Is de unieke Nederlandse lockdown nog proportioneel?

Coronabeleid Als enige Europees land ging Nederland in december in lockdown. In andere landen lopen de coronagolven niet uit de hand. Vrijdag beslist het kabinet over de maatregelen.

Een sportschool in Den Haag laat leden buiten trainen. De sportsector vroeg dinsdag in Den Haag om volledige heropening vanwege het maatschappelijke belang van de sport.
Een sportschool in Den Haag laat leden buiten trainen. De sportsector vroeg dinsdag in Den Haag om volledige heropening vanwege het maatschappelijke belang van de sport. Foto Bart Maat/ANP

De voetbalstadions in het Verenigd Koninkrijk zitten vol. De Belgen kunnen winkelen – weliswaar met maximaal twee personen – en naar het café. Pas om 23.00 uur worden ze eruit gezet. In Frankrijk zijn alleen de discotheken gesloten. En in Nederland? Daar gingen maandag de scholen open, maar zijn praktisch alle andere sectoren dicht om verspreiding van het coronavirus te voorkomen.

De frustratie hierover bij Nederlanders neemt toe. Studentenorganisaties klagen over de zoveelste periode vol online colleges, ondernemers zien dat Nederlanders voor recordomzetten zorgen bij Belgische winkeliers en horeca en denken: is er echt niet meer mogelijk? Koninklijke Horeca Nederland presenteerde deze week de zoveelste routekaart om de horeca veilig te heropenen, niet-essentiële winkels dreigen – overigens niet voor het eerst – zaterdag gewoon open te gaan en de sportsector vroeg dinsdag in Den Haag om volledige heropening vanwege het maatschappelijke belang van sport.

Het nieuwe kabinet beslist vrijdag of de lockdown wordt verlengd of versoepeld. Ernst Kuipers, de nieuwe coronaminister van D66, temperde maandag de verwachtingen door na zijn eerste ministerraad te zeggen dat er „nu heel weinig ruimte is om veel te versoepelen”.

Hij wees op de hoge besmettingscijfers en zei te verwachten dat het aantal ziekenhuisopnames de komende weken alsnog zal stijgen. Dinsdag lagen er zo’n 1.500 coronapatiënten in het ziekenhuis, van wie een kleine 400 op de intensive cares.

Lees ook dit profiel van de nieuwe minister van VWS, Ernst Kuipers

Toch is het de vraag hoe proportioneel het nog is de lockdown veel langer vol te houden. In december trok het Outbreak Management Team (OMT) aan de noodrem door de grote onzekerheid over de nieuwe, zeer besmettelijke Omikronvariant. Nederland ging als enige land in Europa uit voorzorg in lockdown om te voorkomen dat de zorg overweldigd zou worden door de duizenden extra IC-patiënten die het RIVM-model vreesde. Het OMT, dat deze woensdag weer vergadert, beloofde dat het de situatie rond Omikron nauwlettend zou volgen en bij gunstige ontwikkelingen direct zou adviseren de maatregelen te versoepelen.

Depressief scenario

Jeroen van der Hilst, een Nederlandse infectioloog die werkzaam is in het Jessa Ziekenhuis in het Belgische Hasselt, weet niet waar het OMT nog op wacht. Het rekenmodel van het RIVM ging volgens hem uit van „een depressief scenario” waarin Omikron net zo ziekmakend zou zijn als de Deltavariant en een kwart van de ziekenhuispatiënten op de IC zou komen. „Dat zien we nergens”, zegt Van der Hilst, die dagelijks de ziekenhuiscijfers in verschillende landen volgt. „In Denemarken liggen zeventig mensen op de IC, dat is minder dan 10 procent van de opnames. In het Verenigd Koninkrijk, waar een groot experiment zonder maatregelen plaatsvindt, daalt de IC-bezetting alweer. Nergens loopt het uit de hand. De aannames van het OMT waren echt verkeerd.”

Er heeft zich inderdaad een relatief positief scenario voltrokken, stelt Marc Bonten, hoogleraar moleculaire epidemiologie van infectieziekten aan het UMC Utrecht en lid van het OMT. Maar, benadrukt Bonten, er was in december nog veel onzeker, en de ziekenhuizen lagen toen al vol vanwege de golf die veroorzaakt werd door de Deltavariant. Er werd wekenlang gespeculeerd over code zwart, de ziekenhuizen konden er niets meer bij hebben. „En we lagen achter met boosteren, terwijl uit de eerste onderzoeken bleek dat je met twee vaccinaties niet goed beschermd was tegen een infectie door Omikron.”

Besmettingsrecords

Helemaal weg zijn de zorgen nog niet. Omikron zorgt voor nieuwe besmettingsrecords, afgelopen week kregen ruim 200.000 mensen een positieve testuitslag – bijna 80 procent meer dan de week ervoor. Ook de daling in het aantal nieuwe ziekenhuisopnames stokt: sinds begin december daalde het aantal Covidpatiënten dat in het ziekenhuis moest worden opgenomen van gemiddeld 300 per dag naar zo’n 125, blijkt uit cijfers van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding, maar de afgelopen week daalde dat aantal niet verder meer.

Er liggen nog altijd relatief veel coronapatiënten in het ziekenhuis. Met de kleine 400 op de intensive cares kan nog veel andere zorg niet doorgaan: afgelopen maandag waren 35 procent minder operatiekamers open dan onder normale omstandigheden. Ongeveer een kwart van de ziekenhuizen kan nog altijd niet alle kritieke operaties, zoals orgaantransplantaties of belangrijke hartoperaties, binnen de daarvoor gestelde zes weken uitvoeren.

Het RIVM voorzag in modelberekeningen van begin januari dat in deze week het aantal opnames weer zou toenemen. De vraag is hoe hard dat zal gaan – de besmettingsgolf vindt nu nog plaats in jongere leeftijdsgroepen, die minder vaak in het ziekenhuis worden opgenomen. Onder twintigers is het aantal positieve tests ten opzichte van eind december verdrievoudigd, onder zestigplussers blijft het aantal gevonden besmettingen nog gelijk.

Bonten maakt zich wat minder zorgen over de situatie in de ziekenhuizen dan in december. „Door de boostercampagne is de bevolking op dit moment veel beter beschermd tegen ernstige ziekte dan drie, vier weken geleden.” In Engeland en Denemarken, die allebei ook te maken hebben met een hevige besmettingsgolf, lopen de ziekenhuisopnames inmiddels wel op, maar op de IC’s blijft een snelle stijging uit. „Dat was de afgelopen twee jaar juist het belangrijkste knelpunt”, stelt Bonten. Op de verpleegafdeling kunnen ziekenhuizen de capaciteit sneller opschalen omdat er minder gespecialiseerd personeel voor nodig is. „Dan zouden er minder maatregelen nodig zijn om de zorg overeind te houden”, aldus Bonten.

Minder dodelijk en ziekmakend

Hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp, werkzaam in Kopenhagen en voormalig lid van het Deense OMT, zegt dat het aantal ziekenhuisopnames in Denemarken „niet dramatisch” gestegen is ondanks een recordaantal besmettingen en het grotendeels openhouden van de samenleving. In de verpleeghuizen vielen relatief veel minder doden dan in eerdere golven. „Omikron is minder dodelijk en ziekmakend. De epidemie vlakt nu af, ik durf te zeggen dat de piek hier voorbij is.”

Het relatief gunstige beloop in Denemarken wil volgens Westendorp niet zeggen dat Nederland achteraf makkelijk zonder lockdown had gekund. Toen Omikron Denemarken bereikte lag het aantal infecties veel lager dan in Nederland en waren veel meer Denen al geboosterd. Westendorp begrijpt de huidige roep om versoepelingen, maar waarschuwt ervoor de lockdown in een keer op te heffen. „Omikron brandt in Nederland los dwars door de lockdown heen, dat geeft aan hoe besmettelijk het is. Ik zou altijd stapsgewijs versoepelen, om te voorkomen dat het snel weer uit de hand loopt.”

Jeroen van der Hilst noemt de Nederlandse lockdown „een vergissing”. Hij snapt best dat er een aantal weken terug zorgen waren over Omikron, maar vindt dat het OMT nu met „realistische scenario’s” moet komen. „Je kunt niet volhouden dat de hele wereld het verkeerd ziet, behalve Nederland. De lockdown verlengen is buiten alle proporties.”

Lees ook: De zeven hoofdpijndossiers van Ernst Kuipers

Correctie (13 januari 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond dat afgelopen week 35 procent van de operatiekamers gesloten was, maar de cijfers gaan over afgelopen maandag. Dat is hierboven aangepast.