Opinie

Stel strengere eisen bij de toewijzing van Spelen en WK’s

Sportswashing

Commentaar

Het is een vast ritueel geworden: zodra een groot sportevenement opdoemt in een land dat laag scoort op het gebied van democratie en mensenrechten klinken uit allerlei hoeken oproepen tot een boycot. Bij de twee topevenementen van 2022, de Olympische Winterspelen in Beijing en het wereldkampioenschap voetbal in Qatar, is dat niet anders.

Topsporters wordt steevast gevraagd of zij de misstanden in het land dat het decor vormt bij hun medaillejacht niet moeten aankaarten. Omdat de camera’s een paar weken lang op de sterren zijn gericht en hun uitspraken door miljoenen worden gehoord, zijn zulke vragen begrijpelijk. Tegelijkertijd is het unfair: sporters hebben geen invloed op de toewijzing van hun toernooien. Het besluit over ‘Beijing 2022’ werd in 2015 door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) genomen, terwijl het WK voetbal van volgend jaar al in 2010 door wereldvoetbalfederatie FIFA werd toewezen aan Qatar. Matthijs de Ligt was destijds elf jaar oud.

Het ongemakkelijke gevoel over sporten in omstreden landen zal toenemen. Tal van sportfederaties, organisatoren van grote evenementen en clubs verkiezen het grote geld boven principes. Landen als Qatar, Saoedi-Arabië, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten, China, Rusland en Azerbeidzjan spenderen miljarden om sporttoernooien binnen te slepen. Dat gaat veel verder dan het WK voetbal of de Olympische Spelen: van Formule 1 tot golf, van atletiek tot zwemmen of turnen. Het is een opmerkelijke verhuizing van de internationale sport naar het oosten, het spoor volgend van de geldschieters van de 21ste eeuw.

Mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat zulke staten de sport gebruiken om hun slechte reputatie op het gebied van mensenrechten te verbeteren, samengevat onder de term sportswashing. In de voetbalwereld gebeurt hetzelfde: Europese topclubs worden in hoog tempo overgenomen door investeerders uit Qatar, Saoedi-Arabië en de Emiraten. Meest recente voorbeeld is Premier League-club Newcastle United, nu eigendom van het Saoedische Public Investment Fund. Fans en clubbestuurders laten hun bezwaren over de herkomst van het geld graag varen met het oog op de successen die hun club mogelijk te wachten staat, spelers zien hun salarissen tot duizelingwekkende hoogten groeien.

Dat Formule 1-coureur Lewis Hamilton zijn bekendheid onlangs gebruikte bij de Grand Prix in Qatar, waar hij met een helm in regenboogkleuren op het circuit verscheen om aandacht te vragen voor de rechten van de lhtbq-gemeenschap, valt toe te juichen.

Maar hij is een eenling. En het probleem zit dieper. Veranderingen kunnen pas optreden als sportbonden strenger worden bij de overname van clubs en de toewijzing van toernooien, bijvoorbeeld met eisen op het gebied van democratie, mensenrechten, gelijkheid en arbeidsregels. Wat dat betreft valt het initiatief van 23 Europese sportministers te prijzen, die kort voor Kerstmis in een open brief de internationale sportfederaties opriepen eisen te stellen aan landen die zich kandidaat stellen voor een groot toernooi.

De invloed van de Europese landen is misschien beperkt, maar een kritischer houding ten opzichte van sportswashing is een begin. Een strengere keuze bij de toewijzing van toernooien valt in elk geval te prefereren boven een diplomatieke of sportieve boycot van een evenement dat op het punt staat te beginnen.