Dreiging van vogelgriep groeit

Pluimvee In Europa woedt nog een virus: de vogelgriep. Experts vinden dat daar niet genoeg tegen gedaan wordt.

Bij dit pluimveebedrijf in Altforst (Gld.) werden vorig jaar circa 35.700 dieren geruimd nadat een zeer besmettelijke variant van de vogelgriep was vastgesteld.
Bij dit pluimveebedrijf in Altforst (Gld.) werden vorig jaar circa 35.700 dieren geruimd nadat een zeer besmettelijke variant van de vogelgriep was vastgesteld. Foto Rob Engelaar/ANP

Sinds half september is in 27 Europese landen vogelgriep vastgesteld bij meer dan driehonderd pluimveebedrijven, waarvan acht in Nederland. Er zijn meer dan acht miljoen vogels geruimd. Ook bij wilde vogels is het virus wijdverspreid. Dat meldden de Europese organisaties voor voedselveiligheid (EFSA), ziektepreventie en -controle (ECDC) en monitoring van vogelgriep (EURLAI) deze week.

Hun rapport verschijnt in een week waarin 80.000 kippen werden geruimd in Overijssel en 64.000 kalkoenen in Limburg, na vastgestelde besmettingen op pluimveebedrijven. En donderdag werd bekend dat de honderden kanoetstrandlopers die vorige week dood werden gevonden op Schiermonnikoog, ook aan vogelgriep stierven.

„Vogelgriep is nauwelijks meer in het nieuws, maar nog altijd een heel serieus probleem”, stelt Thijs Kuiken, hoogleraar vergelijkende pathologie bij het Rotterdamse Erasmus MC en co-auteur van het Europese rapport. „En toch lees ik er niets over in het nieuwe coalitieakkoord. Ja, er staat iets in over paraatheid en opschaling in de context van pandemieën. Maar niets over het aanpakken van de onderliggende oorzaken.”

Vogelgriep is, net als het nieuwe coronavirus, een zogeheten zoönose: een ziekte die zowel dieren als mensen ziek kan maken en ook tussen beide kan overspringen. En juist daarin schuilt gevaar: in de ene gastheer kan het virus mutaties ontwikkelen die voor de andere gevaarlijk zijn. Eind vorig jaar stelde de overheid een expertgroep in om te onderzoeken hoe Nederland de dreiging van zoönosen kan beperken. Deze zomer kwam deze groep met aanbevelingen. „Maar we zien nog geen grote veranderingen in de praktijk”, stelt Kuiken, die lid was van deze expertgroep.

Vogelgriepvirussen zijn er in honderden varianten. Van veel ervan worden kippen nauwelijks ziek. Die worden laag-pathogeen genoemd. Van oorsprong circuleren ze in wilde vogelpopulaties. In de intensieve pluimveehouderij muteren die virussen soms naar een hoog-pathogene variant. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Nederland in 2003. Toen werden circa 30 miljoen kippen geruimd en overleed een dierenarts aan het virus.

Niet alle kosten zitten in de prijs van de kippenbout

Thijs Kuiken hoogleraar pathologie

Tot zo’n twintig jaar geleden bleven de gevaarlijke varianten beperkt tot de pluimveehouderij, simpelweg omdat ze zo dodelijk waren dat wilde vogels er niet ver mee konden vliegen. „Maar rond de eeuwwisseling sprong er in Azië een hoog-pathogene variant over van pluimvee naar wilde vogels”, vertelt Ron Fouchier, hoogleraar moleculaire virologie in Rotterdam en eveneens lid van de expertgroep zoönosen. „Sindsdien zijn door genetische uitwisseling honderden hoog-pathogene varianten ontstaan. Die bleken zich via trekvogels te verspreiden over Azië, Europa en Afrika.”

Het is moeilijk te zeggen hoe groot het risico precies is, maar de ontwikkelingen zijn zorgwekkend, aldus de drie Europese organisaties. Van de 45 mensen die sinds 2014 in China en Laos besmet raakten, overleden er 22; vijftien van die besmettingen vonden plaats in het afgelopen jaar.

„Daarnaast zien we het virus de laatste twee jaar steeds meer bij wilde zoogdieren, zoals vos, zeehond en otter”, vertelt Kuiken. „Genetische veranderingen duiden op een groter risico voor zoogdieren.” Het ECDC heeft deze week de risico-inschatting voor pluimveehouders verhoogd van „laag” naar „laag tot medium, met grote onzekerheid vanwege de wijde circulatie van varianten in de vogelpopulaties”.

De aanbevelingen in het zoönosenrapport – dat ook over ziekten als varkensgriep gaat – zijn vooral gericht op het onderliggende probleem: de intensieve veehouderij. „Nederland heeft de hoogste pluimveedichtheid in Europa”, zegt Kuiken. „In Limburg is die achttien keer hoger dan het Europese gemiddelde. Die schaal heeft allerlei negatieve effecten.”

Lees ook: Boer Dijkstra moet duizenden kippen vergassen vanwege de vogelgriep. ‘Och, daar gaan ze’

Hij heeft het dan niet alleen over vogelgriep, maar ook over andere ziekten, dierenwelzijn, de uitstoot van fijnstof, stikstof en broeikasgassen en landgebruik elders in de wereld om voedsel voor Nederlands pluimvee te verbouwen. „Je moet daar holistisch naar kijken”, stelt Kuiken. „Wij spreken van een one health-benadering: gericht op een betere gezondheid van mens, dier en milieu.”

Experts zeggen dat al enkele decennia, vult Fouchier aan. „Maar daar is nooit iets mee gedaan. Integendeel. De pluimveehouderij is alleen maar intensiever geworden. En dat in een land met zo veel trekkende watervogels en waterrijke gebieden. Dat vinden wij heel moeilijk te verdedigen.”

Is het realistisch om de pluimveedichtheid in Nederland zo ver terug te brengen dat vogelgriep niet langer een risico is? „Iedere inkrimping helpt”, stelt Kuiken. „Je kunt onmogelijk zeggen wat precies de drempel is voor vogelgriep. Maar vanuit dat one health-perspectief zeggen wij: het gaat om veel meer dan dat. Als samenleving moeten wij die afweging gaan maken.”

Zijn er geen oplossingen op de kortere termijn? Jawel, zeggen beiden: vaccineren. Europees pluimvee krijgt nu geen vogelgriepprik, omdat die de producten ongeschikt maakt voor de export. „Maar dat is maar net wat je met elkaar afspreekt”, zegt Fouchier. „We vaccineren wel tegen pseudovogelpest, een andere virusziekte. Ook voor vogelgriep bestaan prima vaccins.”

Daarnaast zouden pluimveehouders jaarlijks een gewone griepprik moeten krijgen. Die verlaagt het risico dat het vogelgriepvirus genetisch gaat mengen met een gewoon griepvirus. „En we moeten meer investeren in het monitoren van vogelgriep in wilde vogelpopulaties”, zegt Kuiken, „en in regelmatige controles van de bioveiligheid op pluimveebedrijven.”

Dat kost veel geld, geven beiden toe. Maar doorgaan op hetzelfde pad is mogelijk nog veel duurder, zoals we nu zien aan de coronapandemie. „Mensen weten niet dat al die maatschappelijke kosten niet zijn meegenomen in de prijs van hun eieren of kippenbout”, zegt Kuiken. Fouchier: „Dat hele stelsel moet dus anders.”