Opinie

Duurzame doelen haal je niet alleen in eigen land

Duurzaamheid Door Nederland halen ontwikkelingslanden hun duurzame doelstellingen niet, schrijven en . Het nieuwe kabinet moet meters maken.
Foto ollo / Getty Images

Het jaar begint, tijd voor goede voornemens. Wij weten een uitstekend voornemen voor de aankomende bewindslieden van het kabinet-Rutte IV: Nederland hoger op de zogeheten ‘spillover’-lijst krijgen. Daarin vergelijkt de Europese Unie de effecten van de lidstaten op leven en welzijn in andere landen buiten de EU. Nederland staat nu op een beschamende allerlaatste (31ste) plaats. Het nieuwe coalitieakkoord biedt op het eerste gezicht geen verbetering, maar voor een vakkundig minister met goede voornemens is er best wat ruimte.

In 2015 nam Nederland als lid van de Verenigde Naties de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen aan. Deze doelen stellen concrete en meetbare ambities voor het jaar 2030 voor economische welvaart, sociale inclusie en duurzaamheid. Anders dan de eerdere Millenniumdoelstellingen gelden ze voor ieder land. Het gaat bijvoorbeeld om gelijke kansen en rechten voor vrouwen, verduurzamen van productie en consumptie en het tegengaan van belastingontwijking.

Een nieuw rapport analyseert wat de EU-lidstaten doen om de wereldwijde doelen te halen. Nederland is in eigen land goed op weg. Al blijft er nog een wereld te winnen – denk aan de gelijkheid van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt of de vermogensongelijkheid. Maar in internationale zin krijgen we een zware onvoldoende. Het rapport concludeert dat Nederland van alle Europese landen het grootste negatieve effect op andere landen heeft bij het behalen van de ontwikkelingsdoelen.

Ten koste van lokale economie

Daar zijn aanwijsbare redenen voor. Door vooral in te zetten op technische oplossingen, houden wij een kapitalistische economie in stand die ongelijkheid en uitputting van natuur bevordert en zelfs versnelt. Dat begon al in de tijd dat Nederland nog koloniën had, maar is sinds de tweede helft van de vorige eeuw ook vastgelegd in internationale handelsafspraken die zogenaamde ‘vrijhandel’ bevorderen. In werkelijkheid is voor veel ontwikkelingslanden die handel allesbehalve vrij; de regels maken het makkelijk voor westerse economieën om grondstoffen te importeren, vaak ten koste van de lokale economie. Arme landen kunnen hun eigen industrie niet beschermen. En veel landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika hebben grote moeite om een eigen landbouwsector op te bouwen – omdat wij onze landbouwsector met miljarden subsidiëren en producten dumpen op hun markten.

Een ander voorbeeld: de EU werkt er hard aan om het klimaatakkoord van Parijs te halen en te voldoen aan doel nr. 13: klimaatverandering en haar impact bestrijden. Het lukt de EU om de economie te laten groeien, terwijl de eigen CO2-uitstoot daalt. Maar een groot deel van wat wij consumeren, zoals cement, staal en fossiele brandstoffen, wordt geproduceerd buiten de EU. En de CO2 die daarbij wordt uitgestoten groeit – in 2018 zelfs met 3,5 procent.

We moeten de oorzaak van onze laagste score ook zoeken in financieel beleid. Nederland staat op de vierde plek van de wereldwijde index voor belastingparadijzen van Tax Justice Network. Wij helpen 12.400 brievenbusfirma’s om belasting te ontwijken, waardoor andere landen jaarlijks meer dan 20 miljard euro aan belastinginkomsten mislopen. Ontwikkelingslanden, vaak met grote schulden, worden hierdoor hard geraakt.

Nieuwe coalitie: kansen

Het nieuwe coalitieakkoord lijkt de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te negeren. Ze worden slechts één keer genoemd, in de context van ontwikkelingssamenwerking. Dat bevestigt dat de nieuwe coalitie nog niet beseft dat de afspraken die we internationaal hebben gemaakt, een veel ambitieuzere en verder reikende beleidsambitie vragen. Die afspraak om aan alle 17 doelen bij te dragen, vereisen fundamentele verandering in ons brede buitenlandbeleid, dus ook op gebied van Financiën, Landbouw, Economische Zaken en Klimaat. Zonder die veranderingen is ontwikkelingssamenwerking als doekje voor het bloeden.

Dankzij het EU-rapport weten we nu dat Nederland meters moet maken om zijn negatieve effect op andere landen bij het behalen van de duurzame doelen te verminderen. De nieuwe ministers moeten met die analyse in hun achterhoofd gebruik gaan maken van de mogelijkheden die het coalitieakkoord wél biedt.

Zo heeft het akkoord de ambitie om onze handelsinstrumenten te vergroenen in lijn met de uitkomsten van de klimaatakkoorden van Parijs en Glasgow. Dat betekent bijvoorbeeld dat de Nederlandse Staat geen financiële en diplomatieke ondersteuning meer kan geven aan fossiele projecten in het buitenland.

Lees ook deze column: Perfect noch compleet, maar dit is waar de wereld naar streeft

Ook wordt een gerichte Afrika-strategie opgesteld, die beoogt gelijkwaardige economische ontwikkeling te stimuleren, armoede te verminderen, mensenrechten te verbeteren en irreguliere migratie te beperken. Het is belangrijk dat deze strategie veel verder kijkt dan ontwikkelingssamenwerking en de bevordering van handel vanuit Nederland, en zich richt op de ontwikkeling van arme landen zelf, terwijl we bewust de negatieve gevolgen van ons handelsbeleid aanpakken.

Nederland is geen eiland. Je kunt mensen en natuur in andere landen maar beperkt schade berokkenen zonder er zelf last van te krijgen: die boomerang komt altijd terug. De lat moet echt hoger komen te liggen. Het coalitieakkoord stelt zelf dat grote mondiale uitdagingen een voortrekkersrol van het Koninkrijk der Nederlanden vragen. Dat mag en kan niet alleen bij mooie woorden blijven, want niets minder dan dat is nodig om van die beschamende 31ste plaats af te komen.