Woorden worden woker – en wekken weerstand op

Taal Non-binair, persoon van kleur, mansplainer. De Nederlandse taal lijkt steeds ‘woker’ te worden. Hoe kijken taalkundigen naar ‘woke’ taal?

Illustratie Marike Knaapen

‘Go to Alabama and ya better watch out”, zingt Lead Belly in ‘Scottsboro Boys’. In een opname uit 1938 vertelt de Afro-Amerikaanse blueszanger dat hij het nummer schreef naar aanleiding van de onterechte veroordeling van zwarte jongens in Alabama voor de verkrachting van twee witte vrouwen: „Dus ik adviseer iedereen, wees voorzichtig als je daarheen gaat – best stay woke.”

„Het is een advies naar andere zwarte mensen: let op, dit is een racistische maatschappij, wees op uw hoede”, vertelt de taalwetenschapper Sibo Kanobana, die de opname een van de oudste voorbeelden van het gebruik van ‘woke’ noemt. Met diezelfde betekenis zou de frase ‘stay woke’ decennialang in Afro-Amerikaanse kringen gebruikt worden: „Niet als een waardeoordeel, of zelfs niet als een woord dat zegt: het systeem moet veranderen, maar als een waarschuwing.”

Dat is inmiddels wel anders, meent Kanobana, die als sociolinguïst aan de Universiteit van Gent taal en racisme onderzoekt. Hij schetst hoe de oproep ‘stay woke’ tijdens de eerste Black Lives Matter-protesten in 2014 via sociale media de oversteek maakte naar het grote publiek. Heel even ontwikkelde woke zich tot een positieve benaming voor iemand die zich bewust was van maatschappelijk onrecht, bovenal van racisme. En nu? „Woke is een scheldwoord geworden,” zegt Kanobana stellig. „Het betekent zoiets als politiek correcte, overgevoelige knorrepot.”

Queer, tot slaaf gemaakt, woke: het lijkt alsof steeds meer woke woorden worden toegevoegd aan de Nederlandse taal. Door dit soort woorden wel of niet te gebruiken tonen sprekers – bewust of onbewust – iets over hun waarden of politieke positie: taalstrijd als voortzetting van politiek langs andere middelen. Taalwetenschappers kunnen niet voorschrijven of een woord als ‘wit’ beter is dan ‘blank’, maar ze kunnen wel beschrijven hoe taal verandert. Weten zij waarom onze woorden woker worden?

Inmiddels een scheldwoord

Kanobana spreekt liever niet van ‘woke taal’, omdat ‘woke’ inmiddels een scheldwoord is. Maar soit, hij zegt wel een toename te zien van „vocabulaire over thema’s die als ‘woke’ worden gelabeld.” Laten we voor de duur van dit artikel maar even overeenkomen dat we ook dát met ‘woke taal’ bedoelen. Het valt Kanobana op dat veel van die woorden een gelijksoortige levensloop kennen: ze kennen meestal al een lange geschiedenis in de marge voordat ze via sociale media in het publieke domein belanden, waar ze vervolgens heftig „bevraagd” worden.

Hij noemt ‘wit’ en ‘witheid’ als voorbeelden: die woorden deden in de academische wereld al sinds de jaren 80 opgeld, bijvoorbeeld in het werk van cultureel antropoloog Philomena Essed. „Dat vindt nu zijn weg naar een breder publiek, dankzij het delen van quotes op Twitter en Facebook. Maar een quote is niet hetzelfde als een boek van vierhonderd bladzijdes waarin iets uitgebreid uitgelegd wordt. Dus die dingen gaan hun eigen leven leiden.”

Taal is niet alleen een reflectie van de werkelijkheid, maar ook een werktuig waarmee je vorm kan geven aan de werkelijkheid

Sibo Kanobana taalwetenschapper

Van het n-woord via ‘zwart’ naar ‘persoon van kleur’, van ‘homo’ via ‘gay’ naar ‘queer’: veel woke woorden worden geïntroduceerd door mensen uit gemarginaliseerde groepen, in een poging om zichzelf preciezer of neutraler te beschrijven. Ook het woord ‘woke’ lijkt in die trend te passen, als een alternatief voor mensen die zichzelf of anderen als ‘politiek correct’ wilden beschrijven – zonder de negatieve bijklank die die term al decennia heeft.

„De eufemisme-tredmolen” noemde de Amerikaanse taalkundige Steven Pinker dit in een essay uit 1994: „Mensen bedenken nieuwe ‘beleefde’ woorden voor emotioneel geladen of smakeloze dingen, maar het eufemisme raakt door associatie besmet en het nieuwe woord ontwikkelt zijn eigen negatieve connotaties.” Pinker vindt het zinloos: „De eufemisme-tredmolen toont dat concepten, en niet woorden, leidend zijn: geef een concept een nieuwe naam, en de naam raakt gekleurd door het concept.”

Verhangen van bordjes

Soms heeft de introductie van een nieuw woord inderdaad weinig zin, vindt Kanobana. ‘Allochtoon’ bijvoorbeeld is vervangen door minder stigmatiserend geachte frases als ‘mensen met een migratie-achtergrond’, maar daarmee wordt de mensen om wie het gaat – zoals hijzelf – slechts een lippendienst bewezen, vindt hij. Droogjes: „In België hebben we heel veel Fransen, Duitsers en Nederlanders, maar die bedoelen we daar natuurlijk niet mee.”

Toch kan het inwisselen van een woord voor een wokere variant veel meer betekenen dan het plichtmatig verhangen van bordjes. De wisselwerking tussen woorden en concepten is complexer dan Pinker die voorstelt, meent Kanobana. „Taal is niet alleen een reflectie van de werkelijkheid, maar ook een werktuig waarmee je vorm kan geven aan de werkelijkheid – het is een loop hè.”

Neem het woord ‘racisme’: hoewel racisme al eeuwen bestaat, is het woord opvallend nieuw. Pas in 1902 introduceerde de Amerikaan Richard Henry Pratt de term om een naam te geven aan een idee waarmee slavernij werd gerechtvaardigd, en wat volgens Pratt in zijn tijd de motivatie vormde voor segregatiebeleid. Volgens Kanobana functioneerde het woord ‘racisme’ zo als een werktuig dat de ogen opende: „Pas als er een woord voor is, bestaat iets.”

‘Wijf’ was ooit even neutraal als ‘man’, maar inmiddels is het tot een scheldwoord gedegradeerd

Mark Dingemanse taalkundige

Ook taalkundige Mark Dingemanse, die aan de Radboud Universiteit onderzoek doet naar hoe sociale interactie taal vormt, ziet dat een nieuw woke woord vaak „een duwtje in een nieuwe denkrichting” vormt. Zoals bij ‘tot slaaf gemaakt’: „Mensen klagen dat het een lelijk woord is, maar het toont een fenomeen dat anders verborgen blijft: dat een tot slaaf gemaakte door iemand anders in die rol, dat lot, is gedwongen. Met het woord ‘slaaf’ kan je dat gemakkelijk over het hoofd zien. Het is een vorm van nudging, de woordkeuze duwt je uit een denkgroef.”

Ook Pinkers term ‘eufemisme-tredmolen’ bevat volgens Dingemanse zo’n denkduwtje: „Die tredmolen is in zichzelf geen waardevrije metafoor, maar drukt uit: hou er maar mee op, het is een zinloze exercitie, je bent een hamster.” Dat Pinker het zo ziet begrijpt Dingemanse wel: vanuit „het erboven hangende perspectief” van de taalwetenschapper die „alles zo onpersoonlijk mogelijk maakt, vanuit een zogenaamde objectiviteit” zíét de constante wisseling van woorden er wellicht ook zinloos uit.

„Maar dan verlies je de mens uit het oog”, zegt Dingemanse. Die is geen willoze speelbal van woorden en concepten, maar degene die taal máákt, en aan wie taal toebehoort. „En er is wel degelijk iets waardevols en belangrijks aan het feit dat een groep mensen zelf zegt: nee, het gaat over ons en wij hebben hier een voorkeur over.”

En bovendien, als je als taalwetenschapper dan tóch ver boven de druk discussiërende mensenmassa gaat hangen, dan is het goed om te beseffen dat zo goed als alle woorden van betekenis veranderen. ‘Linguistic drift’ noemen taalkundigen dat. Dingemanse: „Haast geen woord is daar immuun voor. Het is alleen zo dat binnen sommige domeinen van de taal dat proces sneller plaatsvindt.”

Master en mistress

Sterker nog, vaak is de introductie van een nieuw, woker woord een reactie op deze ‘linguistic drift’. Zo toont de Amerikaanse taalwetenschapper Muriel Schulz aan dat neutrale of zelfs positieve benamingen voor vrouwen al eeuwen met regelmaat moeten worden vervangen, omdat ze bijna onvermijdelijk een negatieve betekenis ontwikkelen. Benamingen voor mannen blijven constant.

Schulz noemt ‘master’ en ‘mistress’ als voorbeeld. Die stonden ooit op gelijke voet, maar ‘mistress’ duidt inmiddels niet meer op een vrouw in gezagspositie, maar op een minnares. Bij ‘sir’ en ‘madam’ trad eenzelfde proces op: zeker Amerikanen denken bij ‘madam’ aan een bordeelhouder. Ook in het Nederlands bestaat deze trend, vertelt Dingemanse. „‘Wijf’ was ooit even neutraal als ‘man’, maar inmiddels is het tot een scheldwoord gedegradeerd.”

Hoe kijken de taalkundigen naar het heftige verzet tegen woke woorden? Dingemanse vindt het vrij logisch, omdat mensen terecht aanvoelen dat woke woorden ideologisch geladen zijn. Daarnaast merkt hij op dat mensen sowieso geneigd zijn om taalverandering per definitie als verloedering te zien. „Het lijkt alsof rond ons twintigste ons taalgevoel is gestold. Alles wat daarna komt zullen we als een afwijking ervaren van hoe taal naar ons gevoel hoort te zijn.”

Mensen die woke worden genoemd, vormen een zeer kleine minderheid van de maatschappij

Sibo Kanobana taalwetenschapper

Daar komt bovenop dat veel woke woorden taalkundig complexer zijn: „‘Tot slaaf gemaakt’ is eigenlijk een minizinnetje, met meer lettergrepen, het is niet zo makkelijk in het meervoud te plaatsen als een zelfstandig naamwoord als ‘slaaf’.” Die complexiteit is deels het punt, denkt Dingemanse. Zo ervaren we iedere keer als we het woord gebruiken een „schokje” dat ons dwingt bij de betekenis van de term stil te staan. „Maar dat leidt wel tot weerstand, omdat taal ingericht is op efficiëntie.” Als de term daadwerkelijk inburgert, voorspelt Dingemanse, dan zal het zich meer in het lexicale gelid schikken – en worden afgekort tot „slaafgemaakt”.

„Het heeft ook gewoon te maken met the numbers”, meent Kanobana. „Mensen die woke worden genoemd, vormen een zeer kleine minderheid van de maatschappij.” Zij kunnen via sociale media makkelijk een gesprek beginnen over nieuw vocabulaire, maar de meerderheid bepaalt nog altijd hoe het gesprek zich ontwikkelt. „Sociale media wekken de illusie dat het speelveld gelijk is, maar dat is niet waar. Er zijn misschien twintig keer meer mensen die zeggen: wat overdreven, wat is dat nu toch met dat woke, dan mensen die zeggen: stay woke!

Dat woorden woker worden, betekent dus niet per se dat ook mensen woker worden. Misschien is de neergang van ‘woke’ zelfs wel veelzeggender, denkt Kanobana. Je zou eruit kunnen aflezen dat in onze maatschappij „meer mensen zich bedreigd voelen door antiracisme dan door racisme.” Dezelfde dynamiek zie je bij #MeToo, merkt hij op. Oorspronkelijk refereerde die term aan het probleem van seksueel overschrijdend gedrag, maar inmiddels verwijst het eerder naar vrouwen die via sociale media onterecht mannen proberen te cancellen: „Blijkbaar wordt #MeToo als een groter probleem gezien dan seksisme zelf.”