Verzet tegen coronaregels? Dat zou Dostojevski niet hebben verbaasd

Achtergrond | Twee eeuwen Dostojevski 200 jaar geleden werd de Russische schrijver Fjodor Dostojevski geboren. Zijn invloed op de filmgeschiedenis – van Luchino Visconti tot Robert Bresson en Akira Kurosawa – is enorm.

Een bewoner van Dostojevski’s ‘ondergrondse’: Travis Bickle (Robert De Niro) in ‘Taxi Driver’
Een bewoner van Dostojevski’s ‘ondergrondse’: Travis Bickle (Robert De Niro) in ‘Taxi Driver’

Elke tijd is een goede tijd om Fjodor Dostojevski te lezen, maar de huidige tijd wel in het bijzonder. Dat zoveel mensen zich al razend en tierend weigeren te schikken in de coronamaatregelen, die toch evident in het belang zijn van hun eigen gezondheid – Dostojevski zou dat wellicht hebben betreurd, maar van enige verbazing zou bij hem geen sprake zijn geweest. De mens laat zich nu eenmaal leiden door een kluwen van behoeften, driften en impulsen die helemaal niet berusten op welbegrepen eigenbelang en rationaliteit, hoe succesvol de moderne wetenschap ook mag zijn.

„Je eigen, ongebonden en vrije wil, je eigen dwaaste gril, je eigen fantasie, die soms tot krankzinnigheid is geprikkeld – kijk, dat alles is nu juist datzelfde belangrijkste belang, dat men over het hoofd heeft gezien, dat in geen enkele classificatie is onder te brengen en waardoor alle systemen en theorieën telkens weer in rook opgaan”, concludeert Dostojevski’s verteller grimmig in Aantekeningen uit het ondergrondse.

Dostojevski schreef dat in 1864. Enige profetische kracht kan hem niet worden ontzegd. Zijn blijvende inzichten berusten niet op een toevalstreffer – Dostojevski wist dat hij alleen tot de kern kon doordringen door de wereld van binnenuit te beschrijven; vanuit de mentaliteit, het bewustzijn en de geestestoestand van zijn personages. ‘Hoger realisme’ noemde hij dat.

Tegen die achtergrond is het niet zo vreemd dat er al vele tientallen, zo niet honderden films zijn gemaakt die zijn gebaseerd op romans en verhalen van Dostojevski. Hij is een auteur om wie niemand heen kan die de moderne wereld wil begrijpen. Filmmakers houden zich soms heel nauwgezet en precies aan de setting van Dostojevski’s oorspronkelijke romans. Maar zijn invloed kan ook indirect zijn. Zo is de voortreffelijke psychologische thriller The Machinist(2004) – met een extreem vermagerde Christian Bale – mede geïnspireerd op Dostojevski’s vroege novelle De dubbelganger, ook al komt de naam van de schrijver niet voor op de aftiteling.

Zoiets geldt eveneens voor Martin Scorseses klassieker Taxi Driver (1976). Scenarist Paul Schrader las Aantekeningen uit het ondergrondse twee keer grondig door voordat hij zich aan het schrijven zette. Travis Bickle, de oorlogsveteraan gespeeld door Robert De Niro die lijdt aan messiaanse wanen, is een bewoner van het ondergrondse.

Woody Allen laat in zijn voortreffelijke misdaaddrama Match Point (2005) het omslag van een exemplaar van Dostojevski’s pageturner Misdaad en straf in beeld komen. In de film komt een tennisleraar weg met een moord – Allen lijkt met de film precies dat te willen illustreren waar Dostojevski altijd zo bevreesd voor was: in een wereld zonder God is alles geoorloofd.

Dostojevksi’s enorme impact op film begint al vroeg. Robert Wiene was in 1920 de regisseur van de baanbrekende expressionistische film Das Cabinet des Dr. Caligari. Vier jaar later tekende hij in dezelfde stijl voor Raskolnikow, gebaseerd op Misdaad en straf. In de huidige wereld van toonaangevend televisiedrama, al dan niet beschikbaar via streaming, levert Dostojevski nog steeds grondstof, vooral bij dure televisieproducties in Rusland en andere landen in Oost-Europa.

Misdaad en straf is met zijn spannende en beklemmende moordgeschiedenis verreweg de meest verfilmde roman van Dostojevski. Hoofdpersoon Raskolnikov is een getalenteerde student, die niettemin nergens aan de bak komt en in armoede wegkwijnt op zijn kamertje. Hij besluit een woekeraarster te doden en te beroven. De opbrengst wil hij besteden aan goede daden; een rationele afweging leert hem dat hij met de moord eigenlijk een weldaad voor de mensheid verricht. Maar Raskolnikov heeft te weinig gerekend met zijn eigen onbeheersbare gevoelens van angst, schuld en schaamte. Zijn leven verandert in een nachtmerrie.

Hollywood vergreep zich in 1935 al aan Misdaad en straf in een vehikel voor acteur Peter Lorre, dat was geregisseerd door Josef von Sternberg. De film flopte en betekende voor Lorre de nekslag voor een grote Hollywoodcarrière. De beste filmbewerking is in 1969 in de Sovjet-Unie gemaakt, in een tweedelige film van Lev Goelidzanov. Het dictaat van het socialistisch-realisme schreef voor dat Raskolnikovs misdaad verklaard diende te worden uit de materiële en maatschappelijke omstandigheden; niet vanuit mentaliteit, ideeën en emoties.

Daarmee ging Goelidzanov lijnrecht in tegen de oorspronkelijke bedoelingen van Dostojevski. Maar naar zijn eigen uitgangspunten beoordeeld is zijn Misdaad en straf toch een overtuigende film, ook omdat Goelidzanov met een speelduur van bijna vier uur de tijd heeft om Dostojevski’s omvangrijke roman enigszins recht te doen.

Tekenend voor de complexiteit en openheid van Dostojevski’s romans is dat zijn werk zowel door geestverwanten als politieke tegenstanders vruchtbaar is verfilmd. Boze geesten is de roman waarin Dostojevski de ideologische verdwazing van zijn revolutionaire tijdgenoten op de korrel neemt. Het boek is in 1988 in Frankrijk knap verfilmd door de grote Poolse regisseur Andrzej Wajda. Hij was een prominent criticus van de communistische overheersing in zijn land. Maar de roman was in 1967 ook een inspiratiebron voor La Chinoise van Jean-Luc Godard, die zelf juist een stevige tik van de revolutionair-marxistische molen had gekregen.

Onbegrepen idioot

De idioot is Dostojevski’s meest persoonlijke boek, waarin onder meer zijn aanvallen van epilepsie en zijn ideeën over religie een prominente plaats kregen. Hoofdpersoon is prins Myskin: een verstandelijk beperkt, maar intens goedaardig personage. Dostojevski wilde een roman schrijven over een personage dat zo dicht bij de goedheid van Christus zou komen als op aarde mogelijk is, om vervolgens te laten zien dat er voor zo iemand in de moderne wereld geen plaats is.

Akira Kurosawa gebruikte de roman in 1951 als basis voor zijn film Hakuchi. Hij verplaatste de handeling naar zijn eigen tijd en het meest noordelijke deel van Japan. Niet zozeer Dostojevski’s religieuze ideeën, maar zijn maatschappijkritiek – ook ten aanzien van de ondergeschikte, machteloze positie van vrouwen – lijkt Kurosawa te hebben gemotiveerd.

De film was een debacle. De studio sneed liefst 100 minuten weg uit de film, het Japanse publiek kwam niet opdagen. Hakuchi had Kurosawa zijn carrière kunnen kosten, als hij niet precies in dezelfde periode de Gouden Leeuw van Venetië had gekregen voor zijn beroemde film Rashomon. Hakuchi staat nog steeds niet hoog aangeschreven. Het eerste uur van de film is verwarrend: dat kan aan het snijwerk van de studio liggen, aan Kurosawa zelf of aan Dostojevski, die een niet te stuiten voorkeur had voor het opstapelen van intriges. Maar daarna krijgt Hakuchi vleugels – en bereikt de haast onaangename intensiteit die een geslaagde Dostojevski-verfilming eigenlijk altijd moet hebben.

Moet het allemaal altijd zo zwaar, serieus en filosofisch zijn? Nee. Er is ook een meer ontspannen, luchtige en zelfs tedere Dostojevski. Zijn vroege liefdesverhaal Witte nachten is een van zijn meest verfilmde werken, tot een musicalbewerking in Bollywood aan toe. Het verhaal gaat over de ontmoetingen van een man en een vrouw die elkaar leren kennen op straat en elkaars vertrouweling worden. Terwijl de vrouw wacht op de terugkeer van haar grote liefde, hoopt de man dat ze voor hem zal kiezen.

Het verhaal is nooit beter verfilmd dan door Luchino Visconti in Le notti bianche (1957) met Maria Schell en Marcello Mastroianni in zijn eerste grote filmrol. Visconti draaide de film volledig in studio Cinecittà; de aanhangers van het neorealisme spraken daar schande van. Maar de onwerkelijke sfeer past juist perfect bij Dostojevski’s dromerige vertelling. Le notti bianche is een onweerstaanbare, niet te onderschatten romantische tragikomedie.

Balkende ezel

Geen filmmaker is meer beïnvloed door Dostojevski dan de Franse cineast Robert Bresson. Wat stijl betreft kan het verschil niet groter zijn: de maximalist Dostojevski versus de minimalist Bresson. Maar wat de thema’s en de inhoud van zijn films betreft was Dostojevski altijd Bressons belangrijkste maître. Zowel Dostojevski als Bresson waren diep religieuze kunstenaars.

Formeel heeft Bresson slechts twee keer een verhaal van Dostojevski verfilmd: Une femme douce (1969) is gebaseerd op De zachtmoedige en Quatre nuits d’un reveur (1971) is gestoeld op Witte nachten. Maar ook op andere, veel bekendere films van Bresson heeft Dostojevski een flinke stempel gedrukt.

Bressons fameuze film Pickpocket (1959) is feitelijk een soort verfilming van Misdaad en straf. De misdaad is hier alleen niet moord, maar zakkenrollen. De thematiek van isolement en vereenzaming is gebleven. Dat geldt ook voor de belangrijkste ontwikkelingen van de plot. Zakkenroller Michel is een man die in het ondergrondse leeft, hij teert weg in eenzaamheid. Hij kan daar pas uitbreken als hij de oprechte liefde van een vrouw leert aanvaarden. Als hij uiteindelijk wordt gearresteerd en in de cel belandt, is dat feitelijk een bevrijding.

Dostojevski had ook de nodige invloed op Bressons Au hasard Balthazar (1966), dat gaat over het leven en lijden van een ezel. Een van de inspiratiebronnen voor de ezel was prins Myskin in De idioot, die een epileptische aanval te boven weet te komen, als hij een ezel hoort balken. Bresson verklaarde ooit over zijn film: „Er is de ezel die staat voor oprechtheid, eenvoud, aanvaarding en dan zijn er de mensen die staan voor hoogmoed, hebzucht, wreedheid – onze zonden. De ezel lijdt en sterft als gevolg daarvan.” Later voegde Bresson daar nog aan toe: „Vergeet niet wat Dostojevski schreef in De broers Karamazov: mens, plaats jezelf nooit boven de dieren.”