Interview

Hoe zag het debuut in Den Haag van Caroline van der Plas eruit? ‘Ik dacht: O, Caroline, leer nou eens wat over staatsinrichting’

Caroline van der Plas vertegenwoordigt sinds de verkiezingen in maart de BoerBurgerBeweging (BBB) in de Tweede Kamer. Ze wekt zowel woede en dedain als bewondering. Verslag van haar debuutjaar in Den Haag.

In een zaaltje van café ’t Oale Roadhoes in Tubbergen, Overijssel, staat een groepje boeren. Het is een vrijdag in november, bijna vijf uur, ze drinken bier. Eerder die middag opende Caroline van der Plas in dit zaaltje de herdenking van de ‘Boerenopstand van Tubbergen’. Die was vijftig jaar geleden en het groepje boeren heeft zich net zo aangekleed als de boeren van toen: ze dragen jagershoedjes, petten, blauwe overalls, klompen. En net als toen zijn ze op hun tractors naar het dorp gekomen.

Maar zonder hooivorken, messen of brandbommen. De boeren die op 21 december 1971 in Tubbergen een tent bestormden hadden dat allemaal wél bij zich. In de tent kon worden gestemd over de ruilverkaveling: de grond zou handiger worden verdeeld, en veel boeren waren er blij mee. Ze hoefden dan niet meer ver te lopen met hun koeien. Maar er waren ook boeren die hun stukjes grond wilden houden. Ze waren boos omdat élke grondbezitter erover mocht stemmen, niet alleen de boeren. En als je niet kwam opdagen telde dat als een stem vóór.

Boven het café is een fototentoonstelling over de opstand en je kunt er de uitzending terugzien die het tv-programma Andere Tijden erover maakte. Je kunt er ook whisky proeven en zien hoe sigaren worden gemaakt. Van der Plas heeft de foto’s bekeken, ze kreeg een fles Ierse whisky, haar moeder is Iers, en er is voor haar een sigaar gerold.

Nu is ze weer beneden, de bijeenkomst is voorbij. Bij de bar wordt ze aangesproken door een oude man. Het groepje boeren in het zaaltje kijkt naar haar – een beetje stug, maar ook nieuwsgierig. Er is ook nog een fotograaf.

En nu kan de dag van de herdenking van de Boerenopstand eindigen met een foto van Caroline van der Plas tussen de Tubbergse boeren. Zo’n kans, zou je denken, laat geen politicus lopen.

Maar Van der Plas, zie ik, aarzelt. De mannen blijven naar haar kijken, ze zeggen niets. Dan zijn hun glazen leeg en de bar is dicht. Twee minuten later rijden ze het Raadhuisplein af, ze toeteren hard en lang. Van der Plas, nog in het café, lacht.

Waarom is ze niet met hen gaan praten? „Als er nog een borrel was geweest,” zegt ze, „was het makkelijker geweest. Nu leek het zo’n trucje.”

De dag ervoor, donderdag, zat ze tot na middernacht in een debat over de begroting van Defensie. Ze had tegen minister Henk Kamp (VVD) gezegd dat ze het „hartstikke leuk” vond om drieënhalf uur naar zijn Twentse accent te luisteren, Kamp glimlachte. Ze diende moties in over militairen die onder het minimumloon betaald krijgen en over de selectiecriteria voor defensiepersoneel die misschien te streng zijn. Op vrijdag heeft ze ’s ochtends een werkbezoek aan een afvalverwerkingsbedrijf afgezegd omdat het met een van haar zoons opeens niet goed gaat. Hij is opgenomen in de crisisopvang van een ggz-instelling. Aan het begin van de middag gaat het beter, het bezoek aan Tubbergen laat ze doorgaan.

Ze was blij met de uitnodiging, zegt ze op het podium. „Ik was de laatste jaren bij élke boerenopstand.”

Enorm podium

Eén zetel in de Tweede Kamer en enorm veel aandacht in de media – dat was precies wat Caroline van der Plas, Henk Vermeer en Wim Groot Koerkamp voor ogen stond toen ze eind juli 2018 bij elkaar zaten in het kantoor van communicatiebureau ReMarkAble in Deventer. Vermeer en Groot Koerkamp van ReMarkAble hadden Van der Plas langs gevraagd voor koffie. Ze kenden haar niet, ze wisten wel wie ze was: oud-communicatieadviseur van belangenorganisaties in de agrarische sector, een felle twitteraar. Nu was ze 51 en ze had in Deventer een eigen adviesbureau opgericht, Farm & Food Communication. Vermeer en Groot Koerkamp wilden weten of ze een concurrent van hen was.

Dat was niet zo. Zij hielp boeren en tuinders bij hun communicatie, ReMarkAble adviseerde agro-bedrijven bij hun boodschap aan boeren en tuinders. Ze praatten over de verhalen die Van der Plas had verzameld via het Twitter-account Boerburgertweet – dat zou een boek worden. En ze hadden het over de Partij voor de Dieren. Die had volgens hen veel invloed op het beeld – ze noemden het „valse frames” – van boeren en de veeteelt in Nederland. Daar kon je boos om zijn en actie tegen gaan voeren. Maar je had, dachten ze, veel meer aan een eigen politieke partij. Ook als die maar één zetel haalde. Op tv kreeg je dan een enorm podium voor je boodschap. Van der Plas had daar ook al eerder aan gedacht: in 2015 registreerde ze de domeinnaam partijvoordeboeren.eu.

Foto Daniel Niessen

Groupie van Rutte

Op een vrijdag in juli rijd ik met haar mee naar een aardappel- en pluimveebedrijf in Zeeland voor een werkbezoek, in haar donkerblauwe Suzuki S-Cross. In peilingen staat BBB tussen de twee en zes zetels en in de Tweede Kamer is net een motie aangenomen van Van der Plas en de SP om de Westerscheldetunnel tolvrij te maken, een diepe wens van de Zeeuwen. Ze vertelt over een andere motie die ze net heeft ingediend, samen met Volt, over Europese regels waar minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus zich volgens haar soms achter „verschuilt”. En over haar bezoek van de dag ervoor aan Mark Rutte, in het Torentje. Hij had haar uitgenodigd voor koffie.

„Hij rende door de gang naar de wachtruimte en riep ‘Caroline, Caroline!’ Heel grappig.” Rutte wist dat ze actief was geweest in het CDA, en dat haar moeder wethouder was geweest van het CDA. Hij vroeg naar haar plannen met BBB, ze gingen ook samen op de foto. „Als een soort groupie”, zegt ze. „Misschien onprofessioneel, dat is dan maar zo. Ik had het mijn moeder beloofd. Die is 82 en vond het geweldig dat ze de groeten kreeg van Rutte.”

Ze vertelt over de oprichting van haar partij, ruim voor de stikstofcrisis van 2019 en het plan van D66 om de veestapel te halveren, en dus ook vóór de boerenprotesten. BBB had geen geld, er stonden geen bekende mensen op de kandidatenlijst, en er waren BBB’ers die daar zenuwachtig van werden. Om zich heen hoorden ze: een stem op jullie is vast een verloren stem. Van der Plas zei dan steeds wat haar man Jan, overleden in 2019, zei bij sportwedstrijden: „Je hebt ook altijd een dark horse. Die zie je niet, maar die kan wel opeens winnen.”

Mijn moeder is 82 en vond het geweldig dat ze de groeten kreeg van Rutte

Vermeer, Groot Koerkamp en andere medewerkers van ReMarkAble werkten als vrijwilligers aan de website en de campagne. Ze maakten een berekening van al die uren en de waarde daarvan, zo’n 174.000 euro, gaven ze bij het ministerie van Binnenlandse Zaken op als gift aan BBB. Het was háár idee om het zo te doen, zegt Van der Plas. Daarna stond op Twitter dat de oprichting van haar partij was betaald door ReMarkAble, en dus eigenlijk door de klanten van het adviesbureau – de agro-industrie. „Dat is onzin”, zegt Van der Plas. „Het was toeval dat ik deze mensen van ReMarkAble tegenkwam en zij hiermee wilden helpen. Ze namen er zelfs een risico mee, hun klanten willen niet graag geassocieerd worden met een politieke partij.”

In Zeeland komt er ’s middags ook een lokale CDA-bestuurder naar het aardappel- en pluimveebedrijf. Al had hij van andere CDA’ers in Zeeland te horen gekregen dat dat géén goed idee was. Van der Plas werd gezien als een gevaarlijke concurrent. Waarom zou je die helpen met aandacht?

Den Haag, here we are

De dag na de verkiezingen van 17 maart worden twee politici bij de Tweede Kamer opgewacht door een grote groep journalisten. Thierry Baudet, die ondanks ruzies en afsplitsingen acht zetels heeft gehaald met Forum voor Democratie, en Caroline van der Plas. Ze arriveert op een tractor en roept bij het uitstappen in acht microfoons: „Den Haag, here we are!” Ze stapt voorzichtig uit. „Ik ben niet al te lenig, maar dat hoeft niet in de politiek toch? Als je maar”, en ze draait haar wijsvinger rond bij haar slaap, „lenig in je hersens bent”.

Bij Caroline van der Plas, is daarna het idee op het Binnenhof, draait het om aandacht. Ze zegt ja tegen elk verzoek voor een interview of tv-optreden, met als enige criterium dat ze er iets kwijt kan over standpunten van haar partij of over haarzelf. Ze zit de rest van het jaar bij programma’s als Jinek, Beau, Op1, Buitenhof, en ook Boerderij van Dorst, De Slimste Mens, Spaanders. In Den Haag geldt de woordvoerderswijsheid dat je dat beter niet kunt doen: je krijgt bij media de reputatie dat je mediageil bent, kiezers kunnen op je uitgekeken raken. Maar Van der Plas wil geen woordvoerder en als je vraagt naar de tv-optredens zegt ze: „Ik ben niet de politiek ingegaan om als een grijs muisje door de gangen te sluipen.” En ze doet niet élk programma. „Ik heb nee gezegd tegen Chantals Pyjama Party, en First Dates Valentine.”

Zes dagen na de verkiezingen zie ik Van der Plas in haar eentje op het Binnenhof staan, na een afspraak bij de verkenners in de kabinetsformatie. Ze wacht, zegt ze, op iemand van een mensenrechtencomité in Myanmar. „Ze wil de nieuwe Kamerleden straks iets aanbieden, maar dan heb ik geen tijd.” De vrouw van de organisatie heeft een folder bij zich en een bloem. Ze praten over de familie van de vrouw in Myanmar en gaan samen op de foto voor de site van de organisatie.

Voorbij de A10

De maanden erna hoor ik dat ze in Tweede Kamerdebatten en op werkbezoek landelijke politici omschrijft als „stedelingen” die denken dat je voorbij de A10 van Amsterdam „nog wat weilanden” hebt en „anderhalve man en een paardenkop”, en die boeren zien als „milieuvervuilers, criminelen, gifspuiters, dierenbeulen”. Ik maak ook mee dat ze in haar werkkamer in Den Haag een directeur van de Postcodeloterij aanmoedigt om in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen themabijeenkomsten te ondersteunen in gemeenten als Twello, Almelo, Veendam. „Dat moet je echt doen hoor, daar doe je goed aan. Daar komen mensen op af.” En dus niet, zoals bij de Tweede Kamerverkiezingen, alleen in de Amsterdamse Balie.

In de nieuwe debatzaal van de Tweede Kamer, aan de Bezuidenhoutseweg, klaagt ze tegen Rutte over het hoogpolige tapijt. „Ik ga nog eens languit.” Bij de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag bekijkt ze andere politieke leiders, om ervan te leren: hoe staan ze erbij, wat vragen ze, welke debattechnieken gebruiken ze? Als een medewerker haar een linkje stuurt met uitleg over een manier van debatteren, zet ze in de zaal per ongeluk het geluid aan, waardoor iedereen opkijkt. Het is de enige keer dat ze tegen me zegt: „Dat schrijf je toch niet op, hè?”

Al op de eerste dag na de verkiezingen is Van der Plas bij Jinek in conflict geraakt met Sylvana Simons van Bij1, die volgens haar moet bedenken dat ze als Kamerlid álle Nederlanders vertegenwoordigt. Een dag later worden opeens oude tweets van Van der Plas geretweet. Op 5 december 2013 had ze getwitterd: „Best ironisch. Dat Nelson Mandela dood gaat op de dag dat wij de eer van Zwarte Piet hooghouden.”

Caroline van der Plas komt wél op voor alle Nederlanders?

Op Twitter zegt ze dat „het grote kapotmaken” is begonnen. In de Tweede Kamer praat ze het uit met Simons. In 2013 was ze nog fel tegen het afschaffen van Zwarte Piet. „Nu allang niet meer.” Ze zal de maanden erna ook moties indienen samen met Simons. En als Bij1 een motie aankondigt om van de regering excuses te eisen voor het slavernijverleden, zegt Van der Plas dat ze „ertoe neigt om die te steunen”. Die motie komt er dit jaar nog niet.

Foto Daniel Niessen

‘Ik doe dit ook niet bij u’

De vrouw die voor haar een sigaar rolt in Tubbergen zegt zachtjes dat Van der Plas het „geweldig” doet in Den Haag. Bij andere politici merk ik ook bewondering, omdat ze niet bang lijkt te zijn voor fouten. Maar er wordt ook op haar neergekeken, en ze wekt woede op.

Op een ochtend in de herfst, als ze op het muurtje bij de Tweede Kamer een sigaret rookt, zeg ze dat dat ook zo was voordat ze de politiek in ging. „Het is bij mij óf halleluja óf haat.”

Na een debat over vissers, waarin Van der Plas het heeft over „vissersfamílies, want we hebben het wel over gezínnen”, hoor ik van een Kamerlid dat ze haar spreekteksten „vast niet zelf schrijft”. In een coronadebat, net nadat Van der Plas tegen Rutte en Hugo de Jonge heeft gezegd dat ze niet zo neerbuigend moeten doen tegen de Kamer, noemen zij haar partij ‘triple B’. Als ze boos wordt, zegt Rutte sorry.

In een debat over het klimaat noemt Van der Plas het VN-klimaatpanel IPCC een paar keer IPPC. „Ik hoop dat mevrouw Van der Plas die rapporten weleens léést”, zegt Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren. „Want kennelijk weet zij niet eens welke wetenschappelijke benaming erachter zit.”

In dat debat zegt Van der Plas dat „klimaatverandering van alle tijden” is. „Dat wil niet zeggen dat ik niet denk dat de mens invloed kan hebben op de snelheid daarvan. Kán hebben.”

Tom van der Lee van GroenLinks zucht, kijkt naar de voorzitter, wijst op zijn horloge. „Ik doe dit ook niet bij u”, zegt Van der Plas. „Zuchten en steunen als u met een voor míj onwelgevallige mening komt.”

Ze kijkt veel debatten terug en van dit optreden zegt ze dat het „niet heel goed” was. Ze was moe, zat onderuitgezakt. „En als ik geconcentreerd ben, kan ik venijnig kijken. Al bedoel ik dat niet zo. Ik bén geen boze, nijdige vrouw die overal tegen is.” Rob Jetten van D66 ziet ze vaak vriendelijk glimlachen. Dat is beter, vindt ze. „Dan is de andere partij misschien meer geneigd om te luisteren. Dat ze niet denken: op jou reageer ik niet, Van der Plas, met je chagrijnige kop.”

Twijfelt ze eraan of mensen invloed hebben op klimaatverandering? „Nee, dat heb ik zo niet willen zeggen. Mijn vraag is steeds: wij kunnen van alles doen, maar wat heb je eraan als andere landen dat níet doen?”

In het Tweede Kamerrestaurant, eind september, vertelt ze dat ze in de grote debatzaal aan Mariëtte Hamer, toen zij informateur was, had gevraagd wanneer er nieuwe verkiezingen kunnen komen. „Dat bepaalt ú,” zei Hamer, „als Tweede Kamer.” „Toen dacht ik: O, Caroline, leer nou eens wat over staatsinrichting.”

Vriendelijk glimlachen is beter. Dat ze niet denken: op jou reageer ik niet, Van der Plas, met je chagrijnige kop

Wat echt mis was gegaan, zegt ze, was de stemming over een motie om Afghaanse tolken die voor Nederland hebben gewerkt een visum te geven. Die stemming is net voor de zomer. In Afghanistan hebben de Taliban de macht nog niet overgenomen, dat dreigt wel. Van der Plas zegt dat pas weken later tot haar doordrong, door een tweet van een CDA’er, dat ze niet vóór had gestemd zoals ze van plan was geweest, maar tegen.

Na de val van de Afghaanse regering, in augustus, neemt ze het op voor de tolken en bewakers, en op Twitter wordt ze hypocriet genoemd: nu viel dat goed bij kiezers ja, maar eerst mochten ze van Van der Plas niet eens een visum.

‘Gatverdamme’

BBB vraagt alle beelden op van het debat voor het reces, maar de handen in de lucht bij de stemming staan er niet op. „Ik heb me dat echt aangetrokken. Ik werd neergezet als iemand die het wel lekker vindt als de Taliban iedereen onthoofden en pas van mening verandert als het volk er anders over denkt. Ik zag veel CDA’ers die nare berichten over mij liken en dacht: gatverdamme. Het staat gewoon in ons verkiezingsprogramma: mensen die vluchten voor oorlog en geweld moet je helpen.”

In het debat over de begroting van het ministerie van Onderwijs, in november, begint Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren over het lesmateriaal waar de „klimaatvijandige industrie” – Shell, KLM, de varkenssector – kinderen mee „bestookt”. Wat vond de minister daarvan?

Caroline van der Plas loopt naar voren. In haar verkiezingsprogramma staat dat er een meldpunt moet komen voor kinderen of ouders als een docent ‘eigen ideologieën’ verspreidt, en dat ‘achterhaald lesmateriaal’ over legbatterijen en kistkalveren ‘niet meer mag worden gebruikt’. Daar was felle kritiek op gekomen. In de Tweede Kamer had Van der Plas er nog niets over gezegd. In haar werkkamer zei ze wel een keer: „Weet je, wij hadden geen opleiding staatsrecht gedaan toen we dat opschreven. Nu ik hier een tijdje rondloop: wij gaan er niet over.”

Bij de interruptiemicrofoon vraagt ze of Wassenberg ook vindt dat Wakker Dier en Greenpeace geen lesmateriaal meer mogen aanbieden? „Gelijke monniken, gelijke kappen.” Wassenberg zegt dat hij die voorbeelden niet kent. „Zullen we eens koffie drinken”, zegt Van der Plas, „om er verder over te praten? Voor u koffie met havermelk, voor mij met koeienmelk?”

„Laten we dat dan maar afspreken”, zegt Wassenberg, ongemakkelijk. De Tweede Kamervoorzitter lacht. „U heeft een date!” „Ja”, zegt hij. „Wie had dat kunnen denken.”