Wie zijn de opvallende nieuwkomers in Rutte IV?

Nieuwe bewindslieden Het nieuwe kabinet-Rutte IV kent tien ministers die nooit eerder in een kabinet zaten. Wie zijn ze en wat is hun achtergrond?

Het formatiedebat in de Tweede Kamer. Mark Rutte (VVD) Sigrid Kaag (D66).
Het formatiedebat in de Tweede Kamer. Mark Rutte (VVD) Sigrid Kaag (D66). Foto: David van Dam

Micky Adriaansens (VVD)
Minister van Economische Zaken


Micky Adriaansens (57) is een laatkomer in de politiek. Na een carrière als advocaat, consultant en bestuurder, werd ze in 2019 lid van de Eerste Kamer namens de VVD, haar eerste politieke functie.

In haar maidenspeech in de Eerste Kamer typeerde Adriaansens zichzelf als iemand die ervan houdt „om in het diepe te springen, het liefst zonder bandjes”.

In de senaat bouwde ze snel gezag op als voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Met Kamervoorzitter en mede-VVD’er Jan Anthonie Bruijn deelt ze een muziekverleden: Adriaansens zong in haar studententijd in de Hermes House Band, de jaren eerder mede door Bruijn opgerichte Rotterdamse muziekgroep.

Adriaansens, geboren in Schiedam, studeerde bestuurskunde en Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit. Ze werkte acht jaar lang als advocaat en stapte daarna over naar de consultancy. Bij TwynstraGudde werd ze senior adviseur in de zorg. Adriaansens zou later uiteenlopende functies vervullen in de zorgsector: ze was onder meer directeur thuiszorg bij Amant en directeur van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. In 2016 keerde ze terug bij TwynstraGudde als voorzitter van de raad van bestuur. Op haar cv staat een hele trits commissariaten en adviesfuncties.

„Ik heb gewoon veel energie”, zei ze in 2014 in een interview met De Gooi- en Eemlander. „Ik word blij als mensen samen iets leuks realiseren. Mijn ambitie is mensen in beweging krijgen.”

In 2017 kreeg ze de erepenning van de gemeente Laren. Vijf jaar eerder was ze voorzitter geworden van de Larensche Mixed Hockey Club (LMHC), die met bestuurlijke en financiële problemen kampte. „Door haar ‘bindende’ persoonlijkheid bracht zij partijen samen en werden verschillen in standpunten overbrugd”, aldus het persbericht van de gemeente.

Adriaansens is gehuwd en heeft twee kinderen. Ze speelt golf en leest graag biografieën.

Christianne van der Wal (VVD)
Minister voor Natuur en Stikstof


Hoe het is om politiek actief te zijn? „De ene dag ben je de held en de andere dag ben je stront’’, zei Christianne van der Wal (48) in 2020 in een interview met dagblad De Stentor.

Van der Wal maakte relatief snel stappen in haar politieke carrière: in 2010 begon ze als gemeenteraadslid in Harderwijk, vier jaar later was ze lijsttrekker tijdens de lokale verkiezingen. Meteen daarna werd ze wethouder van onder meer Economische Zaken, later ook voor Duurzaamheid. In 2019 werd Van der Wal gedeputeerde, verantwoordelijk voor onder meer economie, mobiliteit en luchtvaart.

Ook ín de partij ging het snel. In 2016 trad Van der Wal toe tot het hoofdbestuur van de VVD, waar ze zich bezighield met talentontwikkeling. Een jaar later volgde ze de opgestapte partijvoorzitter Henry Keizer op. Keizer was de zoveelste VVD’er geweest die hoofdrolspeler was in een integriteitskwestie. Van der Wal kreeg 73 procent van de stemmen. In de periode van haar kandidaatstelling hield ze kortstondig een vlog bij op YouTube. Korte filmpjes, waarin ze sfeerbeelden deelt. De woorden „prachtig”, „kans” en „prachtkans” vallen er regelmatig.

Sinds haar voorzitterschap speelt Van der Wal achter de schermen een belangrijke rol in de VVD – ze is één van de vertrouwelingen van VVD-leider Mark Rutte.

Als minister krijgt zij de lastige taak om de stikstofuitstoot terug te dringen. In het coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en ChristenUnie staat dat in gebieden waar de stikstofschade heel groot is „vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent”. Het kabinet wil daarover „op het boerenerf het gesprek aangaan om samen te zoeken naar de mogelijkheden”.

Maar van het gedwongen sluiten van boerenbedrijven moest Van der Wal in 2020 nog niks hebben. „Moeten, dat komt in ons woordenboek niet voor. Ik zou het heel erg vinden om te zeggen tegen ondernemers: jullie moeten stoppen. De boeren zijn helemaal niet van slechte wil.”

Liesje Schreinemacher (VVD)
Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking


Waar Sigrid Kaag bij haar benoeming in 2017 bijna dertig jaar lang in de internationale diplomatie had doorgebracht, lijkt de lat voor de VVD wat minder hoog te liggen. Liesje Schreinemacher wordt de nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ze is 38 jaar, werkte kort in de advocatuur, was enkele jaren medewerker van twee prominente VVD’ers en zit sinds juli 2019 in het Europees Parlement.

In die zin is haar benoeming wel verrassend te noemen. Aan de andere kant: in de afgelopen tweeënhalf jaar ontpopte Schreinemacher zich in Brussel tot een actieve en relevante politica op het beleidsterrein waar ze in het kabinet-Rutte IV verantwoordelijk voor wordt. Zo was ze voor de Europese liberale fractie Renew woordvoerder over het zo moeizaam tot standgekomen Brexit-akkoord – uiteindelijk vooral een handelsovereenkomst. Daarnaast hield ze zich bezig met de verbetering van de handelsrelatie met de Verenigde Staten.

Het viel daarbij op dat Schreinemacher soms een kritischer geluid laat horen dan het Nederlandse kabinet en haar eigen VVD. Ja, ook zij is een voorstander van internationale vrijhandel, maar ze stelde zich bijvoorbeeld ook erg kritisch op ten aanzien van de mensenrechtenschendingen in China, waar de EU een nieuwe investeringsdeal mee sloot. Daarbij pleit ze er sowieso voor dat Europa in een vijandigere handelswereld fermer voor zichzelf opkomt, ook in relatie tot de VS.

Het Haagse politieke handwerk leerde Schreinemacher kennen als fractiemedewerker in de Tweede Kamer. Eerst voor Johan Remkes, daarna voor Jeanine Hennis-Plasschaert. Toen de laatste in 2012 minister van Defensie werd in het tweede kabinet-Rutte, werd Schreinemacher haar politiek assistent.

In de jaren 2016-2019 voltooide ze de advocatenopleiding. Aanvankelijk bij Pels Rijcken, het inmiddels omstreden kantoor van de landsadvocaat. Na anderhalf jaar volgde ze een paar collega’s van haar sectie bouw- en aanbestedingsrecht, die uit onvrede waren overgestapt naar Croon advocaten.

Conny Helder (VVD)
Minister voor Langdurige Zorg en Sport


In december 2020 kwam zorgbestuurder Conny Helder (63) te laat voor een technische briefing van de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid en Sport. Ze verontschuldigde zich, ze was te laat de weg op gegaan. „Ik zeg altijd dat ik haast heb, omdat de toekomst in de ouderenzorg allang begonnen is”, zei het bestuurslid van branche-organisatie ActiZ.

Conny Helder gebruikt vaak ronkende teksten. Vorig jaar vertelde ze in een interview met het vakblad Skipr quarterly dat het haar ambitie was om de ouderenzorg niet alleen te verbeteren maar ook om het beroep van zorgmedewerker weer sexy te maken. „Het is geweldig om bij te dragen aan meer kwaliteit aan het einde van het leven”, zei ze enthousiast.

Helder heeft meer dan veertig jaar ervaring als zorgbestuurder, met managementfuncties bij ziekenhuizen in Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Sinds 2017 was ze bestuursvoorzitter van TanteLouise, een grote instelling voor ouderenzorg in West-Brabant. Bekendheid verwierf ze echter met haar werk voor de brancheorganisatie ActiZ, die 400 zorginstellingen vertegenwoordigt. Na het uitbreken van de coronacrisis verdedigde ze lange tijd de (achterhaalde) RIVM-richtlijn dat mondkapjes niet hielpen, maar alleen zorgden voor ‘schijnveiligheid’. Daarna zette ze zelf een eigen inkooporganisatie op, waardoor tientallen verpleeghuizen konden worden voorzien van mondkapjes.

In 2020 werd ze door vakblad Skipr uitgeroepen tot „hét gezicht van de langdurige zorg”.

Volgens Helder is slimme technologie een van de oplossingen voor het groeiende tekort aan personeel in de zorg. Samen met zorginstellingen in Friesland en Zeeland werkte TanteLouise aan de implementatie van nieuwe technologieën. Meer geld voor het aantrekken van personeel en de bouw van nieuwe verpleeghuizen blijkt echter harde noodzaak, zo zei Helder afgelopen november in een interview met Skipr. De zorgbestuurder keek daarom „reikhalzend” uit naar het nieuwe kabinetsbeleid.

Robbert Dijkgraaf (D66)
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap


Met Robbert Dijkgraaf (61) haalt D66 geen doorgewinterd politicus binnen, wél een gerenommeerd natuurkundige die al bijna tien jaar leiding geeft aan het Institute for Advanced Study (IAS) in Princeton – bekend van Oppenheimer en Einstein.

Voor hij met zijn vrouw, schrijver Pia de Jong, en drie kinderen naar Princeton ging, was Dijkgraaf hoogleraar natuurkunde en president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De band met Nederland bleef: Dijkgraaf schrijft columns voor NRC en is universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Door zijn televisieoptredens, onder andere bij De Wereld Draait Door, wordt hij bekend bij een breder publiek. Hij maakt zwarte gaten en kleine deeltjes begrijpelijk voor mensen die nog nooit van de snaartheorie (zijn specialisme) hebben gehoord.

Met Dijkgraaf komt er een minister op OCW die weet wat er speelt binnen universiteiten én daar wat van vindt. Hij pleit al jaren voor een hogere basisfinanciering om de gestegen studentenaantallen te compenseren en was openlijk kritisch op zijn voorganger Ingrid van Engelshoven (D66) die geld van de geesteswetenschappen verschoof naar de bèta-opleidingen. „Volstrekt onhaalbaar kruideniersbeleid”, schreef hij in NRC. „Heeft u wel eens een cadeautje aan een kind gegeven door het af te pakken van een ander? Veel plezier!”

De wetenschappers achter actieplatform WOinActie reageerden op Twitter opgetogen op zijn komst. „Vanuit #WOinActie hebben we hoge verwachtingen dat er nu eindelijk adequate oplossingen komen voor de problemen in het WO.”

Ook de cultuursector kan zich voorzichtig verheugen: Dijkgraaf is naast fysicus kunstenaar. Na een paar jaar natuurkunde meldde hij zich bij de Rietveld Academie voor de opleiding vrij schilderen. Daar werd „de hele nerderige natuurkundestudent die in zijn eigen bubbeltje leefde” een compleet ander type, vertelde hij onlangs aan Matthijs van Nieuwkerk. In het tv-programma Top 2000 a gogo, onthulde hij zijn favoriete nummer aller tijden: Let’s dance, van David Bowie. Hij zag er in zijn tijd aan de Rietveld „als een Bowie uit”, vond Van Nieuwkerk. De nieuwe minister van onderwijs lachte er verlegen bij.

Henk Staghouwer (ChristenUnie)
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid


De boeren die in oktober 2019 met tractor en al het Groningse provinciehuis binnenwalsten, hadden het op één man gemunt: Henk Staghouwer (59). Hij was de gedeputeerde die over landbouwzaken ging, en als de boeren het strenge nieuwe stikstofbeleid dat de provincie had afgekondigd direct weer van tafel wilden hebben moesten ze bij Staghouwer zijn.

Staghouwer, telg van een bakkersfamilie, gold toen al als een bestuurder met hart voor de agrariërs. „Als bakker heb ik trouwens wel iets met een landbouwer; beiden maken producten die dicht bij de natuur staan”, zei hij in 2013 bij zijn aantreden als gedeputeerde tegen het Reformatorisch Dagblad.

Maar zwichten voor provocaties, daar had Staghouwer geen zin in. Voordat de boeren inramden op de deuren van het provinciehuis had hij hun al verteld dat hij er niet alleen was om hún wensen te vertegenwoordigen: „Ik moet belangen afwegen, en die belangen zijn groter dan alleen de agrarische sector.”

Terwijl de ene na de andere provincie later die middag de regels introk, bleef Staghouwers standpunt ongewijzigd. Hij viel ermee op, ook in Den Haag, waar Staghouwer zijn opwachting mag maken nu de ChristenUnie hem naar voren schuift als minister.

Een landbouwminister die de sector begrijpt, maar ook niet bang is om de rug recht te houden: dat is wat het nieuwe kabinet nodig zal hebben. Want niet alleen stikstof – waarvan de landbouw de grootste afzender is – vraagt om actie. De lijst is lang: minder mest, beter grondwater, minder gif in de gewasbescherming, beter toezicht op misstanden in de slachthuizen.

Staghouwer is er geknipt voor, volgens degenen die hem kennen uit de Groningse politiek. Door hen wordt hij omschreven als nuchter en degelijk, tot op het saaie af. Een behoedzaam polderende bestuurder.

Rob Jetten (D66)
Minister voor Klimaat en Energie


Een klimaatdrammer als minister voor Klimaat en Energie. Voor D66 is het een dubbele beloning. Allereerst dat het nieuwe kabinet voor het klimaatbeleid een aparte minister aanstelt – in het huidige kabinet is dit slechts een deelportefeuille van het ministerie van Economische Zaken. Ten tweede dat Rob Jetten (34) de functie gaat bekleden.

Tijdens de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen van 2019 werd hij door toenmalig VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff een „klimaatdrammer” genoemd. Dijkhoff nam daarmee afstand van het kort ervoor bereikte klimaatakkoord.

Jetten maakte er een geuzennaam van. Binnen een maand verscheen hij in een blauwe trui met de tekst ‘Klimaatdrammer’ erop.

Het is nu aan Jetten om een nog veel ambitieuzer pakket aan maatregelen uit te voeren dat klimaatverandering moet tegengaan, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken.

De politieke loopbaan van Rob Jetten is supersnel verlopen. In 2017 kwam hij in de Tweede Kamer, nadat hij tien jaar lid was geweest van de gemeenteraad in Nijmegen. Anderhalf jaar later, in oktober 2018, volgde hij Alexander Pechtold op als fractievoorzitter.

Kenners van Jetten en volgers van de partij vermoedden toen al jaren dat hij ooit de nieuwe leider van D66 zou worden. „Politiek talent” of „golden boy” waren de etiketten die hij kreeg opgeplakt.

Toch deed Jetten in de zomer van 2020 een stap terug toen Sigrid Kaag zich kandidaat had gesteld om lijsttrekker te worden. Jetten schikte zich onmiddellijk in zijn rol als tweede man – al bleef hij fractievoorzitter. Zowel tijdens de campagne als in het moeizame formatieproces was Jetten de onvermoeibare, loyale adjudant van Kaag. Ook na haar aftreden als minister van Buitenlandse Zaken, verrichtte Jetten het meeste werk aan de onderhandelingstafel.

Nu zowel Sigrid Kaag als Rob Jetten het kabinet in gaat, zal D66 een nieuwe fractievoorzitter moeten kiezen. Namen die klinken: Salima Belhaj en Jan Paternotte. Of misschien Steven van Weyenberg, die niet als bewindspersoon terugkeert?

Franc Weerwind (D66)
Minister voor Rechtsbescherming


„Ik heb een klus te doen in Almere”, zei burgemeester Franc Weerwind (57) in oktober tegen Omroep Flevoland op de vraag of hij zou willen toetreden tot het nieuwe kabinet. „Dit staat absoluut niet in mijn agenda op dit moment.” Binnenkort staat hij op het bordes als nieuwe minister voor D66.

Daarmee verlaat hij de post waar hij net deze zomer was herbenoemd voor een tweede termijn van zes jaar.

Waar de naam Weerwind al langer binnen en buiten zijn partij valt als potentieel bewindspersoon, is de post Rechtsbescherming niet vanzelfsprekend. Evenals zijn collega-minister op hetzelfde departement Justitie en Veiligheid, VVD’er Dilan Yesilgöz, is Weerwind geen jurist. Hij studeerde bestuurskunde in Leiden.

Weerwind werkt al bijna zijn hele carrière voor het gemeentelijk bestuur. Hij was (adjunct-)gemeentesecretaris in Leiderdorp en Wormerland, en was in drie gemeenten burgemeester: Niedorp, Velsen en Almere.

Voor zijn Haagse partijgenoten is hij geen onbekende. Hij schreef, onder voorzitterschap van Wouter Koolmees, mee aan het recente verkiezingsprogramma.

En hij was betrokken bij de selectie van kandidaat-Kamerleden.

Op zijn cv staan twee nevenfuncties die in het oog springen. Hij is voorzitter van de Fietsersbond. En hij was in 2008 medeoprichter van de Stichting Vriendschapsbanden Nederland Suriname. Weerwind heeft een Surinaamse achtergrond.

Of hij plezier gaat beleven aan zijn nieuwe functie in Den Haag valt nog te bezien. In oktober zei hij in het radioprogramma WNL Opiniemakers er niet per se voor te voelen. „Ik weet niet of het leuk is”, zei hij toen over het ministerschap. „Als ik zie hoe hard ze buffelen en wat ze over zich heen krijgen. Ongekend!”

Hanke Bruins Slot (CDA)
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties


In 2019 werd FVD-leider Thierry Baudet de oren gewassen door een voormalige kapitein der artillerie.

CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot (44) had gezegd dat de militaire dreiging van Rusland groeit, Baudet had het „schattig” genoemd dat Bruins Slot „zo naïef in het leven staat”.

Dat liet de oud-beroepsmilitair zich niet zeggen: „Ik ben pelotonscommandant in Uruzgan geweest en heb daar een pantserhouwitser afgeschoten. Toen zat de heer Baudet in een studeerkamer.”

Hanke Gerdina Johanette Bruins Slot, namens het CDA voorgedragen als minister van Binnenlandse Zaken, wilde altijd al militair worden. Op advies van haar vader (burgemeester en oud-voorzitter van de NPO Harm Bruins Slot) koos ze echter voor een studie rechten en bestuurskunde. Na vijf jaar te hebben gewerkt als ambtenaar op het ministerie waar ze leiding aan gaat geven, volgde ze in 2005 haar droom en begon ze aan een postdoc-opleiding tot officier bij de landmacht.

In 2008 werd Bruins Slot uitgezonden naar Afghanistan. Als pelotonscommandant was ze verantwoordelijk voor het afschieten van lichtgranaten en waarschuwingsvuur met zware pantserhouwitsers.

In 2010 werd ze voor het CDA gekozen in de Tweede Kamer. Behalve over Defensie voerde ze het woord over sport en medisch-ethische vraagstukken. In 2016 diende ze samen met Renske Leijten (SP) en Lilianne Ploumen (PvdA) een initiatiefwetsvoorstel in over een verbod op winstuitkering door zorgverzekeraars. In 2019 vertrok ze voortijdig, om gedeputeerde te worden van de provincie Utrecht.

Hanke Bruins Slot heeft op hoog niveau gehockeyed, in 2005 werd ze met het Utrechtse Kampong kampioen in de zaal. Als doelvrouw probeerde ze haar veldspelers beter te maken, zo vertelde ze in 2018 in een interview met het AD: „De belangrijkste taak als keeper is ervoor te zorgen dat de bal niet bij je komt.”

Ernst Kuipers (D66)
Minister van VWS


„Het is crisis. Dus je moet iedere keer zoeken naar oplossingen, pragmatisch zijn. Je moet durven afwijken van de gebaande paden.” Dat zei Ernst Kuipers (62), bestuursvoorzitter van het Erasmus MC in Rotterdam en sinds 2016 voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), in maart 2021 in gesprek met NRC.

Kuipers pleitte in het gesprek met Diederik Gommers, namens de IC-artsen, voor een andere, snellere vaccinatiestrategie. Niet langer moest worden ingezet op twee vaccinaties per persoon, maar op zo snel mogelijk in ieder geval één vaccin voor zo veel mogelijk mensen. Het ongeduld spatte ervanaf, evenals de ergernis over de stroperigheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het RIVM.

Nu mag Kuipers het zelf gaan proberen. Hij volgt Hugo de Jonge op als coronaminister. VWS krijgt hiermee als bewindspersoon een groot kenner van de materie waarvoor hij politiek verantwoordelijk is. Partijgenoot Els Borst (1994-2002) was de laatste arts op deze positie.

Het kabinet zal met Ernst Kuipers een minister krijgen die precies weet waarover hij praat, maar ook iemand zonder politieke ervaring. Kuipers toonde sinds het begin van de crisis vaak zijn ergernis over politieke en ambtelijke traagheid. In februari 2020, toen de ernst van Covid-19 nauwelijks was doorgedrongen in Nederland, doorzag Kuipers die. Hij bestelde vast 80.000 medische mondkapjes voor zijn ziekenhuis, goed voor tien maanden. Politiek gevoelige uitspraken schuwde hij niet. In vele mediaoptredens zette de mediagenieke arts regelmatig druk op het kabinet. In zijn rol als voorzitter van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS), opgericht in maart 2020 om coronapatiënten te kunnen spreiden, pleitte hij onlangs voor flinke, structurele uitbreiding van de IC-capaciteit. Die is nodig omdat het virus een rol zou blijven spelen, zei hij. Ook maakte Kuipers zich vaak openlijk zorgen over de druk op de zorg. Het nieuwe kabinet wil de „pandemische paraatheid” verbeteren en wil 300 miljoen euro uittrekken voor extra IC-capaciteit. Maar erg veel staat er in het coalitieakkoord niet over de visie voor de langere termijn. Het is aan Kuipers om die visie te gaan formuleren.

De complete nieuwe ministerploeg:

Correctie (3 januari 2022): In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk vermeld dat Dijkgraaf de eerste Europese bestuurder van het onderzoeksinstituut in Princeton zou zijn. Dat klopt niet en is hierboven aangepast.