Opinie

Een transvrouw is toch echt een vrouw

Maxim Februari

Aan het begin van de kerstvakantie mogen jullie zeggen waarover we het gaan hebben. Sekse en gender, zeg je? Nee, kindertjes, het kan niet altijd over sekse en gender gaan. Wat hoor ik daar? Albatrossen? Fijn, dat is een goed kerstig onderwerp.

Albatrossen zijn loyale en monogame dieren: hooguit drie procent van de albatrosstellen gaat uit elkaar. Maar wacht, een onderzoek van de Royal Society heeft zojuist aangetoond dat albatrossen door de opwarming van het zeewater steeds vaker scheiden. De vrouwtjes geven de mannetjes de schuld van het gebrek aan eten, mannetjes richten zich op elkaar en van broeden komt steeds minder... Oké, jullie je zin. We gaan het over sekse en gender hebben.

Het thema van de genderrollen en de sekseverhoudingen is vooral een vrouwenthema. Mannen vinden al snel dat alles in de wereld prima is geregeld, maar vrouwen komen in opstand tegen de fysieke en maatschappelijke dominantie van mannen. Vanwege die dominantie zijn door de hele geschiedenis heen exclusieve vrouwenruimtes ingericht. De wc’s bijvoorbeeld. In voorgaande feministische golven kwamen zelfs plannen op voor separatisme. Ongeslachtelijke voortplanting! Lesbian Nation!

Voor het bestaan van exclusieve vrouwenruimtes valt van alles te zeggen. Jammer alleen dat transvrouwen nogal eens uit die ruimtes worden geweerd. Dat heeft meer van doen met een politieke definitie van de vrouw dan met een helder inzicht in de realiteit van transitie. De politieke zienswijze is dat alleen ‘womyn-born-womyn’ – opgegroeid in een achtergestelde positie – vrouw zijn.

Volgens deze ideologie ben ik welkom in de dames-wc’s, omdat ik lange tijd voor een vrouw ben aangezien. Dat is hartelijk. Maar, geloof me, je wilt mij echt niet in je exclusieve vrouwenruimtes hebben, met mijn viriliteit en mannelijke kracht. Ik ben een bruut.

De laatste tijd neemt de onrust rond het sekse- en genderonderwerp toe. Dat komt doordat naïeve hemelbestormers op het ogenblik enthousiast ‘de hokjes afschaffen’. Klinkt gezellig, maar als je ‘hokjes’ afschaft, schaf je ook het feminisme af. En de begrippen heteroseksualiteit en homoseksualiteit. En transseksualiteit. Daar is niet iedereen gelukkig mee en zo laait de discussie op. Je moet flink studeren om alle standpunten inzake identiteit en zelfidentificatie tegenwoordig nog te begrijpen.

Nu ben ik wel wat gewend wanneer het gaat om de stelligheden die hierbij worden geuit over transseksuelen. Ik knipper allang niet meer met mijn ogen als ik lees dat ze allemaal lijden aan autisme. Aan een bipolaire stoornis. Er is die hoogopgeleide vrouw die in elk gesprek weer weet te melden dat transmensen na een geslachtsoperatie onherroepelijk impotent zijn. Nou, popje, kom eens langs, dan hebben we het erover.

Ik schrik dus niet zo gauw, maar ik schrik wel nu serieuze en sympathieke auteurs mijn ‘biologische realiteit’ in twijfel trekken. Mijn gewaardeerde NRC-collega Stine Jensen brengt een lastige discussie over zelfidentificatie terug tot de vraag naar echtheid en nepheid. Nee, niet van Nederlanders, maar van transmensen. Bij een „goed gelukt transpersoon” kun je makkelijker in de „fictie” meegaan dan bij een travestiet, heeft ze zojuist in een boek gelezen. Echt, nep, fictie: het zijn geen fijne, nuchtere termen, het zijn uitsluitingstermen.

Uiteindelijk besluit Jensen op basis van een ‘genderdefinitie’ toch minzaam tot mijn echtheid. Godzijdank. Maar een dag later schrijft een historicus alweer in NRC dat je niet ‘feitelijk’ van sekse kunt veranderen en dat transvrouwen „biologisch geen vrouw” zijn. „Precies nul mensen” zijn het volgens hem met deze „niet-weerspreekbare bewering” oneens. Het is nota bene bedoeld als steun aan mensen die een medische transitie hebben ondergaan. Lief, maar de bijdrage getuigt van weinig realiteitszin. Want als iets biologisch reëel is, is het wel geslachtsaanpassing. Je sekse verandert feitelijk.

Je lichaam verandert niet-weerspreekbaar. Je biologische constellatie verandert. Je seksekenmerken veranderen. Niet je voortplantingsmogelijkheden, dat is waar, je krijgt geen perfect lichaam, maar het is wel je lichaam dat verandert. Een transvrouw is echt een vrouw.

Chromosomen? Stoeten letterkundigen die nog nooit een chromosoom van dichtbij hebben gezien, voeren opeens om het hardst wetenschappelijke debatten over chromosomen. Waarom? Gaan we in het vervolg genetisch onderzoek doen voordat je naar de Ladies Night mag? Dit wordt langzaamaan wel een heel raar academisch gezelschapsspel. We hoeven toch niet op elkaar te promoveren? We moeten samenleven. Laten we dan alsjeblieft niet elkaars echtheid betwisten, want dan gaan we het verkeerde tuinpad op.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.