Recensie

Recensie Uit eten

Bij Seinpost Indonesia krijg je Indonesisch met een moderne twist

Van de kaart eet Indonesisch, de keuken die Nederland onherroepelijk heeft veranderd. „De huid van de zeebaars is zo krokant en vol smaak dat ik met mijn vingers de stukken oppak.”

Restaurant Seinpost Indonesia in Scheveningen
Restaurant Seinpost Indonesia in Scheveningen Foto David van Dam

Sommige mensen verzamelen selfies bij beroemde plekken over de hele wereld, ik foto’s van de gerechten die ik overal proef. Als ik die dan weer zie, ben ik terug op die plek, proef ik de smaak, weet ik hoe ik me voelde, wat ik dacht, hoe het weer was. Ieder gerecht is een verhaal en waar beter verhalen over eten te verzamelen dan in restaurants waar chefs je hun wereld in trekken.

De komende tijd ga ik voor NRC het schatrijke, diverse, culinaire bos verkennen dat Nederland is geworden. Voor deze eerste bespreking sloeg de koorts toe: kies ik voor een favoriet of een nieuw restaurant? En voor welke keuken ga ik? Afghaans, Peruaans, Pakistaans?

Ik besloot te beginnen met de keuken die Nederland onherroepelijk heeft veranderd, lang voor andere gemeenschappen zich hier vestigden. Eentje die door al die hippe nieuwkomers soms wat ouderwets aandoet, maar nooit verveelt. Een rots in de branding: Indonesisch. En waar dat beter te eten dan in Den Haag, de stad waar van oudsher een grote Indische gemeenschap huist en waar veel Indische en Indonesische restaurants zitten.

We nemen plaats in Seinpost Indonesia in Scheveningen, waar we de enige gasten zijn – de lunchcultuur is duidelijk nog niet helemaal omarmd in Nederland. We zitten aan het raam en kijken uit op de beroemde pier en het strand, waar wandelaars uitwaaien.

Seinpost Indonesia is gevestigd in het voormalige restaurant Seinpost dat onder leiding van chef Henk Savelberg en later Gert-Jan Cieremans een ster had. Vervolgens werd het in 2015 omgedoopt tot visrestaurant Cottontree Mer by Gert-Jan, maar de ster ging verloren en het restaurant sloot in 2018.

Sindsdien is het overgenomen door de ‘trotse eigenaren’ van Seinpost Indonesia, zo lezen we op de voorkant van de menukaart. Je kunt je wel voorstellen dat hier in de jaren tachtig chic werd gedineerd. Uit de boxen klinken hitparadeliedjes uit die tijd.

Het restaurant serveert de Indonesische keuken met een ‘moderne twist’. We bestellen een soto ajam, omdat je daaraan vaak kunt beoordelen hoe goed een chef is. De groenten en de kip worden apart in een kommetje geserveerd met daarbij een theepot met de bouillon erin. De groenten zijn knapperig, de kip goed, de bouillon smakelijk. „Lekker”, zegt mijn tafelgenoot tussen twee happen door, „maar de mijne is lekkerder”. De soep is inderdaad lekker, maar in smaak ‘uitgekleed’. Bij een soto ajam wil je dat de dampen die je gezicht verwarmen ook hun werk ín je mond doen. Het moet een kleine uitbarsting zijn van verschillende structuren en smaken. Het is een soep die verkoudheden en gebroken harten heelt. Deze soto is braaf, alsof de ruwe randjes eraf zijn gehaald om hem voor iedereen toegankelijk te maken. Wij lepelen het kleine kommetje sambal dat bij de kroepoek werd geserveerd leeg in de soep voor wat meer pit en diepte.

De overige gerechten – de presentatie is verzorgd en aantrekkelijk – worden tegelijk gebracht: een uitstekende saté tongkol (van tonijn), met die heerlijk rokerige tonen van de grill, met sambal matah, een sambal met citroengras, ui, knoflook en peper. Het is pittige, hete peper, fris-fruitig van smaak. De voorzichtigheid die we bij de soto ajam nog betreurden is hier helemaal weg. Bij de eerste hap krijg je een knal smaak in je mond waarvan je meteen rechtop gaat zitten en waar je meer van wilt.

Die heerlijke oompf

Al even zo goed is de ikan penyet, een hele gefrituurde zeebaars met daarbij apart geserveerd een smakelijke sambal trassi op basis van gefermenteerde kleine garnaaltjes. De zeebaars heeft een krakend krokante huid en perfect zacht vlees. De sambal geeft er net die heerlijke oompf aan. „Je gaat zeker de huid niet eten”, zegt mijn tafelgenoot die wel vaker vindt dat ik respectloos met vissenhuid omga. Maar de huid is zo krokant en vol smaak dat ik met mijn vingers de stukken oppak om maar niks te missen. Enige jammere is dat de vis is geserveerd op een schaal met van die waterige, smaakloze schijfjes tomaat en ruw gesneden koolsla en komkommer. Dat mag liefdevoller. We hebben inmiddels genoeg keus aan tomaten mét smaak in Nederland, geen restaurant zou genoegen moeten nemen met deze flauwe waterbommetjes.

Zo zacht als de zeebaars is, zo stevig en te ver door gegaard is de bebek, eend, met ‘saus uit Maduro’: dat is een lichte saus met de nadrukkelijke tonen van onder andere kokos en citroengras. Die saus is lekker en zou beter werken als de eend zachter was geweest zodat het vlees de saus beter op kan nemen. Doordat de eend te hard doorgebakken is, is die een beetje taai en smaakt-ie naar lever. Zonde. Als bijgerecht hebben we de gado gado, knapperige groenten met ei en pindasaus.

We sluiten af met zoet. De crème brulée met citroenblad en mangomousse die de kaart me belooft, blijkt een gifgroene crème brulée met wat zwarte stipjes gekarameliseerde suiker en een dot mango mousse. Het citroenblad haal ik er niet uit. Mijn tafelgenoot is voor de bananen met rum en suiker gegaan. Degelijke desserts, geen hoogvliegers.

Maar toch, de aanvankelijke twijfel, door dat lege restaurant, is verdwenen. Voldaan staan we even later buiten stil bij het uitzicht, dat een vakantiegevoel oproept. Ik maak een foto. We komen terug.

Hassnae Bouazza bespreekt maandelijks een restaurant in Nederland en wisselt deze rubriek af met Joël Broekaert.