Foto Merlijn Doomernik

Interview

Iva Bicanic: ‘Voor sommige mensen werkt zwijgen, die kunnen er honderd mee worden’

Wat maakt het leven de moeite waard? In een documentairereeks onderzoekt klinisch psycholoog Iva Bicanic (49) de oorlogstrauma’s in haar geboorteland, voormalig Joegoslavië. „Ik heb meerdere keren letterlijk gevraagd: waar zijn de tranen?”

Er zijn mensen die over meer energie en levenslust lijken te beschikken dan anderen, en Iva Bicanic (49) is zo iemand. Ze is scheutig met haar lach, en scheutig met haar antwoorden. Bruine ogen met een permanente fonkeling. Ze draagt vandaag hoge hakken en een spijkerpak uit één stuk.

We zitten in De Duvel, een café in de Amsterdamse Pijp, waar Iva Bicanic aan beide kanten van de bar haar studententijd heeft doorgebracht. Ze woont in Amersfoort, maar wilde hier afspreken omdat het haar aan een onbekommerde tijd doet denken. Tot 2004 woonde haar vriend die nu haar man is om de hoek en smeedden ze samen toekomstplannen

„Voor het eerst was ik een beetje nerveus voor een interview”, zegt ze. „Je kunt me ’s nachts wakker maken om over seksueel misbruik te praten, dan ben ik net een jukebox. Maar dit is heel persoonlijk.” Als ze over zichzelf praat, voelt ze meer ongemak. Waarom? „In mijn opvoeding was het individu minder belangrijk dan het collectief.”

Iva Bicanic is klinisch psycholoog en werkt al 25 jaar met getraumatiseerde kinderen en jongeren die misbruik hebben ervaren. Ze is hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in het UMC Utrecht. Tien jaar geleden zette zij samen met een vriendin en collega Centrum Seksueel Geweld op, dat dag en nacht hulp biedt aan iedereen die een aanranding of verkrachting heeft meegemaakt. Toen in 2017 de #MeToo-beweging opkwam, werd Bicanic een bekend gezicht in talkshows en andere televisieprogramma’s, waarin ze uitlegde welke impact seksueel misbruik op slachtoffers heeft.

Het afgelopen jaar is ze iets heel anders gaan doen. Ze nam een sabbatical van zeven maanden en maakte met een team De Tranen van Tito (BNNVARA), een documentairereeks over de wonden die de oorlogen (1991-2001) hebben achtergelaten in zeven landen uit het voormalige Joegoslavië. Het initiatief kwam van productiebedrijf De Haaien. „De directeur belde me, of ik iemand ken die de docuserie zou kunnen presenteren. Ik heb toen gezegd dat ik het heel graag zelf zou willen doen. Regisseur Finbarr Wilbrink heeft de serie daarna ontworpen.”

De reeks, waarvan afgelopen zondag de eerste aflevering werd uitgezonden, is óók persoonlijker dan ze gewend is. Haar ouders zijn geboren in Kroatië, maar verlieten het land in 1968 omdat ze behoefte hadden aan een avontuur, en haar vader dacht dat hij zijn academische carrière beter in het buitenland kon nastreven. „Ons gezin ging elke zomervakantie zes weken naar Kroatië. Van de eerste dag dat ik vrij was tot de zondag voor ik weer naar school moest.” Thuis werd Kroatisch gesproken. In de documentaire praat ze met mensen uit haar vakantievriendengroep van toen. Met de jongens heeft ze het over het trauma dat ze aan hun tijd in het leger hebben overgehouden.

En ze belt met haar moeder, met wie ze haar reis bespreekt en die ze om advies vraagt. „Ik stapte mijn spreekkamer uit en de televisiewereld in. Zo anders! Wekenlang met drie mannen – regisseur, cameraman en geluidsman – in een auto door ex-Joegoslavië.”

Sinds 2018, het jaar waarin haar vader overleed, is Bicanic haar energie anders gaan verdelen. Voor dat jaar stak ze het overgrote deel van haar tijd in werk, nu hecht ze meer waarde aan haar vrije tijd, die ze doorbrengt met haar man en twee kinderen. Hoe kwam dat inzicht toen? „De universiteit waar mijn vader werkte, stuurde mij een mailtje met een in memoriam. Ik weet nog zo goed dat ik die bijlage openmaakte. Een kwart van een A4. Dat je hele werkende leven zo bondig kan worden samengevat. Dat werkte heel erg ontnuchterend. Waar gaat het leven nou eigenlijk om?”

Er is altijd hoop op een beter leven

Haar ouders zijn na een omzwerving in Amerika in 1971 naar Nederland gekomen, vertelt ze. „Mijn vader wilde ergens een promotieonderzoek doen in de natuurkunde en heeft honderd handgeschreven brieven de wereld over gestuurd. Op de Katholieke Universiteit Nijmegen was plek.” Ze neemt een slok van haar cappuccino. „Ik probeer me dat even voor te stellen. Nu is dat één druk op de knop, maar in wat hij deed, zat veel effort.” In Nederland gingen ze in een huurhuis iets buiten Nijmegen wonen, later werd haar broer geboren. „Mijn ouders waren de eerste bewoners en hebben er gewoond tot mijn vader overleed. Ze hadden makkelijk een huis kunnen kopen, mijn vader was op het laatst universitair hoofddocent in Wageningen, maar hij was helemaal niet bezig met materiële zaken. Werk en mensen waren voor hem belangrijk.”

Waren jullie daar gelukkig?

„Ja. Achter ons huis was een heel groot grasveld en daar kwamen alle buurtkinderen bij elkaar. Geweldig. De weekenden waren typerend. Vriendjes en vriendinnetjes gingen naar oma en opa, maar wij hadden geen familie. Dus dan was het soms een beetje leeg. Er kwamen wel altijd veel mensen bij ons over de vloer, zaterdagavond was het vaak feest in ons huis. Ik herinner met de geur van sigaretten en gekruid eten, en de folkloremuziek.

„Ik denk wel dat mijn ouders zich altijd een beetje schuldig voelden. Dat je die keuze om voor jezelf en je eigen leven te gaan, moet verantwoorden. Daarom gingen we ook altijd alleen maar naar Kroatië, en niet naar de andere landen in voormalig Joegoslavië. Mijn ouders wilden naar hun roots, maar voelden zich ook verplicht. Met een auto vol spullen langs neven en nichten en tantes.

„Zeker toen de oorlog uitbrak hebben mijn ouders het moeilijk gehad. Dat je eigen familie in dat land zit met alle onzekerheden die erbij komen. Niemand kon zich voorstellen dat zo’n samenleving kapot kon gaan. Steeds als ze in Nijmegen bezoek kregen, pakte mijn vader er een soort vriendenboek bij uit zijn diensttijd, waarin jongens uit alle deelrepublieken van ex-Joegoslavische landen liefdevol hadden geschreven. ‘Je blijft altijd in mijn hart, je bent mijn kameraad.’ Daarmee probeerde hij te bewijzen dat de broederschap echt had bestaan.”

Lees ook een eerder profiel van Bicanic: De ‘dokter Corrie’ voor volwassenen

Jouw werk gaat over de manier waarop ervaringen uit het verleden mensen vormen. Wat heeft jou gevormd?

„Ik heb geen traumatische jeugd gehad. Integendeel. Mijn ouders waren heel erg beschermend. Misschien omdat we maar met zijn vieren in Nederland waren. We werden overal naartoe gebracht en opgehaald. Ik rebelleerde niet, ging niet stampend de trap op. Mijn omgeving was zo veilig, bijna onrealistisch.”

Soms schakelt Bicanic tijdens het gesprek over op de ‘jukebox’, zoals ze het zelf noemt. Dan komen er feiten over haar werk uit. „Zo zeldzaam is trauma niet hè? Tachtig procent van de mensen in Nederland heeft een trauma meegemaakt. Maar de meeste mensen komen er gewoon overheen. Dat geldt in mindere mate voor ervaringen die met geweld, dreiging en misbruik te maken hebben.”

Hoor jij bij de twintig procent die nooit iets traumatisch geeft meegemaakt?

„Zeker niet. Ik heb stressvolle periodes gekend waarin ik me kwetsbaar voelde. Maar een trauma in de engere zin van het woord, heb ik niet vaak meegemaakt. Op mijn vijfentwintigste ben ik met mijn man gaan interrailen. We zijn toen twee keer in een week beroofd in een trein. De eerste keer werden we met gas in slaap gebracht, door de overvallers die nog op het perron stonden. Een andere keer lagen we al te slapen. Daarna heb ik alle stressreacties die bij een trauma horen ervaren: erover dromen, voelen alsof het gisteren is gebeurd, schrikachtig zijn, het de hele tijd erover willen hebben. De kortdurende ontregeling die zo’n gebeurtenis veroorzaakt staat natuurlijk niet in verhouding tot de ingrijpende en vergaande impact van oorlog en seksueel misbruik.”

Hoelang duurde dat?

„Vier weken. Precies zoals gebruikelijk. Je hebt als mens ongeveer vier weken nodig om bij te komen van een eenmalige traumatische gebeurtenis. Als dat niet lukt en je blijft herbeleven, vermijden, schrikachtig reageren en slecht slapen, heb je een posttraumatische stressstoornis.”

Het vermogen om te vertrouwen is essentieel voor een goed leven

Was je tijdens de gesprekken in ex-Joegoslavië op zoek naar het trauma ?

„Vaak wel. Ik heb meerdere keren letterlijk gevraagd: waar zijn de tranen, waar is de pijn? In Servië was die kwetsbaarheid het moeilijkst te vinden. Daar voel je nog veel wantrouwen, en trots. Voor sommigen zijn de Serviërs de mensen die de oorlog zijn begonnen en voor anderen hebben zij de oorlog verloren. Ik vond het heel belangrijk om in de aflevering over Servië iets proberen te repareren, iets van herstel. Ik wilde echt niet weer hetzelfde doen wat zoveel documentaires al doen: Servië neerzetten als de agressor. Daar pas ik voor.

„Ik heb in alle landen mensen gesproken over hun oorlogsverleden. Velen spraken er grappend of cynisch over, ook een manier om ermee om te gaan, maar er zijn ook mensen die echt nog vastzitten in haat. Je ziet dat zij nog last hebben van hun trauma.”

Foto Merlijn Doomernik
Foto Merlijn Doomernik

Jeuken je handen dan, wil je ze behandelen?

„Nou, ik heb zelfs een keer iemand behandeld. In de Bosnië-aflevering zie je dat ik EMDR-therapie in een auto heb gedaan bij een vrouw met een recent trauma. Tijdens zo’n behandeling vraag je iemand om terug te denken aan de nare gebeurtenis en tegelijkertijd op een afleidende taak te focussen. Er was in Montenegro ook een man die een pistool onder zijn kussen had. Bij hem zou ik ook wel willen… EMDR is niet de heilige graal. Maar als die zich richt op herbelevingen en prikkelbaarheid die in een lichaam zit, kun je er iets mee bereiken.”

Kan iedereen een trauma te boven komen?

„Je moet emotioneel het vermogen hebben om ergens bovenop te komen. Je moet mensen in je omgeving hebben die je supporten. Zodat je voelt dat je niet de enige bent, dat je gezien wordt in je lijden. Je moet ook een beetje geluk hebben. Een jongen die wij opzochten in de documentaire, een vakantievriendje van mij, worstelt nog steeds met de gevolgen van jarenlang vechten in de oorlog. Drinken, eenzaamheid, terugtrekken, depressies. Dat zie je helaas veel. Het is zo aanlokkelijk om iets proberen te vergeten en er niet over te praten. Voor sommige mensen werkt dat zwijgen, die kunnen er honderd mee worden. Maar bij anderen grijpt het ze na tien jaar ineens bij de kladden.”

Jij denkt dat er voor iedereen met een trauma hoop is op een beter leven. Volgens je collega’s is dat jouw drijfveer.

„Dat heb ik denk ik meegekregen van mijn ouders. Vertrouwen hebben dat het beter wordt. Doorgaan. Niet bang zijn. Toen ik veertien was, kreeg ik een gedicht van mijn vader, en dat draag ik al mijn hele leven bij me als een soort aanmoediging. ‘Life Doesn’t Frighten Me’, van Maya Angelou.”

Shadows on the wall

Noises down the hall

Life doesn’t frighten me at all

Bad dogs barking loud

Big ghosts in a cloud

Life doesn’t frighten me at all.

„Volgens dat gedicht kan elke angst overwonnen worden. En de regels over een magic charm, die gaan over een soort tovermiddel dat je altijd bij je draagt, voelen heel persoonlijk.”

I’ve got a magic charm

Foto Merlijn Doomernik

that I keep up my sleeve

I can walk the ocean floor

and never have to breathe.

„Ik vind dat ik het getroffen heb met de mogelijkheden die ik heb gekregen. Ik kan eigenlijk alles, zo voelt het soms. Samen met andere mensen kom ik heel ver.”

Toen je vader overleed en je zijn korte in memoriam las, dacht je: waar gaat het nou eigenlijk om. En?

„Het vermogen om te vertrouwen is essentieel voor een goed leven. Wantrouwen is een stoorzender, het geeft ruis. Vertrouwen is cruciaal om verbinding te maken met een ander. Dat geldt voor slachtoffers van misbruik, maar ik heb het ook gezien in voormalig Joegoslavië: als er wantrouwen achterblijft, is het moeilijk om verder te leven.”

Haar grootste inzicht van de afgelopen jaren, zegt ze, is dat werk niet het allerbelangrijkste is. „Ik werkte nachten door met zin voor tien. Voor de mensen om je heen is dat ook niet leuk. Ik ben meer tijd gaan besteden aan thuis. Koken, lummelen. Verbinding maken.”

De Tranen van Tito, vanaf zondag 19 december, wekelijks om 20.20 uur op NPO 2.