Niet de Joegoslavische politiek, maar de herinneringen staan centraal in ‘De tranen van Tito’

ZAP Voor de reisserie ‘De tranen van Tito’ trekt psycholoog Iva Bicanic door voormalig Joegoslavië. Veel meer dan om de politieke achtergronden van de oorlog gaat het daarbij om de herinneringen van de mensen die ze tegenkomt.

Iva Bicanic ontmoet een dienstmaat van haar vader in De tranen van Tito
Iva Bicanic ontmoet een dienstmaat van haar vader in De tranen van Tito BNNVARA

Soms jeuken de handen van de traumatherapeut. „Moesten je ouders huilen toen jullie van Kosovo naar Servië vluchtten?” vraagt psycholoog en presentatrice Iva Bicanic aan een Servische twintiger, terwijl ze een stap naar voren doet. Hij stond net zijn toch al imposante spierbundels verder op te pompen bij de versleten oefentoestellen in een park en had verteld dat hij vijf dagen per week traint en dan twee dagen rust. „Ik sla nooit een training over. We willen er goed uitzien voor de meisjes. Servische mannen zijn goede, eerlijke kerels met veel gevoel voor humor,” zegt hij alsof hij een contactadvertentie dicteert. De vraag over zijn ouders beantwoordt hij kort, bevestigend en wegkijkend.

De ontmoeting met de jonge Serviër is tekenend voor De tranen van Tito (BNNVARA), de negendelige reisserie die Bicanic met regisseur Finbarr Wilbrink maakte over voormalig Joegoslavië, het land dat haar ouders enkele jaren voor haar geboorte verruilden voor Nederland. Voor de aflevering van zondag bezocht ze Kosovo. Daar vertelt een meisje (met ‘Immortal’ op haar trui) dat ze nachtmerries heeft over in brand gestoken huizen – een vredeskind dat de verhalen van haar ouders heeft gehoord.

In een schoolklas zegt een Servisch jongetje achter zijn door hulporganisatie USAID geschonken tafel dat hij nooit contact heeft met Albanese leeftijdsgenoten. „Omdat ze onbeschoft zijn!” roept een klasgenoot ertussendoor. Héél soms wordt er samen, dat wil zeggen tegen elkaar, gevoetbald. Het is niet dat de Albanezen ver weg zijn. Om 12 uur ontruimen de Servische kinderen de dorpsschool, waarna ’s middags de Albanese kinderen en docenten toestromen. De Albanese lerares, die haar leerlingen net heeft onderwezen uit een boek waarin de Albanese natuurpracht lyrisch wordt bezongen, zou liever een gezamenlijke school hebben. De Servische directeur zegt strijdbaar dat zijn familie al eeuwen in de streek woont. „Ik pik het niet als anderen me de wet voorschrijven.”

Bicanic bezoekt mijnen, fabrieken en andere plaatsen die Joegoslavië onder de communistische dictator Tito (1892-1980) welvaart en eigenwaarde bezorgden, maar die nu een trieste aanblik bieden. Vol nostalgie vertellen oude mannen over hoe ze de wereld rondreisden in Yugo-auto’s of hoe hun zilvermijn de grootste van Europa was. Diep in Kosovo spoort Bicanic een oude dienstmaat van haar vader op – De tranen van Tito probeert over de burgeroorlog (1991-1999) heen terug naar Joegoslavië te springen.

Vriendschap op het Merelveld

Veel meer dan om de politieke achtergronden van de oorlog gaat het daarbij om de herinneringen van de mensen die Bicanic tegenkomt. Daar zitten indrukwekkende verhalen bij, zoals dat van de veteraan die vertelt dat hij, eenmaal terug van het front, in zijn slaap tot tweemaal toe probeerde zijn vrouw te wurgen. „Gelukkig had ze de tegenwoordigheid van geest om me in mijn kruis te schoppen.”

De psychologische benadering van Bicanic levert soms een politiek tekort op. Zo viel vorige week in de aflevering over Servië de naam van de Servische president Milosevic, de grote aanjager van het bloedvergieten, wel erg weinig. De politieke geschiedenis kwam zondag uitgebreider aan de orde in de aflevering over Kosovo, die eindigde bij het monument voor de Slag op het Merelveld, waar de Servische vorst Lazar in 1389 een nederlaag leed tegen de Ottomanen, een gebeurtenis waar in het Servische nationalisme eindeloos naar wordt verwezen.

Het monument wordt nu bewaakt door twee mannen op leeftijd: een Serviër en een Albanees. Hun samenwerking zal ongetwijfeld het resultaat zijn van een bestuurlijk-politiek compromis, maar de twee doen hun werk in harmonie. „We zijn vrienden”, zegt een van hen. „Als je altijd maar achterom kijkt, kom je nooit tot wasdom.” Bicanic, therapeut en verslaggever ineen, kan het alleen maar beamen.

Correctie (maandag 10 januari 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de Slag op het Merelveld in 1392 was. Dat moet zijn 1389 en is hierboven aangepast.