Dennis Wiersma: „Ik heb zelf heel lang niet op mijn cv durven zetten dat ik mavo heb gedaan.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Met onderwijsminister Dennis Wiersma terug naar Franeker: ‘Ik durfde niet op mijn cv te zetten dat ik mavo heb gedaan’

Dennis Wiersma (35) wordt Onderwijsminister. NRC liep met hem door Franeker, zijn vroegere thuis. „Bij mijn moeder aten we voor de tv.”

Dennis Wiersma staat in de tuin van het huis van zijn vader, in Franeker. „Hé Dennis”, roept een man die langsloopt. „Of ben je nu excellentie?” Het is een oud-collega van zijn vader, uit de tijd dat die kok was in een verzorgingshuis. Nu heeft Wiersma’s vader een snackbar. „Voor jóú wel”, roept Dennis Wiersma.

Wat verderop staat een man die Wiersma ook wil begroeten. Wiersma klinkt nu zachter. „Dat was René”, zegt hij later. Ze zaten samen in de drumband van Franeker, de Sternse Slotlanders. Wiersma trommelde al vanaf zijn zevende, hij was ook een paar jaar tambour-maître, de muzikale leider van de band. René speelde de grote trom. „Hij was kraanmachinist, een stoere vent, populair bij de meiden. Op een dag is hij uit de kraan gevallen.” Hij liep een hersenbeschadiging op.

Het is net voordat de VVD bekend zal maken dat Wiersma, die sinds de zomer staatssecretaris is van Sociale Zaken, minister wordt voor basis- en voortgezet onderwijs. In zijn partij geldt Dennis Wiersma als veelbelovend, én als iemand die kan laten zien dat je niet per se uit het bedrijfsleven hoeft te komen of politiek assistent van belangrijke VVD’ers moet zijn geweest om zélf een prominente VVD’er te kunnen worden. En ook: dat het bij lang niet alle VVD’ers heeft meegezeten in het leven.

Wiersma deed mavo, havo, haalde zijn propedeuse op de lerarenopleiding en studeerde sociologie. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij twaalf was, hij werd vooral opgevoed door zijn moeder. Ze was ziekenverzorgster, maar al sinds de jaren tachtig was ze arbeidsongeschikt.

Ruig en pesterig

Als hij over René begint, hebben we al een flink rondje gelopen door de buitenwijken van Franeker. Langs zijn vroegere basisschool, langs de mavo waar hij de kinderen „ruig” vond en de sfeer „pesterig”, de havo waar hij zich veel meer thuis voelde, langs de tennisclub. En de sociale huurwoning waar hij na de scheiding met zijn moeder was gaan wonen. Zijn zusje woonde bij zijn vader. Hij had laten zien hoe je vanuit hun huis de wijk ’t War kon zien, met grotere huizen. „Daar woonden de rijke mensen.”

Zijn moeder, zegt hij, nam haar werk in het verzorgingshuis heel serieus. „Ze deed al het extra werk dat haar werd gevraagd, ook nachtdiensten, en raakte overspannen.” Ze is nu zestig en ernstig ziek.

Vóór de wandeling in Franeker maakte ik Dennis Wiersma een keer mee op werkbezoek, zijn tweede als staatssecretaris van Sociale Zaken. Hij was op een maandag in september bij de sociale dienst in Dordrecht. Daar luisterde hij naar mensen die in de problemen waren geraakt door de coronacrisis. Er was een muzikant die vóór de crisis goed verdiende als adviseur van pianofabrieken, maar nu een schuld had van meer dan 17.000 euro. Met tegenzin, en alleen omdat hij het niet redde met de coronasteun van het kabinet, was hij gaan lesgeven. Het viel hem mee. Al had hij, zei hij, veel liever auto’s willen verkopen.

Bij de deur van de sociale dienst, na afloop, zei hij tegen mij dat het misschien ook niet makkelijk was om iets anders te gaan doen dan je altijd had gedaan. Hij praatte nog met een medewerker van de sociale dienst over de groep mensen die soms al zo lang niet werkte dat je ze nauwelijks nog aan het werk kreeg. „En je gúnt het ze zo”, zei Wiersma.

De muzikant liep vrolijk zwaaiend langs, op weg naar zijn auto. Die had hij achter de dienstwagen van Dennis Wiersma geparkeerd. Het was, zagen we, een veel mooiere BMW dan die van het ministerie. „Hoeveel schulden had hij ook alweer?” vroeg Wiersma aan mij. En toen: „Maar misschien is het een leaseauto en zit hij vast aan een contract.”

Tegen de grond gesmeten

In Franeker, als we voor het huis staan waar hij met zijn moeder woonde, zegt hij dat het ook fíjn was dat zij er altijd was als hij uit school kwam. „Ze deed alles om mij geen last te laten hebben van de scheiding.” Ze had geld meegekregen van zijn vader waarvan híj zijn kamer mooi had mogen inrichten. Klasgenoten mochten soms maar anderhalf uur op internet, híj de hele dag.

Maar ze rookte veel, hij wist zeker dat híj dat nooit zou gaan doen. En híj wilde juist veel gaan werken.

Dat Wiersma op zijn twintigste lid was geworden van de VVD had, zegt hij, ook te maken met zijn moeder. Niemand van de gemeente of het UWV had zijn best gedaan om haar weer aan het werk te krijgen. Er was ook iemand anders die hij goed kende, en die een uitkering kreeg op basis van therapie die ze nooit volgde. Niemand controleerde hoe het zat.

Dennis Wiersma, aankomend minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs

Foto Merlijn Doomernik

Hij vond eerst nog dat iedereen altijd moest proberen om zoveel mogelijk van het leven te maken, en élke kans moest willen grijpen, zoals hijzelf. „Ik ben dat later anders gaan zien. Je hoeft niet steeds iets nieuws te willen leren, je kunt dat ook minder nodig vinden. En de omstandigheden kunnen je zo uit het lood slaan dat je altijd een handje nodig hebt.”

Kijk naar René. „Je kunt, ook letterlijk, zo tegen de grond gesmeten worden dat alles ophoudt. Daar heb ik veel meer compassie voor gekregen vanaf de tijd dat ik sociologie ging studeren in Groningen. Ik las veel over hoe een samenleving zich ontwikkelt, hoe mensen vooruit komen. Of juist niet, als je tegen blokkades aanloopt omdat je uit een lagere sociale klasse komt, of een ingewikkelde achternaam hebt, of als je ouders niet gestudeerd hebben. Ik had dat om me heen gezien, maar ik wilde er graag veel over leren. Het maakte mijn blik breder. Je bent als samenleving zo sterk als de mensen die het het moeilijkst hebben, en hoe je daarmee omgaat.” Dat was, zegt hij, waarom hij actief werd bij de studentenvakbond LSVb en later bij de FNV.

Het eerste politieke debat dat hij op televisie zag was na de gemeenteraadsverkiezingen van 2002, met Pim Fortuyn als grote winnaar en PvdA-leider Ad Melkert als slechte verliezer. Wiersma deed dat jaar eindexamen op de mavo. „Ik denk dat het Fortuyns duidelijke taal was die me de beeldbuis in trok, en de manier waarop hij de boel opschudde.”

Hij praatte erover op school, thuis ging het nooit over politiek. Als kind dacht hij dat VVD stond voor ‘veel vrije dagen’, dat had zijn vader gezegd. Als we langs het kaatsveld van Franeker lopen, op weg naar de snackbar van zijn vader, zegt hij dat hij thuis dus niet had leren discussiëren. „Dat is een nadeel. Het voordeel is denk ik dat je dan wel overal heel open naar kijkt. Ik heb van huis uit geen hokjes of grenzen meegekregen.”

Maakt uw achtergrond van u een ánder soort VVD’er?

„Iedereen, echt íédereen in de politiek heeft z’n eigen verhaal, je hebt altijd iets wat jou kleurt, hoe je naar dingen kijkt, wat je drijft. Ik heb zelf heel lang niet op mijn cv durven zetten dat ik mavo heb gedaan. Wat natuurlijk nergens op sloeg, maar ik dacht: daar vinden mensen wat van en dan zeggen ze er iets over, of ze zeggen niks maar vinden er wel wat van.”

U schaamde zich?

„Ik was vooral bang dat ik niet meer zou worden beoordeeld op wat ik kan, maar op wat daar stond. Je moet mensen altijd een kans geven en dat is precies wat ik wil doen. Van kansen wordt alles mooier. Ik heb zelf kunnen studeren omdat ik een studiebeurs had én een aanvullende beurs.”

Bent u weleens onzeker door uw achtergrond?

„Onzeker… Ik heb er heel erg aan moeten wennen om voor mezelf op te komen, om te denken dat ik echt iets te melden had. Dat vertrouwen groeit nog steeds, elke dag. Ik ben in een nieuwe groep altijd voorzichtig. Dat had ik vooral toen ik uit Friesland wegging om in Utrecht bij de studentenvakbond te werken. Het is wel heel erg Fries, maar ik dacht: ze praten hier veel maar zeggen weinig.”

De VVD wordt gezien als een partij van geslaagde mensen.

„Ja… Bij mijn moeder thuis aten we nooit aan tafel. We zaten met ons bord op de bank voor de tv. Pas later zag ik hoe leuk het kan zijn om aan tafel te zitten en te praten over je dag. Dat klinkt als een verwijt aan mijn moeder, zo bedoel ik het helemaal niet. Het was een andere wereld. Bij de studentenvakbond werkte de vrouw met wie ik nu getrouwd ben. Ik vond haar heel leuk, maar ze was een meisje uit Amersfoort, met een rollende r, haar stiefvader was huisarts. Ik dacht: dat soort mensen zijn niet voor mij weggelegd.”

„In die tijd kwam ik voor het eerst in de Tweede Kamer om te lobbyen voor studenten. Ik zat een keer samen met Mark Harbers (VVD’er die minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt, red.) in Spijkers met Koppen. Na de uitzending zei hij: ‘Ik vind jou niet erg links voor iemand van de studentenvakbond.’ We hebben later nog een paar keer koffie gedronken. In die tijd kreeg ik het gevoel: nou, die jongen uit Friesland die op de mavo is begonnen, die mag nu proberen om invloed te hebben in het belang van studenten.”

Die jongen uit Friesland zit nu in het kabinet. Hoe is dat?

„Het zijn vrij veel stappen die ik van huis heb gezet. En bij elke stap denk ik: kan ik dat? Maar steeds vaker denk ik nu ook: natuurlijk kan ik het. Sterker nog, het voelt bijna als een opdracht om dit te doen. Als mensen zeggen ‘de politiek is er niet voor mij’, of ‘ik snap niet wat ze daar zeggen’, zoals mijn eigen ouders erover praatten, wil ik laten zien dat de politiek je kan helpen om de touwtjes zelf in handen te krijgen.”

In de snackbar van zijn vader is het donker, de stoelen staan op tafel. In de eerste lockdown, in het voorjaar van 2020, dacht Ymo Wiersma (64) nog dat zijn zaak het niet zou overleven. Dennis Wiersma belde met de eigenaar: kon de huur niet wat omlaag? Hij vertelde er een keer over in de Tweede Kamer, hij noemde het „heel lelijk”: de huurbaas zei nee.

Als kind dacht hij dat VVD stond voor ‘veel vrije dagen’, dat had zijn vader gezegd

Nu zegt Ymo Wiersma opgewekt dat er meer dan genoeg bestellingen zijn. Hij bezorgt aan huis en geniet, zegt hij, enorm van de blije kinderen aan de deur.

Op de bovenverdieping, waar je komt via een smalle trap, vertelt hij dat Dennis een keer met de drumband door de zaak is gemarcheerd. Ook de trap op. „Dat kán niet eens”, roept Dennis Wiersma. Zijn vader glimlacht: „Jullie hebben het wel gedaan.”

Ymo Wiersma ging al op zijn dertiende met een bakkerskar langs de deuren, later werd hij kok. „Jij vond dat ik na de mavo ook een vak moest leren”, zegt Dennis Wiersma. Zijn vader knikt. „Jij wilde naar de havo.”

Dat had Dennis Wiersma volgens zijn vader ook al eerder kunnen doen. „Je schooladvies was havo.”

„Nee”, zegt Dennis Wiersma. „Dat was toch mavo?”

„Havo. Maar jij wilde met de mavo beginnen omdat je beter kon opklimmen dan andersom. Iemand uit onze buurt begon op het gymnasium, ging naar de havo en deed eindexamen op de mavo. Dat wilde jij niet.”

Dennis Wiersma: „Dat wilden júllie niet.”

„Het leek mij ook beter ja, om wat lager te beginnen.”

Lees ook: Tips van oud-ministers voor bewindspersonen zonder politieke ervaring

Op welke partij stemde Ymo Wiersma? „Altijd op de VVD, van huis uit.”

„Wat zég je?”, zegt Dennis Wiersma. „Altijd op de VVD? Jij? ”

„Eén keer”, zegt zijn vader, „heb ik op Rita Verdonk gestemd. Die kon het allemaal zo goed zeggen, ik mocht haar wel. Het was een vrouw vol vuur. Mijn moeder was altijd gek van Hans Wiegel. Je was in die tijd ook wel meer betrokken bij de politiek. Je had figuren als Van Agt, Den Uyl…”

Dennis Wiersma: „Interesseerde het jou, politiek? Dat idee heb ik nooit gehad, thuis speelde het geen rol.”

„Bij mijn ouders thuis wel. Ze hadden een schoenenzaak en waren enorm voor het koningshuis. Dan stemde je op de VVD.”

Waarom had hij zijn kinderen nooit verteld op welke partij hij stemde? „Dat vond ik niet nodig, dat Dennis dat wist.” Maar hij stemt nu op hém. „Al jaren.” Hij lacht. „Al ben ik het lang niet altijd met hem eens hoor.”

In de snackbar beginnen klanten soms over de VVD en over Dennis. „Ze zijn ook weleens boos, dus ik moet opletten met wat ik zeg.”

Als Dennis Wiersma zijn vader een paar dagen later belt om te zeggen dat hij minister voor Onderwijs wordt, zegt die: „Nou, dat is mooi. Laat het maar zien.” En hij begint over iets anders.

„Het is een Fries, hè”, zegt Dennis Wiersma er zelf over.

Van zijn leraar geschiedenis en maatschappijleer op de havo krijgt hij een appje: „Kan mij de discussies over politiek nog goed herinneren!” Bij de snackbar worden twee brieven afgegeven, met de postzegel er al op: kan Ymo Wiersma die doorsturen? De ene is van de directeur van de mavo, de andere van een docent van de basisschool, groep 7.

Die uit groep 7 schrijft: „Ik vond het een eer dat ik je mocht laten kennismaken met de eerste beginselen van het leren zoals dat op een goede school gebruikelijk is.” De directeur van de mavo noemt het „ongelofelijk knap” dat Dennis Wiersma zich na school zó had „ontwikkeld” dat hij „deze hoge politieke functie mag gaan bekleden”.

„Lief”, vindt Wiersma.