Opinie

Witte motor

Marcel van Roosmalen

Het uitzicht op het grote geheel wordt soms belemmerd door een onverwachte wolk. Non-informatie die met je meereist als een splinter in je voet. Ik had dat dinsdagavond. Ik had voor de verandering weer eens afgestemd op Op1, het talkshowexperiment van de verzamelde omroepen. Ik keek vanwege de aangekondigde clash tussen de deugende mens Rutger Bregman en boer Bart Kemp. Geen idee waarom ik juist daar zo’n zin in had. Rutger drinkt geen melk meer en wond zich op omdat je van de rechter niet meer mag zeggen dat zuivel ernstig dierenleed is. En boer Bart was het tegenovergestelde.

Natuurlijk had Rutger Bregman gelijk, dat weet je eigenlijk al van tevoren. Hij is de Jan Terlouw van onze tijd. Hij heeft altijd gelijk, staat altijd aan de goede kant van de streep, maar net als bij Jan Terlouw zal de grote volksgunst hem pas op latere leeftijd toevallen. De kinderen van mijn dochters gaan later dwepen met Rutger Bregman. Ik kan daar mee leven, waar ik moeite mee heb is dus een wolkje dat totaal onverwacht het gesprek in kwam drijven. De interessante discussie – Bregman stond inmiddels met 5-0 voor, boer Bart Kemp was nog niet aan de bal geweest – werd onderbroken voor de grootste talkshowkwaal: iets luchtigs. In dit geval melkreclames door de jaren heen.

Presentator Elles de Bruin, die het overigens meer dan prima deed, begon meteen over ‘Melk de witte motor’. Bij haar op de basisschool zetten ze de kratjes schoolmelk vaak naast de verwarming waardoor de melk vies lauw werd. Daaroverheen kwam Charles Groenhuijsen met de allesovertreffende anekdote, zijn ogen twinkelden ervan.

En nu zit alweer een dag in mijn hoofd dat Charles Groenhuijsen bij de Melkbrigade zat. Zijn hele jeugd, het zal in de jaren zestig zijn geweest, droeg hij trots een uniform met een grote M op de borst.

„Na drie glazen melk mocht je aftekenen op je kaart. Ik had een hele trits insignes op mijn mouw. Ik liep er als een generaal bij.”

Wat deden melkbrigadiers nog meer behalve melk drinken? Ik vermoed ondersteunend werk voor de melkboeren. Keihard ‘melk!’ schreeuwen als ze met hun melkkar een straat binnenreden.

Allemaal beelden die ik niet in mijn hoofd wil hebben. Neil Armstrong landt op de maan, melkbrigadier Charles Groenhuijsen zit in uniform op de bank voor de televisie. De oorlog was net lang genoeg voorbij, een uniform mocht weer, blijkt het met terugwerkende kracht toch nog iets om je voor te schamen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.