Reportage

Twee jaar na de bosbranden in Australië zijn bomen dood en kaal en is er niks gerepareerd

Australië Zes keer het oppervlak van Nederland ging in vlammen op tijdens de branden van 2019. De Australiërs leven nog altijd met de naweeën van deze verwoestende branden.

Het verkoolde huis van Graeme Freedman in Cobargo, Australië.
Het verkoolde huis van Graeme Freedman in Cobargo, Australië. Foto Graeme Freedman

In een mapje met de titel ‘Armageddon’ staan foto’s van wat Graeme Freedman (66) vlak na Nieuwjaar aantrof nadat bosbranden twee jaar geleden zijn huis net buiten het Australische dorpje Cobargo compleet hadden verwoest. Op een van de foto’s staat zijn vrouw Robeyn met een verdwaasde blik tussen het puin, een mandje eieren in de hand. Het was bizar, zegt hij. „De kippen lagen dood in het hok, alles was verwoest. Maar de eieren waren nog heel.”

De koeien hebben geprobeerd te ontsnappen aan het vuur. De dieren zijn een paar weilanden verderop gevonden, de hoeven zo ernstig verbrand dat de botten bloot lagen. „Het was akelig stil toen we terugkwamen”, herinnert Freedman zich. „De rook hing nog in de lucht. Er waren geen vogels. Het enige wat de stilte af en toe doorbrak, was een geweerschot, als iemand een dier afschoot om het uit zijn lijden te verlossen.”

Brandslachtoffer Graeme Freedman Foto Meike Wijers

De branden, die de Black Summer Fires (Zwarte Zomerbranden) zijn gaan heten, legden grote delen van het oosten Australië in de as. Cobargo, in de zuidoostelijke deelstaat New South Wales, werd op Oudejaarsavond 2019 grotendeels verwoest. Een half uur nadat het echtpaar Freedman was gevlucht, brandden het huis en de schuur tot de grond toe af in een vuurstorm. Ook achttien van hun dieren, waaronder katten, koeien, kippen en twee honden, gingen dood. Hoewel ze alles kwijt zijn, zegt Graeme Freedman dat het slechter had kunnen aflopen. De buren kozen ervoor te blijven en het vuur te bestrijden. Dat hebben ze niet overleefd.

De littekens van de branden zijn nog zichtbaar in het landschap. Van een afstand zijn de glooiende heuvels groen, maar de bomen zijn dood en kaal.

De auto die Graeme Freedman moest achterlaten. Foto Graeme Freedman

Wereldnieuws

De branden in Australië waren wereldnieuws. 24 miljoen hectare land werd verwoest, bijna zes keer het oppervlak van Nederland. Er vielen 33 doden en er zijn later zo’n 450 mensen voortijdig gestorven door rookvergiftiging. Tienduizend huizen en gebouwen gingen in vlammen op.

Twee jaar later zijn het vooral liefdadigheidsinstellingen die nog hulp verlenen. „Veel mensen wonen nog in een caravan of een schuur”, zegt Leanne Atkinson van de organisatie Catholic Social Services. Er is vaak niet eens stromend water. Daarom heeft Atkinson een project opgezet om kant-en-klare toiletten te leveren. „Een soort Ikea-bouwpakket dat je waar dan ook kunt opzetten”, legt ze uit. Deze tijdelijke oplossingen zullen voor sommige slachtoffers nog jaren nodig zijn.

In de dagen na de brand bezocht premier Scott Morrison het dorp. Zijn plan om betrokkenheid te tonen mislukte volkomen. Sommige inwoners scholden hem uit voor idioot, anderen weigerden hem een hand te geven. Morrison wist zich geen houding te geven. Beelden ervan gingen de wereld over. „Scott is nooit meer welkom in Cobargo”, zegt Graeme Freedman. „Hij had het land niet voorbereid op het bosbrandseizoen, terwijl we wisten dat het heel heftig zou worden. Er waren geen brandweerlieden om ons te beschermen. We zijn in de steek gelaten, left to burn.”

De twee miljard Australische dollar (1,25 miljard euro) die Morrison beschikbaar stelde voor het herstel is vooral bestemd voor ondernemers en voor projecten zoals geestelijke gezondheidszorg. De programma’s lopen ten einde, terwijl meer dan de helft van het bedrag nog niet is uitgegeven. „Het enige wat we willen, is dat ze dit geld ook echt uitgeven aan het herstel”, zegt Freedman. „En dat ze mensen helpen hun huizen op te bouwen. Nu staat het op een rekening rente te trekken.”

Het nieuwe huis van Graeme Freedman. Foto Graeme Freedman

De plek waar ooit het huis van de Freedmans stond is nog steeds een bouwput. Ruim anderhalf jaar lang woonden ze in een caravan op hun erf, sinds kort verblijven ze in een kleine bungalow. De bouw van het nieuwe woonhuis duurt in dit tempo nog minstens vier jaar.

Het trage herstel heeft een aantal oorzaken. Veel mensen waren niet of onvoldoende verzekerd. Meteen na de bosbranden kregen slachtoffers eenmalig 1.000 dollar (640 euro) van de overheid om in hun eerste behoeften te voorzien, maar dat is een druppel op een gloeiende plaat.

Voor het herbouwen is een vergunning nodig. De aanvraag hiervan is een traag en bureaucratisch proces dat maanden kan duren. Vervolgens stuiten mensen op een enorm gebrek aan materiaal en mankracht, waardoor de kosten enorm zijn gestegen. Zelfs slachtoffers die wel verzekerd waren, zoals de Freedmans, komen hierdoor in de problemen. „De kosten zijn zo hard gestegen dat we minstens 100.000 dollar tekort komen”, zegt Freedman. Dat is omgerekend 64.000 euro.

Door de pandemie is de vertraging verder toegenomen. Omdat Australiërs wegens de zeer strenge lockdowns en gesloten grenzen weinig geld hebben uitgegeven, steken velen het nu in verbouwingen. Ook zijn mensen – nu werken op afstand de norm is geworden – van de steden naar het platteland getrokken. Hierdoor is de markt totaal oververhit.

„Corona heeft ons genekt”, zegt Freedman. „Sommige bouwbedrijven willen niet eens opdrachten van bosbrandslachtoffers aannemen. Het is vaak te afgelegen en te ingewikkeld.” Hierdoor is slechts zo’n 7 procent van de slachtoffers in dit gebied klaar met herbouwen.

Het nieuwe huis van Graeme Freedman. Foto Meike Wijers

La Niña

Dit jaar blijft het oosten van Australië extreme bosbranden bespaard vanwege La Niña, het weerfenomeen waardoor de zeewatertemperaturen in een deel van de Stille Oceaan lager zijn dan gemiddeld. Dat zorgt voor veel regen in dit gebied. Maar het is een tijdelijk uitstel van het onvermijdelijke: meer branden.

Volgens een rapport van het nationale wetenschapsbureau CSIRO, gepubliceerd in Nature, blijkt dat het gemiddelde oppervlak dat jaarlijks in Australië verloren gaat door bosbranden in de afgelopen 32 jaar met 800 procent is toegenomen.

Direct na de branden is met een parlementaire enquête onderzocht hoe het zo uit de hand kon lopen en wat er moet gebeuren ter voorbereiding op toekomstige branden. Het rapport, met tachtig aanbevelingen, is vooralsnog op een plank blijven liggen. Belangrijke aanbevelingen, zoals het vergroten van de brandweercapaciteit, de bescherming van wilde dieren en meer voorlichting, zijn nog niet uitgevoerd.

De onderzoekers schrijven dat de bekende technieken om bosbranden te voorkomen, zoals het preventief afbranden van struikgewas, door klimaatverandering steeds minder effectief zijn. De brandweer krijgt er minder de kans toe, doordat de zomers langer duren en veel heter zijn.

Mijnbouwsector

De overkoepelende oorzaak voor het extreme weer komt keer op keer uit onderzoeken naar boven: klimaatverandering. Maar dat is het meest polariserende thema in de Australische politiek en heeft al menig politicus de kop gekost. In november beloofde Morrison op de valreep, vlak voor de klimaattop in Glasgow, dat Australië in 2050 klimaatneutraal zal zijn. Maar de urgentie om vóór 2030 de uitstoot al flink omlaag te krijgen, zoals wetenschappers bepleiten, wordt in Canberra niet gevoeld. Niemand wil zijn handen branden aan dit thema, dat onder andere gevoelig ligt door de enorme Australische mijnbouwsector.

Sara Tilling van de dierenopvang in Cobargo, Australië. Foto Meike Wijers

Sara Tilling runt de lokale dierenopvang in Cobargo, die op Oudjaarsdag 2019 in rook opging. Rond de opvang staan nog altijd zwartgeblakerde bomen. „Zo goed als alle kangoeroes, wallaby’s en koala’s in dit gebied zijn omgekomen”, zegt ze.

Het is etenstijd voor de jonge joey’s. Met flesjes melk loopt Tilling naar de omheining, de kangoeroes springen haar tegemoet. Ze heeft na de bosbranden eigenhandig een aantal dieren moeten afmaken omdat ze zo ernstig verbrand waren. Dat laat haar niet meer los. Ze leeft in angst voor een volgende brand. „Een huis kun je brandveilig maken, maar we kunnen de dieren onmogelijk voorbereiden. De gedachte om opnieuw alles kwijt te kunnen raken is ondraaglijk.”

Dit zijn de onzichtbare littekens die de bosbranden hebben achtergelaten. Volgens hulpverlener Atkinson is genezing nog ver te zoeken. „De gemeenschap is enorm getraumatiseerd en door corona zijn deze mensen vergeten. Men vindt dat ze zich er overheen moeten zetten, maar hoe kan dat als ze nog elke dag met de gevolgen leven?”

Lees ook: Ondernemers Australië wachten niet op schoorvoetend klimaatbeleid