Na elf jaar is dat volgend jaar overigens niet langer Sjoerd de Jong. Hij stapt over naar de redactie wetenschap. In september wordt Arjen Fortuin, nu onze tv-recensent, de nieuwe Ombudsman. Tot die tijd gaat een aantal redacteuren in de ombudsrubriek in gesprek met onder anderen lezers, experts en mensen in het nieuws over (onze) journalistiek.

Professionele media is een term die ons beter past dan wat je tot voor kort nog wel hoorde: ‘traditionele media’. We hebben een lange traditie van – pluriforme – journalistiek, en daar zijn we trots op. Sinds de oprichting van het Algemeen Handelsblad in 1828 heeft onze journalistiek al vele vernieuwingen doorgemaakt. Steeds bleven we daarbij ‘open voor de geest der eeuw’, zoals we het met de komst van NRC Handelsblad in 1970 verwoordden.

Ook die nadruk op vernieuwing zegt meer over ons dan het ‘traditionele’. Dit jaar kreeg NRC de belangrijkste audioprijs van het land, de Zilveren Reissmicrofoon. NRC Audio is het eerste mediabedrijf dat met deze prijs onderscheiden is als podcastmaker. Extra leuk voor onze vele jonge medewerkers die hier pionierswerk verrichten.

Elk jaar stel ik onze redactie de vraag bij dit journalistieke jaarverslag: gingen er ook dingen mis?

De Podcastclub, een nieuwsbrief en platform op de gratis app NRC Audio, is een van ontdekkingen van het afgelopen jaar, waarin je podcasts leert kennen van allerlei verschillende makers, niet alleen van NRC.

Elk jaar stel ik onze redactie de vraag bij dit journalistieke jaarverslag: gingen er ook dingen mis? Kwamen er voornemens niet uit? In dit jaarverslag zult u van alle chefs van de verschillende redacties een korte terugblik lezen op het jaar. De ratio achter keuzes, waar ze trots op zijn, maar ook wat we volgend jaar beter willen doen.

Want het laatste wat we willen, is tevreden achterover leunen. Het gaat goed met de krant, dankzij u, onze 300.000 abonnees. Daar zijn we u dankbaar voor en we zullen ook in 2022 alles op alles zetten om uw vertrouwen waar te maken.

Daarvoor gaan we onder meer onze capaciteit versterken om agenderend onderzoek te doen naar maatschappelijke thema’s. We willen onze datajournalistiek verdiepen en de toegang tot praktische artikelen wanneer u die nodig heeft.

Aan het einde van het jaar kom ik er bij u op terug. Ik wens u een goed en gezond 2022.

René Moerland
hoofdredacteur

Journalistieke prijzen 2021

De Zilveren Camera

De Zilveren Camera werd toegekend aan fotograaf Kees van de Veen voor ‘Pap, ik hou van je, en groetjes aan mam’, een serie over een stervende coronapatiënt.


Citi Journalistic Excellence Award

De Citi Journalistic Excellence Award 2020 werd gewonnen door Mark Beunderman voor zijn artikel ‘De vier gezichten van de sluwe redder van de euro’.


De Tegel

De Tegel in de categorie ‘Achtergrond’ werd toegekend aan Derk Stokmans en Mark Lievisse Adriaanse voor het artikel ‘Hoe Nederland de controle verloor’.

De Tegel in de categorie ‘Verslaggeving’ werd toegekend aan Emilie van Outeren voor haar verslaggeving over de demonstraties in Wit-Rusland.


De Haagse persprijs

De Haagse persprijs Luis in de Pels werd toegekend aan Merijn Rengers en Joep Dohmen voor onderzoek naar Groep de Mos.

De eervolle vermelding van de Haagse persprijs werd toegekend aan Titia Ketelaar voor haar portret van het Malieveld.


De Loep

De Loep in de categorie Controlerende Onderzoeksjournalistiek werd toegekend aan Derk Stokmans en Mark Lievisse Adriaanse voor het artikel ‘Hoe Nederland de controle over het coronavirus verloor’.


Society for Newsdesign

Bij de Society for Newsdesign werd goud gewonnen in de categorie Best of Digital News Design voor ‘Illegaal met vrienden. Het leven van Ali en Amadu’ en brons voor ‘Achter de klapdeuren’.


Zilveren Reissmicrofoon

De Zilveren Reissmicrofoon werd gewonnen door de podcasts van NRC.


Inktspotprijs

Kamagurka won de Inktspotprijs voor beste politieke cartoon met een NRC-tekening over de corona- en vluchtelingencrisis.

De beste verhalen van 2021

Elk jaar stellen we onze redactie de vraag: gingen er ook dingen mis? Kwamen er voornemens niet uit? In dit jaarverslag zult u van alle chefs van de verschillende redacties een korte terugblik lezen op het jaar. De ratio achter keuzes, waar ze trots op zijn, maar ook wat we volgend jaar beter willen doen.

1
Audio
De lessen van Het geheim van Rijswijk

Een jaar geleden belde ik met journalist Anna Korterink. In de mailbox van haar overleden vader, misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink, was een bericht binnengekomen van een nabestaande van een slachtoffer uit een oude moordzaak.

Meer dan 30 jaar geleden, op 7 maart 1985, wordt een amateurbandje tijdens een repetitie in een kantoorpand in Rijswijk opgeschrikt door twee zwaarbewapende mannen die de bandleden dwingen op de grond te gaan liggen en hen neerschieten. Drie van hen overleven dat niet. Al snel is er het vermoeden dat sprake is van een vergissing. De aanslag zou mogelijk bedoeld zijn geweest voor de Bevrijdingsraad voor Suriname, een organisatie die zich verzette tegen het regime van Desi Bouterse. De zaak is echter nooit opgelost en veel vragen zijn altijd onbeantwoord gebleven.

Anna besloot in de voetsporen van haar vader te treden ​en ging, samen met journalist Mirjam van Zuidam, op zoek naar antwoorden. Een zoektocht die voor de podcastafdeling geheel nieuwe vraagstukken opwierp. Hoe pak je hoor- en wederhoor in audio goed aan? Wat doe je als mensen wel willen vertellen, maar niet willen worden opgenomen? En hoe zorg je voor helderheid in een zaak die, naar alle schijn, bewust schimmig is gehouden? Het zijn lessen die de serie Het geheim van Rijswijk heeft opgeleverd, ​en die we ook in de rest van onze (dagelijkse of wekelijkse) producties meenemen.

Anne Moraal,
Chef Audio
Anne Moraal Chef Audio

2
Media
Wie heeft het
voor het zeggen?

Scène uit ‘Apex Legends’. EA maakt het het populaire ‘ping’-systeem uit de game beschikbaar voor andere bedrijven.

Beeld EA

Op de mediaredactie gaat vrijwel geen dag voorbij of het thema pluriformiteit in al zijn facetten ligt op tafel. Hoe toegankelijk zijn games bijvoorbeeld voor mensen met een beperking? Wie schuift wel en wie schuift niet aan in talkshows? En waar slaat het moderatiebeleid van grote techbedrijven om in censuur?

Media zijn overal ter wereld op zoek naar manieren om recht te doen aan een samenleving die niet langer verzuild is, maar eerder verbrokkeld. Over dat streven schrijven we dan ook geregeld. En we doen er tegelijk ook aan mee.

Zo zijn we in 2021 actief op zoek gegaan naar nieuwe mediastemmen om deze vroegtijdig te signaleren. Denk bijvoorbeeld aan het mooie dubbelinterview met mediamakers Samya Hafsaoui en Nisrine Sahla. Wat opviel tijdens dat interview was dat zij onze vragen over wat hen anders maakt, zoals hun hoofddoek, intussen meer dan zat zijn. Dat was kritiek die ons aan het denken heeft gezet. Zou diversiteit in de media intussen niet voor zich moeten spreken?

Pluriformiteit heeft ook met je onderwerpselectie te maken. Zo zijn we dit jaar online media net zo serieus gaan nemen als, bijvoorbeeld, radio en televisie. Door bijvoorbeeld een jonge memeredacteur aan te stellen, Süeda Isik, die ons laat zien welke memes op internet het gesprek van de dag bepalen. En door juist één van de meest ervaren krachten van de krant, Juurd Eijsvoogel, de wereld van de grote platforms als Facebook en Google te laten beschrijven.

In Hilversum begint het streven naar meer diversiteit intussen tot hoofdbrekens te leiden. Is het bestel bestand tegen een omroep die zegt ‘Ongehoord Nederland’ te vertegenwoordigen en zich intussen profileert met aantoonbare desinformatie en antisemitische, danwel racistische toezichthouders?

Vragen voor 2022, waarin de vraag ‘wie het voor het zeggen heeft’ vermoedelijk opnieuw het gesprek van de dag zal zijn.

Karel Smouter,
Chef Media
Karel Smouter, Chef Media

3
Nieuwsdienst
Moeten we die coronacijfers eigenlijk nog wel elke dag melden?

Zorgpersoneel van de Covid-IC van het UMC in Utrecht maakt een comateuze patient klaar voor een CT-scan.

Foto Ilvy Njiokiktjien

Moeten we die coronacijfers eigenlijk nog wel elke dag melden, zo nieuwswaardig zijn ze toch niet meer? Hoe lager de besmettingscijfers afgelopen zomer waren, hoe vaker die vraag ons gesteld werd. Andere media stopten zelfs met het bijhouden van een dagelijks liveblog. Ook wij maakten op sommige dagen maar enkele updates in het coronablog. Maar ermee ophouden, dat durfden we nog niet aan. Want wie zegt dat het zo blijft? Elders is het nog lang niet voorbij. En los daarvan, zijn lage besmettingscijfers niet ook gewoon nieuws?

De vraag of iets nieuwswaardig is, stellen we de hele dag door. Die vraag beantwoorden is niet altijd even makkelijk. Iedere journalist weet: doden dichtbij zijn belangrijker nieuws dan doden ver weg, ténzij het om Nederlanders gaat. Hoe schrijnend ook. De coronacrisis blíjft nieuws, ook al voelt het soms alsof alles zich steeds herhaalt. Toen de besmettingen en ziekenhuiscijfers dit najaar weer ver opliepen, konden we sommige berichten vooraf al bijna helemaal klaarzetten. Evenementen werden uitgesteld, ziekenhuizen sloegen alarm om de toegenomen zorgvraag, de horeca reageerde boos op wéér nieuwe maatregelen. We hadden het allemaal al eens opgeschreven. En zonder al te veel morren deden we het weer, nieuws is nieuws.

Hoe hoger het aantal besmettingen, hoe hoger de leescijfers van het coronablog. Ook dat is een journalistieke wetmatigheid gebleken. Toch betekent dat niet dat we alles rond de coronacrisis maar blijven melden simpelweg “omdat we dat altijd zo doen”. We maken altijd een afgewogen oordeel, of het nou gaat om een coronademonstratie of de ontdekking van een nieuwe virusvariant. De vraag of iets nieuwswaardig is zullen we blijven stellen. Oók de vraag of een dagelijks coronablog nog wel nodig is – al vermoed ik dat het antwoord daarop voorlopig nog wel even ‘ja’ zal blijven.

Jisca Cohen,
Chef Nieuwsdienst
Jisca Cohen, Chef Nieuwsdienst

4
Weekend
We kiezen voor mensen die een opmerkelijk of belangrijk verhaal te vertellen hebben

Sosha Duysker (29) en Edson da Graça (39)

Foto Foto Annabel Oosteweeghel

Een vaste pijler van de Weekendkrant van NRC zijn de interviews die we daarin publiceren. Natuurlijk zitten daar usual suspects bij, zoals schrijvers, wetenschappers en politici, maar we kiezen ook uitdrukkelijk voor hele andere bekende en minder bekende personen die in onze ogen een opmerkelijk of belangrijk verhaal te vertellen hebben.

Zo lieten we afgelopen jaar twintig Afghaanse vrouwen aan het woord, die noodgedwongen afscheid namen van hun relatief vrije leven na de terugkeer van het Talibanregime. We spraken ook de Groningers Sijbrand en Richtje Nijhoff, die jarenlang een juridische strijd voerden tegen de NAM en de Nederlandse staat over aardbevingsschade. Luitenant-kolonels Gwenda Nielen en Claudia Redout vertelden hoe ze moegestreden vertrokken bij Defensie, na een jarenlang gevecht tegen vooroordelen en uitsluiting. En ondernemers John en Anja Fontaine legden uit waarom ze na de corona-lockdown na 25 jaar hun broodjeszaak moesten opgeven.

In de zomer gaan we traditioneel op zoek naar onverwachte duo’s, in het wekelijkse zomeravondgesprek. Dat leverde dit jaar verrassende combinaties en mooie gesprekken op, zoals met de schrijvers Lale Gül en Franca Treur, die allebei afscheid namen van het religieuze milieu uit hun jeugd. Of met de tv-makers Sosha Duysker en Edson da Graça, die hun huidskleur ook als een ‘label’ ervaren.

Bijzondere levensverhalen van uiteenlopende ‘gewone’ mensen komen week in, week uit ook aan bod in de rubriek ‘Dit ben ik’, achterin het Weekend-katern. Dit zijn de verhalen van mensen die anders niet snel de krant halen. Zo spraken we met de Rotterdamse Marion ter Meer (72), die vroeger man was, Jim Jonathan van Gorkum (23) die werd geadopteerd vanuit Haïti, de Armeense bakker Anna Ashrafyan (46) uit Zwolle en gymleraar Cüneyt Özguven (41), die als kind van Turkse afkomst een warm thuis vond in een Moluks pleeggezin.

Jochen van Barschot,
Chef Weekend
Jochen van Barschot, Chef Weekend

5
Beeld
Hoe verifieer je foto’s uit oorlogsgebied?

Na de val van Kabul zagen we, al scrollend door het aanbod van de persbureaus, opvallend veel foto’s van Talibanstrijders die bereidwillig op de foto gingen. Eén fotoserie, aangeboden door AP, liet Talibanstrijders zien die volgens het bijschrift patrouille liepen door een wijk in de stad. De straat leek leeg geveegd te zijn voor dat moment. De mannen liepen op hun gemak rond, hun kalasjnikov als een baby in hun armen. Ze poseerden en namen zelfs de tijd voor een groepsfoto. Fotografen konden al gauw niet meer op het vliegveld in Kabul komen, het meeste beeldmateriaal van binnen de muren werd aangeleverd door het Amerikaanse leger.

We konden zien hoe Amerikanen zich ontfermden over baby’s, en hoe ze water en high-fives uitdeelden aan kinderen. Het ingewikkelde was dat er in de regio nog maar weinig fotografen zaten. Bij de fotoredactie gingen de alarmbellen af. Is dit de situatie ter plekke? Of doen ze dit voor de aanwezige camera’s? Hoe verifieer je beeld uit oorlogsgebied? Wij brachten met de fotoredactie de eerste dagen veel tijd door op sociale media, om zo te controleren of foto’s en filmpjes van burgers hetzelfde beeld gaven als de persbureaus. We zagen veel meer chaos en veel meer geweld. Al moet je natuurlijk ook dan alert blijven. Soms bleek het te gaan om oud materiaal, of was de oorspronkelijke afzender onvindbaar.

Ook recentere beelden van migranten langs de Poolse grens in Wit-Rusland kwamen niet van onafhankelijke fotojournalisten. Het gebied was afgesloten. Het beeld dat wel via de persbureaus binnenkwam is afkomstig van het Wit-Russische persbureau Belta, van het Russische persbureau Spoetnik en van de Poolse defensie. Via ooggetuigenissen wisten we echter dat de situatie aan de grens zoals die hier is te zien, klopte. Daarom hebben we besloten deze foto’s wél te tonen. We hebben dit ook vermeld bij publicatie. De reflex van de fotoredactie om zelf op onderzoek uit te gaan en op allerlei manieren toch te proberen om aan meerdere bronnen te komen, is iets waar ik als chef van de fotoredactie trots op ben. Helaas zijn fotojournalisten steeds vaker niet welkom op plekken om een verslag te maken. Ik denk dat wij als redactie een belangrijke rol hebben om dit te blijven benoemen en ons daar bewust van te zijn.

Natalia Toret,
Chef Beeld
Natalia Toret, Chef Beeld

6
Cultuur
Kan kunst de wereld redden?

Jacob Coeman, Surapati en een tot slaaf gemaakte bediende naast de familie Cnoll, 1665 (Rijksmuseum)

Foto Carola van Wijk/Rijksmuseum

Kan kunst de wereld redden? Helaas, dat lijkt me een utopie. Maar het viel ons als cultuurredactie het afgelopen jaar wel op hoe er onder kunstenaars, muzikanten en theatermakers weer een toenemend engagement zichtbaar was. Zwarte kunstenaars spraken zich uit over Black Lives Matter, kunstenaarscollectieven kwamen op voor de rechten van de lhbti+-beweging, muzikanten schreven weer protestsongs, architecten bouwden steeds duurzamer en theatermakers probeerden hun tournees CO2-neutraal te maken.

Zoals de cultuurredactie geen eiland is binnen de krant, zo zitten kunstenaars allang niet meer in hun ivoren torens boeken te schrijven of doeken te schilderen. De grote maatschappelijke vragen van onze tijd worden vaak juist door kunstenaars gesteld. Ik ben er trots op dat we die diversiteit aan geëngageerde meningen en trends dit jaar hebben kunnen bundelen in de inhoudelijke themabijlages ‘Kunst & Klimaat’ en ‘Kunst & Activisme’.

De grote Slavernij-tentoonstelling in het Rijksmuseum inspireerde de cultuurredactie om een special te maken over de koloniale geschiedenis van Nederland. Correspondenten schreven reportages over de erfenis van slavernij in Suriname, Zuid-Afrika en Indonesië. De muziekredactie maakte een verhaal – én een fijne playlist – over hoe de muziekstijlen van ontwortelde Afrikanen door de slavenhandel verspreid werden over de hele wereld. Dat de geschiedenis van slavernij nog altijd zo sterk doorwerkt in de muziek en de kunst van nu, dat was voor mij een eye-opener.

De reacties op de Slavernij-special waren soms pittig. Er werden binnen en buiten de redactie felle discussies gevoerd over de gebruikte terminologie (totslaafgemaakt in plaats van slaaf, wit in plaats van blank). Ook later in het jaar zag ik de felheid in het debat, bijvoorbeeld naar aanleiding van de recensie die Quinsy Gario maakte van Zaïre Kriegers vertaling van Amanda Gormans inauguratiegedicht. Waren we als redactie te ‘woke’ geweest door de voorman van Zwarte Piet is Racisme te vragen als recensent?

Sandra Smallenburg,
Chef Cultuur
Sandra Smallenburg, Chef Cultuur

7
Onderzoek
De noodzaak van vasthoudende en doortastende onderzoeksjournalisten

Beeld Martien ter Veen

Onderzoeksjournalistiek onthult misstanden én stuit op patronen die niemand nog scherp op het netvlies had. Zo wint de overheid stelselmatig inlichtingen in over eigen, vaak onschuldige burgers en dringt in het geheim hun leefwereld binnen. Defensiemedewerkers volgen burgers op internet, gemeenten sturen onderzoekers undercover naar moskeeën. En de NCTV, opgericht om Nederland te helpen behoeden tegen aanslagen, verzamelt en verspreidt onbevoegd privacygevoelige informatie over burgers. Zonder dat iemand dat controleert of daar greep op heeft.

Esther Rosenberg, lid van de onderzoeksredactie, legde de ongecontroleerde inlichtingenhonger van de overheid bloot samen met collega’s van de redactie binnenland. Met Karel Berkhout beet zij zich vast in het Land Information Manoeuvre Center (LIMC) – een tot dan onbekende eenheid van de landmacht, met Andreas Kouwenhoven en Romyvan der Poel stortte ze zich op de ongebreidelde datahonger van de NCTV. Ze legden contact met medewerkers bij de overheidsdiensten, verzamelden bewijsmateriaal in de vorm van rapporten, notulen, mails en nepaccounts en confronteerden de verantwoordelijken met deze verborgen datapraktijken.

Het resulteerde in een tiental verhalen online en op papier, die terug te lezen zijn in het aparte onderzoekshoekje op de site nrc.nl . Bij Defensie heeft bijna een jaar een interne strijd gewoed over de omstreden verzameling van gegevens over burgers, corona en desinformatie. De ambtelijke top, militaire inlichtingendienst MIVD en juristen benadrukten keer op keer dat dit niet mocht. Pas na publicatie greep toenmalig Defensieminister Ank Bijleveld in en gelastte onderzoek. Bij Justitie betuigde CDA-minister Grapperhaus spijt tegenover de Tweede Kamer. Hij ontwierp een nieuwe wet waarmee de stilgelegde, onwettige activiteiten van de NCTV kunnen worden hervat, maar die wet is na weer nieuwe onthullingen controversieel verklaard.

Teruglezend is best te verklaren hoe het zo uit de hand kon lopen. Uit het oogpunt van terrorismebestrijding gingen bij de overheidsdiensten de remmen los. Maar nu is er iets verschoven en daaraan kleven bezwaren en gevaren. De datahonger kost de burger privacy, de overheid oogst wantrouwen in plaats van vertrouwen. En dan bewijst zich de noodzaak van vasthoudende en doortastende onderzoeksjournalisten: zij controleren de macht, hoe hard die macht ook probeert een ongeoorloofde praktijk onder het tapijt te vegen.

Wubby Luyendijk,
Chef Onderzoeksgroep
Wubby Luyendijk, Chef Onderzoeksgroep

8
Leven
Vrijmoedig en openhartig

Illustratie Lotte Minkema

Bij Leven geven wij mensen een stem die je niet gauw op de nieuwspagina’s tegenkomt, omdat ze niet over de actualiteit gaan maar over het persoonlijk leven. Die stemmen kunnen soms fragiel, kwetsbaar of angstig zijn. En soms juist openhartig, taboedoorbrekend of intiem.

Zo hadden we op de Leven pagina’s afgelopen jaar verschillende vrijmoedige stukken over relaties. Waarbij een weduwnaar vlak na het overlijden van zijn vrouw vurig verlangde naar een nieuwe liefde. Of een jonge vrouw die schreef over haar liefdesrelatie die ze verbrak ondanks haar ernstige ziekte. We hadden ook stukken over seks in de toekomst, over vrijen met een robot, liefdesmedicijnen en seks met meerdere mensen of op hoge leeftijd.

Er stonden ook gevoelige verhalen op de Leven pagina’s die gingen over kinderen. Wat als je kind een stoornis heeft, kan het dan wel meekomen later in de maatschappij en de zorgen die je daar als ouder over hebt. Mannen vertelden dat niet hun vrouwen maar juist zijzelf na de komst van een baby in een postnatale depressie belandden. We plaatsten ook een persoonlijk relaas van een moeder die het leven van haar gezin schetst, waarin iedereen autisme heeft.

En dan waren er ook nog andere stemmen, vaak optimistisch van toon, waaronder die van de lezer. Die liet na de zomervakantie weten hoe we het vakantiegevoel kunnen vasthouden – maak een afspeellijst met nummers die je tijdens je vakantie hebt gehoord. De lezer dook in de familiegeschiedenis en vertelde over opmerkelijke ontdekkingen – mijn voorouder draaide door en vermoordde twee vrouwen. En de lezer gaf tips over hoe je het beste kunt ‘ontspullen’ – maak foto’s van alles wat je dierbaar is en schrijf er een persoonlijk stukje bij.

Juliette Vasterman,
Leven
Juliette Vasterman, Chef Leven

9
Politiek en Bestuur
Hoe diep is de kloof?

Illustratie Mikko Kuiper

Soms voltrekt de geschiedenis zich in scherpe breuklijnen, soms veranderen dingen langzaam, maar onherroepelijk. De moord op Pim Fortuyn, volgend jaar twintig jaar geleden, was zo’n breuklijn: er is een tijd vóór en na. Nu maken we als Haagse redactie een verandering mee die politiek misschien wel even ingrijpend is, maar die in kleine stapjes gaat.

Het afgelopen jaar toonde een groot bestuurlijk onvermogen aan: een onmachtige overheid en een groot democratisch tekort. Het gevolg daarvan: een vertrouwenscrisis tussen burger en politiek. Het kabinet-Rutte III viel over de Toeslagenaffaire, nadat aan het licht was gekomen dat tienduizenden burgers ten onrechte als fraudeur waren nagejaagd. De burger wantrouwt de overheid, omdat diezelfde overheid de burger al veel langer wantrouwt.

Dit thema hebben we het afgelopen jaar tot speerpunt gemaakt van onze journalistieke fascinatie. We onderzochten hoe diep de kloof was, via opinieonderzoek in samenwerking met I&O Research, analyses en reportages. We lieten de toezichthouders van de huidige bestuurscultuur aan het woord: waarom wordt naar hun kritiek niet geluisterd? We onderzochten de ambtenarij, en de rol van de Tweede Kamer: roepen om een strenge wet is één ding, maar wat als die wet onschuldigen raakt? En we groeven verder in het dossier van de toeslagen zelf. Wat is daar allemaal misgegaan? En waar stáát dat voor?

Omdat we er elke week onze verhalen echt anders kunnen vertellen, ben ik trots op onze podcast Haagse Zaken. Onder leiding van presentator Lamyae Aharouay en producent Iris Verhulsdonk werken we op een inhoudelijke, bijna nerdy manier verhalen uit. Maar ons publiek is jong, divers en buitengewoon trouw. Haagse Zaken leert me dat de behoefte aan diepgang groot is, en dat de toekomst zonnig is voor maatschappelijk betrokken, vernieuwende kwaliteitsjournalistiek.

Guus Valk,
Chef Politiek en Bestuur
Guus Valk, Chef Politiek en Bestuur

10
Boeken
Het boekjaar 2021 was rijker dan ooit

Foto Daniel Niessen

Het boekjaar 2021 was rijker dan ooit. Vooral in het najaar verscheen een stroom aan goede fictie en non-fictie, waardoor de redactie de boekenstroom amper tot een evenredige hoeveelheid recensies kon verwerken. Toch lukte het om een evenwichtige keuze te maken, die recht deed aan het nog altijd rijke Nederlandstalige boekenlandschap. Daarbij werd geprobeerd om een evenwicht aan te brengen tussen jonge en oude schrijvers, tussen aanstormend talent zoals Tobi Lakmaker en Simone Atangana Bekono en gearriveerde auteurs zoals Jonathan Franzen, tussen geschiedenis en actuele non-fictie. Met name in die laatste categorie kwam de nadruk te liggen op actuele thema’s als vrijheid, transgender, diversiteit en de omgang met de coronapandemie.

Ook was er aandacht voor bedrijfsnieuws uit de boekensector, al had dit uitvoeriger gekund en belandde dit vooral in de economiebijlage. Zo berichtten we met name over de dalende omzet van de fysieke boekhandel als gevolg van de in coronatijd en lockdowns drastisch toegenomen online verkopen. In de economiebijlage verscheen ook een artikel over de met 40 procent gestegen papierprijs als gevolg van dezelfde toename van het  online bestellen van goederen. Goedlopende titels konden daardoor aan het einde van het jaar niet op tijd worden herdrukt, wat ten koste ging van de omzet. Aan deze ontwikkeling zal de redactie meer aandacht moeten besteden. Hetzelfde geldt voor de toenemende trend dat er steeds minder serieuze literatuur wordt verkocht en meer geschiedenis en actuele non-fictie wordt gelezen. Genoeg vragen dus om in 2022 te beantwoorden.

Michel Krielaars,
Chef Boeken
Michel Krielaars, Chef Boeken

11
Opinie
Meer afwijkende geluiden
laten horen

Vanwege de zomervakantie laten veel mensen zich testen om zo een geldig reiscertificaat te bemachtigen.

Foto Rob Engelaar/ANP/Hollandse Hoogte

Vorig jaar schreef ik hier dat de opinieredactie zelden zoveel stukken kreeg aangeboden als tijdens de eerste coronagolf in 2020. Die seizoenspiek is het afgelopen jaar niet overtroffen. Wel kregen we steeds meer vragen van lezers over de verscheidenheid aan opvattingen in het Covid-debat. Lieten we aan het begin van de pandemie niet te veel mensen aan het woord die zich achter het kabinetsbeleid schaarden? Moest in de prikdiscussie niet ook eens een niet-gevaccineerde zijn of haar punt maken?

Terechte vragen. Het online in 2021 meest gelezen stuk paste in ieder geval in ons streven om, meer dan in 2020, ook meer afwijkende geluiden te laten horen. De zware coronamaatregelen, schreven vier intensivisten eind januari, wegen niet meer op tegen de gezondheidswinst die ziekenhuizen boeken. Hun stuk raakte een snaar. Dat gold ook voor de juridische kritiek van advocaat Stan Baggen, in de zomer, op de coronapas. We kregen tientallen brieven van lezers voor wie dit iets al te veel pluriformiteit bleek te zijn.

Want in een tijd van deplatforming, van safe spaces en algoritmes die precies bepalen wat je interessant zou kunnen vinden, kan zelfs een duidelijk als opiniestuk aangeprezen artikel al tot geschrokken reacties leiden. Zelfs als die stukken pogen tegenwicht te bieden aan eerdere stukken. Kritische artikelen over premier Mark Rutte rond de verkiezingen, werden gevolgd door verhalen die het voor hem opnamen of die de ‘nieuwe bestuurscultuur’ van zijn uitdager Sigrid Kaag kritisch onder de loep legden. Vlak vóór die verkiezingen maakten we trouwens een special die, juist dankzij die verscheidenheid, tot veel enthousiaste reacties leidde: we lieten de verkiezingsprogramma’s van grote partijen bespreken door topauteurs als ware het boekrecensies – zij het zonder ‘ballen’.

Peter Vermaas,
Chef Opinie
Peter Vermaas, Chef Opinie

12
Economie
Het jaar dat Shell uit Nederland vertrok

Illustratie Anne van den Boogaard

Je kunt 2021 beschouwen als het jaar dat Shell uit Nederland vertrok. Althans het hoofdkantoor van de oliemaatschappij verkast naar Londen. Dat wordt – na het eerdere vertrek van het hoofdkantoor van Unilever – als een gevoelig verlies gezien.

Het vertrek van Shell heeft een hoge symbolische waarde. Het geeft het einde aan van het tijdperk  van de mastodonten uit de twintigste eeuw die veel Nederlanders als de trots van onze economie zien: de multinationals die de wereld veroverden.

Maar kijk naar de AEX en zie dat nieuwe generaties bedrijven de beurs hebben overgenomen: veel  techfondsen.  Shell staat níét meer symbool voor toekomstige groei en werk in Nederland, concludeerde Menno Tamminga in dit stuk.

ASML in Veldhoven heeft de positie van Shell overgenomen. Chips zijn de olie van de 21e eeuw, de tekorten aan halfgeleiders leggen meer productieketens stil dan tekorten aan fossiele energie. Waar voorheen de bazen van Shell de graag geziene gasten waren bij regeringsleiders in de wereld, is hun plek in Washington en Brussel nu ingenomen door de bestuurders van ASML. Toptalenten uit de hele wereld trekken naar de regio Eindhoven. Daarom sloten we het jaar af met een indrukwekkende longread over ASML, waarvoor Marc Hijink het bedrijf een jaar intensief volgde.

De economische voorspoed zal de komende decennia in hoge mate worden bepaald door digitalisering en de energietransitie waarin we afscheid nemen van de fossiele economie. In de fameuze termen van de Oostenrijkse politiek econoom Jozef Schumpeter: we leven in een tijd van creatieve destructie.

Industriepolitiek verschijnt weer op de agenda. Nu met de kleur groen. We schreven er in 2021 al over. We zullen dat in onze verslaggeving, onderzoek en analyses de komende jaren volop doen. De samenleving zal pijnlijke keuzes maken, die tot verhitte discussies zullen leiden over de Nederlandse economie en welke bedrijven daar nog bij horen. Saai zal het zeker niet worden.

Daan van Lent,
Chef Economie
Daan van Lent, Chef Economie

13
Sport
We overwegen een jaar lang alle grote vrouwenkoersen te volgen

Ellen van Dijk op weg naar de wereldtitel tijdrijden.

Foto ANP

Veel lezersvragen gericht aan de sportredactie gaan over de aandacht voor vrouwen. Vaak is de constatering dat wij minder schrijven over vrouwen dan over mannen.

Het onderwerp houdt de sportredactie (zeven mannen, één vrouw) bezig. Wij proberen onze aandacht evenredig te verdelen, maar, eerlijk is eerlijk, dat lukt lang niet altijd. Dat heeft mede te maken met een aantal dominante sporten, waar vrouwen (letterlijk) veel minder in beeld komen dan mannen, zoals voetbal, wielrennen en de Formule 1. Bij olympische sporten, waar Nederlandse vrouwen traditioneel sterk presteren, is onze aandacht vrijwel gelijk verdeeld. Zie atleten als Sifan Hassan en Femke Bol, wielrensters als Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen, de schaatssters, shorttracksters, handbalvrouwen en hockeysters.

Dat betekent niet dat wij tevreden achterover leunen –  in tegendeel. Wij discussiëren regelmatig over onze aandacht voor voetbal en wielrennen. Waar de mannen talloze uren door het beeld rennen en fietsen en een vermogen verdienen, werken vrouwen net zo hard - met veel minder aandacht en veel minder geld. Die verschillen brachten wij in beeld in een aantal verhalen over het vrouwenwielrennen, van de schrijnend ongelijke salarissen tot het belang van de eerste Parijs-Roubaix voor vrouwen. We overwegen een jaar lang alle grote vrouwenkoersen te volgen – van de Tour de France Femmes tot de Giro d’Italia Donne.

Bij het voetbal speelt dezelfde discussie. Wij schrijven steeds vaker over de Nederlandse voetbalsters, maar waarom niet wekelijks over hun eredivisie? Omdat die traditie er (nog) niet is, omdat er nauwelijks toeschouwers op af komen, en omdat de financiële belangen lang niet zo groot zijn als in het mannenvoetbal. Is dat niet een argument om juist méér te schrijven? Dat mes snijdt aan twee kanten. Naarmate de belangen groter worden zal er meer aandacht komen, meer toeschouwers, meer sponsors, meer tv-uren en dus ook meer krantenstukken. Toch nemen we ons voor in 2022 weer meer vrouwelijke sporters te belichten. Wat daarbij flink zou helpen: een betere verhouding tussen mannen en vrouwen bij de sportredactie.

Rob Schoof,
Chef Sport
Rob Schoof, Chef Sport

14
Buitenland
Het is in veel culturen absoluut niet vanzelfsprekend dat vrouwen het woord voeren

Foto Stephanie Lecocq/EPA

Het lijkt zo gemakkelijk. Je bent journalist in het buitenland en dus zou haast ieder gesprek dat je hebt een ander perspectief kunnen opleveren, onze Nederlandse blik kunnen kantelen. Maar zo werkt het niet. De mensen die een écht andere ervaring hebben en zichzelf niet via protesten of campagnes aan je opdringen, daar moet je moeite voor doen. Het is in veel culturen bijvoorbeeld absoluut geen vanzelfsprekendheid dat vrouwen het woord voeren.

Ik ben daarom trots dat we het in 2021 niet alleen hebben gehad over vrouwenrechten in Afghanistan, maar nadrukkelijk Afghaanse vrouwen aan het woord hebben gelaten over leven onder Talibanbewind. Dat deden we in een productie van Hanneke Chin A Fo, die kort voor de val van Kabul in Afghanistan twintig Afghaanse vrouwen met verschillende achtergronden sprak.

Marloes de Koning,
Chef Buitenland
Marloes de Koning, Chef Buitenland

15
Wetenschap
Nieuwsgierige vragen leiden naar nieuwe inzichten

Foto Wouter le Duc

Met een special over gender (op 13 november) zocht de wetenschapsredactie van NRC dit jaar naar kennis áchter een gepolariseerde discussie. Wat is gender eigenlijk? Waarom zijn tieners zo met gender bezig? En hoe is het huidige academische denken over gender ontstaan? Nieuwsgierige vragen die leidden naar nieuwe inzichten, ook voor onszelf. Ik zie het als een kerntaak voor de wetenschapsredactie om die volle breedte én diepte op te blijven zoeken. We gaan niet mee in maatschappelijke ophef, we kijken wel wat er achter ligt.

Over de waan van de dag gesproken: u wilde álles weten over het coronavirus. U verslond de laatste nieuwtjes over vaccins, medicijnen en varianten. Heel veel varianten. Het jaar begon met de Britse, pardon, Alfa-variant en we sloten het jaar af met Omikron. Zo snel als mogelijk willen we weten: werken de vaccins nog, hoe veel besmettelijker is het? Dat stelt de wetenschapsjournalist voor een dilemma. Gaan we voorlopige halve waarheden opschrijven? Want dat is de werkelijkheid van corona. De eerste labproeven van een nieuwe variant leveren hooguit fragmentarisch en wazig beeld op. Dat schrijven we dan ijskoud op: hier lijkt het nu op, maar neem deze informatie alsjeblieft nog niet erg serieus. Pas in de rommelige werkelijkheid moet blijken of varianten de spelregels van de pandemie gaan veranderen – dan zijn de eerste nieuwsberichten die iedereen verslond allang weer vergeten. Ik zeg toch nog maar eens: sommige antwoorden kán de wetenschap (nog) niet geven.

Lucas Brouwers,
Chef Wetenschap
Lucas Brouwers, chef Wetenschap

16
Vormgeving
Op zoek naar
andere vormen

Illustratie Britt Planken

Ons vak bestaat uit verhalen zichtbaar maken. In woorden, in foto’s, maar zeker ook in illustraties en animaties. In illustraties en animaties kun je een verhaal tot leven wekken dat er anders alleen in woorden was geweest, simpelweg omdat er niet altijd fotografen in de buurt zijn. Een voorbeeld hiervan dat mij is bijgebleven, is een productie waar meerdere disciplines op onze redactie aan hebben gewerkt. Een correspondent, een buitenlandredacteur, een motion graphics designer, een datajournalist, een illustrator en vormgevers.

Het verhaal laat de reis zien van Afghanen die hun land willen ontvluchten. Met de val van Kabul in augustus vrezen Europese politici een herhaling van de vluchtelingencrisis van 2015, toen 1,3 miljoen mensen via Turkije doorreisden naar Europa. Nu, in 2021, vluchten Afghanen wederom westwaarts, getuige de 700.000 van hen die de afgelopen zes maanden in Iran zijn aangekomen. De reis duurt jaren en is sinds 2015 moeilijker geworden, door nieuwe grensmuren, extra patrouilles en deportaties.

NRC tekende de reis letterlijk op aan de hand van vier vluchtelingen en vier reisetappes. Door woord en illustraties te combineren in een bijzondere online vorm kregen we een inkijkje in de route, in herinneringen van de vluchtelingen en situaties die zij mee hebben gemaakt tijdens de reis. Het reconstrueren en zichtbaar maken van de routes en ervaringen zorgden voor een uniek persoonlijk verhaal, dat extra impact krijgt door de vorm die we hebben gekozen.

Anne-Marije Vendeville,
Art Director
Anne-Marije Vendeville, Art Director

17
Binnenland
Lockdown, vaccinatie, quarantaine. Best moeilijke woorden voor een kind van vier

Voor vmboleerlingen kan de achterstand in leesvaardigheid tot een jaar oplopen.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Zet mijn stuk van een half jaar geleden maar opnieuw in de krant. Ook de binnenlandredactie had dit jaar af en toe last van coronavermoeidheid. Maar de collega die tijdens een redactievergadering deze opmerking maakte, slikte die snel weer in. Natuurlijk was het wel of niet sluiten van scholen weer actueel. Natuurlijk zou ze meteen aan de slag gaan.

Het is niet anders. Dit stukje gaat grotendeels over corona. Het hield de binnenlandredactie in 2021 weer het meeste bezig.

In veel opzichten was de coronacrisis in 2021 een reprise van de coronacrisis in 2020. Een overgrote meerderheid van de volwassen Nederlanders liet zich vaccineren, maar dit was niet genoeg om nieuwe overbelasting van de zorg te voorkomen. Eerlijk is eerlijk: zo’n slecht najaar hebben wij ook niet zien aankomen. We vertrouwden misschien iets te lang op de deskundigen en de modellen. Maar vol energie gingen we weer de ziekenhuizen in, bij huisartsen langs en op zoek naar patiënten die moesten wachten op een behandeling. Het leverde indringende artikelen op. Datzelfde gold voor jongeren en het onderwijs. Onderwijsredacteur Patricia Veldhuis schreef een bijzonder verhaal over wat deze tijd voor kleuters betekent. „Lockdown, vaccinatie, quarantaine. Best moeilijke woorden voor een kind van vier, maar ze rollen er probleemloos uit’’, vertelde een juf van basisschool De Kleine Wereld in Nijmegen. Maar moet een kind van 4 niet juist kunnen spelen en bewegen?

De coronacrisis in 2021 was ook een uitvergroting van die van 2020. Wel of niet vaccineren, de coronapas, 3G, 2G, 1G. Het was een jaar van polarisatie, tweedeling, protest. De ‘gevaccineerde’ versus de ´ongevaccineerde’: het liep soms hoog op. We probeerden alle kanten te belichten. We gingen op zoek naar de stem van de gevaccineerde Nederlander, de grote meerderheid dus. Dat deden we eind oktober. Hun geduld met de ongevaccineerden bleek duidelijk op te zijn. Natuurlijk kregen ook de coronacritici veel aandacht, bijvoorbeeld in het artikel over het Artsen Covid Collectief, ofwel ´de corona-scepsis in de witte jas´. En we zochten uit wie ‘de ongevaccineerden´ zijn. Het bleek een hele gemengde groep. Vooral het aantal twijfelaars bleek groot. Zo zei één van hen: „Misschien krijg ik spijt hoor, word ik heel ziek van Covid en denk ik: hád ik me maar gevaccineerd. Maar ik wil het gewoon liever niet. Het gaat me allemaal te snel.”

Redacteuren verdiepten zich natuurlijk ook in andere onderwerpen en kwamen met onthullende stukken. De grootste nieuwsgebeurtenis, naast de coronacrisis, was de moordaanslag op Peter R. de Vries. Jan Meeus maakte dezelfde nacht nog een van de best beluisterde podcasts van het jaar en verdiepte zich daarna met collega’s Camil Driessen en Marcel Haenen nog intensiever in de (strijd tegen de) zware criminaliteit. Het trio Andreas Kouwenhoven, Romy van der Poel en Esther Rosenberg lieten zien dat antiterreurcoördinator NCTV zich steeds meer als geheime dienst gaat gedragen zonder daar de bevoegdheden voor te hebben. Ook het defensieonderdeel LIMC had nogal een ruime taakopvatting, zo beschreven Esther Rosenberg en Karel Berkhout. En Wilmer Heck onthulde dat het CBS de privacy schond door data te delen met telecombedrijf T-Mobile. Overheidsorganisaties die hun boekje te buiten gaan; het zal voor ons een thema blijven.

Herman Staal,
Chef Binnenland
Herman Staal, chef Binnenland

Hoe we via social media zoveel mogelijk mensen kennis willen laten maken met NRC-journalistiek

Een beetje ironisch is het wel. Uitgerekend in een jaar met volop onthullingen over de kwalijke effecten van Facebook en dochterbedrijf Instagram, begon NRC een social team. Natuurlijk verspreidden we al jaren onze verhalen via social kanalen, maar deze promotie was slechts één van de vele taken van onze ‘digitale samenstellers’. Begin dit jaar ontstond een breed gedragen gevoel dat we meer uit de socials kunnen halen met een gespecialiseerd team.

In het voorjaar deden we een aantal voorzichtige experimenten en inmiddels is er een volwaardig team. De belangrijkste opdracht: zoveel mogelijk mensen kennis laten maken met onze journalistiek en die mensen aan ons binden. Dagelijks denken een social manager, social redacteur en vormgever samen na over de verspreiding. Welke verhalen willen we waar brengen en op welke manier? Hoe kunnen we een onderwerp toegankelijk en aantrekkelijk presenteren? En hoe kunnen we ook de diversiteit van NRC tonen? Daarbij bestuderen we veel beter dan voorheen de resultaten en kijken we wat daarvan valt te leren.

Op Facebook schroefden we het aantal posts fors omlaag. Door strenger kiezen en investeren in kwaliteit vergroten we daar juist de kansen om meer mensen te bereiken. Op Twitter experimenteerden we met tweetcards, waarop we opvallende quotes uit interviews, columns en het commentaar uitlichtten.

Door even uit te zoomen was de polarisatie als sneeuw voor de zon verdwenen.

Vooral op Instagram, waar we veel jonge volgers hebben, is veel ruimte voor creativiteit en andere vertelvormen. Zo brachten we via stories specials over beleggen, de woningmarkt en gender onder de aandacht, en bij een afscheidsbijlage over Angela Merkel maakten we samen met de buitenlandredactie een quiz. Daarnaast investeerden we in zogenoemde swipe posts, waarin we in meerdere ‘tegels’ dieper in een onderwerp duiken.

Die zetten we onder meer in voor de promotie van onze podcastseries. Dat vergt soms best wat denkwerk. Want hoe breng je een serie ‘De Schaduw van Dutroux’ als een substantieel deel van de volgers nog niet eens geboren was toen de Dutroux-zaak speelde? Samen met ons audioteam en Vormgeving maakten we een swipe post waarin we onze volgers in woord, beeld én een ondertiteld audiofragment bijpraatten.

Ook op LinkedIn willen we onze journalistiek op een frisse en visueel aantrekkelijke manier presenteren. En dus stopten we grotendeels met de simpele posts met een link en ultrakort tekstje, die we daar tot begin dit jaar brachten. We nemen veel meer de tijd voor onze posts en gaan vaker op zoek naar interactie – bijvoorbeeld bij de column van Japke-d. Bouma, die zelf op reacties reageert.

Natuurlijk lopen de emoties ook op onze social kanalen soms hoog op – zeker als het gaat over het coronabeleid en vaccineren. We zien dat het zeker op Instagram loont als we op vragen of desinformatie reageren. Heel af en toe zijn volgers het ook roerend met elkaar eens. Zo ging een indrukwekkende foto van de aarde vanuit de ISS sky high op Instagram. Daarmee wisten we meer dan een miljoen mensen te bereiken en de foto kreeg meer dan 11.000 likes. Door even uit te zoomen was de polarisatie als sneeuw voor de zon verdwenen.

Inmiddels is duidelijk dat een social team meerwaarde heeft voor NRC. We zien een stevige groei in volgers, interacties, bereik en leesminuten via onze social kanalen. Sinds kort kunt u NRC zelfs op Pinterest volgen. In het nieuwe jaar gaan we op zoek naar nog meer vernieuwende presenteervormen op de socials en contact met u, de lezer.

David Haakman,
Audience development-strateeg
David Haakman

Feiten onderzoeken doe je het beste met focus, maar niet met oogkleppen op

Door Ombudsman Sjoerd de Jong

Het was een korzelige gedachtewisseling in het kantoor van de hoofdredactie van NRC Handelsblad. De Iraanse delegatie, ambassadeur met assistent, maakte verontwaardigd bezwaar tegen de belediging van de islamitische republiek in NRC, door een cartoonist. Hij had een ayatollah getekend met een van bloed druipende baard, een getekend commentaar op het met dodelijk geweld neerslaan van protesten in Teheran in 2007.

Dat kón echt niet, vond de ambassadeur. Uitleg over de vrijheid van tekenaars (het was nog jaren vóór de aanslag op Charlie Hebdo) mocht niet baten. Als laatste redmiddel merkte een adjunct-hoofdredacteur op dat er wel meer landen van langs kregen in cartoons. Ook Israël, recent afgebeeld als een natie in de vorm van een dolk – ook met bloeddruppels.

De ambassadeur veerde op en zei: „Maar dat is terecht!”

Kortom, de waarheid is niet pluriform maar éénduidig – en staat aan mijn kant.

Het voorval dook op uit mijn geheugen door de bij tijd en wijle oplaaiende discussie over de plicht van media om ‘stelling te nemen’. Over klimaat, over democratie, over racisme, over het coronabeleid – waarover niet?

In NRC was het digitale ondernemer Alexander Klöpping die met het verwijt kwam dat media zich verschuilen achter neutraliteit, terwijl hij juist zo’n behoeft had aan stellingname, pluriformiteit, richting – en zelfs leiding. Die verwachtte hij van de hoofdredacteuren van kwaliteitskranten. Hij begon zowaar terug te verlangen naar het tijdperk van voor zijn geboorte: dat van de verzuiling, toen media nog sterk ideologische profielen hadden. Echte pluriformiteit!

Inderdaad, dat waren nog eens tijden. Toen de verzamelde hoofdredacteuren van die verzuilde pluriforme media zich uniform vastlegden op de afspraak met premier Drees om geen aandacht te besteden aan de daverende huwelijkscrisis op Paleis Soestdijk, die Duitse media in 1956 hadden onthuld en die dreigde uit te lopen op een constitutionele crisis. De tijden van die pluriformiteit waren dus ook die van het politiek-journalistieke kartel, in termen van Baudet.

Maar Klöpping heeft een goed gevoel voor trends. Ook elders klinkt de roep om „morele helderheid” in de media, zoals een antiracistische journalist in de VS het uitdrukte, in plaats van bloedeloze enerzijds/anderzijds-neutraliteit. Ook sommige abonnees van NRC lopen te hoop tegen betaalde advertenties voor oliebedrijven, reisorganisaties en andere activiteiten die haaks staan op de duurzame klimaatboodschap die de krant in hun ogen consequent dient uit te dragen. Anderen eisen dat de krant geen ‘platform’ biedt – of zelfs aandacht besteedt – aan extremistische politici of onwelkome opinies. Het is dagelijkse kost voor de redactie Opinie: waarom pláátst de krant deze mening? Het antwoord ‘omdat het een interessante, goed geschreven opinie is’, bevredigt dan meestal niet: kan zijn, maar ik wil dit niet lezen in ‘mijn’ NRC.

Die afkeer van ‘neutraliteit’ is ongetwijfeld een reactie op de urgente vragen van deze tijd, van klimaat tot racisme, maar ook op het tijdperk van Trump en, in Nederland, Wilders en Baudet. Alle drie radicale of extremistische politici die zouden zijn ‘grootgemaakt’ door de media, in hun zucht naar ophef, oplage en kijkcijfers. En ja, het is waar: er was een tijd, rond 2008, dat de Nederlandse media zich collectief lieten gijzelen door Geert Wilders. Eén sms’je van de peroxide-populist kon voldoende zijn voor de opening van een tv-journaal, op een vliegreisje heen en weer naar Londen, een pure publiciteitsstunt, werd hij vergezeld door tientallen verslaggevers.

Fokke & Sukke

Inmiddels zijn die tijden voorbij en zie je de slinger allang de andere kant op slaan: geen aandacht meer geven aan extremisten. In tv-interviews heeft zich een nieuwe assertiviteit meester gemaakt van journalisten, die soms óók kan uitlopen op een hinderlijk maniertje. In Nieuwsuur, bekroond om de venijnige gesprekken met lijsttrekkers eerder dit jaar, werden de fractieleiders van PvdA en GroenLinks onlangs op een gênante manier gegrild over hun beoogde samenwerking. De aanpak van de presentator was meteen aanvallend: wat stelde dit nu eigenlijk voor en wat schoten we ermee op? Na wat schuchtere antwoorden van het duo draaide hij zich prompt om naar het scherm. Daar verscheen zijn Haagse collega om uit te leggen dat het eigenlijk niet veel voorstelde en we er ook niets mee opschoten. De twee fractieleiders zaten erbij en keken ernaar – als beduusd publiek bij het cabaret.

Zo kan stelling nemen, pluriformiteit en het ‘controleren van de macht’ ook een pose worden met de impliciete, weinig democratische boodschap dat politici toch altijd maar wat raak kletsen en bij voorkeur moeten worden betrapt op een niet waargemaakte belofte of een tegenspraak, al is het in een voetnoot op pagina 532 van hun verkiezingsprogramma.

Maar hoe neemt een krant dan wél politiek en maatschappelijk stelling, en hoe verhoudt zich dat tot de pluriformiteit waar soms in dezelfde adem ook om wordt gevraagd? Je zou immers zeggen: wie ondubbelzinnig stelling neemt, is juist niet meer pluriform, die heeft nog maar één boodschap.

In feite gaat het om twee vormen van pluriformiteit, die soms door elkaar heen lopen: externe pluriformiteit tussen media onderling, en een interne, binnen een krant of omroep. Wat de eerste betreft: de inhoudelijke verschillen tussen Nederlandse journalistieke media zijn onmiskenbaar kleiner geworden, vergeleken met de meer ideologische uit Klöppings verzuilde prehistorie. Maar dat wil niet zeggen dat ze zijn verdwenen. Niemand zal Trouw verwarren met de Telegraaf, of het Algemeen Dagblad met NRC. En er is een heel nieuwe, scherpe scheidslijn bijgekomen: die tussen de ‘traditionele’ media, die op een ambachtelijke manier journalistiek bedrijven, en het woud aan sociale media en alternatieve bladen, waar stellingname en ideologie regeren.

In die professionele journalistiek is pluriformiteit geen synoniem voor een laf soort neutraliteit, maar eerder een methode om tot het meest betrouwbare resultaat te komen en lezers het breedste overzicht te bieden om hun eigen standpunt te bepalen. Feiten onderzoeken doe je weliswaar het beste met focus, maar niet met oogkleppen op. Het vraagt om een scherpe, maar open blik. Dat geldt tussen media onderling, maar ook intern: de inhoud van een krant wordt niet beter van een opgelegde uniformiteit in maatschappelijke, politieke of persoonlijke visie en stellingname.

Goede journalistiek is immers misschien wel een vak (zij het geen beschermd beroep), maar toch vooral een publieke dienst. Het veronderstelt engagement én weerbaarheid: met en voor de open, pluriforme democratische samenleving waarin onderzoek, discussie en opinievorming vrijuit mogelijk zijn. Dat maakt journalistiek dus ook niet vrijblijvend, een semi-afstandelijk ‘alleen beschrijven wat er gebeurt’. De bedoeling is uiteindelijk de burgerlijke, democratische samenleving met dat onderzoek van dienst te zijn, en wie weet beter te maken. Wie uitpluist waarom een dam is gebroken of een vliegtuig is neergestort, doet dat per slot van rekening, al is het impliciet, om herhaling te voorkomen.

NRC Handelsblad is ook nooit een ‘neutrale’ krant geweest, een medium dat zonder prioritering, weging of oordeel ‘de feiten wil doorgeven’. Wel was de krant altijd wars van etiketten, dogma’s en slogans. In de Beginselen van 1970 laten de oprichters zich het etiket ‘liberaal’ aanleunen („het is niet een naam waarvoor de nieuwe krant zich geneert”), met als kern: „het vrijheidsbeginsel, dat ons vóór alles dierbaar is”. En daarmee betrok de krant stelling, vóór de pluriforme democratie, tégen dogma’s en ideologische dwang.

Of dat altijd even goed in praktijk is gebracht, is een tweede - dat is ook aan de lezers, aan u dus, te beoordelen. Maar er staat wel iets op het spel, nu de pluriformiteit waar NRC zich van oudsher sterk voor wil maken allang niet meer vanzelf spreekt. Integendeel, die staat onder druk van krachten, van nationalistisch extreemrechts tot neocommunistisch links, die in een pluriforme democratie nog louter verval, decadentie of defaitisme zien. Tegen die krachten kan alleen een liberale krant weerbaar zijn die onderzoekt, bevraagt – maar waar nodig ook een streep trekt.

Colofon

Amsterdam, 2021

Redactie

René Moerland
Elske Schouten
Monique Snoeijen
Harrison van der Vliet
Melle Garschagen

Cartoon Fokke & Sukke

RGvT

Eindredactie

Maarten Scholten

Vorm en techniek

Koen Smeets

Coördinatie

Melle Garschagen en Claire van der Wouden