André Rouvoet

Foto Jeroen Jumelet/ANP

Interview

GGD-voorzitter André Rouvoet: 'Wat we nu gaan doen, is nog nooit vertoond'

André Rouvoet | GGD-voorzitter

Het boosteroffensief gaat het uiterste vragen van de GGD’s. Sneller kan niet en niet alles kan tegelijkertijd, zegt GGD GHOR-voorzitter André Rouvoet.

Het boosteroffensief is een ongekende „monsteroperatie” die het uiterste van de GGD’s zal vragen. Niet alles kan tegelijkertijd, waarschuwt GGD GHOR-voorzitter André Rouvoet in een gesprek met NRC. Het boosteren, het vaccineren van kinderen, een eventuele oplopende testvraag vanwege de Omikronvariant én „fijnmazig” vaccineren in achterstandswijken dreigen elkaar te gaan kannibaliseren. „Er zijn grenzen aan wat je kan doen.”

De GGD moet binnen veertig dagen negen miljoen prikken zetten, zegt Rouvoet. Half november, memoreert hij, gingen de GGD’s er nog vanuit dat de boostercampagne zou lopen tot eind mei volgend jaar. Nu moet de campagne voor eind januari klaar zijn. Het gaat lukken, denkt Rouvoet. „Als ik kijk naar de capaciteit, de locaties en het personeel – het échte knelpunt waar voortdurend aan gewerkt moet worden – is mijn verwachting dat die aantallen haalbaar zijn.”

U zegt: het personeelstekort is het grote probleem. Waarom lopen initiatieven van huisartsen die willen helpen stuk?

„Ik waardeer al het meedenken, zeker van de huisartsen. Heel veel huisartsen worden al ingezet. Wij hebben gezegd: zet huisartsen nu in voor taken die de GGD’s niet goed kunnen doen, zoals het boosteren van de niet-mobiele thuiswonende ouderen of de 50-plussers die nog steeds geen eerste of tweede prik hebben gehad. De huisarts kent die mensen.

„Huisartsen die daarbuiten tijd over hebben, roep ik op om zich zo veel mogelijk in te zetten op GGD-locaties. Daar zijn nog steeds mensen nodig in hun eigen regio, daar prikken we duizenden mensen per dag. Bij een operatie als deze gaat het om massa en snelheid. Prikken in de eigen praktijk kan, maar daar lopen ze tegen een paar knelpunten aan zoals de vijftien minuten wachttijd. Zolang die geldt, vormt die een obstakel om in een kleine praktijk veel mensen te prikken. Een ander knelpunt is dat veel huisartsensystemen lang niet allemaal de mogelijkheid bieden om die booster te registreren.”

Lees ook: De huisarts prikt wel/niet/wel

Moet we niet zeggen: de urgentie is zo hoog, we knippen die rode tape door?

„Dat is niet aan ons, maar aan de minister. Terecht zegt [demissionair minister van Volksgezondheid] De Jonge dat registratie cruciaal is. Je wil er ook niet aan denken dat mensen straks boos zijn omdat ze geen QR-code kunnen krijgen en wel naar het buitenland willen.”

Het boosteroffensief gaat ten koste van het ‘gewone’ werk van de GGD’s. Moeten we het anders organiseren, ook al is het crisis?

„Het domste dat je tijdens een crisis kan doen, is om tafel te gaan en kijken of iemand anders het de komende maanden beter kan doen. Als je vaart wil maken bij het boosteren, moet je gebruikmaken van de kennis en infrastructuur van de GGD’s.

„Wat niet kan is én het testen opschalen én de boostercampagne versnellen van eind mei naar eind januari én tegelijk blijven inzetten op alle reguliere taken én het fijnmazig vaccineren. De kinderen van vijf tot en met elf jaar gaan we ook vaccineren, ook in dezelfde periode. Er zijn grenzen aan wat je kan doen, het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat we niet gaan kannibaliseren en de ene noodzakelijk actie ten koste gaat van de andere.”

„We houden er rekening mee dat de testvraag in januari op zal lopen door Omikron. We zijn in gesprek met commerciële testpartijen, betrokken bij het toegangstesten, en met defensie om te kijken of zij kunnen bijspringen als dat nodig is. Wat we ook al zien is dat door die enorme druk op de booster het fijnmazig vaccineren in de wijk hier en daar wordt afgeschaald, maar lang niet overal. Gelukkig maar, want het blijft van belang om die eerste en tweede prik te zetten.”

De druk op de GGD om in korte tijd de boostercampagne tot een goed einde te brengen is enorm hoog. Had eerder beginnen niet kunnen schelen?

„Er komen vast momenten om uitgebreid terug te kijken. Ik heb daar eigenlijk op dit moment amper ruimte voor. Zo’n vraag – ‘we hadden het toch kunnen zien aankomen?’ – komt heel vaak vanuit een terugblik en wordt nooit vooraf gesteld. Dat was bij het testen zo en nu ook bij de boostercampagne. Toen wij half oktober onze roadmap voor het laatste kwartaal naar de Tweede Kamer stuurden, stond daarin dat wij ons conform de afspraken voorbereidden op een mogelijke boostercampagne in 2022. Niemand die toen zei: nee, je moet over een maand klaarstaan.”

De Gezondheidsraad zei half september al: anticipeer op een boostercampagne.

„De voorbereidingen voor de boostercampagne zijn deze zomer begonnen. Ik ga me niet achter het advies van de Gezondheidsraad verschuilen, maar uiteindelijk is de operatie erg afhankelijk van de doelgroepen, de volgorde en de urgentie die daarin aangegeven wordt. Dus ja, er was veel voorbereid, maar we gingen er conform het Gezondheidsraad-advies in september („het is nog niet nodig”) vanuit dat de boostercampagne in het nieuwe jaar zou plaatsvinden.”

Waarom konden de GGD’s een dag na het advies niet starten? Andere landen slaagden daar wel in.

„Dat zit ’m deels in de uitnodigingen van het RIVM, die registratie is van belang. De toebedeling van de vaccins naar de goede plekken moet op orde zijn, je moet je systeem aanpassen op de doelgroepen. Je moet je capaciteit verdelen, de verspreiding van de vaccins naar de locaties regelen – dat is ook een hele operatie.

„Bovendien hadden we te maken met complicatie van de griepprikcampagne. Tussen die prik en een coronavaccinatie moeten twee weken zitten van het RIVM. Binnen die omstandigheden denk ik dat betrokken partijen – niet alleen de GGD’s – naar het beste vermogen zo snel mogelijk hebben geacteerd. En dan vind ik het een hele prestatie dat wij in plaats van begin januari op 18 november de eerste boosterprik hebben gezet.”

Waarom zijn de GGD’s zo afhankelijk van de ‘gezondheidspolder’?

„De GGD’s zijn uitvoerende partijen. Wij bepalen het beleid niet. We zijn ook niet verantwoordelijk als het misgaat door het gevolgde beleid. Dat zijn de wetenschappers, die het kabinet adviseren waarna het kabinet een besluit neemt. Vervolgens moeten wij dat uitvoeren. Ik hou van rolvastheid. Ik voel niet de behoefte om de hele zware taak van de Gezondheidsraad en de minister over te nemen en commentaar van de zijlijn te leveren. Ik ben geen recensent van het beleid, ik ben uitvoerder en binnen het beleid en de opdracht die wij krijgen kun je op de GGD rekenen. Dat de GGD daar in de samenleving op aan wordt gesproken: dat is all in the game. Ik heb de overtuiging dat als je terugblikt op wat de GGD’s gedaan hebben, wij ons nergens voor hoeven te generen.”

Zou het ‘boosteren’ nog sneller kunnen?

„Ik denk dat we aan de grens zitten, als je kijkt naar alle assistentie die we nu krijgen van defensie, het Rode Kruis, van ziekenhuizen, van studenten, enzovoort. Prikken kan op zichzelf altijd sneller, maar vaccineren is meer dan alleen prikken, die registratie is óók van belang.

„Je moet je realiseren: wat we nu gaan doen is negen miljoen prikken zetten in veertig dagen. Dat is echt nog nooit vertoond. Ik zal in mijn handen knijpen als we dat redden. We zetten alles op alles. Maar dan zit je wel aan de grenzen van wat kan.

„Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week prikken is allemaal denkbaar en het staat de GGD-regio’s vrij om de prikcapaciteit naar eigen inzicht in te vullen: met extra locaties, een hele grote locatie of met ruimere openingstijden – dat laatste heeft bijna iedere regio. Als het nodig is en er zijn mensen in de regio beschikbaar, dan kan het boosteren zo nodig 24 uur per dag doorgaan. De vraag is of je dan ’s nachts ook genoeg mensen krijgt om te prikken.”

Het woord ‘GGD’ komt niet één keer voor in het regeerakkoord. U pleitte voor een structurele investering van 600 miljoen euro in de publieke gezondheid. In het akkoord staat: 300 miljoen voor ‘pandemische paraatheid’.

„Ik ben bang dat het nieuwe kabinet zich vooral richt op de volgende crisis en de volgende pandemie. Ons pleidooi is fundamenteler en dat vind ik nog te weinig doorklinken in het coalitieakkoord. De les van deze pandemie is dat we de publieke gezondheid jarenlang hebben verwaarloosd door erop te bezuinigen, waardoor we onvoldoende weerbaar waren. Daarin moet je investeren, náást pandemische paraatheid. Anders heb je bij de volgende gezondheidscrisis wel een crisisorganisatie, maar nog steeds heel veel ongezonde Nederlanders en een basisgezondheidszorg die net als nu onvoldoende toegerust is. Daarvoor zie ik in het regeerakkoord eigenlijk geen oog.”