Hoe zorg ik ervoor dat kinderen inclusiever denken en worden?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Leerkracht en moeder: „Hoe maak ik inclusiviteit en diversiteit bespreekbaar, thuis, en op een overwegend witte basisschool, zonder steeds in een discussie te belanden? Ik geef les op een plek waar anders-zijn erg opvalt en vaak verborgen wordt gehouden. Ik wil dat iedereen zich op onze school veilig voelt, van welke sekse, geaardheid en kleur dan ook, maar in ons gedrag en in onze taal zitten veel stereotyperingen. We passen inmiddels sinterklaasliedjes aan, zingen niet meer: ‘Zijn knecht staat te lachen’. En als kinderen ‘homo’ schreeuwen, zeg ik: ‘je roept toch ook geen ‘hetero’?’ Maar in de discussie die dan ontstaat, heb ik ook niet altijd alle argumenten paraat. Hoe voed ik kinderen in de klas en thuis zo op, dat ze inclusiever denken en praten?”

Naam is bij de redactie bekend. (Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.) Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Standpunt bepalen

Judi Mesman: „Dit moet breedgedragen schoolbeleid zijn op basis van een document waarin staat welke waarden de school wil uitdragen en waarom. Het docententeam kan hier gezamenlijk argumentatie voor formuleren, eventueel met hulp van een specialist op het gebied van diversiteit en onderwijs. Dergelijke schoolbredewaardenprogramma’s kunnen ‘levende’ documenten zijn waarop je samen elk jaar tijdens een heidag terugkijkt.

„Ik snap dat het moeilijk is de discussie aan te gaan, maar het is juist heel belangrijk dat leerkrachten en opvoeders hun standpunten hierover in gesprek met kinderen onderbouwen. Als kinderen snappen waarom iets wel of niet gezegd wordt, volgen ze dat inzicht ook in andere situaties. Anders krijg je misschien dat ze in de klas geen ‘homo’ meer roepen maar op straat nog wel. We willen dat kinderen hierin een doorleefde sensitiviteit ontwikkelen, daar hoort onophoudelijk gesprek bij.

„Nog leerzamer is het voor kinderen als volwassenen zichzelf corrigeren. Als je bijvoorbeeld zegt: ‘Die komen gewoon uit Nederland’, en jezelf dan onderbreekt met ‘Hé, wat gek, alsof iemand die niet uit Nederland komt niet gewoon is!’

„Een opvoeding waarin diversiteit en inclusiviteit worden uitgedragen, begint bij eenzelfde beleidsbepaling. Eerst moeten ouders zelf heel bewust nagaan met welke waarden ze hun kinderen willen grootbrengen, waarom, en vervolgens hoe.”

Ervaren van verschil

Hessel Nieuwelink: „Een veilig klimaat is voorwaarde voor gesprekken over diversiteit. Onthoud wel dat wat een kind in de veiligheid van een klas vertelt, ook mee naar buiten wordt genomen, waar een hardere cultuur kan heersen.

„Als witte school kun je scholen met andere populaties structureel bij de jouwe betrekken, bijvoorbeeld door uitwisselingen met scholen met andere religieuze, etnisch-culturele of sociaal-economische samenstellingen. Kinderen kunnen zo leren dat er naast de verschillen ook veel gedeelde ervaringen zijn, zoals van voetbal houden en een bepaalde muzieksmaak hebben. Dergelijk ervaringsonderwijs is een goed instrument naast discussiëren – over verschillen moet je immers óók praten. Pluriformiteit hoeft echter niet altijd van buiten te komen. Klassen zijn vaak diverser dan je denkt. De eigen klas kan daarmee ook een belangrijke bron zijn van leren over verschillen.

„Als ouder kun je benadrukken hoe belangrijk het is dat er verschillende religies en culturen zijn. Maar geef ook mee dat pluriformiteit pijn doet. Inclusie wordt als iets zachts voorgesteld, maar het kan lastig zijn om te zien dat een groep iets aanhangt waarmee je het totaal niet eens bent. Werkelijke tolerantie betekent vaak meer toestaan dan je persoonlijk wenselijk acht. Dat dit mag schuren, is voor kinderen ook een belangrijke les.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.