Een vaste zangtijd voor elke vogel

Boek Dankzij het mooie uiterlijk is dit ook een fijn boek om zomaar doorheen te bladeren.

Over een maand, in het laatste weekend van januari, vindt de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling plaats. Iedereen met een tuin of een balkon kan meedoen: een half uurtje tellen en dan de meldingen doorgeven op de website mijntuinvogeltelling.nl van Vogelbescherming.

Om goed beslagen ten ijs te komen is een tuinvogelgids geen overbodige luxe, en daartoe biedt bijvoorbeeld het fraai geïllustreerde Vogels in onze tuin uitkomst. Kunstenaar Erik van Ommen maakte aquarellen van 27 bekende en 10 minder bekende tuingasten, en vogelaar en natuurjournalist Paul Böhre schreef er heldere teksten bij.

Tuinvogelgidsen zijn er bij de vleet, maar dankzij het mooie uiterlijk is dit óók een fijn boek om doorheen te bladeren als je geen verrekijker of vogelaarambities bezit. Bovendien zijn de teksten toegankelijk geschreven – iets waaraan het andere vogelgidsen nogal eens ontbreekt – en tegelijkertijd voldoende informatief. Zo kun je aan de witte vlekken bij de snavel van een houtduif (de ‘neusdoppen’) schatten hoe oud de vogel is: hoe groter, des te ouder. Een helderwitte kleur betekent dat de vogel gezond is.

Vogels in onze tuin is ontstaan als verzameling van maandelijkse tuinvogelcolumns in natuurtijdschrift Roots. Van Ommen leidt elke vogel in aan de hand van zijn persoonlijke ervaringen met die soort – zo vertelt hij hoe de ‘gulle gever’ van een bosuilenkast komt helpen met de installatie ervan, en schrijft hij over staartmezen als ‘snelvliegende pluizenbolletjes’ – maar voor wie over tuinvogels wil bijleren voegen die kabbelende teksten weinig toe. Daardoor heb je algauw de neiging door te bladeren naar de vogels zelf – zeker naar de bijzondere ‘dwaalgasten’ achterin, met mooie namen als draaihals, bladkoning en vuurgoudhaantje.

Het boek eindigt met algemene vogelweetjes. Zo staat ‘ruim niet te veel op’ met stip op 1 in de tiplijst voor de ideale vogeltuin. En: elke vogel heeft een vaste zangtijd. De gekraagde roodstaart begint in de lente al vóór vijven in de ochtend, terwijl de spreeuw pas tegen half zeven aanvangt.