Veel nieuwe gezichten, maar gedurfd zijn de keuzes voor de nieuwe ministersploeg niet

Kabinet-Rutte IV Rutte IV is het meest diverse kabinet ooit. Maar de keuze van de bewindslieden is, op D66 na, ook erg veilig.

De samenstelling van Rutte IV is gunstig voor demissionair premier Mark Rutte. D66-leider Sigrid Kaag en CDA-leider Wopke Hoekstra zitten veilig in het nieuwe kabinet.
De samenstelling van Rutte IV is gunstig voor demissionair premier Mark Rutte. D66-leider Sigrid Kaag en CDA-leider Wopke Hoekstra zitten veilig in het nieuwe kabinet. Foto Bart Maat/ANP

Hoe lang het vierde kabinet-Rutte van VVD, D66, CDA en ChristenUnie ook zal blijven zitten, hoe succesvol het ook wordt, hoe grensverleggend of juist behoudend – op één manier heeft het nu al geschiedenis geschreven. Rutte IV is het meest diverse kabinet ooit. Tien van de twintig ministers zijn vrouw, er komen twee ministers met een niet-westerse migratieachtergrond: Dilan Yesilgöz (Justitie, VVD) en Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66).

Opvallend aan Rutte IV – D66 en het CDA maakten zondag als laatste partijen hun namen bekend – is dat juist de VVD veel vrouwelijke bewindspersonen levert: vijf van de acht ministers. Toen het vorige kabinet aantrad, kreeg Rutte veel kritiek op de samenstelling van zijn ministersploeg. Cora van Nieuwenhuizen was de enige vrouwelijke VVD’er.

Toch is het aanstaande kabinet in ieder geval in samenstelling niet de frisse ploeg waar in en buiten Den Haag veel van gedroomd werd. Alleen D66 heeft werk gemaakt van écht nieuw elan en toont veruit de meeste durf met de keuzes voor het kabinet. Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, wordt de opvolger van Hugo de Jonge als minister van Volksgezondheid. De Jonge verhuist naar Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Robbert Dijkgraaf, de wereldwijd befaamde hoogleraar theoretische natuurkunde die geen enkele politieke ervaring heeft, wordt minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Partijbonzen in het kabinet

Voor het overige zijn het weliswaar relatief nieuwe gezichten, maar wel politici met een lange staat van dienst in hun partij. De VVD maakt partijvoorzitter Christianne van der Wal minister voor Natuur en Stikstof. De interim-voorzitter van het CDA, Marnix van Rij, wordt als staatssecretaris verantwoordelijk voor belastingzaken.

Bij D66 komt Rob Jetten, steunpilaar van leider Sigrid Kaag in de Tweede Kamer, in het kabinet als minister voor Klimaat en Energie. Drie aanstaande ministers zijn nu gedeputeerde. Buiten D66 nemen de partijen geen enkel risico. De partijen zullen dat de komende weken als een groot voordeel uitleggen. Alleen met ervaren bestuurders kan een kabinet overleven in een politiek instabiele tijd. Maar het nieuwe elan dat de burger beloofd was, is in ieder geval personeelstechnisch moeilijk te zien.

De samenstelling van Rutte IV is een gunstige voor de naamgever van het kabinet, Mark Rutte, premier sinds 2010. Ten eerste de portefeuilleverdeling: enkele lastige dossiers, waar de komende periode mogelijk parlementaire enquêtes over komen, zijn uitbesteed aan de andere coalitiepartijen.

Lees ook: D66 haalt zware posten binnen, CDA lijkt macht en invloed in te leveren

D66 krijgt de last van de coronacrisis (Ernst Kuipers) én het Groningse gasdossier (Hans Vijlbrief, Mijnbouw). Het dooretterende toeslagenschandaal, waar Rutte III bijna een jaar geleden over viel, is een gedeelde verantwoordelijkheid van VVD en CDA. Namens de VVD moet Kamerlid Aukje de Vries als staatssecretaris werk maken van de afschaffing van het toeslagenstelsel. CDA’er Van Rij gaat over de hervorming van de Belastingdienst.

Concurrenten voor Rutte

Ook gunstig voor Rutte: twee van de drie concurrerende partijleiders zitten veilig in het kabinet en niet in de Tweede Kamer. Het voordeel daarvan is dat zij meer gebonden zijn aan afspraken binnen het kabinet, en moeilijk kunnen gaan tegensputteren zonder een crisis te veroorzaken.

Sigrid Kaag krijgt Financiën, en kan met deze loodzware portefeuille haar profiel als bestuurder verbreden. CDA-leider Wopke Hoekstra vertrekt van Financiën naar Buitenlandse Zaken. Dat is een opmerkelijke keuze. In de eerste plaats omdat Hoekstra de eerste periode van zijn ministerschap zal moeten werken aan zijn ingewikkelde verhouding met (Zuid-)Europese landen.

Hoekstra’s halsstarrige houding toen aan het begin van de coronacrisis gevraagd werd om deze landen financieel tegemoet te komen, heeft hem veel krediet gekost. „We waren te weinig empathisch”, zei Hoekstra daar later over. Maar het beeld van Hoekstra (én van Nederland) als zuinig, zakelijk en weinig meelevend was gevestigd. Nu hij het gezicht van Nederland in het buitenland wordt, zal hij een ander profiel moeten tonen.

Een minister van Buitenlandse Zaken is meestal op reis. Dat is een nadeel voor een politiek leider, zo merkte bijvoorbeeld D66-leider Hans van Mierlo, die deze post bekleedde tijdens Paars I. Als partijleider was hij grotendeels onzichtbaar, en hij kon onmogelijk invloed uitoefenen op zijn geesteskind, een kabinet zonder confessionelen. Voor Hoekstra, die zich tijdens de verkiezingscampagne had geprofileerd als premier-in-de-wachtkamer, is deze nieuwe baan tactisch dus een groot nadeel. Rutte, op zijn beurt, ziet een belangrijke tegenspeler mogelijk wat van het Haagse toneel verdwijnen.

Alleen Gert-Jan Segers (ChristenUnie) neemt opnieuw plaats in de Kamer. Carola Schouten blijft vicepremier, maar verruilt Landbouw voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Haar opvolger wordt de Groningse gedeputeerde Henk Staghouwer.

De ChristenUnie wordt de komende periode dé coalitiepartij om op te letten. De kleinste regeringspartij heeft de minst enthousiaste achterban. Er zijn zorgen over het coalitieakkoord, dat volgens critici in de partij te weinig de identiteit van de partij uitdraagt. Segers voerde bovendien al bij voorbaat de druk op over medische ethiek. In de coalitie is daarover afgesproken dat het een ‘vrije kwestie’ wordt. Ofwel: Kamerleden moeten zelf weten of ze voor of tegen eventuele wetsvoorstellen op dit vlak stemmen. Segers zei al wel dat als de Kamer een voltooidlevenwet aanneemt, wat D66 wil, zijn partij die niet zal uitvoeren met dit kabinet.