PBL: kabinetsplan om 60 procent minder uit te stoten lijkt onhaalbaar

Klimaatbeleid Het Planbureau voor de Leefomgeving zet vraagtekens bij de effectiviteit van de ambitieuze klimaatplannen in het coalitie-akkoord.

Tuinbouw in het Brabantse Zevenbergen. Volgens het PBL is de kanst „uiterst klein” dat het kabinet het lukt om 60 procent minder uit te stoten in 2030.
Tuinbouw in het Brabantse Zevenbergen. Volgens het PBL is de kanst „uiterst klein” dat het kabinet het lukt om 60 procent minder uit te stoten in 2030. Foto Rob Engelaar

De ambities van het nieuwe kabinet grenzen aan het maximaal mogelijke als het gaat om klimaatbeleid. Met de huidige voorstellen is het zeer de vraag of het haalbaar is om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 60 procent te verminderen, zoals VVD, D66, CDA en ChristenUnie willen in hun coalitie-akkoord. Ook voor de nieuwe ambitieuze stikstofplannen is het de vraag of ze uitvoerbaar zijn.

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag in een reactie op het regeerakkoord van het toekomstige kabinet-Rutte IV. Volgens een eerste, grove optelsom leiden de voorstellen tot 47 à 60 procent reductie. „De kans dat de beoogde 60 procent wordt gehaald is dan uiterst klein”, schrijft het PBL. De kans is groter dat de reductie lager dan 55 procent uitvalt.

Op dit moment is het kabinetsbeleid erop gericht in 2030 tot een reductie van 49 procent te komen ten opzichte van de uitstoot van 1990. Eerdere berekeningen van het PBL lieten al zien dat met het huidige klimaatbeleid de 49 procent niet binnen bereik ligt.

EU-afspraken

De afspraken die deze zomer in EU-verband zijn gemaakt, moeten over negen jaar leiden tot een reductie van 55 procent in Europa. Om er zeker van te zijn dat Nederland niet achterblijft, streeft het toekomstige kabinet naar 60 procent, zo werd vorige week duidelijk.

Het coalitie-akkoord stelt, aldus het PBL, „historisch hoge ambities voor de leefomgevingskwaliteit” – voor landbouw, klimaat en energie, natuur en wonen. Daarvoor wil de coalitie veel geld uittrekken. Zo willen VVD, D66, CDA en ChristenUnie 60 miljard euro vrijmaken om hun klimaat- en stikstofdoelen te halen. Maar uittrekken van veel geld voor subsidies is volgens het Planbureau niet voldoende. Veel van de plannen gaan uit van vrijwillige deelname van burgers, bedrijven en boeren. Dat staat op gespannen voet met de beperkte tijd die de nieuwe coalitie heeft, schrijft het PBL: nog acht jaar tot 2030. Duidelijke regels en normen kunnen volgens het PBL helpen de doelen wel te halen. Beprijzen van de kosten van klimaatverandering ook, bijvoorbeeld via een belasting op de uitstoot van broeikasgas. Zonder zulke aanvullingen zijn de stikstofdoelen volgens het PBL „vrijwel onmogelijk” haalbaar.

Lees ook: Rutte IV wil problemen te lijf met een doorgeladen bazooka vol geld

Dan nog staat het kabinet voor een ongeëvenaarde opgave in korte tijd. Veel van de stikstofplannen wil de nieuwe coalitie regionaal laten invullen, bijvoorbeeld door provincies. Dat het akkoord voorstelt om per gebied te bekijken hoe stikstof samen met andere milieu- en natuurproblemen kan worden aangepakt, juicht het Planbureau toe: dat voorkomt versnippering. Maar het PBL waarschuwt: zonder duidelijke nationale kaders riskeert deze aanpak „dat twistpunten in de regio opnieuw oplaaien”. In 2019 leidde de stikstofcrisis al tot grootschalige boerenprotesten bij provinciehuizen. Veel provinciebesturen trokken strengere stikstofregels daarna weer in.

De hordes in het stikstofdossier zijn volgens het Planbureau extra prangend omdat het kabinet ook daar de doelen naar voren heeft gehaald. De vier partijen willen al in 2030 de helft van de stikstofneerslag hebben teruggedrongen, zo staat in het coalitieakkoord: eerder was dat in 2035.

Kerncentrales

Het PBL zet vraagtekens bij de plannen om over te gaan tot de bouw van twee kerncentrales. Dat voornemen is volgens het Planbureau „opvallend, omdat er nog veel onduidelijkheid is over de kosteneffectiviteit van kernenergie in Nederland”.

Omdat het elektriciteitssysteem gedomineerd gaat worden door zon- en windenergie is het de vraag of kernenergie in dat geval niet te duur wordt. In de praktijk, zo heeft het PBL eerder laten weten, kunnen gascentrales efficiënter voor kortere tijd stroom produceren dan kerncentrales.

Het PBL is positief over het plan rekeningrijden in te voeren – ook al is dat pas vanaf 2030 of later. Betalen naar gebruik kan de files verminderen en de CO2-uitstoot reduceren. Maar, stelt het adviesorgaan, er zijn nog een hoop onduidelijkheden. Bijvoorbeeld: wat als werkgevers hun (hoger opgeleide) personeel gaan compenseren voor de kosten van rekeningrijden, en zelfstandigen in bestelauto's die compensatie niet krijgen? Dat leidt tot ongelijkheid. Verder is het effect van betalen naar gebruik groter als de tarieven worden gedifferentieerd naar gewicht en milieukenmerken.

Het Planbureau onderschrijft het plan de luchtvaart meer in balans te brengen met de leefomgeving, bijvoorbeeld met een tickettaks. Maar ook hier is nog veel onduidelijk. Hoe duurzaam en effectief is het als het kabinet veel geld zou steken in de lange-afstandstrein als alternatief voor korte vluchten – zoals het van plan is? Als die vluchten worden vervangen door langere, intercontinentale vluchten, dan neemt de uitstoot niet af.

Bovendien, stelt het PBL, is voor stimulering van duurzamere vliegtuigbrandstoffen (biokerosine, synthetische kerosine) veel groene energie nodig. Kan je die energie, vraagt het PBL, niet beter besteden aan batterij-elektrisch rijden? Dat heeft misschien een groter klimaateffect.

Met medewerking van Jan Benjamin en Rik Rutten