Datacenter van Microsoft in Middenmeer.

Foto ANP

Interview

Rutte IV en EU willen Big Tech temmen. ‘Als we zo van Silicon Valley afhankelijk worden, blijft het symptoombestrijding’

Natali Helberger Met stevige woorden in het coalitieakkoord lijkt Big Tech nu ook in Nederland beteugeld te worden, maar hoogleraar Natali Helberger mist visie op een alternatieve infrastructuur.

Het coalitieakkoord ademt de Europese ambitie om de greep van Big Tech te breken. Het kabinet Rutte IV kondigt aan „marktmacht en datamacht van grote tech- en platformbedrijven” aan te pakken, in lijn met aankomende Europese Digital Markets Act, die techreuzen moet beteugelen. Ook worden de grootste online diensten „verantwoordelijk om desinformatie en haatzaaien op hun platforms tegen te gaan”, en moeten kinderen extra beschermd worden. Dat sluit dan weer aan bij de eveneens aankomende Europese Digital Services Act, die voorschrijft dat heel grote onlinediensten rekenschap af moeten leggen over de risico’s die hun platforms vormen en daarin transparanter moeten zijn.

Natali Helberger (UvA) Jeroen Oerlemans

Een fors pakket verordeningen die vermoedelijk vanaf volgend jaar geïmplementeerd worden. Maar volgens hoogleraar Informatierecht Natali Helberger (Universiteit van Amsterdam) ontbreekt er iets wezenlijks. Zij mist een „pro-actieve boodschap” over een „alternatieve digitale infrastructuur”, voorbij de status quo. Het akkoord ontbeert volgens haar een visie op een wereld waarin bijvoorbeeld het onderwijs zich niet hoeft over te leveren aan Google Classroom en een corona-app niet staat of valt met de medewerking van Apple en Google. „Den Haag en Brussel willen alleen wat meer inspraak, respect voor onze normen en waarden en de illusie van controle.”

De EU gaat Big Tech strenger reguleren, sommige lidstaten zijn al bezig. Google is afgelopen week door de Duitse kartelwaakhond onder verscherpt toezicht geplaatst. Is dat onvoldoende?

„Het zijn belangrijke eerste stappen om meer transparantie te krijgen, en meer democratische controle over platformen. Maar ze adresseren een paar aspecten en vertrouwen daarbij heel erg op dat die platforms zich verantwoordelijk gedragen, in plaats van dat we investeren in alternatieven. Die mogen dan niet zo goed zijn als de Big Tech-diensten, maar we maken ons nu behoorlijk afhankelijk. Dat is een keuze, er zijn ook redenen voor, maar je creëert afhankelijkheid. En je zorgt ervoor dat als we zo doorgaan, we voortdurend met symptoombestrijding bezig zijn, zodat we steeds weer achteraf problemen moeten verhelpen als desinformatie en fake news.”

Lees ook: Big Tech weet het beter en kent me beter en daar heb ik genoeg van

Waarom is dat een probleem?

„Omdat de afhankelijkheid van Big Tech gepaard gaat met hun voorwaarden en waarden, dat zijn niet per se dezelfde als die wij als maatschappij belangrijk vinden. Dat moeten we ons realiseren, voor we ons volledig afhankelijk maken van in Silicon Valley ontworpen infrastructuur. Laten we proberen een alternatieve infrastructuur op te bouwen en na te denken over hoe open, hoe commercieel of onafhankelijk en met welke wetten die vorm moet krijgen. Daarbij hoort ook de vraag welke rol we zien voor Big Tech, maar ook onze startups, media, universiteiten en hoe we die het best kunnen faciliteren.”

Laat duizend bloemen bloeien, dan ben je tien jaar verder. Het is toch realistischer om een functionerend publiek domein te creëren door commerciële platforms aan regels te onderwerpen?

Lees ook: De vijf redenen waarom Big Tech nu getemd wordt door de EU

„Mijn centrale punt is dat het regeerakkoord Big Tech-platforms nog in een redelijk beperkt licht ziet: vooral als socialemediaplatforms waar desinformatie wordt gedeeld. Maar er is zoveel meer waarop Big Tech ingrijpt in ons dagelijks leven: educatie, overheidscommunicatie, commercie, gezondheid, verkiezingen. We lopen het risico hun invloed op al die andere delen van onze maatschappij zwaar te onderschatten. Als wij hier niet heel erg over nadenken hoe wij er voor kunnen zorgen dat we een levendig, divers en duurzame publiek domein houden, worden we nog afhankelijker.”

Is het aan de overheid dit te faciliteren?

„Je mag best vragen van het kabinet hoe we innovatiekracht kunnen versterken en bijvoorbeeld ons pluriform mediastelsel ‘digital-proof’ te maken. Ik begrijp ook dat niet alles in een coalitieakkoord past. Maar ik lees in de mediaparagraaf steeds die nadruk op hoe belangrijk het publieke domein is. En wat je dan vervolgens vindt aan beleid is: de publieke omroep moet minder reclame maken en de programma’s moeten toegankelijk zijn voor iedereen. Dat is maar een deel van het verhaal. Want de publieke omroep is in concurrentie met Big Tech om de aandacht van die kijkers. Dus wat we vooral moeten doen is investeren in technologische innovatie, zodat je mee kan komen en het aanbod aantrekkelijk kunt maken. We zien dat alleen maar publieke programma’s aanbieden niet genoeg is om de aandacht te trekken. Die uitdaging is groter.”

Rutte IV kondigt ook aan de Mededingingswet te willen moderniseren, zodat binnenlandse mediapartijen zich beter teweer kunnen stellen in de concurrentiestrijd met grote techbedrijven als Facebook en Google. Kan dit helpen?

„Misschien indirect. Op dit moment zijn nationale media nog erg afhankelijk van de grote platforms: voor toegang tot technologie, de appstores, inzicht in data van gebruikers. Wellicht kan het moderniseren van de Mededingingswet helpen. Dat is wel broodnodig, om nieuwe verschijnselen in het digitale tijdperk aan te pakken. De strategische agenda van de Europese Commissie is daar ook op gericht. Hoe voorkom je killer acquisities, het opkopen van veelbelovende start-ups door techgiganten. En hoe zorg je dat een fenomeen als datamacht [machtspositie door data van massale aantallen gebruikers] ook gedefinieerd wordt als marktmacht van techbedrijven. Nu beperkt zich marktmacht vooral tot de mate waarin een monopolist prijzen bepaalt.”

„Maar we hebben te maken met zulke grote bedrijven dat het de vraag is of mededingingingswetgeving kan zorgen voor eerlijke concurrentie en een level playing field voor andere mediabedrijven. Ook het consumentenrecht zul je urgent moeten updaten. Wij stemmen via de gebruikersvoorwaarden, de terms of use, in met heel vergaande, brede verzameling van data. Je kunt moeilijk datamacht proberen in te perken via mededigingsrecht, zonder als je aan de andere kant niet ook kijkt naar de voorwaarden waaronder consumenten gevraagd wordt om data te delen. Je moet allebei aanpakken.”