Foto Daniel Niessen

Interview

Donald Pols: ‘Voor Shell en alle andere grote bedrijven is het simpel: vergroenen of verdwijnen’

Donald Pols behaalde met zijn ngo Milieudefensie in mei een baanbrekende juridische overwinning op grootvervuiler Shell. Een keerpunt – ook voor Milieudefensie zelf.

Donald Pols bracht zijn jeugd door in Zuid-Afrika. Hij woonde met zijn familie op een grote boerderij in het noorden – de buren zo’n twintig kilometer verderop. Toen hij een jaar of twaalf was, werd tuinman Johannes gearresteerd bij een betoging tegen apartheid. Na zijn terugkeer, twee weken later, vroeg de jonge Donald hem waarom hij had gedemonstreerd. „Ik dacht: je hebt alles, onderdak, eten, inkomen. Waarom leg je dat in de waagschaal voor een politiek protest? Het antwoord van Johannes was kort: ‘Donald, ik kon niet anders’.”

Bijna veertig jaar later denkt Donald Pols (49) nog weleens met schaamte terug aan zijn vraag. „Wat een wijsneus! Om zo’n belachelijke vraag te durven stellen. ‘Waarom kom je in opstand?’ Zo naïef stond ik in het leven. Wat Johannes in feite zei, was: ‘je moet handelen vanuit je overtuiging’.” Dat is wat Pols, directeur van de ngo Milieudefensie, nu doet. Door van meet af aan te hameren op ‘rechtvaardigheid’ als criterium voor klimaatbeleid, zodat de zwaarste lasten niet terechtkomen bij de armste mensen. En met een rechtszaak tegen het beleid van Shell – waarvan bijna iedereen dacht dat Milieudefensie die nooit zou kunnen winnen.

Pols’ politieke engagement ontstond pas in Nederland, tijdens zijn studie globalisering en sociale verandering in Maastricht. Hij was in 1993 met zijn Nederlandse vader, Zuid-Afrikaanse moeder, jongere broer en drie zussen hierheen gekomen. Zijn moeder maakte zich in de nadagen van de apartheid grote zorgen over de veiligheidssituatie in haar land. „Een van onze buren werd doodgeschoten, een andere neergestoken.”

Het besef dat hij opgroeide in „een systeem dat was ontwikkeld om witte mensen zoals ik te bevoordelen” bleef hij met zich meedragen. „In Zuid-Afrika heb ik gezien hoe de zwarte bevolking moest strijden voor democratie. Mensen in Nederland vergeten weleens dat je aan democratie moet blijven bouwen, dat je er steeds weer over in discussie moet. Dat maatschappelijke debat voeren, zien we bij Milieudefensie als onze belangrijkste taak. Die ideeënstrijd is de kern van onze strategie.”

Waar komt uw belangstelling voor het milieu vandaan?

„Als je bent opgegroeid in Zuid-Afrika en terechtkomt in misschien wel het meest bijgeschaafde land ter wereld, kun je de natuur heel erg gaan missen. Dat gevoel was bijna existentieel: het deed echt pijn. Ik ben afgestudeerd op milieufilosofie. Ik verdiepte me in inheemse volkeren, omdat ik dacht dat zij leven in harmonie met de natuur – een beetje discriminerend om zo te denken, alsof zij niet ook allerlei besluiten nemen die verder niets met de natuur te maken hebben. De omslag kwam toen ik besefte: je kunt niet als individu in harmonie leven met de natuur in een maatschappij waarvoor dat niet geldt. Dus als ik dichter bij de natuur wil leven, moet ik de samenleving dichter bij de natuur brengen. Dan kom je uit bij milieubeleid.” Lachend: „Ik maak hier wel een aantal grote stappen.”

Foto Daniel Niessen

U hebt ook als beleidsmedewerker natuur en milieu bij de SP gewerkt. Waarom juist bij die partij, die niet meteen geassocieerd wordt met klimaat en milieu?

„Historisch gezien komt de milieubeweging voort uit de middenklasse. Sommige milieuorganisaties zijn nog steeds gericht op consumentengedrag. Maar duurzaam gedrag is te koop. Biologische producten, een zonnepaneel, een elektrische auto. Daar moet je geld voor hebben. Dat is fundamenteel oneerlijk. Mensen die economisch in een slechtere positie zitten, krijgen zo ook nog eens het stempel dat ze ethisch ‘fout’ zijn. Ken je SP-Kamerlid Remi Poppe nog? Die zei: ‘Er zijn mensen die denken dat de SP tegen de eerste klas is in de trein. Maar dat is niet zo. Wij zijn tegen de tweede klas.’ Dat idee van rechtvaardigheid spreekt mij aan.”

Wat betekent die nadruk op klimaatrechtvaardigheid in de praktijk?

„In één zin samengevat vragen wij om ambitieus klimaatbeleid waardoor de hele samenleving erop vooruitgaat. Leg de verantwoordelijkheid bij de grootste vervuilers, dan heb je de meeste impact en voorkom je dat het klimaatbeleid voor sommigen onbetaalbaar wordt. Met die visie heeft Milieudefensie het debat veranderd. Het was een technische discussie over CO2-opslag, kernenergie en biomassa, over klimaatdoelen, over 55 procent CO2-reductie of 65 procent. Wij hebben daar na het klimaatakkoord van Parijs een discussie over verantwoordelijkheid van gemaakt.”

Lees ook: Milieudefensie wint baanbrekende rechtszaak van Shell over CO₂-uitstoot

Grote bedrijven zijn volgens u verantwoordelijk, maar zullen zij de extra kosten niet gewoon doorberekenen aan hun klanten, en dus aan de brede samenleving?

„Prijselasticiteit zet daar wel een rem op. De kosten zullen uiteindelijk binnen de hele keten worden opgevangen en niet alleen aan het eindpunt. Je kunt ook aandeelhouders een lager rendement geven. En het ís natuurlijk ook de bedoeling dat prijzen omhoog gaan. Dan gaan mensen andere keuzes maken en bedenken bedrijven alternatieven voor vervuilende producten. Wij zeggen: voer een CO2-belasting in en gebruik dat geld om mensen aan de onderkant te compenseren.”

Wordt er niet meer geconsumeerd als de ‘brede samenleving’ erop vooruitgaat?

„Ik ben voor radicaal ‘consuminderen’. Maar in de eerste plaats door de groep die het grootste beslag legt op de beperkte bronnen van onze aarde, die 10 procent van de wereldbevolking die de helft van alle CO2-uitstoot veroorzaakt en de meeste grondstoffen verbruikt. Alle maatregelen die Milieudefensie bepleit zijn daarvan afgeleid. De klassieke vorm van het terugdringen van vliegverkeer, ook binnen de milieubeweging, is bijvoorbeeld belasting heffen op vliegen. Daarmee pak je vooral mensen die toch al bijna niet vliegen, omdat ze er niet het geld voor hebben. Zo’n vliegtaks gaat ten koste van een gezin dat een paar jaar spaart om een keer naar Griekenland of Turkije te vliegen. De 8 procent van de mensen die verantwoordelijk zijn voor 40 procent van alle vliegbewegingen voelt weinig van een vliegtaks. Zo’n belasting is daardoor dubbel ineffectief: het bedrag is te laag om effect te hebben op veelvliegers, dus de CO2 blijft groeien. En een vliegtaks mobiliseert zijn eigen weerstand omdat de grote groep die amper vliegt zich afkeert van klimaatbeleid. Milieudefensie pleit voor een veelvliegerstaks. Hoe meer je vliegt, hoe hoger je belasting per vlucht.”

Wat die verhuizing van Shell ons leert, is dat multinationals geen enkele loyaliteit hebben naar de samenleving waarin ze groot zijn geworden

Dit jaar behaalde Milieudefensie haar grootste succes. In mei kreeg de milieuorganisatie gelijk van de rechter en werd Shell gedwongen zijn klimaatbeleid aan te passen aan de mondiale klimaatafspraken die landen in 2015 in Parijs hebben gemaakt. „En in januari was er de overwinning, ook tegen Shell, van onze zaak namens drie Nigeriaanse boeren die compensatie eisten voor een olielek in hun regio. Die zaak is een beetje ondergesneeuwd. Voor het eerst waren mensen in ontwikkelingslanden niet meer rechteloos ten opzichte van buitenlandse multinationals.” De overwinning in mei sprong echter het meest in het oog. Advocaat Roger Cox, die gevraagd was de rechtszaak voor Milieudefensie te voeren en die eerder met Urgenda een vergelijkbare zaak tegen de staat won, had aanvankelijk bedenkingen. Totdat Shell-topman Ben van Beurden kort na ‘Parijs’ tegenNieuwsuur zei dat zijn bedrijf alle olie gaat oppompen die het kan oppompen. „De baas van Shell zei dus expliciet dat hij zich niet ging houden aan de nieuwe maatschappelijke norm die was geformuleerd in het akkoord. Roger belde me op en zei: we gaan het doen.”

Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, noemde de uitspraak bijna net zo belangrijk als het Klimaatakkoord van Parijs. Is dat niet overdreven?

„Nee, dat denk ik niet. De 25 grootste multinationals ter wereld vertegenwoordigen ongeveer de helft van alle CO2-uitstoot. Shell stoot, volgens Shell zelf, tien keer zoveel CO2 uit als heel Nederland. Als je dit soort bedrijven niet reguleert, is er geen enkele reële mogelijkheid om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen.”

U wil met het vonnis in de hand ook druk uitoefenen op andere bedrijven.

„We gaan proberen de dertig grootste vervuilers van Nederland zover te krijgen dat ze een vergelijkbare doelstelling op zich nemen als die de rechter aan Shell heeft opgelegd – een reductie van broeikasgassen met 45 procent in 2030. We gaan uitleg geven over de consequenties van de uitspraak voor hun bedrijf. En we gaan maatschappelijke druk organiseren. We denken dat we zo’n honderdduizend mensen kunnen mobiliseren om bedrijven op te roepen hun verantwoordelijkheid te nemen. De overheid vragen we om een klimaatplicht voor grote vervuilers: die moeten een CO2-reductiedoel op zich nemen in lijn met Parijs en de Shell-uitspraak. Anders mogen ze niet langer meedingen naar overheidsopdrachten en geen steun meer krijgen. Je kunt als overheid geen geld geven aan bedrijven die het maatschappelijk belang ondermijnen.”

Foto Daniel Niessen

En intussen verhuist Shell naar Londen.

„Het heeft geen gevolgen voor het hoger beroep, maar wat die verhuizing ons leert is dat multinationals geen enkele loyaliteit hebben naar de samenleving waarin ze groot zijn geworden en die de voorwaarden creëerde voor hun succes. En zo’n bedrijf eist wel loyaliteit van de samenleving, in de vorm van regelgeving en subsidies.”

Hoe moeilijk wordt het om Shell te veranderen?

„Voor Shell en voor alle andere grote bedrijven is het heel simpel: het is vergroenen of verdwijnen. De uitspraak van de Haagse rechtbank heeft dat als een moreel – en praktisch – vraagstuk bij het bedrijf neergelegd. De vraag is niet of dat moeilijk of makkelijk is. Natuurlijk is het moeilijk, maar er is geen keuze.”

Lees ook: Waarom Shell nu weggaat uit Nederland (en vier andere vragen)

Heeft de Shellzaak ook Milieudefensie veranderd?

„Ja, we worden anders bekeken en hebben ook voor onszelf hogere verwachtingen gecreëerd. In het debat over klimaat, dat steeds fatalistischer wordt, hebben we laten zien dat het nog mogelijk is grote veranderingen te realiseren. De hoop die we daarmee in de samenleving hebben gebracht, moeten we vertalen naar onze eigen toekomst. Daar moeten we aan wennen. Wij waren de luis in de pels van de grote vervuilers. Nu zijn we een machtsfactor geworden.”

In een eerder gesprek vertelde Pols over een andere herinnering uit zijn jeugd. Hij was een jaar of acht, Zuid-Afrika kampte met een periode van zeven jaar droogte. Hij woonde op de boerderij van zijn opa, de enige plek waar nog een beetje water was en waar de koeien naartoe kwamen omdat ze dat roken. De jonge Donald zag veel dieren voor zijn ogen sterven. Dat zal, zei hij, door klimaatverandering vaker gebeuren.

Al zijn hele leven is hij met het klimaat bezig. Kan hij zich iets anders voorstellen? „Klimaatverandering is de grootste bedreiging voor Nederland en voor de wereld. Pas als dat probleem voldoende is geadresseerd, ga ik nadenken over iets anders. Die traumatische ervaring uit mijn jeugd laat zien: dit moeten we voorkomen. En we kúnnen het voorkomen. Alle rapporten bewijzen dat. Beschaving is een opeenvolging van het oplossen van grote problemen. Telkens zijn we er beter uitgekomen, met meer welvaart voor iedereen. Zo kan het nu ook gaan. Over twintig jaar kijken we terug en zeggen we: wat goed dat we dit hebben aangepakt.”