Opinie

We zijn vooral goed in slechte gewoontes

Ben Tiggelaar

Werken aan nieuwe, positieve gewoontes is populair. Zeker rond de jaarwisseling. Maar ons brein is eigenlijk veel beter in het ontwikkelen van slechte gewoontes. Wat zijn gewoontes ook alweer? De American Psychological Association zegt, kort samengevat: een gewoonte is een aangeleerde gedraging of reeks van gedragingen, gekoppeld aan een situatie, die na verloop van tijd onbewust en automatisch wordt uitgevoerd. Voorbeeld: als ik thuis onze badkamer inloop en het is er donker (situatie), dan druk ik automatisch met mijn rechterhand op het lichtknopje aan de muur (gedrag).

De meeste gewoontes leren we vanzelf. Ze ontstaan doordat een bepaalde handeling ‘werkt’ in een situatie. Die handeling brengt ons meteen van een onplezierig naar een plezierig gevoel. Dus: de badkamer is donker, dat is lastig. Maar als ik op de knop druk, zie ik alles en dat is makkelijk. Of: je zit bij mensen die je niet kent en dat maakt je nerveus. Maar als je gaat eten, je telefoon pakt, of gaat trommelen met je vingers (ik doe soms alle drie), dan ontspan je.

Belangrijk hierbij: het beloningssysteem in ons brein reageert op directe positieve ervaringen en houdt geen rekening met de lange termijn. Gedrag dat metéén een fijn gevoel produceert, vertonen we – zonder er bewust voor te kiezen steeds vaker. Daardoor wordt de handeling steeds makkelijker, automatischer en onbewuster. Andersom geldt ook: wat meteen ongemak of pijn oplevert, vermijden we liever en wordt dus nooit echt eenvoudig om te doen.

Dus brengen we meer tijd door voor de tv dan in de sportschool; doen we liever games dan huiswerk; eten we liever chocola dan groente; pakken we liever de auto dan de bus; enzovoort. We zijn vooral goed in het ontwikkelen van slechte gewoontes.

Het idee dat je ook gezonde, positieve gewoontes kunt ontwikkelen, waardoor je moeiteloos automatisch meer gaat bewegen, liever bent voor je partner en minder CO2 produceert, is heel aantrekkelijk. Daarom denken, praten en lezen we er ook graag over. Maar in de meeste gevallen is dit een illusie. Je kunt van dit soort gedragingen wel routines maken, terugkerende gedragspatronen, maar ze zullen niet snel ‘vanzelf’ optreden. Moeilijke routines; terugkerende gedragspatronen die ons veel inspanning en concentratie kosten en niet meteen bevrediging opleveren, worden nooit makkelijke gewoontes.

Misschien is er nog een beetje hoop. Gewoonteonderzoekers Benjamin Gardner, Alison Phillips en Gaby Judah maken onderscheid tussen beslisgewoontes (habitual instigation) en uitvoeringsgewoontes (habitual execution). Volgens hen is de beslisgewoonte het belangrijkst. Hun onderzoek laat zien dat een automatisch besluit, om bijvoorbeeld gezond te eten of te gaan sporten, gekoppeld aan een vaste situatie, zoals een bepaald moment, belangrijker is dan het automatisch uitvoeren van alle handelingen daarna.

Het gaat dus om het eerste stapje, het automatische besluit in je hoofd. Dat brengt de rest van de routine in beweging.

Het doet me denken aan een dominofilmpje op YouTube. De laatste dominosteen die valt, in een rij van achttien, is meer dan zes meter hoog. Maar de eerste steen meet hooguit twintig centimeter. En om die eerste gaat het dus. Voer voor nieuwe persoonlijke gedragsexperimenten.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.