De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland overhandigt aan Kamerleden een manifest waarin aandacht wordt gevraagd voor de groeiende problemen voor de 1,1 miljoen mensen met een licht verstandelijke beperking in Nederland.

Foto Koen van Weel / ANP

Interview

‘Verbeter psychische zorg bij laag IQ’

Interview psycholoog en psychiater

Mensen met een laag IQ lopen een relatief groot risico op psychische stoornissen. Daar worden ze vaak niet goed voor behandeld.

In hun praktijk in Leiden zien ze dagelijks patiënten met een IQ tussen een gemiddelde intelligentie en een verstandelijke beperking in. Deze mensen, stellen psychiater Jannelien Wieland en gezondheidszorgpsycholoog Erica Aldenkamp, zijn kwetsbaar voor psychische stoornissen. Maar ze worden regelmatig uitgesloten van een behandeling voor hun psychische aandoening.

Aldenkamp: „Binnen de geestelijke gezondheidszorg wordt de behandeling van zwakbegaafden spannend gevonden. Mensen worden bijvoorbeeld doorverwezen naar de gehandicaptenzorg.” Wieland: „De hulpverleners redeneren vaak dat deze mensen een andere behandeling nodig hebben.”

Aldenkamp: „Zodra duidelijk wordt dat iemand met een psychische stoornis een laag IQ heeft, dan wordt er gezegd: deze persoon heeft een verstandelijke beperking, wij voelen ons onbekwaam, die moet door andere mensen geholpen worden. Dat is absurd. Zo vallen deze mensen buiten de boot.”

Want veel mensen die in Nederland licht verstandelijk beperkt worden genoemd, en door het leven gaan als zogenoemde LVB’er, zijn eigenlijk zwakbegaafd. Ze hebben een relatief laag IQ, maar ze hebben géén verstandelijke beperking. Zie daar het misverstand dat Wieland en Aldenkamp uit de wereld willen helpen.

De term zwakbegaafdheid doet veel mensen denken aan de oude term zwakzinnig en wordt daarom niet graag gebruikt. Wieland: „Het lastige is dat tegenwoordig heel veel mensen met een wat lager IQ te snel worden gerekend tot licht verstandelijk beperkten. In het interdepartementaal onderzoek dat het kabinet enkele jaren geleden liet doen, worden zelfs mensen met een IQ boven de 85 daar soms toe gerekend. Als je niet oppast zeg je dat straks de helft van alle Nederlanders een licht verstandelijke beperking heeft.”

‘Schrijnende situaties’

Wie een verstandelijke beperking heeft, heeft een lager IQ en ondervindt daarvan doorgaans al van jongs af aan de gevolgen. Dat is echt iets anders dan zwakbegaafdheid. De verwarring leidt in de praktijk regelmatig tot „schrijnende situaties”, stellen Wieland en Aldenkamp.

Daar komt nog bij dat zwakbegaafden met een psychische aandoening vaak helemaal niet als zodanig worden herkend, en ze krijgen daardoor niet de juiste behandeling.

Aldenkamp: „Je kunt je niet voorstellen hoeveel te lange trajecten zich binnen de psychiatrie afspelen. Jaren van behandelingen die niet werken. Ten slotte wordt dan een IQ-test gedaan en blijkt iemand zwakbegaafd te zijn en blijkt die persoon van twee jaar behandeling veel te weinig te hebben opgestoken.”

Vaak wordt de behandeling gestaakt om de verkeerde redenen. Wieland: „Er wordt binnen de geestelijke gezondheidszorg uitgegaan van de mondige patiënt. Als iemand niet op afspraken verschijnt, dan wordt de behandeling vaak afgesloten. Terwijl het soms gaat om iemand die de locatie niet kan vinden, geen geld heeft voor de bus, iemand die niet aan zijn baas durft te vragen of hij naar de dokter mag gaan, iemand die geen oppas heeft voor de kinderen.”

Ruim 13 procent zwakbegaafd

Van alle Nederlanders heeft ongeveer 16 procent een IQ lager dan 85; hiervan is bij 13,6 procent sprake van zwakbegaafdheid.

Ze lopen een groot risico op een scala van aandoeningen zoals psychoses, posttraumatische stressstoornissen, verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling en depressieve stoornissen, stelt Wieland. Maar waarom is dat risico op dergelijke stoornissen bij deze groep groter dan bij mensen met een verstandelijke beperking en dan mensen met een gemiddeld IQ? Wieland: „Het is niet de intelligentie zelf, maar de levensloop die veroorzaakt dat mensen met een laag IQ kwetsbaar zijn voor psychische problemen. Ze worden vaker geboren in een gezin met ouders die ook een laag IQ hebben en bijvoorbeeld moeite hebben met opvoeden. Het zijn mensen die bovendien vaker opgroeien in een lagere economische klasse met een ongezonde levensstijl, die bijvoorbeeld leidt tot obesitas op zeer jonge leeftijd. Mensen die in het onderwijs op hun tenen lopen, moeilijk aansluiting krijgen bij leeftijdsgenoten en vaak alleen spelen. Mensen die een laag zelfbeeld hebben, sneller beïnvloedbaar zijn, in de criminaliteit kunnen belanden, en ook vaker risico lopen op overmatig drugsgebruik, verwaarlozing, misbruik.”

Wieland: „Er wordt nog wel eens gedacht dat deze mensen cognitief achteruit zijn gegaan als gevolg van deze stoornissen. Maar in de meeste gevallen is het anders. Ze waren al zwakbegaafd voordat ze stoornissen kregen.”

Aldenkamp en Wieland zijn ervan overtuigd dat mensen met zwakbegaafdheid baat kunnen hebben bij een reguliere behandeling van hun stoornissen. Met dit verschil: dat de behandelaars hen op hun eigen niveau bejegenen. Aldenkamp: „Wat wij altijd zeggen is: bij patiënten met zwakbegaafdheid is niet wát je doet anders, maar hoe je het doet. Deze mensen krijgen nog steeds niet wat bewezen effectief is. Ze krijgen bijvoorbeeld vaker pillen voorgeschreven dan psychotherapie. Antidepressiva in plaats van cognitieve gedragstherapie.”

Lees ook: Hulpverleners zien de blinde vlek voor licht verstandelijk beperkten wél

Vraag naar school of werk

Behandelaars durven de intelligentie van hun psychiatrische patiënten vaak niet eens aan de orde te stellen, signaleren beiden. Wieland: „Er ligt in deze maatschappij een enorm stigma op minder slim zijn. Ik ken psychiaters die zeggen: ik kan toch niet zeggen dat iemand een laag IQ heeft?”

Daarom is van belang dat psychiaters en psychologen in hun opleiding leren mensen met zwakbegaafdheid te herkennen en de communicatie op hen af te stemmen. Wieland: „Alleen al door te vragen wat voor school iemand volgt of wat voor werk iemand doet, kun je een idee krijgen over iemands begaafdheid. Er zijn ook wel testen om dat te bepalen.”

Aldenkamp: „Met zo’n gesprek en een test kun je andersom ook uitsluiten dat mensen problemen hebben door een laag IQ. Ik had laatst een vrouw die gewoon mavo had gedaan en een administratieve carrière had doorlopen. Haar problemen waren dus vooral van psychische aard.”