Opinie

Je kunt best 10 procent van je inkomen weggeven

Ben Tiggelaar

De opa van mijn vrouw was landarbeider in Oost-Groningen. Hij onderhield een groot gezin en ze hadden het bepaald niet breed. Maar elke vrijdagmiddag, als hij zijn weekloon had ontvangen, legden hij en zijn echtgenote eerst 10 procent apart voor goede doelen.

Toen ik dit verhaal voor het eerst hoorde, maakte het indruk op me. En ik realiseerde me: als je delen belangrijk vindt, moet je dat ook een beetje managen.

Het organiseren van je medemenselijkheid en het structureel weggeven van 10 procent van je inkomen, of meer, wint de laatste jaren aan populariteit. De bekendste voorvechter is waarschijnlijk de Australische filosoof en Princeton-hoogleraar Peter Singer, een van de grondleggers van de ‘effectief altruïsme’-beweging.

Singer redeneert vanuit de volgende ijzeren en confronterende logica: wanneer je iets heel slechts kunt voorkomen – zoals de dood van een kind, ergens op aarde – en je kunt dat doen zonder dat je daar iets met een vergelijkbaar moreel gewicht voor opoffert, dan ben je ethisch verplicht actie te ondernemen.

Singer en zijn vrouw, de schrijver en activist Renata Singer, begonnen vanuit dit principe vijftig jaar geleden met het weggeven van 10 procent, en doneren nu ongeveer een derde van hun inkomen. Ze schenken hun geld zo rationeel mogelijk aan organisaties die bewezen effectief zijn.

Singer inspireerde zijn landgenoot Toby Ord, hoogleraar aan Oxford, enkele jaren geleden tot oprichting van de stichting Giving What We Can (GWWC). Doel ervan is mensen te bewegen meer en effectiever te geven. Supporters van GWWC hebben allemaal beloofd minstens 10 procent van hun inkomen te doneren.

Waar komt die 10 procent vandaan? De wortels ervan gaan zeker 4.000 jaar terug. In het bijbelboek Genesis wordt verteld dat Abraham, de aartsvader van de Israëlieten en de Arabieren, ‘tienden’ gaf. Volgens historici was dat in zijn tijd al gebruik onder diverse volken, doorgaans religieus gemotiveerd.

Singers motivatie is historisch noch religieus. Volgen hem kunnen veel mensen 10 procent missen zonder dat ze in de problemen komen. En Ord rekent voor dat wanneer de rijkste 10 procent aardbewoners 10 procent van hun inkomen zou weggeven, dat genoeg zou zijn om iedereen op de wereld boven de armoedegrens te tillen en heel veel andere nuttige dingen te financieren.

Mocht je je trouwens – net als ik – afvragen of je bij die rijkste 10 procent hoort, op givingwhatwecan.org vind je een rekentool met de titel How Rich Am I, waarmee je binnen een minuut weet hoe gefortuneerd je eigenlijk bent, en ook hoeveel positieve impact je kunt hebben door 10 procent weg te geven.

Ten slotte, Andreas Mogensen, een collega van Ord, zette een paar jaar geleden op een rijtje wat onderzoek zegt over geld, geluk en tevredenheid. Als we 10 procent van ons inkomen verliezen, bijvoorbeeld door domme pech, tast dit ons geluk niet noemenswaardig aan. En als je 10 procent doelbewust weggeeft, levert dit meer geluk en tevredenheid op dan wanneer je het geld aan jezelf besteedt. Het is dus – bewezen – zaliger te geven dan te ontvangen. Misschien geen echte kerstgedachte, maar best leuk om te weten.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.