Opinie

Een nieuw jaar om met harde feiten het vertrouwen in de samenleving te schragen

Journalistiek

Commentaar

Het is lang geleden dat Nederland zulke ernstige tekenen vertoonde van afnemende democratische gezindheid als dit jaar. De Tweede Kamer-verkiezingen in maart verliepen gelukkig goed, maar steeds meer politici, onder wie ministers, kregen in het de loop van het jaar beveiliging omdat zij bedreigd werden en volgens hun beveiligingsdiensten reëel gevaar lopen.

Ook mensen die om een andere reden prominent zijn voelen zich minder vrij. Viroloog Marion Koopmans, sinds corona een nationaal en internationaal bekende expert, sloeg terecht alarm over de bedreigingen. Ze kreeg bijval, al bleef de vraag wat er daarna veranderde.

Een andere onheilspellende ontwikkeling: rechtspraak die gezien wordt als kans op politieke afrekening. FVD was in maart de grootste stijger in de Tweede Kamer: van 2 naar 8 zetels. Intussen pleitte de partij in het parlement voor ‘tribunalen’ tegen andersdenkenden. En voert er campagne mee, compleet met verwijzing naar Neurenberg.

En dat in een land waar betrokkenheid bij rechtspraak soms al gevaarlijk genoeg lijkt. Peter R. de Vries kwam in juli om bij een aanslag. Hij was behalve journalist ook adviseur van een kroongetuige in een grote moordzaak, die al eerder een familielid en zijn advocaat verloor door geweld. Het onderzoek naar de moord op De Vries loopt nog.

Iets kleins kan ook veel zeggen over democratisch besef. Fake news! Fabeltjeskrant! riep een burgemeester in Zeewolde nadat media, waaronder NRC, onderzoek hadden gedaan naar het debat in zijn gemeente over de komst van een datacentrum van nationaal belang. Feitelijke correcties had hij niet. De burgemeester slikte zijn woorden in. Maar dat was pas nadat de vakvereniging van journalisten NVJ hem had voorgehouden dat hij met zijn algemene beweringen voeding had gegeven „aan de agressiviteit en het wantrouwen waarmee de journalistiek de afgelopen jaren in toenemende mate wordt geconfronteerd”.

Dát kwaad kon de burgemeester niet meer ongedaan maken.

Journalisten krijgen inderdaad vaker te maken met agressie. Voor sommige mensen lijkt kritiek geven intussen gelijk te staan aan schelden en eisen stellen die veel emotie verraden, maar minder bereidheid zich te verplaatsen in wat anderen weten en vinden. Debat verwordt zo tot een bot ‘eigen fuik eerst’. De minderheid die zich daaraan overgeeft dreigt de sfeer te bepalen. Media hebben het dan al snel gedaan: die melden juist voortdurend wat anderen weten en denken.

Wat betekent die verruwing voor de journalistiek? En wat kan de journalistiek in deze context betekenen voor de democratie in 2022? Vooropgesteld: (scherpe) kritiek op politici, experts en zeker ook media is niet alleen geoorloofd, maar noodzakelijk. Pluriformiteit is de middle name van een gezonde democratie. Open debat is vitaal. Wij zien het als onze taak bij te dragen door voortdurend journalistiek onderzoek te doen, perspectief te geven en misstanden aan te wijzen.

Wat professionele journalistiek daarbij voorheeft op sociale media: een gedegen vakethiek om informatie betrouwbaar te maken. En daarop zijn we aanspreekbaar. Ook in 2022 blijven we bij onze leest: waarheidsvinding. Verslag doen is zoeken, toeschrijven en verantwoording afleggen. Antwoorden noteren, meerdere gezichtspunten laten zien. En dan zoeken we verder. Vaak in tegengestelde richting.

Soms leidt dat tot verwarring. Hoe kan de krant nu én verslag doen van aanwijzingen dat de Omikron-variant ontwrichtend kan zijn voor de samenleving én critici laten afgeven op het besluit van het kabinet om vlak voor Kerst een lockdown in te stellen? Ja, dat moet allebei.

Een kritische houding wordt wel verward met kleur bekennen. NRC worstelde met premier Rutte. Winnaar van de verkiezingen, geoefend in het zeggen van de juiste dingen. Bij het aftreden van zijn kabinet naar aanleiding van de Toeslagenaffaire sprak hij in januari grote woorden over het „hele systeem” dat had „gefaald” in het bieden van het belangrijkste: „bescherming tegen een almachtige overheid”.

Daar waren we het mee eens. Bij de presentatie van het regeerakkoord sprak de VVD-leider, met naast zich wederom coalitiepartners van D66, CDA en ChristenUnie, deemoedig over hun gedeelde doel: „herstel van vertrouwen”. Terecht. Maar: dezelfde leiders? Die sinds maart vooral met elkaar bezig waren in een chaotische recordformatie? Met een regeerakkoord dat alsnog zonder financiële onderbouwing bleef? Dat wordt een lastig begin voor het nieuwe kabinet in 2022: de geloofwaardigheid loopt achter bij de woorden.

NRC is geen neutrale krant. Maar onze kleur is niet die van deze of gene partij, maar van onze waarden: van professionele journalistiek in een pluriforme democratie. Sommigen, waaronder politici, schijnen te denken dat er meer vertrouwen in de samenleving zou zijn als media minder wantrouwig waren. Reken er niet op. Wij vertrouwen op harde feiten.