De dolfijnenclitoris is er voor ’t plezier

Biologie Net als bij mensen is de clitoris van tuimelaarvrouwtjes gevoelig en zwelt ze op bij seks. Dat blijkt uit anatomisch onderzoek.

Twee opgewonden dolfijnen. Onderop zwemt de mannelijke dolfijn, ondersteboven. Links in beeld is te zien hoe zijn penis naar buiten komt.
Twee opgewonden dolfijnen. Onderop zwemt de mannelijke dolfijn, ondersteboven. Links in beeld is te zien hoe zijn penis naar buiten komt. Foto Dara Orbach

Vrouwelijke dolfijnen hebben een functionele clitoris, die lijkt op die van mensen. Daarmee is het aannemelijk dat ze ook plezier beleven aan seks, schrijven drie Amerikaanse biologen in Current Biology. Zo draagt de ontdekking bij aan het begrip van vrouwelijk seksueel genot én van vrouwelijke geslachtsdelen: een onderwerp dat nog altijd ondervertegenwoordigd is in de wetenschappelijke literatuur.

Het seksleven van dolfijnen is redelijk uitgebreid onderzocht. Zo is van de tuimelaar (Tursiops truncatus) bekend dat de soort jaarrond seks heeft – niet alleen om zich voort te planten, maar ook om sociale banden te versterken. Ook doen de dieren aan zelfbevrediging met behulp van speeltjes, en vrijen ze soms met soortgenoten van hetzelfde geslacht. Vrouwtjes strelen bijvoorbeeld elkaars clitoris met hun flippers of hun snuit.

Die handelingen impliceren weliswaar dat de dieren er plezier aan beleven, maar dat is lastig te bewijzen zonder neuropsychologisch onderzoek: er is geen gezichtsuitdrukking of geluid dat een dolfijnenorgasme verraadt. Datzelfde geldt overigens ook voor andere diersoorten. „De meeste dieren copuleren met dezelfde verveelde berusting waarmee ze ook de rest van hun leven beleven”, schreven twee Amerikaanse psychologen in 2009 al in het boek How women got their curves and other just-so stories: evolutionary enigmas.

Om tóch een beter inzicht te krijgen in het seksuele genot van vrouwelijke dolfijnen, besloten de auteurs van de huidige publicatie om de anatomie en fysiologie van de tuimelaarclitoris te bestuderen. In 2019 lieten ze op het congres Experimental Biology al weten dat er opvallende parallellen zijn met de menselijke clitoris, en in Current Biology werken ze die bevindingen nu in meer detail uit. Daarvoor bestudeerden ze de geslachtsdelen van elf overleden vrouwtjesdolfijnen van verschillende leeftijden.

Rimpelige hoed

De clitoris van een vrouwelijke tuimelaar bevindt zich dicht bij de ingang van de vagina, ‘waar fysiek contact en stimulatie door de penis tijdens paring aannemelijk is’, schrijven de auteurs. In rusttoestand gaat de clitoris schuil onder een rimpelige ‘hoed’. Die plooien duiden erop dat het onderliggende gedeelte kan opzwellen en uitzetten. Eronder gaat, net als bij mensen, de glans-clitoris schuil: een bolletje van enkele millimeters groot, dat opzwelt tijdens opwinding, vergelijkbaar met de eikel bij mannen. Ook de sponsachtige zwellichamen lijken op die van mensen, al zit er bij volwassen dolfijnen een opvallende S-vormige bocht in.

Niet alleen die anatomische overeenkomsten duiden op een genotsfunctie van de clitoris. Een andere aanwijzing schuilt bijvoorbeeld in het volume van de zwellichamen: dat bedraagt bij volwassen dolfijnen zo’n 3458 mm3, ten opzichte van 124 mm3 bij jonkies. Dat is een buitenproportionele toename die niet simpelweg door de normale lichaamsgroei te verklaren is. Zodoende vermoeden de auteurs dat het grote volume te maken heeft met seksuele volwassenwording en geslachtsdrift.

Daarnaast duiden de vele zenuwuiteinden in de clitoris op een grote gevoeligheid. De huid is op die plek dun en de zenuwen zouden dienen als mechanische receptoren, die reageren op aanraking. Overigens hebben vrouwelijke cavia’s en muizen dezelfde soort receptoren in hun clitoris.

Vooralsnog blijft het onduidelijk of dolfijnenvrouwtjes door stimulatie van de clitoris ook echt een orgasme kunnen ervaren. Een vrouwelijk orgasme is tot nu toe alleen bij mensen en andere primaten – zoals bonobo’s, chimpansees, makaken – duidelijk vastgesteld. Wel zijn er van andere diersoorten orgasme-achtige verschijnselen bekend: zo bleek in 1985 al uit een artikel in het Journal of Dairy Science dat de baarmoeder van koeien samentrekt na massage van de clitoris.

Focus op het mannelijk geslacht

Ondanks die anekdotische publicaties is het onderzoek naar vrouwelijke dierengenitaliën lange tijd achtergebleven bij dat naar mannelijke dierengenitaliën. In 2014 publiceerde een Zweedse genderwetenschapper samen met twee Australische collega’s een artikel in PLOS Biology waaruit bleek dat in wetenschappelijk onderzoek nog altijd hoofdzakelijk mannelijke geslachtsorganen worden beschreven. Sterker nog: die oververtegenwoordiging nam tussen 2000 en 2014 toe, ondanks het feit dat al eerder was gewaarschuwd voor deze male bias. Ten dele had het wellicht te maken met het feit dat mannelijke geslachtsorganen soms makkelijker te bestuderen zijn, erkenden de onderzoekers, maar dat anatomische aspect was niet voldoende om het verschil te verklaren.

Die bevooroordeelde blik verschilt wel tussen verschillende taxonomische groepen, blijkt uit de studies die in het PLOS-artikel onder de loep werden genomen. Bij onderzoek naar zoogdieren en vogels is er vooral aandacht voor mannelijke geslachtsorganen. Bij onderzoek naar vissen en miljoenpoten is er zelfs geen enkele publicatie die uitsluitend op het vrouwelijk geslachtsdeel focust. Maar in onderzoek naar slakken en spinnen wordt in het merendeel van de artikelen aandacht besteed aan beide seksen. Desondanks luidde de conclusie destijds dat kennisvergaring over de genitale evolutie flink werd gehinderd door de ‘achterhaalde focus op het mannelijk geslacht’. Die male bias was zowel bij mannelijke als vrouwelijke onderzoekers aanwezig: hun geslacht speelde daarin geen rol.

Over gendergelijkheid hebben de auteurs van de huidige studie een duidelijke visie. In een voetnoot schrijven ze dat ze uiteraard citeren uit publicaties die in wetenschappelijk opzicht relevant zijn, maar dat ze ook kiezen voor een ‘eerlijke genderbalans’ in hun referentielijst.

Lees ook Nutteloos vrouwelijk genot (2009)