Opinie

Wil je 13 miljard extra uitgeven? Kom dan met een idee

Coalitieakkoord Door weer een financieringstekort toe te staan, kan een nieuw kabinet 13 miljard extra uitgeven: een politieke weelde. Enige visie ontbreekt helaas, constateert
De formerende partijen presenteren het coalitieakkoord.
De formerende partijen presenteren het coalitieakkoord. Foto David van Dam

Het nieuwe regeerakkoord markeert een breuk met het verleden. Vóór de coronacrisis had Nederland een financieringstekort van nul procent. De nieuwe coalitie zegt aan te sturen op een tekort van 1,75 procent. Een noodzakelijke draai die door De Nederlandsche Bank wordt gesteund. Hiermee ontstaat jaarlijks 13 miljard extra bestedingsruimte. Dat is voor de politiek een ongekende weelde, en vraagt om een visie op Nederland. Waar ligt onze toekomst? Wat zijn onze problemen? Hoe kan dit extra geld zo goed mogelijk worden besteed?

En precies dat, visie, is het zwakke punt van de Nederlandse politiek. Mark Rutte heeft zijn afkeer daarvan bij herhaling verwoord. Alle andere politieke partijen hebben zich daarnaar geschikt. Voor de verkiezingen wisten ze allemaal dat deze beleidsdraai nodig was, maar geen enkele partij heeft dat de kiezer verteld. Er is dus noch een fatsoenlijke analyse noch een politiek mandaat om dit geld te besteden. Dat wreekt zich nu.

De problemen met het bestedingsplan beginnen met de stikstof- en klimaatcrisis. Hiervoor wordt een ‘eenmalig’ fonds van 60 miljard gereserveerd. Hiervan wordt 9 miljard in deze kabinetsperiode uitgegeven. Toekomstige kabinetten draaien op voor de resterende 51 miljard. Toch claimt de nieuwe coalitie dat dit „incidentele” uitgaven zijn, zodat zij „structureel” binnen de gestelde tekortnorm van 1,75 procent blijft. De marge tussen creatief boekhouden en boekhoudfraude is hier smal. Bovendien wordt 25 van deze 60 miljard ingezet voor de uitkoop van boeren: niet de vervuiler betaalt, maar de vervuiler wordt betaald.

En dan de Toeslagenaffaire. Het nieuwe kabinet kiest voor een krachtdadige oplossing: de toeslagen worden afgeschaft, door kinderopvang gratis te maken. Althans, zo wordt het gezegd, maar de huurtoeslag wordt juist uitgebreid (terecht, overigens). Hier wreekt zich het gebrek aan analyse.

Grootouders

De Toeslagenaffaire is ontstaan door de eis van de ChristenUnie dat ook opvang door grootouders van de toeslag moest kunnen profiteren. Hierdoor ontstond een fraudegevoelige regeling. In de tijd van de Bulgarenfraude eiste de politiek vervolgens kamerbreed een keiharde aanpak van toeslagenfraudeurs, met de Toeslagenaffaire als gevolg. De Bulgarenfraude kostte overigens ettelijke miljoenen, de compensatieregeling van de toeslagenaffaire ettelijke miljarden (een factor duizend meer).

Gratis kinderopvang klinkt mooi: dit vergroot het arbeidsaanbod. Ronald Plasterk heeft het eerder geprobeerd, maar keerde snel op zijn schreden terug. Vooral voor babygroepen is de groepsgrootte klein. Voor ieder uur dat een ouder werkt, is vanwege brengen en halen anderhalf uur opvang nodig. Tel daarbij de administratie, onderhoud en directie op, en iedere ouder die extra gaat werken zal in de kinderopvang aan de slag moeten om het systeem rond te draaien. Opvang door grootouders zal dus een belangrijke rol moeten blijven spelen, zoals de ChristenUnie bepleitte. Laat de kinderopvangtoeslag dus blijven bestaan, maar niet voor grootouders.

De uitkoop van boeren: niet de vervuiler betaalt, maar de vervuiler wordt betaald

Dan het onderwijs. Vijftig jaar economisch onderzoek laat zien dat goed onderwijs essentieel is voor welzijn en welvaart. Of je nu kijkt naar gezondheid, criminaliteit, levensverwachting, verdienvermogen, geluk, steeds blijkt goed onderwijs de crux. Daarom doet de achteloosheid waarmee Nederland in de coronacrisis het onderwijs gesloten heeft zo’n pijn.

Het gaat niet goed met het Nederlandse onderwijs. Twintig jaar terug stond het in de OESO-rangorde aan de top. We zijn inmiddels een bescheiden middenmoter. Dit is de grootste crisis in ons land. Als je dus jaarlijks 13 miljard meer uit te geven hebt, moet een groot deel naar onderwijs gaan. De coalitie reserveert 1 miljard voor beter onderwijs. Dit lijkt te weinig om de achteruitgang te stoppen.

GroenLinks en PvdA buitenspel

Vanuit dat perspectief verdient de nieuwe coalitie alle respect voor haar streven om de langetermijngroei van zorguitgaven binnen de perken te houden. In een vergrijzende samenleving dreigt de aandacht voor de zorg voor huidige generaties de inzet voor goed onderwijs voor toekomstige generaties uit te drijven. Wat dat betreft hebben GroenLinks en PvdA zichzelf bij de eerste discussie over het coalitieakkoord buiten spel gezet.

Tot slot de voorgenomen stijging van het minimumloon. Vijfentwintig jaar economisch onderzoek heeft ook laten zien dat een hoger minimumloon de beloningsverschillen verkleint, terwijl het niet of nauwelijks banen kost. Of onderzoekers nu keken in de Verenigde Staten, Engeland, Duitsland of Brazilië, steeds was dit de uitkomst. Dat de nieuwe coalitie het minimumloon met 7,5 procent wil verhogen valt dus goed te begrijpen. Zoals Rutte onlangs opmerkte is Nederland immers een diep socialistisch land: we zijn voor gelijkheid. Het past bovendien in het streven van de commissie Borstlap, door de nieuwe coalitie terecht omarmd om de sterke groei van het aantal ZZP-ers en andere flexibele contractvormen met een zwakke rechtspositie te beperken.

Het Nederlandse spraakgebruik is echter opgezadeld met een overblijfsel van het oude kostwinnersdenken: het minimumloon en het bijstandsniveau worden automatisch gelijk gesteld. Dus gaat met het minimumloon ook de bijstandsuitkering 7,5 procent omhoog. Dit is ook heel socialistisch, maar dit kost wél banen. Het coalitieakkoord stelt doodleuk dat de armoedeval wordt verkleind, maar dit is onzin. Een dergelijk forse verhoging van de bijstandsuitkering maakt het zoeken naar werk onvermijdelijk minder aantrekkelijk. Het probleem van Nederland in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was niet zozeer een te hoge staatsschuld en een te hoog financieringstekort. Het echte probleem was een te genereus stelsel van sociale zekerheid. Zijn we dat probleem nu opnieuw aan het creëren?