Opinie

Meelijvrij

Ellen Deckwitz

‘Nog goede voornemens?”, vroeg ik aan mijn zus, na haar een prikkelarm 2022 te hebben gewenst. „Ik wil minder medelijden hebben”, zei ze. „Met wie?” „Met de rest van de mensheid.” „Ambitieus zeg”, floot ik, „en dat voor een psycholoog.”

„Ik bedoel dat ik in mijn vrije tijd minder wil meeleven. Voortaan toon ik alleen nog maar empathie als ik ervoor word betaald.”

„Waarom wil je eigenlijk minder medelijden hebben?”

„Ach, je weet toch”, zuchtte ze, en ik vroeg maar niet door, want ja, ik wist inderdaad toch. Ze lijdt momenteel aan iets wat de Engelsen ‘compassion fatigue’ noemen, een vorm van overwerktheid die vooral voorkomt bij mensen die te veel aan andermans leed zijn blootgesteld, zoals hulpverleners, mantelzorgers, dierenartsen, parochiewerkers, verpleegkundigen en de ME. Wie begripvol is zonder af en toe te pauzeren, zal er uiteindelijk door worden gesloopt.

Mijn grootmoeder zei altijd dat je geboren wordt met een klein bergje tijd en aandacht voor jezelf en dat anderen daar altijd iets vanaf zullen proberen te knabbelen, omdat dat ook weer bij hen wordt gedaan. Het uitwisselen van zorg en belangstelling hoort nou eenmaal bij de diersoort waar we deel van uitmaken, maar als je niet uitkijkt, geef je te veel. De meesten kennen hun grenzen wel, maar het probleem is dat dankzij dezelfde grootmoeder (die zo gehavend uit de oorlog kwam dat ze de rest van haar leven sociaal invalide was) mijn zus zich van jongs af aan aangetrokken voelde tot de beschadigden. Kapotte mensen voelen voor haar als thuis. Ze zegt altijd dat ze van wezens houdt met een gat erin, het galmt zo mooi, er zit een heroïek in, zwijmelt ze dan, zie ze kronkelen, draaien, torsen en verbijten, ze zijn zo snel blij met iets kleins, ze hebben je zo nodig. Op een zeker moment daagde bij mijn zus het besef wel dat ze zich vooral met andermans zorgen bezighield om de hare te vergeten, maar toen dat tot haar doordrong was ze al afgestudeerd psycholoog en je moet toch wat met dat diploma.

„Nou, dan neem je even gas terug”, zei ik tegen haar. „Ik denk dat wat meer onverschilligheid je goed zal doen.”

„Dank je”, zei ze.

„Rot dat je je zo voelt”, zei ik.

„Heej, doe niet zo empathisch”, zei ze. „Straks neem ik het weer over.”

„Oh shit, sorry, ehm, nou fuck jou en val dood en je bekijkt het maar.”

Ze bedankte me ontroerd.

„Tijd om meelijvrij te zijn”, zei ze opgelucht. „Tijd voor een grote compassievakantie.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.