Digna van Boetzelaer: „Ik neem geen positie in ten opzichte van een land, ik moet het doen met de feiten in een dossier.”

Interview

Officier van justitie MH17-ramp: 'Ik heb nog nooit een zaak gehad met zoveel nabestaanden’

Digna van Boetzelaer Leider MH17-team Openbaar ministerie

Levenslang eiste het Openbaar Ministerie tegen de vier verdachten in de MH17-zaak. Digna van Boetzelaer leidt het OM-team dat de zaak behandelt. ‘Ik dacht: dit doet er toe. Los van de uitkomst.’

Het strijklicht over de koperen platen aan de wand in het gebouw van het Parket-Generaal is prachtig, maar op het metaal zijn vette vingerafdrukken te zien. En dus staat plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Digna van Boetzelaer driftig te boenen met een doekje voordat ze op de foto gaat: „Anders is het zonde”, lacht ze.

Van Boetzelaer houdt graag de controle. Waar het kan, is de leider van het MH17-onderzoek spontaan, bij moeilijke vragen is ze geconcentreerd.

Digna van Boetzelaer (57) had eigenlijk balletdanseres willen worden, maar kreeg op haar zestiende te horen dat ze de top nooit zou halen. Op de mislukte danscarrière volgde een glanzende loopbaan bij het Openbaar Ministerie (OM). Van Boetzelaer vervolgde Frans van Anraat, die gifgas leverde aan Saddam Hussein; ze deed zaken tegen terrorist Samir A. van de Hofstadgroep en tegen topcrimineel Willem Holleeder. Sinds 2018 geeft ze leiding aan het strafrechtelijk onderzoek naar het neerschieten van vlucht MH17 op 17 juli 2014, waarbij alle 298 inzittenden om het leven kwamen.

Zes jaar internationaal onderzoek door honderden rechercheurs uit vijf landen mondde uit in een megaproces dat vorige week, op zittingsdag 49, toe was aan het requisitoir van het OM en de eis van levenslang tegen de verdachten Igor Girkin, Sergej Doebinski, Oleg Poelatov en Leonid Chartsjenko.

De vier verdachten waren er niet bij. Digna van Boetzelaer wel, zij zat achterin zaal D van het Justitieel Complex Schiphol. Als leidinggevende van het team van zes officieren van justitie hoeft ze niet zelf te spreken in de zaak. Toch heeft ze nog geen zittingsdag gemist.

Tijdens het voorlezen van de strafeis leek u nerveus.

„Ik ben natuurlijk wel in mijn hoofd alle draadjes bij elkaar aan het houden.”

Waarom? Alles was opgeschreven, het hoefde alleen nog maar te worden voorgelezen.

„Dat klopt, maar het moet wél goed gaan op dat moment, ook het vertonen van landkaarten en videomateriaal.”

Daar heeft u geen invloed op, achterin de zaal.

„Soms denk ik: ik zit daar mijn tijd te verdoen. Maar dat is niet waar. Een keer was ik er even een moment niet, daarna zei een van de officieren: ‘ik miste je.’ Je bent toch een soort ankerpunt.”

U heeft zoveel grote strafzaken gerund. Wat maakt dit anders dan een zaak als die tegen Holleeder?

„We hebben nog nooit zo’n soort zaak gedaan in Nederland. Je zit in een glazen huis, want de hele wereld kijkt mee. Er mag niets verkeerd gaan.”

Ze laat een stilte vallen.

„Bovendien heb ik zélf mijn vinger opgestoken voor deze zaak. Ik was in 2018 plaatsvervangend hoofdofficier in Amsterdam, ik had verlof omdat mijn vader was overleden. Toen ik mijn laptop weer openklapte kwam deze vacature langs. Eigenlijk was het een gekke stap. Maar ik dacht: dit is zó bijzonder, dit wil ik.”

U had nu hoofdofficier kunnen zijn.

„Mijn idee was: als ik dit doe, doe ik dit tot het einde. Je committeert je aan deze zaak en al die nabestaanden.”

Dit najaar hebben ruim honderd van die nabestaanden gebruik gemaakt van hun spreekrecht. Dat was uniek in de Nederlandse rechtsgeschiedenis. Het betekende ook drie weken hartverscheurend leed in de rechtszaal. Was dat zinvol?

„Ja, ik geloof daar heel erg in. We hebben ook veel tijd gestoken in de uitleg aan de nabestaanden over hun rechten. De eerste keer hebben we ook moeten uitleggen dat als je iets gaat schrijven of zeggen, het goed is om je in tijd te beperken. Dat vond ik een ingewikkelde boodschap. Hoe kun je nou tegen iemand zeggen: u moet zulk groot verdriet terugbrengen naar tien minuten of een kwartier? Maar ik vond de verhalen toch elke keer bijzonder. En er werd toch vaak door nabestaanden gezegd dat het belangrijk was voor de rouwverwerking om het verhaal te kunnen doen. Het klinkt misschien gewichtig, maar je vóelde daar het belang van de rechtsstaat. Het feit dat zo’n proces gevoerd kan worden, en dat er zorgvuldig met ieders rechten wordt omgegaan. Ik dacht: dit doet er toe. Los van de uitkomst.”

Toen u in 1993 in een documentaire terugkeek op uw mislukte balletcarrière trok u een vergelijking tussen dans en het recht. ‘Op beide terreinen spelen codes en rituelen, wordt opgetreden’, zei u, en: ‘Het is toch een soort circus.’

„Het woord ‘circus’ zou ik nu niet meer gebruiken, maar ik sta nog steeds achter het eerste deel van het citaat. Tijdens de zitting zijn er rituelen, en die hebben hun waarde. En zo’n zitting is ook een optreden. Je hebt een verhaal te vertellen en dat moet ook overkomen. In het geval van MH17 was dat: we hebben heel precies uitgezocht wat er gebeurd is, de exacte route gereconstrueerd die de Boek-raket waarmee MH17 is neergehaald vanaf de Russische grens heeft afgelegd. Dat wilden we op zo’n manier vertellen dat mensen het konden begrijpen. Dus hou je rekening met hoelang je praat, zorg je voor afwisseling, gebruik je beeld. Ik heb me altijd rot geërgerd aan officieren die voor zichzelf staan te praten. Je hebt wel te maken met een publiek!”

Had u niet het liefst zelf die strafeis voorgelezen?

„Oh nee, nee. Helemaal niet. Mijn kracht zit in het beter laten functioneren van mensen, ervoor zorgen dat het team goed met elkaar werkt, hoe verschillend mensen ook zijn.”

Ik dacht dat het OM ‘één en ondeelbaar’ was.

„Naar buiten zijn we ‘één en ondeelbaar’, maar intern moeten we het wel eens worden met elkaar. Dat was natuurlijk wel een uitdaging, met zes officieren van justitie. Normaal gesproken kan de zaaksofficier in zijn eentje alles bepalen.”

Welke moeilijke keuzes waren er?

„De strafmaat bijvoorbeeld. Misschien denk je: die was logisch, maar dat was niet zo. We hebben daar echt meerdere malen over gediscussieerd.”

Sommige officieren vonden levenslang geen goed idee?

„Niemand heeft gezegd dat het geen goed idee was. Maar er is wel gesproken over de vraag: waarom zou je hierop uit kunnen komen? Het was niet over één nacht ijs. Toen wij dachten met elkaar, dit is het, hebben we een aantal deskundigen uitgenodigd met verschillende achtergronden, zoals internationale misdrijven, en hebben we uitgelegd waar wij stonden. De experts hebben vragen gesteld. Daarna hebben we nog een keer gediscussieerd met elkaar. Toen waren we er uit.”

„Uiteindelijk was de ernst van de gevolgen wel belangrijk in de afweging. We hebben ook lang met elkaar gepraat over welke invloed het moet hebben dat de ramp in een oorlog is gebeurd.”

Volgens jullie maakt het niet uit of MH17 per ongeluk is neergeschoten. De verdachten mochten geen enkele vorm van geweld gebruiken, want ze waren geen militairen. Maar zo zien de verdachten Girkin en Doebinski zichzelf wél.

„Ja.”

Zij vinden zichzelf geen criminelen, maar helden.

„Ik denk dat in veel terrorismezaken de daders zichzelf zien als iemand die iets voor de goede zaak doet.”

De verdachten zijn zelf niet aanwezig. Heeft u geprobeerd zich een beeld van hen te vormen?

„Natuurlijk, je leest het dossier, je maakt een plaatje van iemand in je hoofd. Maar ik heb in andere zaken meegemaakt dat je op zitting kwam en een verdachte totaal anders was dan je je had voorgesteld. Dus het is jammer dat ze niet hun verhaal zijn komen vertellen. Aan de andere kant: ze hebben gedaan wat ze hebben gedaan. We hebben ons oordeel geveld over hun gedrag.”

Daarover was in een vroeg stadium al veel bekend. Toch duurde het zes jaar voordat er een zaak was.

„Er is een groot verschil tussen dingen wéten en iets strafrechtelijk kunnen bewijzen. Je kunt zeggen: die foto van de Boek-raket stond online. Maar dan is de volgende vraag: wie heeft die foto gemaakt? Waar komt hij vandaan? Hoe weet ik zeker dat hij echt is? Valideren, valideren, uitzoeken, uitzoeken, uitzoeken: dat is ongelooflijk belangrijk geweest.”

Is er meer gecheckt dan normaal?

„Ja. Juist vanwege de enorme gevolgen die het voor de nabestaanden heeft gehad, het enorme verdriet, wil je niet dat het proces halverwege tot stilstand komt omdat we nog dingen moeten uitzoeken.”

Onderzoekscollectief Bellingcat had op basis van open bronnen al geconcludeerd dat de Boek uit Rusland kwam voordat u dat bekendmaakte in een persconferentie.

„Ik vind het fantastisch wat ze doen. En de manier waarop zij informatie halen uit open bronnen is voor ons ook heel leerzaam geweest.”

Is Bellingcat u wel eens voor geweest?

„Als onderzoeksleider zit ik niet zo in de details dat ik kan zeggen: daar waren zij eerder.”

De verdediging heeft nog niet veel weerwerk kunnen bieden.

„Dat komt ook doordat wij de alternatieve scenario’s [bijvoorbeeld dat MH17 zou zijn neergeschoten door een gevechtsvliegtuig, red.] óók helemaal hebben uitgezocht. We kregen pas op het laatste moment te horen dat er een verdediging zou zijn, omdat Poelatov zich liet bijstaan door advocaten. We hadden het daarom zo opgebouwd dat we als het ware zélf de verdediging waren.”

Anders had het een showproces geleken?

„Een show is het niet. Toen de rechtbank voorlas uit het dossier en ik het allemaal nog eens uit de mond van de rechter hoorde dacht ik: ja het is een goed onderzoek geweest.”

U bent nog op zoek naar andere verdachten: de bemanning van de Boek, Russische leidinggevenden. U heeft laatst nog brieven verstuurd naar de 53ste luchtafweerbrigade in Koersk die volgens u de Boek-raket leverde. Heeft dat iets opgeleverd?

„Daar ga ik niets over vertellen, maar de getuigenoproepen die we eerder hebben gedaan, hebben een belangrijke rol gespeeld in het opsporingsonderzoek. Eigenlijk leverde het altijd iets op.”

Nu dus ook?

Van Boetzelaer zwijgt.

Wanneer beslist u dat verder onderzoek geen zin meer heeft?

„Dit was wel een laatste oproep. Ergens stopt het natuurlijk. Het komend jaar gaan we alles op een rijtje zetten en dan moet de beslissing vallen: is er nog een vervolging mogelijk of niet?”

Is het voorstelbaar dat president Poetin zich ooit zal moeten verantwoorden voor MH17?

„Uiteindelijk gaat het om de vraag welk strafrechtelijk bewijs je kunt vinden voor de betrokkenheid van persónen, niet over de betrokkenheid van een staat. De aansprakelijkheid van Rusland is aan de orde in de procedure van Nederland voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.”

Het OM heeft anders opvallend veel gezegd over de kwalijke rol van Rusland.

„Ik neem geen positie in ten opzichte van een land, ik moet het doen met de feiten in een dossier.”

Denkt u dat Rusland de verdachten ooit uitlevert?

„Wij hebben de tijd, toch? Maar het opsluiten van de daders was niet de enige drijfveer, het gaat óók om waarheidsvinding, een reconstructie van wat er is gebeurd die stand houdt als bewijs in de rechtszaal. Bovendien: als je dit niet aan zou pakken, zou dat maatschappelijk heel slecht zijn. Dan zeg je als staat: onze burgers zijn vogelvrij.”

Wat heeft u gedaan toen u na de zitting thuis kwam?

„Er kwamen veel appjes binnen, die heb ik zitten beantwoorden. Ik heb een glas wijn gedronken.”

Eentje maar?

Van Boetzelaer glimlacht. „Danseres hè? Altijd gedisciplineerd.”

Is dit het belangrijkste dat u ooit heeft gedaan?

„Ik ben nog niet aan het terugkijken, want de zaak is nog niet klaar. Maar ik heb nog nooit een zaak gehad met zoveel nabestaanden. Tijdens alle gesprekken met hen voelde je dat we toegevoegde waarde hadden. Het is fijn om te denken: het doet er toe.”

Hoe belangrijk is dat voor u, ‘ertoe doen’?

„Toen ik te horen kreeg dat mijn lichaam niet goed genoeg was gebouwd om de danstop te kunnen bereiken, dacht ik: oké, maar ik heb ook nog een hoofd.”