Recensie

Recensie

Waarom zou er maar één heelal zijn?

Boek Bewezen is het nooit, maar natuurkundige theorieën sluiten niet uit dat er meer dan één universum is.

Ooit dachten we dat de aarde de enige planeet was, de zon de enige ster en de Melkweg het enige sterrenstelsel. Maar die zijn allemaal niet uniek, zo bleek toen de wetenschap vorderde. Dus waarom zouden er niet ook meerdere universa zijn?

Die vraagt stelt wetenschapsjournalist Ans Hekkenberg in Het Multiversum, een dun maar diepgaand boekje van de pocketserie van New Scientist. „Uit natuurkundige theorieën rolt regelmatig de mogelijkheid dat ons heelal inderdaad niet alleen is”, schrijft ze. Vijf van die theorieën worden besproken. Met heldere taal én humor.

Leuk is dat die theorieën zich stuk voor stuk aan het randje van de wetenschap bevinden en dat ze voortvloeien uit allerlei verschillende uithoeken van de natuurkunde: van de oerknal tot de snaartheorie.

Interessant is vooral het hoofdstuk over de theorie van de zogeheten veelwereldeninterpretatie van Amerikaanse natuurkundige Hugh Everett. Die theorie vloeit voort uit de quantummechanica, de natuurkunde van de kleine deeltjes waaruit alles is opgebouwd. Volgens Everett ontstaan er iedere keer wanneer er een keuze gemaakt wordt nieuwe universa: voor iedere mogelijke uitkomst één. „Hier is het multiversum dus alle verschillende paden die je had kunnen bewandelen, die stuk voor stuk bestaan, maar waarvan jij (of eigenlijk: deze versie van jou) er maar eentje helemaal verkent”, schrijft Hekkenberg. Die verschillende uitkomsten vinden niet plaats op menselijke schaal, maar op de schaal van kleine deeltjes.

Het boek eindigt met de voors en tegens. Geen van de theorieën is tot nu toe bewezen. Maar het gebeurt vaker in de natuurkunde: iets wordt bedacht, zoals een zwart gat, en het bestaan ervan wordt decennia later bewezen. Alleen, „de meeste multiversumtheorieën opperen dat deze extra werkelijkheden, als ze bestaan, zich afspelen buiten het bereik van onze wetenschappelijke instrumenten”, schrijft Hekkenberg. Als natuurkundigen ze nooit zullen vinden, moeten ze er dan wel tijd aan besteden? Ja, „zelfs al is het maar als gedachte-oefening [...].”