Raad voor de Journalistiek stelt NRC in het gelijk na klachten Jan Six

Uitspraak Kunsthandelaar Jan Six legde een aantal klachten voor aan de Raad voor de Journalistiek, naar aanleiding van twee artikelen in 2021. NRC heeft volgens de Raad zorgvuldig gehandeld.

Kunsthandelaar Jan Six presenteert in 2018 de door hem ontdekte Rembrandt: ‘Portret van een jonge man’.
Kunsthandelaar Jan Six presenteert in 2018 de door hem ontdekte Rembrandt: ‘Portret van een jonge man’. Foto Olivier Middendorp

De Raad voor de Journalistiek (RvdJ) heeft NRC deze donderdag in het gelijk gesteld in een zaak die kunsthandelaar Jan Six aan de Raad heeft voorgelegd. De klachteninstantie onderzoekt op verzoek van benadeelden of journalisten journalistiek zorgvuldig te werk gegaan zijn. Six betoogde voor de Raad dat dit bij twee artikelen niet het geval was. De Raad concludeerde echter dat NRC journalistiek zorgvuldig gehandeld heeft.

De kwestie ging onder meer over de vraag of NRC op 16 april dit jaar mocht schrijven dat een vooraanstaand kunstverzamelaar de kunsthandelaar Jan Six „het pure kwaad” noemt en van oplichting beschuldigt. Ook wilde Six een uitspraak over de vraag of de aankondiging op de voorpagina daags daarna, „Rel nummer twee”, niet te sensationeel en tendentieus zou zijn. Daarnaast lag de vraag voor of de krant op 27 augustus de onthulling dat Six niet de koper van zijn eigen Rembrandt-ontdekking Portret van een jongeman zou zijn „een verrassende ontwikkeling” mocht noemen, terwijl dat volgens Six al sinds 2018 als bekend kon worden verondersteld.

Wederhoor

Six was van mening dat NRC onvoldoende onderzoek gedaan zou hebben en gebruik gemaakt zou hebben van onbetrouwbare bronnen. Het wederhoor zou onvoldoende geweest zijn en bovendien zou de krant eerdere klachten hierover niet zorgvuldig hebben afgehandeld. Ook zou er sprake zijn van belangenverstrengeling. Het gewraakte krantenartikel uit april was een voorpublicatie uit Tussen kunst en cash, het boek van beide auteurs, en zou de bedoeling hebben de verkoop van dit boek te bevorderen. Maar als er al een ander belang zou zijn, stelt de Raad, dan is dat belang niet in conflict met het journalistieke belang van het onderwerp.

Auteur Pieter van Os zegt „opgelucht, maar niet verrast” te zijn over het oordeel van de Raad. „Dat onze publicatie voor de heer Six vervelende gevolgen heeft begrijp ik. Maar de Raad gaat er niet over of hij zielig is, maar of wij ons journalistieke werk gedaan hebben.”

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm liet deze donderdagavond vanuit het buitenland weten de uitspraak nog niet met zijn cliënt te hebben besproken. Of Six gebruik maakt van de mogelijkheid een herziening aan te vragen kon hij dus nog niet aangeven.