Opinie

De Olympische Spelen boycotten of niet? Bedenk een duidelijke China-strategie

China Een duidelijke strategie helpt Nederland keuzes te maken bij dilemma’s over China, schrijft .

Illustratie Hajo

Moet Nederland meedoen aan een diplomatieke boycot van de Winterspelen in Beijing? De Verenigde Staten maakten onlangs bekend geen overheidsvertegenwoordigers te sturen vanwege ernstige mensenrechtenschendingen in China. Het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada namen hetzelfde besluit. Andere westerse landen staan voor de vraag wat zij gaan doen.

Demissionair minister van Buitenlandse Zaken Knapen (CDA) verklaarde in de Tweede Kamer dat hij met de Europese Unie tot een gezamenlijke positie wil komen. Ook de nieuwe Duitse regering kiest voor deze benadering. De Franse president Macron ziet niets in een diplomatieke boycot, omdat het geen effect zal hebben op de mensenrechtensituatie in China. Maar geen enkel land, ook Frankrijk niet, wil sporters thuis houden.

De vraag is wat Nederland zal doen. Aansluiten bij de VS, die de genocide op de Oeigoeren als motivatie voor de boycot noemen, kan een passende stap zijn vanuit de gedachte dat Nederland de mensenrechten dient te bevorderen. Begin vorig jaar stemde de Kamer voor een motie die stelt dat in China genocide plaatsvindt op de Oeigoerse minderheid. Maar vanuit die optiek is een diplomatieke boycot niet erg indrukwekkend, zeker nu diplomaten door de pandemie toch al minder reizen.

Een zwaarder middel is een sportieve boycot, maar die treft vooral de sporters. Die zijn niet verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen of voor de keuze van China als gastland. Dan is er nog een financiële boycot. Bedrijven als Coca-Cola, Samsung, Toyota en Allianz zijn belangrijke sponsoren en verdienen geld door zaken te doen in China. Daar zitten echter geen Nederlandse ondernemingen bij.

Uitzendboycot

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) krijgt ongeveer driekwart van zijn inkomsten uit de verkoop van uitzendrechten. In Nederland heeft onder meer de NOS uitzendrechten gekocht. Nederland zou een uitzendboycot via de publieke omroep kunnen inzetten, maar ook daarbij worden vooral partijen getroffen die niet verantwoordelijk zijn voor de mensenrechten in China. Bovendien is Nederland een kleine speler. Amerikaanse mediabedrijven zijn veruit de grootste afnemers van uitzendrechten en daarmee de belangrijkste financiers van de Spelen.

Lees ook dit artikel van Ian Buruma: De Olympische Spelen zijn niet meer van deze tijd

Een gezamenlijke boycot door westerse landen zal waarschijnlijk niet tot een verbetering van de mensenrechtensituatie leiden. In de aanloop naar de Zomerspelen van 2008, ook in Beijing, uitten westerse landen sterke kritiek op het Chinese overheidsbeleid ten opzichte van de Tibetanen. Die druk leidde echter niet tot een verbetering van hun situatie. De Chinese regering perkte de vrijheden van de Tibetanen zelfs verder in. Duidelijk is dat bemoeienis met China’s interne situatie zeer gevoelig ligt als gevolg van de pijnlijke historische ervaring van dat land met koloniale machten, waaronder Nederland.

Een relevante factor daarbij is dat de motieven van de VS om druk uit te oefenen op China van zowel geopolitieke als humanitaire aard zijn. De Chinese regering ziet externe druk op mensenrechtengebied eerder als reden om haar greep op de samenleving verder te versterken, dan om meer vrijheden toe te staan.

Er is geen gemakkelijke oplossing. Een diplomatieke boycot is vooral symbolisch en heeft waarschijnlijk geen, of mogelijk zelfs een negatief, effect op de mensenrechtensituatie. Maar niets doen staat op gespannen voet met het Nederlandse streven een positieve bijdrage te leveren op het gebied van mensenrechten wereldwijd. Dat Nederland afstemt met andere EU-landen is positief. Of dat wel of niet tot een diplomatieke boycot leidt is minder belangrijk dan dat de Nederlandse regering overtuigend kan uitleggen waarom die uitkomst wel of niet de gewenste is.

Prioriteiten

Voor een situatie als deze is een China-strategie nuttig. Zo’n strategie helpt beter bij het tijdig bepalen van een standpunt dan de waan van de dag of het narratief van een ander land. Bovendien helpt het om met een consistent en coherent verhaal te komen richting parlement, EU, bondgenoten en China zelf. Want wat zijn eigenlijk onze prioriteiten als het om China gaat? De opkomst van China als wereldmacht, en de internationale reactie daarop, heeft grote gevolgen voor ons op drie terreinen: waarden, veiligheid en welvaart. De veranderingen die China in de wereld veroorzaakt zijn zo fundamenteel, en China is zo sterk geworden, dat het voor Nederland niet mogelijk is de status quo op al die terreinen te handhaven. Zelfs de EU of de VS kunnen dat niet. Er moeten dus keuzes worden gemaakt.

Lux et Libertas Lees ook dit Commentaar: Stel strengere eisen bij de toewijzing van Spelen en WK’s

De huidige China-strategie van de regering, die uit 2019 dateert, geeft niet aan hoe die keuzes gemaakt moeten worden. Het bevorderen van mensenrechten wordt genoemd als prioriteit, maar onduidelijk blijft hoe dit zich verhoudt tot andere beleidsdoelen. De Kamer heeft nauwelijks context gegeven bij de genocidemotie; die biedt dus geen inzicht in de te maken afwegingen.

Nederland krijgt steeds meer met dilemma’s over China te maken. Bijvoorbeeld over technologische samenwerking, waarbij zowel grote belangen als grote risico’s een rol spelen. Maar ook over de Nederlandse opstelling ten opzichte van Taiwan, en over de vraag of de NAVO zich naast op Rusland ook op China als dreiging moet richten. De boycotdiscussie kan Nederland helpen beter voorbereid te zijn op de dilemma’s die eraan komen. De Tweede Kamer moet het nieuwe kabinet daarom om een aangepaste China-strategie vragen. Die kan voortbouwen op de bestaande strategie maar moet handvatten bieden voor de afweging tussen waarden, veiligheid en welvaart. Wat stellen we wanneer voorop? Hoe sluiten we daarin strategisch aan bij Frankrijk en Duitsland, als meest toonaangevende EU-lidstaten? Alleen zo formuleren we een zelfstandig en stevig antwoord op China.