Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het fotoboek ‘Wachten’ toont de gezichten achter de wachtenden in de Nederlandse azc’s

Fotoboek Al twintig jaar bijt fotograaf Mona van den Berg zich vast in het onrecht dat zich afspeelt in azc’s. In het fotoboek ‘Wachten’ geeft ze enkele van de aanvragers van een status een gezicht en een verhaal.

Familie Shhab, Irak, azc Burgum. In zes jaar tijd zijn ze negentien keer verhuisd, waarvan vijf keer op de gezinslocatie Burgum.
Familie Shhab, Irak, azc Burgum. In zes jaar tijd zijn ze negentien keer verhuisd, waarvan vijf keer op de gezinslocatie Burgum. Foto Mona van den Berg

„Ik voelde dat ik veranderde van een mens in een pakketje dat zo snel mogelijk verstuurd moet worden, niet omdat iemand het wil hebben op de plek waar het naartoe wordt gestuurd, maar omdat niemand het wil hebben op de plek vanwaar het verstuurd wordt.” Zo omschreef dichter en schrijver Rodaan Al Galidi in 2016 in zijn bestseller Hoe ik talent voor het leven kreeg de positie van de ongenode asielzoeker. Het was een wat ironische titel voor een confronterend portret van Hollandse gastvrijheid, een waargebeurde roman over een man die negen jaar in azc’s verblijft in de hoop een verblijfsvergunning te krijgen.

De typering van Al Galidi past haarfijn op het onderwerp dat fotograaf Mona van den Berg in haar fotoboek Wachten bij de kop pakt. Ze sprak met vluchtelingen in de azc’s die al jaren wachten op een definitief besluit van de IND. Ze legde hen vast op zwart-witportretten en liet ze kort vertellen over hun achtergrond en de situatie waarin ze zich nu bevinden. Naast hun verhalen nam Van den Berg ook gedichten van Al Galidi op, de ‘asielzoeker des vaderlands’, zoals ze hem noemt.

In januari 2020 waren er bijna negenduizend individuele zaken waarvan de overschrijdingstermijn was overschreden, omdat er tekort aan tijd en personeel is bij de IND. Het nieuwe kabinet gaf weliswaar aan te zullen investeren in het sneller en zorgvuldiger afhandelen van de aanvragen, maar vooralsnog heeft Meron Tesfaye, die elf jaar geleden uit Ethiopië vluchtte en inmiddels twee zonen in Nederland heeft gekregen, daar weinig aan.

Ali Saber Yaqoub, Darfur, azc Den Helder. Verstopt onder een vrachtauto kwam hij tien jaar geleden vanuit Italië in Nederland terecht.
Foto Mona van den Berg
Sunny Boy Barcon en zijn kamergenoot, Liberia, azc Hardenberg.
Foto Mona van den Berg
Reema al Saghair, Libië, azc Amsterdam. „Ik kan niet stilzitten, het wachten maakt me gek. De antidepressiva houden me met beide benen op de grond.”
Foto Mona van den Berg

Zwarte foto

Op de foto van haar gezicht zie je vertedering en angst ineen: haar twee zonen, die een Nederlandse nationaliteit hebben, zitten op het bed met de armen om elkaar heen. Tesfaye is doodsbang, schrijft Van den Berg. „Ooit gevlucht om politieke redenen is ze als de dood weer terug te moeten met twee Nederlandse kinderen en zonder enige familie in Ethiopië.” Minstens even treurig is wat Ghebru Hayle Tesfageris uit Eritrea vertelt over zijn wachten: „Ik bel mijn gezin maar niet meer, want dan verwachten ze iets van mij wat ik niet kan geven.”

Angst, boosheid en een enkele keer blijdschap op de gezichten: daar weet Van den Berg op in te zoomen. Het is verrassend zo dichtbij als ze heeft mogen komen. Zijn het niet de gezichten, dan zijn het de inhoud van de kasten of de eenzaamheid van de gang met tl-licht die indruk op de lezer maken.

Van de vele gezichten is er eentje die sterk afwijkt: dat van Adina, die met een gefingeerde naam in het boek staat. Toen haar man in 2004 overleed, werd ze gedwongen te trouwen met een commandant van de Taliban. Als ze in 2020 weet te ontvluchten, is er één zoon al enkele jaren daarvoor in Nederland aangekomen, een andere zoon is spoorloos verdwenen in Afghanistan en de andere twee die tegelijkertijd met haar vluchtten, zitten nog in Turkije. Welk gezicht hoort bij zo’n verhaal? Geen: de foto toont een zwarte schaduw, je ziet alleen een klein beetje een ketting oplichten op de verder zwarte foto.

Zoontjes van Meron, azc Amsterdam. Meron komt uit Ethiopië, haar kinderen zijn Nederlands.
Foto Mona van den Berg
Jalal Abo Alnaaj, syrië/palestijns, azc Harderwijk. Zijn strijdvaardigheid heeft hem in de steek ge laten.
Foto Mona van den Berg

Aardappelpuree

De foto is zo goed omdat er een schijn van iemand zichtbaar is, van iemand die onzichtbaar is: het is de status van de wachtenden in de azc’s in een notendop.

Het effect van de foto van Adina is extra sterk wanneer je de pagina daarop een foto van de uit Oekraïne gevluchte Yevhen Vasilkevich ziet, die sinds 2017 in een azc in Hardenberg zit. Werkzaam als journalist en betrokken bij de Femen-groep was Vasilkevich in 2015 opgepakt, gemarteld en verkracht.

Anders dan de anderen in het boek richt Vasilkevich zich in het verhaal niet tot Van den Berg, maar tot koning Willem-Alexander: „Majesteit, alleen u kunt deze vicieuze cirkel doorbreken die een schaduw werpt op de reputatie van uw koninkrijk. Ik moet u bekennen – ik ben het beu voor mijn leven te vechten, ik ben wanhopig en klaar om een petitie voor euthanasie in te dienen als protest tegen de procedure die briljant wordt beschreven in Kafka’s roman Het Proces.” Een gemiste kans natuurlijk van Van den Berg om niet als een Multatuli in de Max Havelaar het boek af te sluiten met een brief aan de koning, maar het pakje aardappelpuree dat op Vasilkevichs tafel staat, is geweldig.

Vasilkevich is niet de enige die een uitweg in de dood ziet, er zijn er meerderen die bij Van den Berg aangeven dood te willen of al een zelfmoordpoging te hebben gedaan. In Galidi’s roman Hoe ik talent voor het leven kreeg slaagde een zelfmoordpoging, omdat de man het wachten niet meer aankon. Galidi legde in 2016 in een interview in NRC uit hoe dat gaat: „Dat komt omdat zijn geest niet getemd kon worden. Hij wilde ook niet beledigd worden. Sommige mensen kan je niet veranderen voor een andere maatschappij. Als je wilt blijven leven, moet je respecteren dat je getemd kan worden. In sommige landen noemen ze dat geïntegreerd. Maar het is geen integreren, het is temmen, en dat moet je accepteren.” De geportretteerden bij Van den Berg zijn bijna zo ver.

Bekijk ook deze fotoselectie van het boek: Wachten op een status