Uitstoot beperken is lucratiever dan ooit. Hoe kan dat?

Drie vragen over emissierechten De hoge emissieprijzen maken duurzame investeringen sneller rendabel. Zelfs als de subsidie wegvalt.

Illustratie Sharon Coone

2021 is het jaar van het dure aardgas en van de benzine die langs de snelweg ruim 2 euro per liter kost. 2021 is ook het jaar van een voortdurend stijgende emissieprijs. Grote industriële bedrijven en energieproducenten hebben de kosten van hun uitstoot in twaalf maanden ruim zien verdubbelen.

Begin december liep de zogeheten CO2-prijs zelfs op tot bijna 90 euro, te betalen voor de uitstoot van elke ton broeikasgassen. In de laatste week van het jaar is dat ruim 75 euro, tegen 33 euro in januari.

„Je kan wel zeggen dat deze snelle prijsstijging iedereen heeft verrast”, zegt adviseur Jos Cozijnsen, verbonden aan de Climate Neutral Group. „En je kan ook zeggen dat bedrijven zich zorgen maken, vooral omdat alles duurder wordt. Van transport en grondstoffen tot aan energie.”

1 Wat is die CO2-prijs ook alweer?

Sinds 2005 betalen de grootste Europese bedrijven voor de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, die de opwarming van de aarde veroorzaken. Het gaat om 11.000 bedrijven die onder het zogeheten Emission Trading System (ETS) vallen. In Nederland moeten zo’n 400 bedrijven – onder meer elektriciteitscentrales, raffinaderijen en luchtvaartmaatschappijen – over voldoende ETS-rechten beschikken.

Lange tijd bleef de CO2-prijs laag. Na 2011 kostten emissierechten ruim zes jaar minder dan 10 euro per ton. Gevolg was dat veel critici het systeem niet serieus namen.

Daar kwam bij dat bedrijven veel rechten gratis kregen en krijgen om niet benadeeld te worden ten opzichte van concurrenten van buiten de EU. Aanvankelijk was het ETS een uniek systeem. Nu vindt in delen van de Verenigde Staten ook emissiehandel plaats, evenals in Canada, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland. En China bereidt een eigen systeem voor.

„Ook bij lage prijzen bleek het ETS te werken”, zegt onderzoeker Corjan Brink van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). „Studies toonden aan dat bedrijven die net wel binnen het ETS vielen, meer aan duurzaamheid deden dan bedrijven die er net buiten vielen.”

2 Waarom is die prijs in 2021 zo gestegen?

De prijsstijging is vooral een gevolg van het verscherpte Europese klimaatbeleid. De uitstoot moet in 2030 55 procent lager liggen dan in 1990, terwijl de doelstelling aanvankelijk 40 procent was. De plannen zijn nog niet uitgewerkt, maar alle EU-landen hebben al wel ingestemd met het einddoel over negen jaar.

Gevolg is dat het aantal rechten de komende jaren veel sneller terugloopt, want de voorgenomen uitstootreductie gaat hand in hand met het aantal beschikbare rechten. „En in Brussel is deze zomer ook afgesproken dat de netto-uitstoot in 2050 nul moet zijn. Dan zijn er dus geen rechten meer”, zegt PBL-onderzoeker Brink. „Eerder zou het aantal rechten in 2057 op nul uitkomen, maar het is nu dus eerder. Dat is voor veel bedrijven minstens zo belangrijk als het doel voor 2030.”

Tekenend voor de snelheid van de stijging van de CO2-prijs: in zijn Klimaat- en Energieverkenning van dit najaar rekent het PBL nog met veel lagere CO2-prijzen, namelijk 30 euro in 2021 en 62 in 2030. „Wij maken al in het voorjaar een raming en die is gebaseerd op vastgesteld beleid. De markt anticipeerde al heel snel op de komende plannen uit Brussel, en dat zie je terug in de prijs”, zegt Brink.

De aanscherping van het Europese klimaatbeleid kwam niet als verrassing, wat de geleidelijke stijging vóór de zomer verklaart. Maar ook al eerder aangepaste spelregels binnen het ETS hadden invloed. Zo wordt het aantal beschikbare rechten sneller afgeroomd om te voorkomen dat er te veel op de plank blijven liggen. Overtollige rechten zorgen voor prijsbederf.

„Verder loopt ook het aantal gratis rechten terug. De afspraak is nu dat 57 procent van de rechten daadwerkelijk wordt geveild”, zegt Brink. „Tegelijkertijd worden de duurzaamheidseisen per sector aangescherpt. Wie meer uitstoot dan de 10 procent schoonste bedrijven in elke sector – de benchmark – moet daadwerkelijk betalen.”

Los van het Europese beleid is de stijging van de CO2-prijs ook een gevolg van de spanningen op de energiemarkt. Door de hoge gasprijs in de afgelopen maanden wordt het na lange tijd weer rendabel om stroom op te wekken via steenkool. Voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit stoot een kolencentrale het dubbele uit van een gascentrale. Het gevolg is dat er meer CO2-rechten nodig zijn, zonder dat het aantal beschikbare rechten stijgt.

Lees ook: De prijs van een ton CO2 kan het klimaat maken - of breken

3 Welke consequenties heeft die hogere CO2-prijs?

Bedrijven mogen bezorgd naar de hoge emissieprijzen kijken, adviseur Cozijnsen ziet in de praktijk een extra prikkel voor innovatie. „Veel industriële bedrijven krijgen nog in meerderheid gratis rechten. Nu die prijs zo hoog is, loont het meer in duurzaamheid te investeren dan je concurrent. Vervolgens kan je de rechten die je overhoudt lucratief verkopen.”

Dan moet de prijs wel voor langere tijd hoog blijven. Het gaat vaak om investeringen die voor meer dan tien of twintig jaar worden gedaan. En die investeringen moeten wel hun rendement houden. Een beslissing voor zo’n ingrijpende investering kost tijd, zegt Cozijnsen. „Bedrijven maken zich fundamenteel zorgen, en zo moet het systeem ook werken. De emissienormen worden aangescherpt, het ETS wordt verder hervormd, en wat mij betreft zorgt een minimumprijs voor zekerheid.”

In Duitsland heeft de nieuwe regering zo’n minimumprijs voorgesteld. Ook het Nederlandse regeerakkoord noemt het (nog niet uitgewerkte) voornemen. Cozijnsen: „Als de rechten minimaal 60 euro gaan kosten, oplopend tot 90 in 2030, prijs je kolen op termijn uit de markt. Dan wordt ook ondergrondse opslag van CO2 rendabel. Dat vind ik logisch beleid, veel logischer dan een extra nationale heffing die wij nu in Nederland kennen.”

Die nationale heffing komt naast de Europese en bedraagt voor 2021 30 euro. Deze heffing speelt alleen een rol als de Europese prijs lager is en sorteert nu weinig effect, zegt Brink van het PBL. „Maar bedrijven weten ook dat de Nederlandse CO2-prijs in 2030 minimaal 125 euro is. Dat is nu al belangrijk bij grote investeringsbeslissingen.”

Brink is ervan overtuigd dat de CO2-prijs verduurzaming structureel stimuleert. „Zeker met deze tarieven gaat de bereidheid om in duurzame alternatieven te investeren omhoog. Het loont nu meer dan ooit om de uitstoot te beperken.”

Een manier om uitstoot te beperken, is afvangen en ondergronds opslaan van CO2, Carbon Capture and Storage (CCS). „Met de huidige CO2-uitstootprijs besparen bedrijven hiermee mogelijk al geld. Gevolg is dat zij voor CCS dan geen subsidie meer hoeven krijgen.”

Het subsidiegeld, afkomstig uit de zogeheten SDE++-regeling, komt dan later beschikbaar voor andere vormen van uitstootreductie. Of, zoals de milieubeweging zegt, dan komt er meer geld voor echte verduurzaming. Brink: „Bedrijven zijn op zich niet goedkoper uit, maar door de hoge ETS-prijs hoeft de overheid minder bij te dragen aan de kosten.”

Die meevaller geldt dit jaar wellicht ook voor de veilingopbrengst van de duurder geworden ETS-rechten. Die brachten de afgelopen twee jaar telkens al zo’n 440 miljoen euro op. Brink: „En die opbrengst moet de overheid volgens Europese voorstellen gaan gebruiken voor verduurzaming.”

Bij de papierfabriek: Ditmaal daalde de emissieprijs niet

De hoge CO2-prijs tikt „enorm door” in de kosten van papierfabriek Crown Van Gelder, zegt directeur Miklas Dronkers. „In onze markt werken we normaliter met kwartaalprijzen omdat veel kosten redelijk stabiel waren. Maar met de snel stijgende energie- en CO2-prijzen begint dat echt een probleem te worden.”

Afgelopen jaar verhoogde Dronkers zijn prijzen met wel 20 procent. „Gelukkig is dat in een gezonde markt mogelijk. Die stijging komt vooral door het duurdere gas, maar die hogere CO2-prijs telt ook serieus mee – de impact daarvan is half zo groot als die van de gasprijs. Kijk je alleen naar de CO2-prijs en je rekent met een gemiddelde van 80 euro, dan hebben we het over een kostenpost van zeker 10 miljoen euro.” Omzet- en winstcijfers geeft de Velsense papierproducent, in handen van een investeringsmaatschappij, niet.

Aanvankelijk werden aardgas en uitstootrechten jaren tevoren ingekocht, maar bij het begin van de coronacrisis kostten ze minder dan waarvoor ze eerder waren ingekocht. Dronkers: „Dan kan je ze beter kopen voor de dagprijs.”

Dit voorjaar stegen de prijzen weer snel. En dan denkt iedereen, volgens Dronkers: laten we maar even wachten tot ze weer gaan dalen. „Maar dat ging dit jaar niet op.”

Crown Van Gelder krijgt, met het oog op de concurrentie van buiten de Europese Unie, nog zo’n 40 procent van zijn emissierechten gratis. „Als die hoge prijs voor emissie voor iedereen geldt, is dat goed. Dan werkt dat. Maar in de praktijk is dat niet zo”, zegt Dronkers.

Omdat de EU alleen heft op Europese bedrijven, hebben concurrenten van buiten Europa een voordeel. „Dan kan je denken aan Chinese papierbedrijven. Toevallig komt er nu weinig Chinees papier binnen, door de hoge transportkosten en gebrek aan containers. Daarmee valt in de praktijk de concurrentie van buiten Europa voor een deel weg.”

Toch is van gelijke concurrentievoorwaarden geen sprake, vindt Dronkers. „Nederland is koploper in het gebruik van gerecyclede vezels, dus van oud papier. Maar qua uitstoot komen we boven de Europese benchmark uit; de Scandinavische concurrentie gebruikt namelijk biomassa als grondstof en als energiebron. Dat beschouwt de EU als CO2-neutraal en het gevolg is dat zij geen ETS-rechten nodig hebben.”

Het is niet de enige zorg bij Crown Van Gelder, dat jaarlijks 130.000 ton CO2 uitstoot. „We willen graag verduurzamen, maar je ziet dat veel projecten van kleinere bedrijven geen subsidie krijgen. Dat komt omdat de bulk van het geld naar CCS gaat [ondergrondse opslag van CO2]. Dat was natuurlijk verhoudingsgewijs het goedkoopst. Ik begrijp dat wel, maar daar zijn alleen een paar heel grote bedrijven mee geholpen. Kleinere bedrijven hebben het nakijken. Voor echte innovatie zorgt dit niet.”

Dronkers pleit ervoor dat de subsidieregeling meer ruimte laat voor andere innovatieve oplossingen. Een project bij Crown Van Gelder voor elektrisch drogen van papier kwam niet in aanmerking voor de SDE++-regeling. „Er komen wel nieuwe regels, om meer projecten een kans te geven, maar dan zit je waarschijnlijk al in 2023. Tegelijkertijd gaan de energietarieven voor bedrijven omhoog, blijkt uit het nieuwe regeerakkoord. Dit is geen industriepolitiek waar ik blij van word.”

In de raffinage: CO2 -prijs tikt door aan de pomp

De snelste manier om de uitstoot van CO2 in de olieraffinage te beperken, is vooralsnog opslag ervan in de zeebodem. Daarvoor komen nu allerlei projecten op gang. Erik Klooster, directeur van branchevereniging VNPI: „Die opslag gaat in veel gevallen rond de 80 euro per ton CO2 kosten. Als de emissieprijs hoger ligt, betekent het dat bedrijven die opslag helemaal zelf gaan betalen.”

Voor hun investeringen in die opslag kunnen bedrijven als Shell, Exxon en BP een beroep doen op de subsidieregeling SDE++. Gezien de hoge CO2-uitstootprijs besparen ze direct geld omdat hun emissie terugloopt. De overheid kan dan ook subsidiegeld in kas houden; bedrijven hebben geen tegemoetkoming meer nodig omdat ze meer geld kwijt zouden zijn geweest aan uitstootrechten.

„Bij die hoge CO2-prijs werkt de SDE++ alleen nog als garantieregeling. Zou de emissieprijs weer dalen, dan betaalt de overheid weer mee aan onderzeese opslag”, zegt Klooster. Veel alternatieven voor vergroening zijn duurder dan CCS. Dat geldt volgens hem zeker voor het gebruik van groene waterstof.

Aanvankelijk kregen Europese bedrijven met niet-Europese concurrentie hun CO2-rechten gratis, maar het aantal gratis rechten neemt af. Klooster: „Je betaalt in de raffinage inmiddels voor minimaal zo’n 20 procent van je uitstoot.”

Volgens de Nederlandse Emissieautoriteit stoot de industrie 7 megaton (miljoen ton) meer uit dan de benchmark (het gemiddelde van de 10 procent schoonste bedrijven in elke sector). „Doe dat maal 80 euro en je zit bijna aan een half miljard euro.” Circa de helft van de industriële uitstoot in Nederland komt van chemiebedrijven, een kwart uit de raffinage.

De kosten van de CO2-uitstoot bij de raffinage worden volgens de VNPI-directeur in de praktijk doorberekend ‘aan de pomp’. „Dat is ook goed, denk ik. Vraag is wel hoe groot de concurrentie uit bijvoorbeeld Amerika wordt als de prijs zo hoog blijft.”

Klooster vindt het logisch dat bedrijven van buiten de olie-industrie kritisch zijn over de grote hap die CCS uit de subsidiepot SDE++ neemt. Ook al betalen bedrijven de opslag bij een hoge CO2-prijs uiteindelijk zelf, de subsidie wordt wel toegewezen aan CCS en kan dus niet naar andere projecten gaan.

Plannen zijn in de maak om binnen de subsidieregeling meer ruimte te maken voor andere manieren om uitstoot te beperken. Een goede ontwikkeling, vindt Klooster. „Het meeste geld is toegezegd voor CCS en zonnepanelen op het dak, maar andere technologieën vragen ook steun. Ze zijn allemaal nodig.”